Mijn vorige bijdrage eindigde ik met de bedenking dat het dereguleren van het taalgebruik op de Koninklijke Militaire School geen goed idee is. Ik hoop dat de N-VA op dat idee terugkomt. Ik wou dit jaar graag stilstaan bij honderd jaar Eerste Wereldoorlog. De ideeën van defensieminister Steven Vandeput geven mij ironisch genoeg een prima voorzet.

Democratie en autonomie hebben dezelfde moeder: Europa

Honderd jaar geleden zochten Vlaamse soldaten elkaar op in het slijk van het IJzerfront om een resem politieke eisen op papier te zetten. De druk die de Grote Oorlog zette op het cultuur- en taalflamingantisme maakte er een politieke stroming van, met politieke partijen en een meanderende zoektocht naar een ideologische bedding voor een Vlaams autonomieverhaal. Met de vernederlandsing van de Gentse universiteit hielpen de Duitse bezetters het nationale emancipatieproject in een kwaad daglicht te zetten. Zelfs indien de oorlog na de grote offensieven van 1917 en 1918 was geëindigd op een patstelling en een vergelijk tussen de strijdende mogendheden, dan had Duitsland evengoed de Belgische neutraliteit moeten herstellen. Een deel van de Vlaamse Beweging was in dat geval nog altijd als 'onvaderlands' weggezet. En de 'Vlaamse hogeschool' te Gent opnieuw verfranst, wat meteen na de oorlog ook gebeurde.

Geen zelfbeschikking zonder democratie

Het duurde tot 1930 vooraleer België de eerste universiteit telde waar je in het Nederlands terechtkon. Dat werd opnieuw, en nu hopelijk voorgoed, Gent. Misschien toch een historisch besef dat onze minister van Defensie in zijn afwegingen kan meenemen. In heel wat opzichten is de rest van de twintigste eeuw, na afloop van die eerste wereldbrand, de gestage realisatie van ideeën van Vlaamse soldaten in de loopgraven van de Westhoek: ideeën over onderwijs in de volkstaal, maar ook: economische emancipatie, sociale gelijkberichtiging, zelfbestuur. Op die manier naar de afgelopen eeuw kijken is uiteraard een forse vereenvoudiging van het perspectief. Niettemin beschikte de Vlaamse Beweging in een vroeg stadium ook al over Europese zieners, denk maar aan August Vermeylen.

Wat er broeide in Vlaanderen, speelde ook in andere regio's van Europa met een sterke identiteit. VS-president Woodrow Wilson had het er in zijn Veertien Punten uitdrukkelijk over.

Later deze zomer wil ik nog ingaan op het Catalaanse referendum dat gepland staat voor 1 oktober en moet leiden tot een republiek in goed nabuurschap met rest-Spanje. De ontbinding van de grote natiestaten is nochtans al gestart in 1914. Hun wereldrijken zouden nadien in verval raken en de geleidelijke democratisering van hun samenlevingen stelde het kunstmatig verhaal in vraag waarop het staatsgezag lange tijd was gebaseerd, van het Britse 'Empire' over 'la gloire' van het jacobijnse Frankrijk tot de liberale Belgische grondwet van 1831, waaraan het rurale Vlaanderen meer dan een eeuw lang werd uitgeleverd.

Het democratische en Europese perspectief dat de wereldbrand opende voor nationale bewegingen krijgt honderd jaar later zijn beslag. Sinds ettelijke jaren nu stellen burgers, bestuurders en politici de weg naar eenmaking die de EU is ingeslagen in vraag. Steevast krijgen zij van andere (EU-gezinde) burgers, bestuurders en politici te horen dat het EU-project een waarborg wil zijn voor welvaart en vrede op ons continent. Met het einde van de Koude Oorlog is daar in Europa eindelijk ruimte voor gekomen, zo wordt gesteld. Wel, dat er een noodzakelijk verband zou zijn tussen voorspoed en schaalvergroting kan ik niet zomaar voetstoots aannemen. Ik schreef in mijn bijdrage over autonomie van laag tot hoog (en niet omgekeerd) dat volgens mij eerlijke Europese besluitvorming niet kan zonder een goed gezag voor Vlaanderen. Dat gezag is een volledig gezag: de Vlamingen moeten kunnen beslissen van wie ze onafhankelijk willen blijven en met wie ze meer of minder in zee willen gaan. Je kan inderdaad nooit helemaal 'onafhankelijk' zijn en dat is ook helemaal niet wenselijk.

Geen democratie zonder zelfbeschikking

Je kan de democratie niet democratisch afschaffen, hoor je soms. Anders gezegd: de democratische spelregels gelden niet voor de zelfverklaarde vijanden van de democratie. Hetzelfde geldt voor gemeenschappen die een deel van de gedeelde culturele identiteit van Europa belichamen, zoals de Vlamingen of de Schotten. Je kan wel degelijk je eigen identiteit deels wegcijferen op EU-vlak. Daar kunnen goede redenen voor zijn: economische of sociale. Maar je mag nooit het recht verbeuren de beleving van die identiteit opnieuw op te eisen en als motor van politieke verandering in te zetten. Die identiteit is je taal, je culturele geplogenheden, maar ook de overheersende sociale en economische keuzes die in je gemeenschap doorgaans worden gemaakt. En die je, zoals gesteld, in het kader van internationale samenwerking voor een tijdje 'tussen haakjes' kan plaatsen. Als je dat 'tussen haakjes' zetten niet geregeld evalueert, dan raak je evengoed aan de kern van het Europese project als wanneer de democratie niet langer onvoorwaardelijk zou opgaan voor alle Europeanen. Als democratie tot de kern van ons Europees-zijn behoort, dan behoren culturele en taalkundige identiteit - en dus diversiteit - daar op dezelfde manier toe. Dit sluit nationale regelingen voor de beleving van die identiteit overigens niet uit. In België is het gebruik van talen vrij. Maar er zijn ook verschillende taalwetgevingen, perfect in overeenstemming met de grondwet. In een Vlaamse republiek zou dat niet anders zijn. Alleen zou de taalwetgeving beter worden toegepast dan in het door taalbelangen verscheurde België.

Dat er een noodzakelijk verband zou zijn tussen voorspoed en schaalvergroting kan ik niet zomaar voetstoots aannemen.

Ik leg dus een verband tussen honderd jaar herdenking van de Eerste Wereldoorlog en democratie, die zelfbeschikking tot een belangrijk principe maakt. Zelfbeschikking is dan het recht om als geïnformeerd en mondig persoon een keuze te maken uit verschillende politieke alternatieven. Maar democratie speelt zich niet af in een vacuüm. Het is geen strikt individuele oefening. Mensen komen samen om democratie te beoefenen. Ze doen dat in parlementen, politieke partijen, op sociale media en in de zondagse rij aan de warme bakker. Die democratische oefening zoekt als vanzelf een culturele bedding, waarop zoveel mogelijk mensen worden uitgenodigd. België is een optelsom van twee democratieën. Net daarom schort er iets aan het democratisch karakter van de Belgische structuur zelf. Zelfbeschikking is jezelf informeren en je vrij kunnen uitdrukken over kwesties die je aangaan. Maar zelfbeschikking is ook iets dat een collectieve uitdrukking kan krijgen. Als democratie wordt gestoeld op een aanvoelen van samenhorigheid die als duurzaam geldt, dan is die democratie ook een model dat te vuur en te zwaard verdedigd zal worden. Dan is ze een deel van je nationale en Europese identiteit. Net daarom is de geleide democratie die de EU de afgelopen jaren leek te willen installeren zo'n vreemd idee. Het is weinig respectvol voor de culturele diversiteit van Europa, voor de autonomiewil die in vele regio's leeft en voor de democratie zelf. De Eerste Wereldoorlog ging op zich niet over democratie, dat is juist. Maar ze leerde frontsoldaten en het thuisfront zichzelf te organiseren om te overleven. Dat heeft de democratie verdiept, omdat zelfbeschikking van abstract principe tot concreet handvat vervelde voor politieke verandering. Democratie en autonomie hebben dezelfde moeder: Europa.

Mijn vorige bijdrage eindigde ik met de bedenking dat het dereguleren van het taalgebruik op de Koninklijke Militaire School geen goed idee is. Ik hoop dat de N-VA op dat idee terugkomt. Ik wou dit jaar graag stilstaan bij honderd jaar Eerste Wereldoorlog. De ideeën van defensieminister Steven Vandeput geven mij ironisch genoeg een prima voorzet. Honderd jaar geleden zochten Vlaamse soldaten elkaar op in het slijk van het IJzerfront om een resem politieke eisen op papier te zetten. De druk die de Grote Oorlog zette op het cultuur- en taalflamingantisme maakte er een politieke stroming van, met politieke partijen en een meanderende zoektocht naar een ideologische bedding voor een Vlaams autonomieverhaal. Met de vernederlandsing van de Gentse universiteit hielpen de Duitse bezetters het nationale emancipatieproject in een kwaad daglicht te zetten. Zelfs indien de oorlog na de grote offensieven van 1917 en 1918 was geëindigd op een patstelling en een vergelijk tussen de strijdende mogendheden, dan had Duitsland evengoed de Belgische neutraliteit moeten herstellen. Een deel van de Vlaamse Beweging was in dat geval nog altijd als 'onvaderlands' weggezet. En de 'Vlaamse hogeschool' te Gent opnieuw verfranst, wat meteen na de oorlog ook gebeurde.Het duurde tot 1930 vooraleer België de eerste universiteit telde waar je in het Nederlands terechtkon. Dat werd opnieuw, en nu hopelijk voorgoed, Gent. Misschien toch een historisch besef dat onze minister van Defensie in zijn afwegingen kan meenemen. In heel wat opzichten is de rest van de twintigste eeuw, na afloop van die eerste wereldbrand, de gestage realisatie van ideeën van Vlaamse soldaten in de loopgraven van de Westhoek: ideeën over onderwijs in de volkstaal, maar ook: economische emancipatie, sociale gelijkberichtiging, zelfbestuur. Op die manier naar de afgelopen eeuw kijken is uiteraard een forse vereenvoudiging van het perspectief. Niettemin beschikte de Vlaamse Beweging in een vroeg stadium ook al over Europese zieners, denk maar aan August Vermeylen. Wat er broeide in Vlaanderen, speelde ook in andere regio's van Europa met een sterke identiteit. VS-president Woodrow Wilson had het er in zijn Veertien Punten uitdrukkelijk over. Later deze zomer wil ik nog ingaan op het Catalaanse referendum dat gepland staat voor 1 oktober en moet leiden tot een republiek in goed nabuurschap met rest-Spanje. De ontbinding van de grote natiestaten is nochtans al gestart in 1914. Hun wereldrijken zouden nadien in verval raken en de geleidelijke democratisering van hun samenlevingen stelde het kunstmatig verhaal in vraag waarop het staatsgezag lange tijd was gebaseerd, van het Britse 'Empire' over 'la gloire' van het jacobijnse Frankrijk tot de liberale Belgische grondwet van 1831, waaraan het rurale Vlaanderen meer dan een eeuw lang werd uitgeleverd.Het democratische en Europese perspectief dat de wereldbrand opende voor nationale bewegingen krijgt honderd jaar later zijn beslag. Sinds ettelijke jaren nu stellen burgers, bestuurders en politici de weg naar eenmaking die de EU is ingeslagen in vraag. Steevast krijgen zij van andere (EU-gezinde) burgers, bestuurders en politici te horen dat het EU-project een waarborg wil zijn voor welvaart en vrede op ons continent. Met het einde van de Koude Oorlog is daar in Europa eindelijk ruimte voor gekomen, zo wordt gesteld. Wel, dat er een noodzakelijk verband zou zijn tussen voorspoed en schaalvergroting kan ik niet zomaar voetstoots aannemen. Ik schreef in mijn bijdrage over autonomie van laag tot hoog (en niet omgekeerd) dat volgens mij eerlijke Europese besluitvorming niet kan zonder een goed gezag voor Vlaanderen. Dat gezag is een volledig gezag: de Vlamingen moeten kunnen beslissen van wie ze onafhankelijk willen blijven en met wie ze meer of minder in zee willen gaan. Je kan inderdaad nooit helemaal 'onafhankelijk' zijn en dat is ook helemaal niet wenselijk.Je kan de democratie niet democratisch afschaffen, hoor je soms. Anders gezegd: de democratische spelregels gelden niet voor de zelfverklaarde vijanden van de democratie. Hetzelfde geldt voor gemeenschappen die een deel van de gedeelde culturele identiteit van Europa belichamen, zoals de Vlamingen of de Schotten. Je kan wel degelijk je eigen identiteit deels wegcijferen op EU-vlak. Daar kunnen goede redenen voor zijn: economische of sociale. Maar je mag nooit het recht verbeuren de beleving van die identiteit opnieuw op te eisen en als motor van politieke verandering in te zetten. Die identiteit is je taal, je culturele geplogenheden, maar ook de overheersende sociale en economische keuzes die in je gemeenschap doorgaans worden gemaakt. En die je, zoals gesteld, in het kader van internationale samenwerking voor een tijdje 'tussen haakjes' kan plaatsen. Als je dat 'tussen haakjes' zetten niet geregeld evalueert, dan raak je evengoed aan de kern van het Europese project als wanneer de democratie niet langer onvoorwaardelijk zou opgaan voor alle Europeanen. Als democratie tot de kern van ons Europees-zijn behoort, dan behoren culturele en taalkundige identiteit - en dus diversiteit - daar op dezelfde manier toe. Dit sluit nationale regelingen voor de beleving van die identiteit overigens niet uit. In België is het gebruik van talen vrij. Maar er zijn ook verschillende taalwetgevingen, perfect in overeenstemming met de grondwet. In een Vlaamse republiek zou dat niet anders zijn. Alleen zou de taalwetgeving beter worden toegepast dan in het door taalbelangen verscheurde België.Ik leg dus een verband tussen honderd jaar herdenking van de Eerste Wereldoorlog en democratie, die zelfbeschikking tot een belangrijk principe maakt. Zelfbeschikking is dan het recht om als geïnformeerd en mondig persoon een keuze te maken uit verschillende politieke alternatieven. Maar democratie speelt zich niet af in een vacuüm. Het is geen strikt individuele oefening. Mensen komen samen om democratie te beoefenen. Ze doen dat in parlementen, politieke partijen, op sociale media en in de zondagse rij aan de warme bakker. Die democratische oefening zoekt als vanzelf een culturele bedding, waarop zoveel mogelijk mensen worden uitgenodigd. België is een optelsom van twee democratieën. Net daarom schort er iets aan het democratisch karakter van de Belgische structuur zelf. Zelfbeschikking is jezelf informeren en je vrij kunnen uitdrukken over kwesties die je aangaan. Maar zelfbeschikking is ook iets dat een collectieve uitdrukking kan krijgen. Als democratie wordt gestoeld op een aanvoelen van samenhorigheid die als duurzaam geldt, dan is die democratie ook een model dat te vuur en te zwaard verdedigd zal worden. Dan is ze een deel van je nationale en Europese identiteit. Net daarom is de geleide democratie die de EU de afgelopen jaren leek te willen installeren zo'n vreemd idee. Het is weinig respectvol voor de culturele diversiteit van Europa, voor de autonomiewil die in vele regio's leeft en voor de democratie zelf. De Eerste Wereldoorlog ging op zich niet over democratie, dat is juist. Maar ze leerde frontsoldaten en het thuisfront zichzelf te organiseren om te overleven. Dat heeft de democratie verdiept, omdat zelfbeschikking van abstract principe tot concreet handvat vervelde voor politieke verandering. Democratie en autonomie hebben dezelfde moeder: Europa.