Bij de aanvallen in het dorp Mouhambel, in de provincie Idlib in het noordwesten van Syrië, kwamen zeven kinderen en drie vrouwen om. Verschillende andere burgers raakten gewond. Volgens lokale activisten werd het dorp door zeker tien helikopters met vatenbommen geviseerd. Vatenbommen worden tijdens de burgeroorlog, die al acht jaar duurt, regelmatig gebruikt door de Syrische regering. Het zijn containers vol met explosieven, brandstof, granaatscherven, glas en ander dodelijk materiaal. De ngo stelt dat de vliegtuigen en helikopters 's nachts zo'n 98 aanvallen uitvoerden in verschillende gebieden in het westen en zuiden van Idlib. Het Syrische leger lanceerde, met steun van Rusland, in april een offensief om Idlib te heroveren. De provincie is grotendeels in handen van de aan al-Qaida gelinkte groepering Hayat Tahrir al-Sham en is het laatste grote bastion van rebellen en jihadisten in Syrië. Volgens het observatorium werden sinds het begin van het offensief al 500 burgers, onder wie 145 kinderen, gedood. Meer dan 300.000 mensen zijn ontheemd. (Belga)