"Als ie maar geen leerkracht wordt. Ze schoppen 'm misschien half dood." Dat zong Boudewijn De Groot meer dan 45 jaar geleden over een voetballer. Nu lijkt het soms wel op te gaan voor de leerkrachten en directeurs in Vlaanderen.

Zij verdienen zo stilaan een standbeeld, omdat ze elke dag het beste van zichzelf geven.

Een onophoudelijke stroom studies en alarmsignalen vanop de werkvloer tonen aan dat de problemen in ons onderwijs zich opstapelen. Gaat het niet over geweld tegen leerkrachten, dan wel over afkalvende studieresultaten, loodzware planlasten, of de vaststelling dat leerkrachten vandaag meer psycholoog, zorgverlener en brandjesblusser dan lesgever zijn.

Is het dan allemaal kommer en kwel? Neen. Ons onderwijs in Vlaanderen hoort nog altijd bij de beste van de klas, leerlingen voelen zich behoorlijk goed op school en we investeren sterk in onze schoolinfrastructuur. Maar ondanks deze positieve punten moeten we onszelf niets wijsmaken: ons onderwijs zit wel degelijk in zwaar weer.

Het zou al een begin zijn om de huidige leerkrachten en directeurs beter te behandelen. En het respect geven dat ze verdienen. Niet alleen in woorden, zoals vaak gebeurt met deze Vlaams regering, maar ook in daden. Want nu jaagt diezelfde Vlaamse regering ze vooral weg. Moegestreden gooien vele leerkrachten de handdoek in de ring. Kun je ze dat verwijten, als velen onder hen vakken moeten geven waar ze nauwelijks voor zijn opgeleid?

Kun je jonge leerkrachten - meer dan 1 op 4 in het basisonderwijs en 1 op 3 in het secundair - verwijten dat ze eieren voor hun geld kiezen, als ze jaren aan stuk een opdracht hebben die geen fulltime job is en op het einde van het schooljaar geen zekerheid hebben dat ze volgend jaar nog voor de klas staan?

Wie houdt de boel dan nog recht? Vandaag zijn dat in toenemende mate leerkrachten die na hun pensioen opnieuw voor de klas (moeten) staan, in het voorbije schooljaar waren ze al met meer dan 1.200 en leerkrachten zonder een vereist diploma. Dat is fijn voor die leerkrachten die zich blijven engageren, precies omdat ze inzitten met de toekomst van onze kinderen. Maar een structurele en toekomstgerichte oplossing in ons onderwijs is het allerminst.

Deze beparingen zullen niet leiden tot meer 'excellentie op de schoolbanken'.

Elke leerling en elke leerkracht is gebaat bij 'excellentie op de schoolbanken', iets waar minister van Onderwijs Ben Weyts graag op hamert. Maar als de komende 5 jaar het secundair onderwijs 300 miljoen euro moet inbinden, het hoger onderwijs 229 miljoen, en CLB's en pedagogische begeleidingsdiensten meer dan 50 miljoen, zie ik dat niet snel gebeuren. Integendeel zelfs, dan is minister Weyts' belofte nu al een gigantisch luchtkasteel.

Zolang leerkrachten en directeurs zich niet kunnen concentreren op datgene wat telt, namelijk de leerling, kunnen we nog oeverloos discussiëren over de achteruitgang van ons onderwijs. Het zal geen sikkepit beteren.

Deze Vlaamse regering en Ben Weyts zullen de volgende jaren ongetwijfeld blijven toeteren over de centen die ze wél besteden aan onderwijs, maar als dat de noden en zorgen allerminst wegnemen, dan kan dat maar twee dingen betekenen: ofwel is het veel te weinig (en dan is nog extra besparen helemaal de verkeerde keuze), ofwel is dat geld slecht besteed.

We kennen de cijfers al geruime tijd en we weten dus wat ons te doen staat: Tegen 2024 hebben we elk jaar 6.000 extra leerkrachten nodig. De uitdaging is immens, maar er is ook goed nieuws: op de inzet en de creativiteit van de huidige leerkrachten, directeurs, en begeleidende diensten in het onderwijs, kan deze Vlaamse regering blijven rekenen.

Want die doen wél hun job. Zelfs méér dan hun job.

"Als ie maar geen leerkracht wordt. Ze schoppen 'm misschien half dood." Dat zong Boudewijn De Groot meer dan 45 jaar geleden over een voetballer. Nu lijkt het soms wel op te gaan voor de leerkrachten en directeurs in Vlaanderen. Zij verdienen zo stilaan een standbeeld, omdat ze elke dag het beste van zichzelf geven. Een onophoudelijke stroom studies en alarmsignalen vanop de werkvloer tonen aan dat de problemen in ons onderwijs zich opstapelen. Gaat het niet over geweld tegen leerkrachten, dan wel over afkalvende studieresultaten, loodzware planlasten, of de vaststelling dat leerkrachten vandaag meer psycholoog, zorgverlener en brandjesblusser dan lesgever zijn. Is het dan allemaal kommer en kwel? Neen. Ons onderwijs in Vlaanderen hoort nog altijd bij de beste van de klas, leerlingen voelen zich behoorlijk goed op school en we investeren sterk in onze schoolinfrastructuur. Maar ondanks deze positieve punten moeten we onszelf niets wijsmaken: ons onderwijs zit wel degelijk in zwaar weer. Het zou al een begin zijn om de huidige leerkrachten en directeurs beter te behandelen. En het respect geven dat ze verdienen. Niet alleen in woorden, zoals vaak gebeurt met deze Vlaams regering, maar ook in daden. Want nu jaagt diezelfde Vlaamse regering ze vooral weg. Moegestreden gooien vele leerkrachten de handdoek in de ring. Kun je ze dat verwijten, als velen onder hen vakken moeten geven waar ze nauwelijks voor zijn opgeleid?Kun je jonge leerkrachten - meer dan 1 op 4 in het basisonderwijs en 1 op 3 in het secundair - verwijten dat ze eieren voor hun geld kiezen, als ze jaren aan stuk een opdracht hebben die geen fulltime job is en op het einde van het schooljaar geen zekerheid hebben dat ze volgend jaar nog voor de klas staan? Wie houdt de boel dan nog recht? Vandaag zijn dat in toenemende mate leerkrachten die na hun pensioen opnieuw voor de klas (moeten) staan, in het voorbije schooljaar waren ze al met meer dan 1.200 en leerkrachten zonder een vereist diploma. Dat is fijn voor die leerkrachten die zich blijven engageren, precies omdat ze inzitten met de toekomst van onze kinderen. Maar een structurele en toekomstgerichte oplossing in ons onderwijs is het allerminst. Elke leerling en elke leerkracht is gebaat bij 'excellentie op de schoolbanken', iets waar minister van Onderwijs Ben Weyts graag op hamert. Maar als de komende 5 jaar het secundair onderwijs 300 miljoen euro moet inbinden, het hoger onderwijs 229 miljoen, en CLB's en pedagogische begeleidingsdiensten meer dan 50 miljoen, zie ik dat niet snel gebeuren. Integendeel zelfs, dan is minister Weyts' belofte nu al een gigantisch luchtkasteel.Zolang leerkrachten en directeurs zich niet kunnen concentreren op datgene wat telt, namelijk de leerling, kunnen we nog oeverloos discussiëren over de achteruitgang van ons onderwijs. Het zal geen sikkepit beteren. Deze Vlaamse regering en Ben Weyts zullen de volgende jaren ongetwijfeld blijven toeteren over de centen die ze wél besteden aan onderwijs, maar als dat de noden en zorgen allerminst wegnemen, dan kan dat maar twee dingen betekenen: ofwel is het veel te weinig (en dan is nog extra besparen helemaal de verkeerde keuze), ofwel is dat geld slecht besteed. We kennen de cijfers al geruime tijd en we weten dus wat ons te doen staat: Tegen 2024 hebben we elk jaar 6.000 extra leerkrachten nodig. De uitdaging is immens, maar er is ook goed nieuws: op de inzet en de creativiteit van de huidige leerkrachten, directeurs, en begeleidende diensten in het onderwijs, kan deze Vlaamse regering blijven rekenen. Want die doen wél hun job. Zelfs méér dan hun job.