Sinds enkele jaren kunnen lokale besturen een lokaal erfgoedbeleid uittekenen aanvullend op het Vlaams beleid. Zo kunnen gemeenten zich laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente of kunnen ze intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten oprichten. Centrale doel is om lokale besturen nauwer te betrekken bij de zorg voor hun onroerend erfgoed. Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele heeft nu een visienota klaar met een aantal voorstellen om de samenwerking met de lokale besturen te versterken en "een versnelling hoger te schakelen". Bedoeling is om de lokale besturen "de motor" te laten worden van het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid. Momenteel zijn 208 Vlaamse gemeenten (70 pct) al betrokken bij een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. Minister Diependaele wil de "ondersteunende en sensibiliserende rol" van die diensten bevestigen en tegelijk werk maken van "professionalisering en schaalvergroting". Gemeenten kunnen zich ook laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente. Dan bouwt de gemeente niet alleen een eigen beleid uit, maar neemt het ook een aantal taken van het Vlaams agentschap Onroerend Erfgoed over. Momenteel telt Vlaanderen maar 22 erkende onroerenderfgoedgemeenten, met onder meer Leuven, Koksijde, Riemst en Tremelo. Minister Diependaele wil onroerenderfgoedgemeenten in de toekomst een structurele financiële ondersteuning geven. Er zou gewerkt worden met een vast een een aanvullend bedrag, maar over de concrete invulling volgt nog verder overleg. "Op termijn wil ik zo komen tot een versterkt onroerenderfgoedlandschap, waarbij alle dertien centrumsteden een erkenning hebben aangevraagd als onroerenderfgoedgemeente. De 287 andere Vlaamse steden en gemeenten zijn minstens lid van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst", aldus nog Diependaele. (Belga)

Sinds enkele jaren kunnen lokale besturen een lokaal erfgoedbeleid uittekenen aanvullend op het Vlaams beleid. Zo kunnen gemeenten zich laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente of kunnen ze intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten oprichten. Centrale doel is om lokale besturen nauwer te betrekken bij de zorg voor hun onroerend erfgoed. Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele heeft nu een visienota klaar met een aantal voorstellen om de samenwerking met de lokale besturen te versterken en "een versnelling hoger te schakelen". Bedoeling is om de lokale besturen "de motor" te laten worden van het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid. Momenteel zijn 208 Vlaamse gemeenten (70 pct) al betrokken bij een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst. Minister Diependaele wil de "ondersteunende en sensibiliserende rol" van die diensten bevestigen en tegelijk werk maken van "professionalisering en schaalvergroting". Gemeenten kunnen zich ook laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente. Dan bouwt de gemeente niet alleen een eigen beleid uit, maar neemt het ook een aantal taken van het Vlaams agentschap Onroerend Erfgoed over. Momenteel telt Vlaanderen maar 22 erkende onroerenderfgoedgemeenten, met onder meer Leuven, Koksijde, Riemst en Tremelo. Minister Diependaele wil onroerenderfgoedgemeenten in de toekomst een structurele financiële ondersteuning geven. Er zou gewerkt worden met een vast een een aanvullend bedrag, maar over de concrete invulling volgt nog verder overleg. "Op termijn wil ik zo komen tot een versterkt onroerenderfgoedlandschap, waarbij alle dertien centrumsteden een erkenning hebben aangevraagd als onroerenderfgoedgemeente. De 287 andere Vlaamse steden en gemeenten zijn minstens lid van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst", aldus nog Diependaele. (Belga)