Het botert al langer niet zo goed tussen minister Demir en de stookoliesector. Vorige maand zei de N-VA-minister nog dat ze "gechanteerd" werd door de sector. Zo zou de sector weigeren om het beloofde stookoliefonds op te richten zolang de regering doorzet met het plan om de plaatsing van stookolieketels bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties te verbieden. Momenteel hebben nog altijd naar schatting 730.000 gezinnen in Vlaanderen een stookolietank. Bij ongeveer 10.000 tanks is er sprake van bodemverontreiniging door een lek. Omdat die schade vaak niet (of niet helemaal) gedekt wordt door de verzekering, kan dat leiden tot financiële drama's voor de betrokken gezinnen. Daarom werd in 2019 een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de verschillende gewesten, de federale staat en de sector, waarbij vzw Promaz werd opgericht door de oliesectorfederaties Informazout, de Belgische Petroleum Federatie en Brafco. Maar volgens minister Demir heeft de sector sindsdien onvoldoende stappen gezet om ervoor te zorgen dat het fonds gezinnen kan vergoeden. De werking van het fonds blijft uit. "Intussen blijven ongeveer 10.000 gezinnen in de kou staan en draaien ze zelf op voor de opkuis van de bodemverontreiniging, wat varieert van gemiddeld 47.000 euro tot uitschieters boven 100.000 euro", zegt Demir. De minister heeft in overleg met de OVAM en enkele juristen onderzocht welke hefbomen er zijn om ervoor te zorgen dat de sector hun verantwoordelijkheid wél opneemt. Demir stuurt daarom vandaag deurwaarders, gewapend met een ingebrekestelling naar de oliesectorfederaties Informazout, de Belgische Petroleum Federatie en Brafco. Ook de drie betrokken zaakvoerders worden persoonlijk in gebreke gesteld. Demir eist dat ze de sector de werking van het Promaz-fonds in orde brengt tegen uiterlijk 31 mei van dit jaar. Doen ze dat niet, dan heeft Demir naar eigen zeggen een plan B klaar om het geld op een alternatieve manier te proberen vorderen van diezelfde sector. (Belga)

Het botert al langer niet zo goed tussen minister Demir en de stookoliesector. Vorige maand zei de N-VA-minister nog dat ze "gechanteerd" werd door de sector. Zo zou de sector weigeren om het beloofde stookoliefonds op te richten zolang de regering doorzet met het plan om de plaatsing van stookolieketels bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties te verbieden. Momenteel hebben nog altijd naar schatting 730.000 gezinnen in Vlaanderen een stookolietank. Bij ongeveer 10.000 tanks is er sprake van bodemverontreiniging door een lek. Omdat die schade vaak niet (of niet helemaal) gedekt wordt door de verzekering, kan dat leiden tot financiële drama's voor de betrokken gezinnen. Daarom werd in 2019 een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de verschillende gewesten, de federale staat en de sector, waarbij vzw Promaz werd opgericht door de oliesectorfederaties Informazout, de Belgische Petroleum Federatie en Brafco. Maar volgens minister Demir heeft de sector sindsdien onvoldoende stappen gezet om ervoor te zorgen dat het fonds gezinnen kan vergoeden. De werking van het fonds blijft uit. "Intussen blijven ongeveer 10.000 gezinnen in de kou staan en draaien ze zelf op voor de opkuis van de bodemverontreiniging, wat varieert van gemiddeld 47.000 euro tot uitschieters boven 100.000 euro", zegt Demir. De minister heeft in overleg met de OVAM en enkele juristen onderzocht welke hefbomen er zijn om ervoor te zorgen dat de sector hun verantwoordelijkheid wél opneemt. Demir stuurt daarom vandaag deurwaarders, gewapend met een ingebrekestelling naar de oliesectorfederaties Informazout, de Belgische Petroleum Federatie en Brafco. Ook de drie betrokken zaakvoerders worden persoonlijk in gebreke gesteld. Demir eist dat ze de sector de werking van het Promaz-fonds in orde brengt tegen uiterlijk 31 mei van dit jaar. Doen ze dat niet, dan heeft Demir naar eigen zeggen een plan B klaar om het geld op een alternatieve manier te proberen vorderen van diezelfde sector. (Belga)