'Het is absoluut nodig om een opleidingscultuur te ontwikkelen, daar is iedereen het over eens', zei hij woensdag na afloop van zijn eerste werkgelegenheidsconferentie.

Minister van Werk Pierre-Yves Dermagne organiseerde dinsdag en woensdag voor het eerst een werkgelegenheidsconferentie. Sociale partners, regionale ministers en andere betrokkenen discussieerden er de afgelopen twee dagen over 'harmonieuze eindeloopbanen', allemaal met het oog op de ambitie om de werkzaamheidsgraad tegen 2030 op te krikken tot 80 procent.

'Een succes', noemde Dermagne de conferentie na afloop op een perspunt. 'Het waren zeer rijke discussies en ik heb zeer concrete voorstellen gehoord', klonk het.

Tot concrete beslissingen heeft de werkgelegenheidsconferentie nog niet geleid. 'Dat was ook niet de bedoeling', zei de PS-vicepremier. 'We gaan de komende weken samen werken op basis van de voorstellen die we hebben ontvangen.' De minister hoopt in elk geval wel nog voor eind dit jaar met een actieplan te komen. 'Deze oefening kan geen praatbarak blijven. We willen snel gaan, want een legislatuur is kort.'

Vijf dagen per jaar

De minister legt deze maand nog wel voorstellen op de regeringstafel voor de meest urgente zaken. Zo wil hij overgaan tot een individueel opleidingsrecht voor werknemers van vijf dagen per jaar, zoals ook voorzien in het regeerakkoord. Nu bestaat dat recht ook al, maar dan op bedrijfsniveau. Dat maakt dat vooral het middenkader en de kaderfuncties opleidingen volgen, en de andere werknemers, die er vaak het meeste baat bij hebben, uit de boot vallen. 'Dat is een objectieve vaststelling: zij die er het meeste nood aan hebben, hebben er het minste toegang toe. We moeten ervoor zorgen dat mensen het recht tot opleiding hebben en doorheen de hele carrière opgeleid kunnen worden.' Dat moet er dan voor zorgen dat mensen langer werken en makkelijker kunnen overschakelen naar andere sectoren.

Of dat ook betekent dat er een leerrekening wordt ingevoerd - een individueel rugzakje met budget die de werknemers doorheen hun carrière kunnen inzetten voor opleidingen - is niet meteen duidelijk. Monica De Jonghe, directeur-generaal van het Vlaams Verbond voor Ondernemingen, pleitte daar woensdag wel openlijk voor. 'Het idee om mensen vijf dagen per jaar opleiding te geven is voor ons achterhaald. De noden zijn verschillend naargelang de competenties die iemand moet verwerven. Soms zullen die veel meer dan vijf dagen per jaar nodig hebben, soms minder.' Marie-Hélène Ska van de christelijke vakbond ACV benadrukte dat daar nog meer overleg voor nodig is. 'We hebben de discussie nog niet gevoerd. Het moet niet alleen een sympathiek woord zijn, we moeten ook weten dat het werkt.'

Knelpuntenberoep

Naast het individueel opleidingsrecht wil Dermagne deze maand ook samen met de deelstaten tot oplossingen komen voor de knelpuntberoepen. Daarvoor roept hij komende vrijdag een interministeriële conferentie bijeen. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) vraagt in dat opzicht al een tijdje om asymmetrisch arbeidsmarktbeleid, zodat Vlaanderen eigen maatregelen kan uitstippelen. Dermagne herhaalde woensdag nog eens dat hij daarvoor openstaat, maar dan wel binnen het federale kader, omdat arbeidsrecht en sociale zekerheid nu eenmaal federale bevoegdheden zijn. De Jonghe trad hem daarin bij. 'De werkgevers, en zeker zij die in meerdere landsdelen actief zijn, zijn er geen voorstander van om die systemen uit elkaar te halen. Dat wordt de hel voor bedrijven.'

Tot slot werkt Dermagne samen met minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke aan manieren om langdurig zieken te herintegreren op de arbeidsmarkt. Ook dat werk zou deze maand nog tot concrete voorstellen moeten leiden.

Hoeveel extra budget nodig is voor al die maatregelen is niet duidelijk. De regering moet in de loop van de komende weken de begroting voor het komende jaar vastleggen en indienen bij de Europese Commissie. Maar 'de nodige middelen zullen worden gezocht', aldus Dermagne.

'Het is absoluut nodig om een opleidingscultuur te ontwikkelen, daar is iedereen het over eens', zei hij woensdag na afloop van zijn eerste werkgelegenheidsconferentie. Minister van Werk Pierre-Yves Dermagne organiseerde dinsdag en woensdag voor het eerst een werkgelegenheidsconferentie. Sociale partners, regionale ministers en andere betrokkenen discussieerden er de afgelopen twee dagen over 'harmonieuze eindeloopbanen', allemaal met het oog op de ambitie om de werkzaamheidsgraad tegen 2030 op te krikken tot 80 procent. 'Een succes', noemde Dermagne de conferentie na afloop op een perspunt. 'Het waren zeer rijke discussies en ik heb zeer concrete voorstellen gehoord', klonk het. Tot concrete beslissingen heeft de werkgelegenheidsconferentie nog niet geleid. 'Dat was ook niet de bedoeling', zei de PS-vicepremier. 'We gaan de komende weken samen werken op basis van de voorstellen die we hebben ontvangen.' De minister hoopt in elk geval wel nog voor eind dit jaar met een actieplan te komen. 'Deze oefening kan geen praatbarak blijven. We willen snel gaan, want een legislatuur is kort.' De minister legt deze maand nog wel voorstellen op de regeringstafel voor de meest urgente zaken. Zo wil hij overgaan tot een individueel opleidingsrecht voor werknemers van vijf dagen per jaar, zoals ook voorzien in het regeerakkoord. Nu bestaat dat recht ook al, maar dan op bedrijfsniveau. Dat maakt dat vooral het middenkader en de kaderfuncties opleidingen volgen, en de andere werknemers, die er vaak het meeste baat bij hebben, uit de boot vallen. 'Dat is een objectieve vaststelling: zij die er het meeste nood aan hebben, hebben er het minste toegang toe. We moeten ervoor zorgen dat mensen het recht tot opleiding hebben en doorheen de hele carrière opgeleid kunnen worden.' Dat moet er dan voor zorgen dat mensen langer werken en makkelijker kunnen overschakelen naar andere sectoren. Of dat ook betekent dat er een leerrekening wordt ingevoerd - een individueel rugzakje met budget die de werknemers doorheen hun carrière kunnen inzetten voor opleidingen - is niet meteen duidelijk. Monica De Jonghe, directeur-generaal van het Vlaams Verbond voor Ondernemingen, pleitte daar woensdag wel openlijk voor. 'Het idee om mensen vijf dagen per jaar opleiding te geven is voor ons achterhaald. De noden zijn verschillend naargelang de competenties die iemand moet verwerven. Soms zullen die veel meer dan vijf dagen per jaar nodig hebben, soms minder.' Marie-Hélène Ska van de christelijke vakbond ACV benadrukte dat daar nog meer overleg voor nodig is. 'We hebben de discussie nog niet gevoerd. Het moet niet alleen een sympathiek woord zijn, we moeten ook weten dat het werkt.' Naast het individueel opleidingsrecht wil Dermagne deze maand ook samen met de deelstaten tot oplossingen komen voor de knelpuntberoepen. Daarvoor roept hij komende vrijdag een interministeriële conferentie bijeen. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) vraagt in dat opzicht al een tijdje om asymmetrisch arbeidsmarktbeleid, zodat Vlaanderen eigen maatregelen kan uitstippelen. Dermagne herhaalde woensdag nog eens dat hij daarvoor openstaat, maar dan wel binnen het federale kader, omdat arbeidsrecht en sociale zekerheid nu eenmaal federale bevoegdheden zijn. De Jonghe trad hem daarin bij. 'De werkgevers, en zeker zij die in meerdere landsdelen actief zijn, zijn er geen voorstander van om die systemen uit elkaar te halen. Dat wordt de hel voor bedrijven.' Tot slot werkt Dermagne samen met minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke aan manieren om langdurig zieken te herintegreren op de arbeidsmarkt. Ook dat werk zou deze maand nog tot concrete voorstellen moeten leiden. Hoeveel extra budget nodig is voor al die maatregelen is niet duidelijk. De regering moet in de loop van de komende weken de begroting voor het komende jaar vastleggen en indienen bij de Europese Commissie. Maar 'de nodige middelen zullen worden gezocht', aldus Dermagne.