Herman Matthijs (UGent, VUB)
Herman Matthijs (UGent, VUB)
Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën
Opinie

17/03/19 om 17:08 - Bijgewerkt om 17:08

'De volgende federale regering zal nog veel geld moeten zoeken voor militaire uitgaven'

Hoogleraar Herman Matthijs buigt zich, naar aanleiding van de aankoop van twaalf (zes voor België, zes voor Nederland) nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen ter waarde van twee miljard euro door ons land, over onze militaire uitgaven: 'De volgende Minister van Defensie weet wat doen.'

'De volgende federale regering zal nog veel geld moeten zoeken voor militaire uitgaven'

België kocht nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen aan. © Belga

Afgelopen week heeft secretaris-generaal Jens Stoltenberg het jaarverslag voor 2018 van de NAVO voorgesteld. Dit verslag bevat de cijfers van de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten. Al jaren staat België onderaan de lijst, maar nog deze week nam de federale regering een beslissing over het slot van de militaire aankoop van de eeuw: de aanschaf van twaalf nieuwe mijnenvegers.

Delen

De volgende federale regering zal nog veel geld moeten zoeken voor militaire uitgaven.

Ik ga graag in op de gevolgen van deze twee gebeurtenissen voor België. Het gaat over budgettaire maar ook politieke gevolgen. Zo stelt zich bijvoorbeeld de vraag waar dit land staat ten aanzien van de afgesproken NAVO-normen en wat de gevolgen zullen zijn van de militaire aankopen voor de toekomst.

België en de NAVO-doelstellingen

De NAVO-lidstaten kwamen op 4 september 2014 te Newport (Wales) overeen om 2 procent van het bbp (bruto binnenlands product) aan militaire uitgaven te besteden tegen 2024. Ook werd er overeengekomen dat minstens één vijfde van het defensiebudget naar investeringen moet gaan. Tijdens de NAVO-top te Brussel, op 11 en 12 juli 2018, werden deze afspraken bevestigd. Ook de Belgische regering moet zich aan deze regels houden, maar hoe gaan we dat bereiken? Daarover bestaat geen echt politiek plan in dit land.

Ons land is nog ver verwijderd van de afgesproken NAVO-doelstellingen. Op de NAVO-lijst van de militaire uitgaven 2018, die vorige week werd bekendgemaakt, staat België op een gedeelde voorlaatste plaats met Spanje, met 0,93 procent van het bbp aan militaire uitgaven. Alleen Luxemburg doet nog het nog slechter met 0,54 procent. Het enige positieve nieuws is dat de Belgische uitgaven met 0,02 procentpunt zijn gestegen tegenover het jaar 2017.

De militaire uitgaven bevatten ook de pensioenen voor de militairen, waardoor we 4,2 miljard euro meer uitgaven dan de cijfers in de Belgische algemene uitgavenbegroting aantonen. Die vaststelling geldt voor alle lidstaten. Maar in diverse landen worden de uitgaven voor de militaire politionele diensten ook meegeteld (bijvoorbeeld de Gendarmerie in Frankrijk, de Nederlandse Marechaussee, de Spaanse Guardia Civil en de Italiaanse Carabinieri). Indien België de Rijkswacht, met zijn militair statuut en 15.000 mensen sterk, had behouden, dan zouden onze militaire uitgaven boven de 1 procent van het bbp stijgen. Dat is al wat meer dan 0,93 procent, maar nog altijd ruim onvoldoende.

Het NAVO-jaarverslag gaat ook in op de tweede afspraak die in Wales werd gemaakt, namelijk dat we minimaal 20 procent van het defensiebudget moeten uitgeven aan investeringen. Met 9,8 procent liggen we ook hier ver onder het objectief. Alleen Slovenië, Montenegro en Kroatië doen het nog slechter dan België. Dit percentage zal natuurlijk de volgende jaren wel stijgen, als de gedane militaire bestellingen moeten betaald worden.

Bovendien zijn we ook onderworpen aan de 'European Defence Agency'-norm. Deze EDA-norm stelt dat 2 procent van de defensiebegroting moet geïnvesteerd worden in 'O&T' (onderzoek en technologie), waarvan op zijn minst één vijfde in Europese samenwerkingsprogramma's. Hier halen we iets meer dan 4 miljoen euro, terwijl dat op basis van de cijfers 2018 84 miljoen zou moeten zijn. Met andere woorden, België haalt op dit moment geen enkele van de drie normen: noch de twee NAVO-doelstellingen (2 procent van het bbp aan militaire uitgaven te besteden en minstens één vijfde van het defensiebudget naar investeringen), noch de EDA-norm (2 procent van de defensiebegroting moet geïnvesteerd worden in onderzoek en technologie).

De militaire aankopen in 2018 (voertuigen voor de landmacht, de 34 gevechtsvliegtuigen van het type F-35A en de 8 schepen), op basis van de militaire investeringswet 2017 met 9,3 miljard euro aan vastleggingskredieten, hebben nog geen effect in de NAVO-cijfers die werden bekendgemaakt. Deze aankopen zullen pas de volgende jaren worden betaald, de defensiebegroting moet dan ook zeker meer geld krijgen. Maar ook het betalen van deze aankopen zal niet volstaan om de 'eerste NAVO-norm' van 2 procent bbp voor militaire uitgaven te halen. Nu staat het nationale bbp op 450 miljard euro (raming Nationale Bank, 2018). Als we de norm van 2 procent willen nakomen, zou dat betekenen dat we vandaag 9 miljard euro aan defensie moeten besteden. Dat is meer dan een verdubbeling van het huidige bedrag. De betalingen voor de aankopen zullen er wel voor zorgen dat het de volgende jaren haalbaar zal zijn om minstens één vijfde van het defensiebudget aan investeringen uit te geven (de 'tweede NAVO-norm') en dat ook we ook de EDA-norm kunnen halen, die bepaalt dat we 2 procent van de defensiebegroting moeten investeren in onderzoek en technologie.

Mijnenvegers

Bijna gelijktijdig met de presentie van het NAVO-jaarverslag, besliste de federale regering vorige week, op 15 maart, om nieuwe mijnenvegers te bestellen bij de Franse 'Naval group' en 'ECA'. Ook bij deze beslissing zijn enkele bedenkingen te maken.

Opmerkelijk is dat deze beslissing over de aanschaf van de mijnenvegers plaatsvindt in een periode van lopende zaken. Nog opvallend is dat Frankrijk niet wilde meedoen met het Belgisch-Nederlands project om gezamenlijk mijnenvegers te bouwen, maar nu wel de opdracht krijgt om de Benelux-mijnenvegers te bouwen. De Franstalige media heeft het de laatste dagen veelvuldig gehad over een 'zachte druk' vanuit het Parijse presidentieel paleis. Iedereen weet dat onder andere eerste minister alsook MR-voorzitter Charles Michel en Minister President Mark Rutte interesse hebben in een Europese job. Over enige maanden komen de posities vrij van alle leden van de Europese Commissie, de permanente Raadsvoorzitter en de voorzitter van de Europese Centrale Bank. De steun van het echtpaar Macron kan dan belangrijk zijn. Zodoende zijn Europese politieke loopbaan aspiraties verzeild geraakt in dit militair aankoop dossier.

De mijnenvegers (6 voor België en 6 voor Nederland) zouden een expertisecentrum van drones en het onderhoud van de schepen naar Zeebrugge brengen. De fregatten (2 Belgische en 2 Nederlandse) zijn een aankoopdossier van onze noorderburen. Het gevolg van deze Franse bouw is wel dat de vraag zich opdringt: zal België nog enige kennis overhouden over de bouw van dergelijke schepen?

Ook opvallend is de verdeling van de economische compensaties. Bij deze schepen gaan die voor 50 procent naar Vlaanderen, 35 procent naar Wallonië en 15 procent naar Brussel. Daarmee wijkt men af van de verdeelsleutel bij de aankoop van de F-35A, waar Vlaanderen 50,4 procent krijgt, Brussel 19,1 procent en Wallonië 30,5 procent. Gezien het aandeel van Vlaanderen in het bevolkingscijfer (57,6 procent) en de Vlaamse fiscale capaciteit (63,8 procent) is dit aandeel binnen de compensaties aan de lage kant.

Delen

Het Europese continent laten verdedigen door de Europeanen is niet mogelijk zonder de Britten.

Conclusie

De militaire aankopen in 2018, zoals de voertuigen voor de landmacht, de F-35A-gevechtsvliegtuigen en de schepen, zullen ervoor zorgen dat we de volgende jaren - als we de rekeningen daarvoor beginnen te betalen - aan een aantal NAVO-normen zullen kunnen beantwoorden. Maar ze zullen er niet voor zorgen dat we tegen 2024 2 procent van ons bbp aan militaire uitgaven zullen besteden. Om die norm te halen, zal de volgende federale regering nog veel geld moeten zoeken. Op zijn minst zal België tegen 2024 de NAVO-mediaan moeten halen en die ligt nu op 1,39 procent van het bbp. De volgende minister van Defensie weet wat doen.

En als men het NAVO-jaarverslag leest, valt er nog iets heel anders op: in het jaar 2018 besteedde het Verenigd Koninkrijk 53,3 miljard euro aan defensie. Dat is een pak meer dan de Europese nummer twee, Frankrijk, met 42,7 miljard euro. Het Europese continent laten verdedigen door de Europeanen is niet mogelijk zonder de Britten. Bovendien zien veel lidstaten een Europees defensiesysteem onder Duitse leiding niet zitten. Zou dat ook een reden kunnen zijn waarom de overige lidstaten geen einde willen maken aan het Britse lidmaatschap van de Europese Unie?