Wereldwijd wordt met man en macht gestreden tegen een nieuw virus, dat de onuitspreekbare naam SARS-CoV-2 kreeg en voor het gemak 'het coronavirus' wordt genoemd. Maar er bestaan meerdere soorten coronavirussen. Ze ontlenen hun naam aan de uitsteeksels die het virus heeft en waardoor het onder een microscoop een kroon of "corona" lijkt te dragen. Vaak zijn deze coronavirussen vrij onschuldig en zorgen ze voor een simpele verkoudheid, maar soms veroorzaken ze ook grotere problemen. Het bekendste gekroonde broertje van het huidige virus is het SARS-virus (SARS-CoV) en ook het MERS-virus zal hier en daar nog wel een belletje doen rinkelen. Hoewel deze virussen dodelijker waren, hadden ze minder impact omdat ze minder verspreid zijn geraakt. De verklaring: deze virussen waren pas besmettelijk als je ziek was, terwijl dat met ons nieuwe virus niet zo lijkt te zijn.

Door zijn lakse houding houdt België de illegale handel in bushmeat mee in stand.

Op dit moment is het alle hens aan dek om de gevolgen van het virus (dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt) te lijf te gaan en hopelijk winnen we stilaan de strijd. Maar waar achteraf zeker een hartig woordje over gesproken moet worden, is over hoe het zover is kunnen komen. Het gaat hier, net als bij MERS en SARS, immers over een gloednieuw virus, althans gloednieuw voor de mens. De eigenlijke gastheer voor deze virussen zijn namelijk wilde dieren.

In het geval van dit nieuwe coronavirus, vermoedt men dat het afkomstig is van vleermuizen en eventueel via een tussengastheer (bv. een schubdier) bij de mens is geraakt. Op de beruchte 'wet market' in Wuhan worden levende dieren in erbarmelijke omstandigheden verkocht, maar ook vlees van exotische dieren. Tijdens het manipuleren, doden en slachten van dergelijke wilde dieren, is het niet onlogisch dat er ziektekiemen worden overgedragen. In China is er een grote vraag naar vlees en onderdelen van wilde dieren, ook omdat er geneeskrachtige werkingen aan worden toegeschreven (bv. de schubben van de schubdieren of pangolins). Wie ooit een Chinese markt heeft bezocht, weet dat daar de vreemdste creaturen en de vreemdste lichaamsonderdelen in onvoorstelbare omstandigheden te koop worden aangeboden.

De oorspronkelijke gastheren van het SARS virus zijn wellicht vleermuizen en civetkatten, en voor MERS kijkt men naar dromedarissen. Een ander bekend virus met grote impact is Ebola, waarvoor dan weer naar apen(vlees) wordt gekeken.

We moeten ons dus afvragen of er niet dringend een halt moet worden toegeroepen aan de handel in wilde dieren, het zogenaamde bushmeat of broussevlees. Uiteraard moet men respect hebben voor culturele verschillen en gewoonten, maar van de andere kant mag men niet spelen met de volksgezondheid, vooral omdat infecties zich steeds sneller kunnen verspreiden in een steeds kleiner wordende wereld.

Maar ook België maakt zich schuldig aan deze praktijken, op een indirecte manier weliswaar. Zo is Brussels Airport, als poort tussen Afrika en Europa, een draaischijf in de handel in Afrikaans broussevlees uit de Sub-Sahara, met een geschatte 44 ton die jaarlijks illegaal passeert. In 2018 werd slechts 12 kg hiervan in beslag genomen, zo bleek uit een parlementaire vraag die ik hierover stelde aan minister Ducarme. Er werden nauwelijks of zelfs geen boetes betaald op de import van broussevlees.

Op deze manier steken wij onze kop in het zand en houden we de illegale handel in bushmeat in stand. En dat is niet alleen nefast voor het ecologisch evenwicht en het dierenwelzijn in de landen van herkomst, maar is ook een gevaar voor ons aller gezondheid. Een virus dat opduikt in een ver en exotisch land, blijkt immers slechts luttele maanden nodig te hebben om uit te groeien tot een van de meest uitgestrekte gezondheidsproblemen sinds mensenheugenis. Het reist namelijk net zo snel als zijn gastheer de wereld rond.

Strenge controles en dito straffen op de invoer van broussevlees zullen de enige weg zijn om duidelijk te maken dat wij geen deel willen uitmaken van deze illegale en levensgevaarlijke praktijken. China verbood naar aanleiding van de huidige pandemie zelf de handel in exotische diersoorten, maar er zal een wereldwijde mindshift nodig zijn om de vraag ernaar te doen stoppen.

Het coronavirus is immers niet het laatste virus dat ons tot het uiterste zal drijven. Het enige dat we kunnen doen is ons zo goed mogelijk voorbereiden. En dat zal niet gemakkelijk zijn. Want als de urgentie verdwijnt, verdwijnt ook de drijfveer om te blijven investeren in mensen, middelen, onderzoek, ontwikkeling en logistiek. En toch moeten we dat blijven doen. We moeten lessen trekken en we moeten vooral, hoe moeilijk dat ook is, onze hoogmoed laten varen en aanvaarden dat we kwetsbaar zijn. Memento mori.

Wereldwijd wordt met man en macht gestreden tegen een nieuw virus, dat de onuitspreekbare naam SARS-CoV-2 kreeg en voor het gemak 'het coronavirus' wordt genoemd. Maar er bestaan meerdere soorten coronavirussen. Ze ontlenen hun naam aan de uitsteeksels die het virus heeft en waardoor het onder een microscoop een kroon of "corona" lijkt te dragen. Vaak zijn deze coronavirussen vrij onschuldig en zorgen ze voor een simpele verkoudheid, maar soms veroorzaken ze ook grotere problemen. Het bekendste gekroonde broertje van het huidige virus is het SARS-virus (SARS-CoV) en ook het MERS-virus zal hier en daar nog wel een belletje doen rinkelen. Hoewel deze virussen dodelijker waren, hadden ze minder impact omdat ze minder verspreid zijn geraakt. De verklaring: deze virussen waren pas besmettelijk als je ziek was, terwijl dat met ons nieuwe virus niet zo lijkt te zijn. Op dit moment is het alle hens aan dek om de gevolgen van het virus (dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt) te lijf te gaan en hopelijk winnen we stilaan de strijd. Maar waar achteraf zeker een hartig woordje over gesproken moet worden, is over hoe het zover is kunnen komen. Het gaat hier, net als bij MERS en SARS, immers over een gloednieuw virus, althans gloednieuw voor de mens. De eigenlijke gastheer voor deze virussen zijn namelijk wilde dieren. In het geval van dit nieuwe coronavirus, vermoedt men dat het afkomstig is van vleermuizen en eventueel via een tussengastheer (bv. een schubdier) bij de mens is geraakt. Op de beruchte 'wet market' in Wuhan worden levende dieren in erbarmelijke omstandigheden verkocht, maar ook vlees van exotische dieren. Tijdens het manipuleren, doden en slachten van dergelijke wilde dieren, is het niet onlogisch dat er ziektekiemen worden overgedragen. In China is er een grote vraag naar vlees en onderdelen van wilde dieren, ook omdat er geneeskrachtige werkingen aan worden toegeschreven (bv. de schubben van de schubdieren of pangolins). Wie ooit een Chinese markt heeft bezocht, weet dat daar de vreemdste creaturen en de vreemdste lichaamsonderdelen in onvoorstelbare omstandigheden te koop worden aangeboden.De oorspronkelijke gastheren van het SARS virus zijn wellicht vleermuizen en civetkatten, en voor MERS kijkt men naar dromedarissen. Een ander bekend virus met grote impact is Ebola, waarvoor dan weer naar apen(vlees) wordt gekeken.We moeten ons dus afvragen of er niet dringend een halt moet worden toegeroepen aan de handel in wilde dieren, het zogenaamde bushmeat of broussevlees. Uiteraard moet men respect hebben voor culturele verschillen en gewoonten, maar van de andere kant mag men niet spelen met de volksgezondheid, vooral omdat infecties zich steeds sneller kunnen verspreiden in een steeds kleiner wordende wereld.Maar ook België maakt zich schuldig aan deze praktijken, op een indirecte manier weliswaar. Zo is Brussels Airport, als poort tussen Afrika en Europa, een draaischijf in de handel in Afrikaans broussevlees uit de Sub-Sahara, met een geschatte 44 ton die jaarlijks illegaal passeert. In 2018 werd slechts 12 kg hiervan in beslag genomen, zo bleek uit een parlementaire vraag die ik hierover stelde aan minister Ducarme. Er werden nauwelijks of zelfs geen boetes betaald op de import van broussevlees. Op deze manier steken wij onze kop in het zand en houden we de illegale handel in bushmeat in stand. En dat is niet alleen nefast voor het ecologisch evenwicht en het dierenwelzijn in de landen van herkomst, maar is ook een gevaar voor ons aller gezondheid. Een virus dat opduikt in een ver en exotisch land, blijkt immers slechts luttele maanden nodig te hebben om uit te groeien tot een van de meest uitgestrekte gezondheidsproblemen sinds mensenheugenis. Het reist namelijk net zo snel als zijn gastheer de wereld rond. Strenge controles en dito straffen op de invoer van broussevlees zullen de enige weg zijn om duidelijk te maken dat wij geen deel willen uitmaken van deze illegale en levensgevaarlijke praktijken. China verbood naar aanleiding van de huidige pandemie zelf de handel in exotische diersoorten, maar er zal een wereldwijde mindshift nodig zijn om de vraag ernaar te doen stoppen. Het coronavirus is immers niet het laatste virus dat ons tot het uiterste zal drijven. Het enige dat we kunnen doen is ons zo goed mogelijk voorbereiden. En dat zal niet gemakkelijk zijn. Want als de urgentie verdwijnt, verdwijnt ook de drijfveer om te blijven investeren in mensen, middelen, onderzoek, ontwikkeling en logistiek. En toch moeten we dat blijven doen. We moeten lessen trekken en we moeten vooral, hoe moeilijk dat ook is, onze hoogmoed laten varen en aanvaarden dat we kwetsbaar zijn. Memento mori.