Het 'woord vooraf' van het magazine van de Kamer van Volksvertegenwoordigers is doorgaans niet meteen clickbait. In het jongste nummer, dat helemaal aan de komende verkiezingen is gewijd, heeft de voorzitter van de Kamer, die 'vanwege de zogeheten sperperiode' het commentaarstuk niet mag naamtekenen, niettemin enkele gepassioneerde gedachten op papier gezet. Siegfried Bracke, want over hem gaat het, schrijft dat hij in wat volgt 'wat forser' zal spreken dan anders, ook al 'omdat een volgende aflevering van dit magazine naar alle waarschijnlijkheid zal worden geopend door een andere Kamervoorzitter'. Eind deze week houdt het parlement het voor bekeken. En dat is niets te vroeg.
...

Het 'woord vooraf' van het magazine van de Kamer van Volksvertegenwoordigers is doorgaans niet meteen clickbait. In het jongste nummer, dat helemaal aan de komende verkiezingen is gewijd, heeft de voorzitter van de Kamer, die 'vanwege de zogeheten sperperiode' het commentaarstuk niet mag naamtekenen, niettemin enkele gepassioneerde gedachten op papier gezet. Siegfried Bracke, want over hem gaat het, schrijft dat hij in wat volgt 'wat forser' zal spreken dan anders, ook al 'omdat een volgende aflevering van dit magazine naar alle waarschijnlijkheid zal worden geopend door een andere Kamervoorzitter'. Eind deze week houdt het parlement het voor bekeken. En dat is niets te vroeg. Bracke, die eerder al in interviews aangaf dat hij ongelofelijk genoten heeft van de job van Kamervoorzitter, klinkt strijdvaardig en een tikje melancholisch tegelijk als hij zijn instelling verdedigt als 'het kloppende hart van onze democratie'. Hij wijst erop dat geen enkel ander systeem aan de Kamer kan tippen als het gaat over democratische legitimering. Hij dreigt zelfs buiten de lijntjes van zijn officiële functie te kleuren als hij zegt dat het beter is dat verkozenen beslissingen nemen, veeleer dan 'actiegroepen', 'middenvelders' of 'burgers die door het lot zijn aangewezen'. De N-VA, de partij van Bracke, heeft zoals bekend een moeilijke relatie met het middenveld. Actiegroepen liggen ook niet in de bovenste lade, zeker niet als ze klimaatmarsen organiseren. Het is een vreemd moment om de kracht van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in de verf te zetten. Na de val van de regering eind vorig jaar flonkerde bij sommige parlementsleden de hoop dat het parlement eindelijk een paar maanden zou kunnen functioneren zoals het bedoeld was: als een daadkrachtig wetgevend orgaan, dat zelf voorstellen zou indienen om het volk te dienen dat het parlement vijf jaar geleden verkozen had. Het liep anders. In de kerstvakantie werd een lijst opgesteld van 25 maatregelen die de oranje-blauwe minderheidsregering nog graag door het parlement wilde loodsen. Een aantal daarvan heeft het gehaald. Voor 91.000 gepensioneerden werd de solidariteitsbijdrage afgeschaft. De minimale dienstverlening in gevangenissen is goedgekeurd, net als het mobiliteitsbudget. De oprichting van ziekenhuisnetwerken, waardoor de gespecialiseerde zorg in geselecteerde ziekenhuizen geconcentreerd wordt, raakte door het parlement. Er werd 1 miljard extra in het Gewestelijk Expresnet gepompt, de broodnodige uitbouw van het voorstadsnetwerk rond Brussel. En alle straffen zullen binnenkort effectief uitgevoerd worden - daar werd vorige week op de valreep in de commissie-Justitie nog een akkoord over bereikt. Maar veel belangrijkere dossiers zijn gestrand in het kloppende hart van de democratie. Het zou te ver gaan om het een infarct te noemen, maar veel van de meest besproken voorstellen en maatregelen haalden het in het zicht van de meet niet. Zo is er nog altijd geen begroting voor 2019, en die zal er voor de verkiezingen ook niet meer komen. Het energiepact, met de cruciale beslissing over het al dan niet openhouden van de kerncentrales, is dode letter gebleven. De hervorming van de pensioenen, die zo degelijk werd voorbereid in de Pensioencommissie-Vandenbroucke, is nooit meer uit het moeras van de zware beroepen geraakt. CD&V-minister Kris Peeters, die voor altijd de droevige figuur van de regering-Michel zal blijven, lanceerde vorige week nog wel zijn plan om de werkloosheidsuitkeringen degressief te maken. Dat is geen kwaad plan, omdat het de kloof tussen rijke en arme werklozen in het voordeel van die laatsten corrigeert. Maar ook dat idee heeft geen enkele kans op slagen meer: er is geen meerderheid voor. Over Arco, dat een nog veel grotere molensteen rond de nek van Peeters was, kunnen we het beter al helemaal niet hebben. De hoop dat er nog een compensatie voor de Arco-spaarders komt, is bijna volledig weggeslonken. De beursgang van Belfius, in zoverre die gewenst is, is uitgesteld. In kranten verschijnen deze dagen regeringsrapporten waarin deze of gene minister gezakt dan wel geslaagd blijkt. Dat blijft een riskante oefening, onder meer omdat de invloed van socio-economische omstandigheden en de langetermijneffecten van nieuwe maatregelen moeilijk in te schatten zijn. Feit blijft dat het parlement, dat de laatste maanden meer macht heeft gekregen, het niet beter doet. Bracke schrijft in zijn woord vooraf dat we het parlement niet mogen afdoen 'als een verzameling mensen die braaf doen of laten wat hun hoofdkwartier hen ge/verbiedt'. Hij noemt dat een karikatuur. Zou het?