De belangrijkste verandering op de arbeidsmarkt post corona is volgens econoom Stijn Baert (UGent) niet de definitieve doorbraak van het thuiswerken, wel de veranderende verhoudingen tussen werknemer en werkgever. 'De baas kan opnieuw meer voorwaarden stellen.'
...

De belangrijkste verandering op de arbeidsmarkt post corona is volgens econoom Stijn Baert (UGent) niet de definitieve doorbraak van het thuiswerken, wel de veranderende verhoudingen tussen werknemer en werkgever. 'De baas kan opnieuw meer voorwaarden stellen.' Vóór de corona-uitbraak stond de vacaturemarkt roodgloeiend: veel vacatures en weinig kandidaten. Dat zal straks anders zijn: minder vacatures én veel meer kandidaten. 'Dat heeft tot gevolg dat de werkgever sterker staat bij de aanwervingsonderhandelingen. Hij zal meer voorwaarden en bijkomende eisen kunnen stellen aan sollicitanten.' Baert denkt dat thuiswerk minstens voor een deel behouden zal blijven. Zijn vakgroep aan de UGent hield half maart een enquête bij een representatieve groep van bijna 4000 werknemers over de veranderende werkomstandigheden als gevolg van corona. 'Daaruit bleek dat heel wat thuiswerkers het best aangenaam vinden dat ze zich niet elke dag door de file hoeven te worstelen. Een grote meerderheid gaf aan productiever, efficiënter en meer geconcentreerd te kunnen werken. Ook de kans op een burn-out is volgens velen veel kleiner bij telewerk. Negatieve aspecten zijn: sociale isolatie, minder kans op promoties en mogelijk een lager loon. Vrouwen en hoger opgeleiden geloven meer in thuiswerk, en het is vooral populair bij werknemers in de publieke sector, in de aankoop, administratie, communicatie, IT-diensten, personeelsdiensten en marketing. Een overgrote meerderheid denkt dat er ook in de toekomst veel meer aan telewerk (85%) en digitaal vergaderen (81%) zal worden gedaan. Tegelijkertijd zijn er grenzen aan thuiswerk. Op de vraag 'welk percentage van uw werk thuis kan worden uitgevoerd', antwoordt slechts een op de tien werknemers dat dit kan voor het totale werkpakket. 9 procent denkt dat de helft van het werk thuis kan gebeuren, en 30 procent zegt dat telewerk onmogelijk is. Jan Denys, directeur communicatie van uitzendbedrijf Randstad, leert uit een onderzoek van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven dat 60 procent van de jobs nog altijd niet geschikt is voor thuiswerk omdat ze tijd en-/of plaatsgebonden zijn. 'De winst voor telewerk zit dus in dat overblijvende deel van 40 procent. Het gaat om mensen die in precoronatijden af en toe een dag thuis werkten. De helft van die groep is echter niet echt geïnteresseerd om dat structureel te doen, onder meer omdat ze niet genoeg zelfdiscipline hebben of bang zijn voor de eenzaamheid. Daarnaast is er een groep van 12 procent werknemers die zegt dat ze hun job wél thuis zouden kunnen en willen doen, maar dat ze het niet mogen van hun baas. Dat gaat om bijna een half miljoen werknemers. Dáár zit de grootste winst voor thuiswerk in de toekomst.' Denys denkt dat vooral werkgevers straks zullen aandringen op meer telewerk. 'Het maakt besparingen mogelijk, bijvoorbeeld doordat er minder kantoorruimte nodig is, en ook de verplaatsingsonkosten dalen.' Hij raadt hen aan om zich toch maar niet rijk te rekenen. 'Vakbonden lopen niet warm voor thuiswerk, want zo verliezen ze vat op hun leden. Organiseer maar eens een vakbondsactie als iedereen thuis zit. Bovendien zullen ze eisen dat een deel van de winst door telewerk terug moet vloeien naar de werknemers.' Jan Denys ziet nog een andere wijziging in het bedrijfsleven na corona: 'Zeker hippe start-ups deden meewarig over de wendbaarheid van oude en grotere bedrijfsorganisaties, zeg maar de economische fossielen. Maar ik stel vast dat net die bedrijven zich enorm snel hebben aangepast. Zij en hun werknemers bleken veel wendbaarder dan gedacht. Kijk ook hoe in de medische sector chirurgen zich in enkele dagen omschoolden tot longspecialisten. Dat is fenomenaal. Die flexibiliteit zal straks blijken in andere sectoren.' Hij verwijst daarvoor naar het succes van de online omscholingscursussen van de VDAB. 'Werknemers zijn zich tijdens de lockdown op grote schaal aan het heruitvinden. Dat bewijst dat, als de nood hoog is, mensen veel flexibeler zijn dan gedacht.' Jorg Snoeck, verkoopspecialist achter RetailDetail en auteur van het boek The Future of Shopping, ziet nog een ander effect. 'Meer dan ooit wordt duidelijk hoe kwetsbaar mensen zijn. Hoewel werkgevers en burgers nu lippendienst bewijzen aan de "helden" van de crisis, die zich elke dag inzetten in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden, zal na de crisis een andere realiteit naar boven komen: menselijke arbeidskrachten vallen uit, ze zijn duur en... op termijn vervangbaar. Robots en machines, daarentegen, kunnen niet ziek worden. Die hoeven geen mondmaskers en eisen geen compensatiepremies.'