De staking in het Klein Kasteeltje vandaag maakt de politieke crisis van het opvangbeleid pijnlijk duidelijk. Neen, dit is geen nieuwe asielcrisis, ook al noemen media en politiek het graag zo. Het is een opvangcrisis, omdat het asielbeleid opnieuw faalt. Het opvangnetwerk zit geprangd tussen een te trage uitstroom door te trage beslissingen, en een stijgende instroom in een te beperkte en verouderde opvanginfrastructuur. Vluchtelingen en personeel zijn zo samen het slachtoffer van een falend asielbeleid.

Een voorspelbare crisis

Bij de asielcrisis van 2015 was onvoldoende capaciteit om de sterke stijging van asielzoekers op te vangen. Niemand kon toen de plotse toename adequaat voorspellen. Maar het capaciteitstekort vandaag was wel voorspelbaar, maar er is politiek te traag op gereageerd.

Dit is opnieuw een opvangcrisis, geen asielcrisis.

Ten eerste speelt de coronacrisis. Het sluiten van grenzen voor corona leidde in 2020 tot een drastische daling: slechts 16.910 mensen dienden een verzoek om internationale beschermingin bij de Dienst Vreemdelingenzaken, of ruim 10.000 mensen minder dan in 2019. Iedereen in de sector wist dat er een inhaalbeweging zou komen als de grenzen terug openden.

Ten tweede speelt vooral de veel te trage verwerking van de aanvragen. Ondanks de daling van de aanvragen in 2020 kon men de geen inhaalbeweging realiseren. Integendeel: verhoren werden opgeschort en de achterstand bleef: een gemiste kans. Volgens het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen bedroeg de totale werklast eind september 2021 zo'n 15.772 dossiers (19.432 personen). Gelet op de huidige instroom kunnen 4.200 dossiers als een normale werklast worden beschouwd. 11.572 dossiers maken zogenaamd de reële achterstand uit. Maar eigenlijk wachten 27.000 mensen in het opvangnetwerk op een beslissing.

Ten derde is er de crisis in Afghanistan, met de Taliban terug aan de macht na de terugtrekking van buitenlandse troepen. Zoveel aandacht als er ging naar de dringende repatriëring, zo weinig aandacht was er voor de impact van de eenmalige 1100 bijkomende verzoekers door operatie "Red Kite" en voor de voorbereidingen voor een stijging van het aantal asielaanvragen uit Afghanistan.

Drie sporen naar oplossingen

Het laatste waar er vandaag nood aan is, is het stigmatiseren van bepaalde categorieën van mensen op de vlucht, zoals staatssecretaris Mahdi dreigt te doen met de zogenaamde "Dublin-gevallen" die "deel van het probleem zouden zijn en de opvang belasten".

Zowel voor Dublin-gevallen (zie het arrest 'Cimade' waar er een onverkort recht op opvang geldt) als voor erkende vluchtelingen ergens anders in Europa geldt het recht op opvang. Er zijn legitieme redenen om alsnog in België bescherming te zoeken en het recht op opvang te openen. Mahdi verwijst naar het nieuwe EU-migratiepact voor oplossingen voor deze specifieke groepen, maar Europese NGO's als ECRE bekritiseren net het voorliggende EU-migratiepact voor het gebrek aan rechtvaardige antwoorden.

Om deze opvangcrisis echt aan te pakken, zijn drie structurele sporen noodzakelijk.

Het eerste spoor is - eens te meer - dringende capaciteitsuitbreiding. Bij voorkeur niet met tenten en containers in al overvolle asielcentra, en ook niet tijdelijk voor enkele maanden, maar met structurele opvangplaatsen die naam waardig. In het kader van het regeerakkoord werden 4000 en nog eens 2000 plaatsen gecreeërd om terug buffercapaciteit op te bouwen die de Zweedse regering had afgebouwd. Dat vandaag een 1000-tal plaatsen zijn vrijgemaakt voor mensen die door de overstromingen hun huis verloren, is niet de oorzaak van het huidige opvangtekort. Wel dat er teveel opvangplaatsen werden gesloten het voorbije jaar door de tijdelijke daling van het aantal asielaanvragen.

Met een betere buffercapaciteit moet er ook niet voortdurend met lokale besturen onderhandeld worden om weer eens tijdelijke opvang te voorzien. Het betekent ook een duurzamer personeelsbeleid, in plaats van telkens opnieuw ervaren mensen te laten afvloeien.

Het tweede spoor is extra personeel voor de behandeling van de asielaanvragen om de achterstand weg te werken. Vandaag bedraagt de gemiddelde beslissingstijd meer dan een jaar. Gemiddeld, wat wil zeggen dat vele asielzoekers twee, drie of meer jaar moeten wachten in de opvang op een beslissing. Het is onmenselijk en niet efficiënt om het leven van vluchtelingen zo lang 'on hold' te zetten. Jaar na jaar kondigt men aan dat extra personeel de achterstand zou wegwerken, tot de volgende crisis de realiteit op het terrein laat zien. Het is afwachten of de huidige personeelswerving voor de asiel -en migratiediensten (DVZ, Fedasil en CGVS) voldoende zal zijn.

Het derde en cruciale spoor is dat een noodzakelijke inhaalbeweging voor een humaan asielbeleid op middellange termijn. Alleen dit kan een volgende opvangcrisis voorkomen. Dat betekent investeren in de bouw van menswaardige en liefst kleinschalige asielopvang, die de uitgeleefde legerkazernes en gebouwen zou moeten vervangen. Kwalitatieve opvang ontbreekt vandaag te vaak, maar is de sleutel voor integratie.

Kortere en betere opvang

Dat leert ook het recente rapport van het Nederlandse Sociaal Cultureel Planbureau. Hun onderzoek 'In uitvoering. Een analyse van het op statushouders gerichte beleid en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren' leert dat hoe korter de opvangperiode en hoe zinvoller de tijdsbesteding in de opvang, des te beter de beheersing van het Nederlands en des te gunstiger de arbeidsmarktpositie na de opvang. Langer verblijf in de opvang heeft een negatieve impact op het psychisch welzijn, maar ook op de Nederlandse taalbeheersing en de latere arbeidsmarktpositie. Dat is in ons land niet anders. De integratie van asielzoekers moet in de opvang beginnen, met kwalitatievere opvanginfrastructuur, korte procedures en meer ruimte voor begeleiding. Waar wachten we op?

De onhoudbare werkdruk bij de Lidl is er omdat het bedrijf winsten wil maximaliseren. Is de onhoudbare werkdruk bij Fedasil er omdat men politiek nog steeds het aantal asielaanvragen wil minimaliseren? Hangt de schaduw van Theo Francken nog steeds over de huidige staatssecretaris? Of kiest deze regering wél voor de noodzakelijke investeringen in betere opvangcapaciteit, betere begeleiding en snellere beslissingsprocedures uit? Laat ons land op een humane manier haar verplichtingen uit de conventie van Genève waarmaken. Met een beleid dat hier tijdig op inspeelt, zouden stakingen overbodig moeten zijn.

Dirk Geldof & Pascal Debruyne, zijn onderzoekers aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee.

De staking in het Klein Kasteeltje vandaag maakt de politieke crisis van het opvangbeleid pijnlijk duidelijk. Neen, dit is geen nieuwe asielcrisis, ook al noemen media en politiek het graag zo. Het is een opvangcrisis, omdat het asielbeleid opnieuw faalt. Het opvangnetwerk zit geprangd tussen een te trage uitstroom door te trage beslissingen, en een stijgende instroom in een te beperkte en verouderde opvanginfrastructuur. Vluchtelingen en personeel zijn zo samen het slachtoffer van een falend asielbeleid.Bij de asielcrisis van 2015 was onvoldoende capaciteit om de sterke stijging van asielzoekers op te vangen. Niemand kon toen de plotse toename adequaat voorspellen. Maar het capaciteitstekort vandaag was wel voorspelbaar, maar er is politiek te traag op gereageerd.Ten eerste speelt de coronacrisis. Het sluiten van grenzen voor corona leidde in 2020 tot een drastische daling: slechts 16.910 mensen dienden een verzoek om internationale beschermingin bij de Dienst Vreemdelingenzaken, of ruim 10.000 mensen minder dan in 2019. Iedereen in de sector wist dat er een inhaalbeweging zou komen als de grenzen terug openden. Ten tweede speelt vooral de veel te trage verwerking van de aanvragen. Ondanks de daling van de aanvragen in 2020 kon men de geen inhaalbeweging realiseren. Integendeel: verhoren werden opgeschort en de achterstand bleef: een gemiste kans. Volgens het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen bedroeg de totale werklast eind september 2021 zo'n 15.772 dossiers (19.432 personen). Gelet op de huidige instroom kunnen 4.200 dossiers als een normale werklast worden beschouwd. 11.572 dossiers maken zogenaamd de reële achterstand uit. Maar eigenlijk wachten 27.000 mensen in het opvangnetwerk op een beslissing. Ten derde is er de crisis in Afghanistan, met de Taliban terug aan de macht na de terugtrekking van buitenlandse troepen. Zoveel aandacht als er ging naar de dringende repatriëring, zo weinig aandacht was er voor de impact van de eenmalige 1100 bijkomende verzoekers door operatie "Red Kite" en voor de voorbereidingen voor een stijging van het aantal asielaanvragen uit Afghanistan. Het laatste waar er vandaag nood aan is, is het stigmatiseren van bepaalde categorieën van mensen op de vlucht, zoals staatssecretaris Mahdi dreigt te doen met de zogenaamde "Dublin-gevallen" die "deel van het probleem zouden zijn en de opvang belasten". Zowel voor Dublin-gevallen (zie het arrest 'Cimade' waar er een onverkort recht op opvang geldt) als voor erkende vluchtelingen ergens anders in Europa geldt het recht op opvang. Er zijn legitieme redenen om alsnog in België bescherming te zoeken en het recht op opvang te openen. Mahdi verwijst naar het nieuwe EU-migratiepact voor oplossingen voor deze specifieke groepen, maar Europese NGO's als ECRE bekritiseren net het voorliggende EU-migratiepact voor het gebrek aan rechtvaardige antwoorden. Om deze opvangcrisis echt aan te pakken, zijn drie structurele sporen noodzakelijk. Het eerste spoor is - eens te meer - dringende capaciteitsuitbreiding. Bij voorkeur niet met tenten en containers in al overvolle asielcentra, en ook niet tijdelijk voor enkele maanden, maar met structurele opvangplaatsen die naam waardig. In het kader van het regeerakkoord werden 4000 en nog eens 2000 plaatsen gecreeërd om terug buffercapaciteit op te bouwen die de Zweedse regering had afgebouwd. Dat vandaag een 1000-tal plaatsen zijn vrijgemaakt voor mensen die door de overstromingen hun huis verloren, is niet de oorzaak van het huidige opvangtekort. Wel dat er teveel opvangplaatsen werden gesloten het voorbije jaar door de tijdelijke daling van het aantal asielaanvragen. Met een betere buffercapaciteit moet er ook niet voortdurend met lokale besturen onderhandeld worden om weer eens tijdelijke opvang te voorzien. Het betekent ook een duurzamer personeelsbeleid, in plaats van telkens opnieuw ervaren mensen te laten afvloeien.Het tweede spoor is extra personeel voor de behandeling van de asielaanvragen om de achterstand weg te werken. Vandaag bedraagt de gemiddelde beslissingstijd meer dan een jaar. Gemiddeld, wat wil zeggen dat vele asielzoekers twee, drie of meer jaar moeten wachten in de opvang op een beslissing. Het is onmenselijk en niet efficiënt om het leven van vluchtelingen zo lang 'on hold' te zetten. Jaar na jaar kondigt men aan dat extra personeel de achterstand zou wegwerken, tot de volgende crisis de realiteit op het terrein laat zien. Het is afwachten of de huidige personeelswerving voor de asiel -en migratiediensten (DVZ, Fedasil en CGVS) voldoende zal zijn.Het derde en cruciale spoor is dat een noodzakelijke inhaalbeweging voor een humaan asielbeleid op middellange termijn. Alleen dit kan een volgende opvangcrisis voorkomen. Dat betekent investeren in de bouw van menswaardige en liefst kleinschalige asielopvang, die de uitgeleefde legerkazernes en gebouwen zou moeten vervangen. Kwalitatieve opvang ontbreekt vandaag te vaak, maar is de sleutel voor integratie.Dat leert ook het recente rapport van het Nederlandse Sociaal Cultureel Planbureau. Hun onderzoek 'In uitvoering. Een analyse van het op statushouders gerichte beleid en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren' leert dat hoe korter de opvangperiode en hoe zinvoller de tijdsbesteding in de opvang, des te beter de beheersing van het Nederlands en des te gunstiger de arbeidsmarktpositie na de opvang. Langer verblijf in de opvang heeft een negatieve impact op het psychisch welzijn, maar ook op de Nederlandse taalbeheersing en de latere arbeidsmarktpositie. Dat is in ons land niet anders. De integratie van asielzoekers moet in de opvang beginnen, met kwalitatievere opvanginfrastructuur, korte procedures en meer ruimte voor begeleiding. Waar wachten we op?De onhoudbare werkdruk bij de Lidl is er omdat het bedrijf winsten wil maximaliseren. Is de onhoudbare werkdruk bij Fedasil er omdat men politiek nog steeds het aantal asielaanvragen wil minimaliseren? Hangt de schaduw van Theo Francken nog steeds over de huidige staatssecretaris? Of kiest deze regering wél voor de noodzakelijke investeringen in betere opvangcapaciteit, betere begeleiding en snellere beslissingsprocedures uit? Laat ons land op een humane manier haar verplichtingen uit de conventie van Genève waarmaken. Met een beleid dat hier tijdig op inspeelt, zouden stakingen overbodig moeten zijn. Dirk Geldof & Pascal Debruyne, zijn onderzoekers aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee.