Meer dan een derde (35,5 procent) van de bevraagden is ongelovig. Daarin onderscheidt het onderzoek drie groepen: de pluralistische atheïsten (20,6 procent), de normatieve atheïsten (11,8 procent) en de nihilistisch-onverschilligen (3,1 procent). "De eerste groep staat open voor dialoog met gelovigen en religieus ingestelde mensen", zegt theoloog Didier Pollefeyt van KU Leuven. "De tweede groep, de normatieve atheïsten, bestrijden het geloof bij anderen en vinden dat religieuze symbolen uit het publieke leven verbannen moeten worden. De nihilistisch-onverschilligen ten slotte willen niet bezig zijn met zingeving of levensbeschouwing en hebben een 'je m'en fous'-attitude." Slechts 8,4 procent van de bevraagde 18- tot 25-jarigen zegt praktiserend gelovig te zijn. Van hen is 2,2 procent moslim en 6,2 procent katholiek, orthodox of protestant. 20,3 procent noemt zichzelf christelijk, maar is niet praktiserend. 28,5 procent is "algemeen-religieus", wat betekent dat ze een religieus bewustzijn hebben en een gevoel voor "iets diepers" of "iets hogers". Bij 7,2 procent van de bevraagden waren de antwoorden onvoldoende eenduidig om hen in een categorie onder te brengen. Professor Pollefeyt ziet dat vooral het relativisme, dat stelt dat iedereen een gelijkwaardige mening heeft over levensbeschouwing, bij jongvolwassenen goed scoort. "In vergelijking met jongere leerlingen en volwassenen schiet die tendens er bij hen uit", zegt hij. "Ze staan ervoor open en geven er geen externe kritiek op, maar ze identificeren zich niet met een specifieke religie." (Belga)

Meer dan een derde (35,5 procent) van de bevraagden is ongelovig. Daarin onderscheidt het onderzoek drie groepen: de pluralistische atheïsten (20,6 procent), de normatieve atheïsten (11,8 procent) en de nihilistisch-onverschilligen (3,1 procent). "De eerste groep staat open voor dialoog met gelovigen en religieus ingestelde mensen", zegt theoloog Didier Pollefeyt van KU Leuven. "De tweede groep, de normatieve atheïsten, bestrijden het geloof bij anderen en vinden dat religieuze symbolen uit het publieke leven verbannen moeten worden. De nihilistisch-onverschilligen ten slotte willen niet bezig zijn met zingeving of levensbeschouwing en hebben een 'je m'en fous'-attitude." Slechts 8,4 procent van de bevraagde 18- tot 25-jarigen zegt praktiserend gelovig te zijn. Van hen is 2,2 procent moslim en 6,2 procent katholiek, orthodox of protestant. 20,3 procent noemt zichzelf christelijk, maar is niet praktiserend. 28,5 procent is "algemeen-religieus", wat betekent dat ze een religieus bewustzijn hebben en een gevoel voor "iets diepers" of "iets hogers". Bij 7,2 procent van de bevraagden waren de antwoorden onvoldoende eenduidig om hen in een categorie onder te brengen. Professor Pollefeyt ziet dat vooral het relativisme, dat stelt dat iedereen een gelijkwaardige mening heeft over levensbeschouwing, bij jongvolwassenen goed scoort. "In vergelijking met jongere leerlingen en volwassenen schiet die tendens er bij hen uit", zegt hij. "Ze staan ervoor open en geven er geen externe kritiek op, maar ze identificeren zich niet met een specifieke religie." (Belga)