Vanthemsche werd in 2005 aangesteld tot interfederaal griepcommissaris. Aanleiding was de dreiging van een pandemie van het H5N1-virus, een influenzavirus. Hij bleef maar tot de zomer van 2006 griepcommissaris, nadat hij het griepplan had afgeleverd. In zijn team zaten onder meer Marc Van Damme, Yves Van Laethem en Marc Van Ranst, die Vanthemsche opvolgde als commissaris. Was dat plan voldoende om de huidige pandemie op te vangen? Volgens Vanthemsche had het plan houvast kunnen bieden. Een belangrijk verschil bijvoorbeeld is wel dat de epidemiologie van een influenzavirus anders is dan een coronavirus. "Maar een plan is maar een plan. Ik denk dat voor de pandemie van dit jaar geen enkel plan adequaat was. Alle plannen moesten worden bijgestuurd", aldus Vanthemsche in de COVID-Kamercommissie. Het was de bedoeling dat het plan zou worden geactualiseerd, "maar blijkbaar is dat niet blijvend gebeurd". Vanthemsche verwees naar zijn opvolgers voor vragen over de reden. "Ik vermoed dat er andere beleidsprioriteiten waren, maar de vraag is ook of de diensten voldoende bemand waren om het plan à jour te houden." Hij ziet een rol voor het Crisiscentrum om er voortaan over te waken dat noodplannen geactualiseerd worden. Vanthemsche benadrukt ook dat we voor het eerst in onze tijd geconfronteerd werden met "een full blown pandemie die als een tsunami met vertraging over de wereld rolde". Het ging om een virus waar heel weinig over bekend was. "De uitdrukking 'voortschrijdend inzicht' is nooit meer gebruikt dan tijdens deze crisis. De vele onbekenden waren in deze pandemie een groot deel van het probleem." Hij wilde dan ook geen uitspraken doen over de vraag of het beheer van de crisis goed is aangepakt. Wel refeerde hij naar een uitspraak die hij ooit deed over de dioxinecrisis, toen hij actief was als kabinetschef. "Moest iedereen die fouten heeft gemaakt en iedereen die niets heeft gedaan, aan de deur worden gezet, dan zou er niemand meer overblijven. Dat zou hier ook zo zijn. Er gebeuren altijd fouten. Het is een trial and error-parcours." Vanthemsche gelooft dat er op zes maanden tijd "uitzonderlijke inspanningen" zijn gebeurd door experten en crisisbeheerders op de verschillende niveaus. Zo werden er verschillende ad hoc-adviesfora in het leven geroepen. "De veelheid aan structuren maakte het soms moeilijk de onderlinge afstemming te stroomlijnen". Eerder werd al gewezen op de ingewikkelde institutionele organisatie die de stroomlijning parten speelde. (Belga)

Vanthemsche werd in 2005 aangesteld tot interfederaal griepcommissaris. Aanleiding was de dreiging van een pandemie van het H5N1-virus, een influenzavirus. Hij bleef maar tot de zomer van 2006 griepcommissaris, nadat hij het griepplan had afgeleverd. In zijn team zaten onder meer Marc Van Damme, Yves Van Laethem en Marc Van Ranst, die Vanthemsche opvolgde als commissaris. Was dat plan voldoende om de huidige pandemie op te vangen? Volgens Vanthemsche had het plan houvast kunnen bieden. Een belangrijk verschil bijvoorbeeld is wel dat de epidemiologie van een influenzavirus anders is dan een coronavirus. "Maar een plan is maar een plan. Ik denk dat voor de pandemie van dit jaar geen enkel plan adequaat was. Alle plannen moesten worden bijgestuurd", aldus Vanthemsche in de COVID-Kamercommissie. Het was de bedoeling dat het plan zou worden geactualiseerd, "maar blijkbaar is dat niet blijvend gebeurd". Vanthemsche verwees naar zijn opvolgers voor vragen over de reden. "Ik vermoed dat er andere beleidsprioriteiten waren, maar de vraag is ook of de diensten voldoende bemand waren om het plan à jour te houden." Hij ziet een rol voor het Crisiscentrum om er voortaan over te waken dat noodplannen geactualiseerd worden. Vanthemsche benadrukt ook dat we voor het eerst in onze tijd geconfronteerd werden met "een full blown pandemie die als een tsunami met vertraging over de wereld rolde". Het ging om een virus waar heel weinig over bekend was. "De uitdrukking 'voortschrijdend inzicht' is nooit meer gebruikt dan tijdens deze crisis. De vele onbekenden waren in deze pandemie een groot deel van het probleem." Hij wilde dan ook geen uitspraken doen over de vraag of het beheer van de crisis goed is aangepakt. Wel refeerde hij naar een uitspraak die hij ooit deed over de dioxinecrisis, toen hij actief was als kabinetschef. "Moest iedereen die fouten heeft gemaakt en iedereen die niets heeft gedaan, aan de deur worden gezet, dan zou er niemand meer overblijven. Dat zou hier ook zo zijn. Er gebeuren altijd fouten. Het is een trial and error-parcours." Vanthemsche gelooft dat er op zes maanden tijd "uitzonderlijke inspanningen" zijn gebeurd door experten en crisisbeheerders op de verschillende niveaus. Zo werden er verschillende ad hoc-adviesfora in het leven geroepen. "De veelheid aan structuren maakte het soms moeilijk de onderlinge afstemming te stroomlijnen". Eerder werd al gewezen op de ingewikkelde institutionele organisatie die de stroomlijning parten speelde. (Belga)