Een opdracht die u eerst wilde weigeren, nietwaar?
...

Een opdracht die u eerst wilde weigeren, nietwaar? Charlotte Van den Broeck: Inderdaad. Omdat het eigenlijk een onmogelijke opdracht is. Een dichter is de minst geloofwaardige auteur van zo'n een pleidooi. Ik wilde ook niet hameren op het zogeheten nut van de poëzie. Of me verliezen in verontschuldigende zinnen als 'moeilijke poëzie scherpt het communicatievermogen aan' of 'in deze snelle tijden is er nood aan een traag medium'. De dit jaar overleden Nederlandse dichter Menno Wigman opende zijn bundel Zwart als kaviaar uit 2001 met het gedicht Misverstand. Daarin noemt hij de poëzie een ziekte die een handvol hopeloze idioten met elkaar delen, een ziekte waarmee je ook nog eens bomen velt. Die gedachte heeft mijn pleidooi wél gehaald. (lacht)Dat maakt nieuwsgierig naar de kern van uw tekst. Van den Broeck: Dit is de sleutelzin: 'Weerstand, want ik heb geen interesse in apologieën, ze roepen de poëzie ter verantwoording.' Ik wil dat de poëzie zélf weerstand biedt aan alle vooroordelen. Door, idealiter, het podium te geven aan een moedige lezer die verkondigt wat poëzie voor hem of haar betekent, en welk gedicht hem of haar een onvergetelijke ervaring heeft bezorgd. Ik ben ook een lezer, ja. Het gedicht dat me al jaren bijstaat op intense momenten is Remco Camperts Lamento uit 1995. Dat begint zo: 'Hier nu langs het lange diepe water / dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar / dat je altijd maar.' En dan het tweede vers: 'hier nu langs het lange diepe water / waar achter oeverriet achter oeverriet de zon /dat ik dacht dat je altijd maar altijd'. Dat gedicht wekte de schrijver in me. Het troost me op verdrietige momenten. En ik schenk het aan al mijn vrienden. Ooit zal ik het wellicht even van me afduwen. Maar ik weet het zeker: dat gedicht en ik zullen samen oud worden. (lacht)U bent bijna 27 en hebt met Kameleon en Nachtroer al twee veelgeprezen dichtbundels gepubliceerd. Is de derde op komst? Van den Broeck: Nog niet. In juni studeer ik af als woordkunstenaar aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Daarna ga ik aan een boek werken waarvoor ik naar dertien 'mislukte' gebouwen zal reizen. Het zijn gebouwen met een architectonische fout die de architect telkens tot een wanhoopsdaad heeft gedreven... Ik plan ook een filmproject in Death Valley, in Californië. En met Pleidooi voor de poëzie start ook mijn werk aan het Gedichtendag-essay voor 2019 - publicatiedatum: 31 januari volgend jaar. Tot slot: welk onderdeel van het Felix Poetry Festival zou u de Knack-lezer aanbevelen? Van den Broeck: (enthousiast)Versopolis, een Europees poëzieproject de talen en stemmen van dertien landen verenigt. Op 31 mei komen dichters uit heel Europa hun werk aan elkaar en het publiek voorstellen in het Felix Pakhuis in Antwerpen. Misschien hoort iemand daar wel een gedicht dat, zoals het in mijn pleidooi staat, op dat ene moment in die ene regel alles voor hem of haar betekent?