Dat blijkt uit een parlementaire vraag die Carina Van Cauter (Open VLD) stelde aan federaal minister van Justitie Koen Geens (CD&V), en waarover Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg berichten.

In 2015 en 2016 werd in België 58,18 procent van de zaken over dierenwelzijn geseponeerd. Met enkele uitschieters: in Limburg gaat het om meer dan 66 procent van de zaken, in Oost-Vlaanderen om bijna 68 procent en in Brussel zelfs meer dan 80 procent. Tot een veroor­deling kwam het slechts 235 keer, dat wil zeggen in minder dan 6 procent van de gevallen. Voorts werd 674 keer een administratieve sanctie op­gelegd.

'Andere prioriteiten'

'Het aantal seponeringen be­tekent niet dat er geen onderzoek werd gevoerd', benadrukt Geens. Zo kan er onvoldoende bewijs zijn, de klacht ongegrond blijken of de toestand van de dieren zijn verbeterd.

Volgens Van Cauter wordt er echter te veel geseponeerd omdat 'het parket andere prioriteiten heeft'. 'Als we fors inzetten op opsporen, dan is het belangrijk dat er ook een gepaste straf volgt', vindt ze.

Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) plant zelf ook strengere straffen voor dierenmishandeling. 'Al willen we ons wel concentreren op de echte dierenmishandeling. Onbedoelde menselijke fouten of vergetelheid lossen we op een andere manier op dan voor de rechtbank.'