Het leek er even op dat politici en experten na bijna twee jaar pandemie lessen hadden getrokken. Vanaf de zomer tot vandaag werd de professionele cultuursector min of meer gespaard van verregaande coronamaatregelen: voorstellingen mochten doorgaan mits een zittend publiek, CST en mondmaskers. Amper twee dagen na zijn vraag om de absurde situatie voor amateurensembles op te lossen, kondigde Vlaams cultuurminister Jan Jambon echter aan dat hij alle binnenactiviteiten tot "minstens 15 december" wou verbieden, en daar is het Overlegcomité hem nu voor een groot stuk in gevolgd. We zijn terug bij de volledig arbitraire grens van 200 personen, onafhankelijk van de grootte van de zaal. Nog slechter nieuws is dat er geen duidelijk eindpunt van deze maatregelen genoemd wordt. Dit voelt pijnlijk sterk aan als een herhaling van de periode vanaf november 2020, waarin elk perspectief ontbrak en de pauzeknop heel erg lang ingedrukt bleef.

Dit voelt aan als een pijnlijke herhaling: ook vorig jaar ontbrak voor de cultuursector elk perspectief.

Deze zoveelste bocht zonder overleg met de sector zorgt bij mijn collega's en mezelf voor een stijging van de bloeddruk. Woedend reageren leidt echter niet tot oplossingen, dus stel ik voor om nog even nuchter door de feiten te gaan:

Het idee om alle evenementen te annuleren lijkt op het eerste gezicht logisch: een bijeenkomst van veel mensen, ergo een stijging van het infectierisico. Het verbieden van concerten en theatervoorstellingen klinkt dus als een ingreep die een grote impact op de coronacijfers zal hebben. Schijn bedriegt, aangezien het aandeel van deze maatregel met betrekking tot de algemene infectiereductie verwaarloosbaar is. Dat werd al in en na de eerste golf onderzocht, voornamelijk in Duitsland, en werd na de tweede golf opnieuw bevestigd in een studie waaraan onder andere wetenschappers van de universiteit van Oxford deelnamen. Tot op de dag van vandaag is er bij volgens het protocol georganiseerde concerten geen enkele besmettingsbrandhaard gemeld.

Steevast landen concertzalen en theaters met door virologen gecertificeerde verluchting (die in veel zalen extra werd ingebouwd) helemaal onderaan in de ranking van "gevaarlijke plaatsen". Het soms luidere gezoem van die verluchting namen alle liefhebbers van klassiek, waar stilte even belangrijk is als de muziek zelf, er zonder morren bij. Maskers terug op? Ja, onaangenaam, maar ook dat wordt uiteraard aanvaard.

De grote vreugde bij de start van dit seizoen, met het idee dat het CST een vrijgeleide voor voorstellingen zonder restricties zou zijn, vond ik persoonlijk gevaarlijk, en ik had toen al de vrees dat dit concept bij een volgende golf snel zou verdwijnen. De GEMS stelde recent aan de regering voor om het woord "safe" uit CST te schrappen. De benaming mag dan een vals gevoel van veiligheid geven, dit betekent echter niet dat het gebruik hiervan nutteloos is, integendeel! Waarom wordt een CST/covid pass niet gecombineerd met kaarten op naam, zodat in het geval van een besmetting snel vastgesteld kan worden wie er in de buurt zat? Waarom komen, naast een mondmaskerplicht, niet eerst het weglaten van gastronomische diensten in de pauze erbovenop? Waarom wordt desnoods niet eerst weer gewerkt met een procentuele reductie van de zaalbezetting, of van de lengte van concerten, alvorens alles quasi te schrappen? Er zijn zoveel tussenstappen mogelijk, maar blijkbaar is dit thema niet belangrijk genoeg om er tijd in te investeren en intelligente oplossingen te zoeken.

De unilateraliteit van deze impulsieve beslissing maakt het slikken van de pil nog bitterder. Als breeddenkend klassiek muzikant wil ik de verschillende takken van de cultuursector niet tegen elkaar uitspelen, en ik voel me oprecht gemeend niet beter dan andere, populaire en/of commerciële genres. Als we over risicomanagement spreken, moeten we echter realistisch en eerlijk durven zijn: een popconcert met 15000 bezoekers is niet te vergelijken met een pianorecital voor 400 mensen, om maar één voorbeeld te geven. Zowel het kader als de manier waarop het publiek zich in de zaal beweegt en gedraagt, geven volstrekt andere parameters voor het opstellen van regels. Waarom wordt hier geen rekening mee gehouden? Het enige gevaarlijk moment in een klassiek concert lijkt me dat wanneer de musici zó goed spelen en het publiek luid bravo wil roepen, maar zelfs daarvoor bestaan creatieve oplossingen.

Het plan om opnieuw alles te verbieden leidt af van het ontbreken van een algemene infrastructuur. Een goed georganiseerd en gratis sneltestsysteem voor iedereen, zoals ik dat in Duitsland en Denemarken dagelijks mag ervaren, voldoende betaalbare FFP2-maskers zoals die in Oostenrijk en Beieren verplicht zijn en aerosolen beter filteren dan de zelfgenaaide stoffen doekjes, zijn maar een paar voorbeelden van instrumenten die een overheid kan organiseren en die de organisatie van evenementen eveneens structureel hadden kunnen ondersteunen.

Wekenlang werd aan iedereen gezegd: cultuur beleven is veilig. Voorstellingen en concerten zijn veilig. Nu opnieuw de deur dichtgooien zorgt er niet alleen voor dat het vertrouwen in het beleid opnieuw een deuk krijgt, maar ook dat mensen na de pandemie nog meer angst zullen hebben om de weg naar de concertzaal terug te vinden. Dat zagen we al in september: het aantal verkochte abonnementen is drastisch gedaald, en bij veel organisatoren loopt de ticketverkoop slabakkend. Deze schade herstellen zal jaren duren. Elk rood licht dat daarop volgt maakt de wonde alleen maar groter, en het lijkt erop dat dit niet tot het besef van de beleidsmakers doordringt.

Deze hele situatie is niet goed voor zowel het vertrouwen in de politiek als in de experten. Ik heb grote problemen met de willekeur waarop, onder andere door de GEMS, met wetenschappelijke bewijzen omgegaan wordt. Het is voor mij onbegrijpelijk dat ze enerzijds vragen om te luisteren naar de wetenschap over, bijvoorbeeld, de voordelen van vaccinatie, en anderzijds zelf alle studies over veiligheid van concertzalen en theaters verticaal klasseren. Om nog maar te zwijgen over de vele studies omtrent het belang van cultuurbeleving voor het mentale welzijn en de ontwikkeling van kinderen.

Onze energie is meer dan op, maar we zullen blijven vechten voor ons bestaan, voor de muziek, voor de kunst, voor de schoonheid in het leven.

Het leek er even op dat politici en experten na bijna twee jaar pandemie lessen hadden getrokken. Vanaf de zomer tot vandaag werd de professionele cultuursector min of meer gespaard van verregaande coronamaatregelen: voorstellingen mochten doorgaan mits een zittend publiek, CST en mondmaskers. Amper twee dagen na zijn vraag om de absurde situatie voor amateurensembles op te lossen, kondigde Vlaams cultuurminister Jan Jambon echter aan dat hij alle binnenactiviteiten tot "minstens 15 december" wou verbieden, en daar is het Overlegcomité hem nu voor een groot stuk in gevolgd. We zijn terug bij de volledig arbitraire grens van 200 personen, onafhankelijk van de grootte van de zaal. Nog slechter nieuws is dat er geen duidelijk eindpunt van deze maatregelen genoemd wordt. Dit voelt pijnlijk sterk aan als een herhaling van de periode vanaf november 2020, waarin elk perspectief ontbrak en de pauzeknop heel erg lang ingedrukt bleef. Deze zoveelste bocht zonder overleg met de sector zorgt bij mijn collega's en mezelf voor een stijging van de bloeddruk. Woedend reageren leidt echter niet tot oplossingen, dus stel ik voor om nog even nuchter door de feiten te gaan: Het idee om alle evenementen te annuleren lijkt op het eerste gezicht logisch: een bijeenkomst van veel mensen, ergo een stijging van het infectierisico. Het verbieden van concerten en theatervoorstellingen klinkt dus als een ingreep die een grote impact op de coronacijfers zal hebben. Schijn bedriegt, aangezien het aandeel van deze maatregel met betrekking tot de algemene infectiereductie verwaarloosbaar is. Dat werd al in en na de eerste golf onderzocht, voornamelijk in Duitsland, en werd na de tweede golf opnieuw bevestigd in een studie waaraan onder andere wetenschappers van de universiteit van Oxford deelnamen. Tot op de dag van vandaag is er bij volgens het protocol georganiseerde concerten geen enkele besmettingsbrandhaard gemeld. Steevast landen concertzalen en theaters met door virologen gecertificeerde verluchting (die in veel zalen extra werd ingebouwd) helemaal onderaan in de ranking van "gevaarlijke plaatsen". Het soms luidere gezoem van die verluchting namen alle liefhebbers van klassiek, waar stilte even belangrijk is als de muziek zelf, er zonder morren bij. Maskers terug op? Ja, onaangenaam, maar ook dat wordt uiteraard aanvaard.De grote vreugde bij de start van dit seizoen, met het idee dat het CST een vrijgeleide voor voorstellingen zonder restricties zou zijn, vond ik persoonlijk gevaarlijk, en ik had toen al de vrees dat dit concept bij een volgende golf snel zou verdwijnen. De GEMS stelde recent aan de regering voor om het woord "safe" uit CST te schrappen. De benaming mag dan een vals gevoel van veiligheid geven, dit betekent echter niet dat het gebruik hiervan nutteloos is, integendeel! Waarom wordt een CST/covid pass niet gecombineerd met kaarten op naam, zodat in het geval van een besmetting snel vastgesteld kan worden wie er in de buurt zat? Waarom komen, naast een mondmaskerplicht, niet eerst het weglaten van gastronomische diensten in de pauze erbovenop? Waarom wordt desnoods niet eerst weer gewerkt met een procentuele reductie van de zaalbezetting, of van de lengte van concerten, alvorens alles quasi te schrappen? Er zijn zoveel tussenstappen mogelijk, maar blijkbaar is dit thema niet belangrijk genoeg om er tijd in te investeren en intelligente oplossingen te zoeken. De unilateraliteit van deze impulsieve beslissing maakt het slikken van de pil nog bitterder. Als breeddenkend klassiek muzikant wil ik de verschillende takken van de cultuursector niet tegen elkaar uitspelen, en ik voel me oprecht gemeend niet beter dan andere, populaire en/of commerciële genres. Als we over risicomanagement spreken, moeten we echter realistisch en eerlijk durven zijn: een popconcert met 15000 bezoekers is niet te vergelijken met een pianorecital voor 400 mensen, om maar één voorbeeld te geven. Zowel het kader als de manier waarop het publiek zich in de zaal beweegt en gedraagt, geven volstrekt andere parameters voor het opstellen van regels. Waarom wordt hier geen rekening mee gehouden? Het enige gevaarlijk moment in een klassiek concert lijkt me dat wanneer de musici zó goed spelen en het publiek luid bravo wil roepen, maar zelfs daarvoor bestaan creatieve oplossingen. Het plan om opnieuw alles te verbieden leidt af van het ontbreken van een algemene infrastructuur. Een goed georganiseerd en gratis sneltestsysteem voor iedereen, zoals ik dat in Duitsland en Denemarken dagelijks mag ervaren, voldoende betaalbare FFP2-maskers zoals die in Oostenrijk en Beieren verplicht zijn en aerosolen beter filteren dan de zelfgenaaide stoffen doekjes, zijn maar een paar voorbeelden van instrumenten die een overheid kan organiseren en die de organisatie van evenementen eveneens structureel hadden kunnen ondersteunen. Wekenlang werd aan iedereen gezegd: cultuur beleven is veilig. Voorstellingen en concerten zijn veilig. Nu opnieuw de deur dichtgooien zorgt er niet alleen voor dat het vertrouwen in het beleid opnieuw een deuk krijgt, maar ook dat mensen na de pandemie nog meer angst zullen hebben om de weg naar de concertzaal terug te vinden. Dat zagen we al in september: het aantal verkochte abonnementen is drastisch gedaald, en bij veel organisatoren loopt de ticketverkoop slabakkend. Deze schade herstellen zal jaren duren. Elk rood licht dat daarop volgt maakt de wonde alleen maar groter, en het lijkt erop dat dit niet tot het besef van de beleidsmakers doordringt. Deze hele situatie is niet goed voor zowel het vertrouwen in de politiek als in de experten. Ik heb grote problemen met de willekeur waarop, onder andere door de GEMS, met wetenschappelijke bewijzen omgegaan wordt. Het is voor mij onbegrijpelijk dat ze enerzijds vragen om te luisteren naar de wetenschap over, bijvoorbeeld, de voordelen van vaccinatie, en anderzijds zelf alle studies over veiligheid van concertzalen en theaters verticaal klasseren. Om nog maar te zwijgen over de vele studies omtrent het belang van cultuurbeleving voor het mentale welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Onze energie is meer dan op, maar we zullen blijven vechten voor ons bestaan, voor de muziek, voor de kunst, voor de schoonheid in het leven.