Er is al veel gezegd en geschreven over de Vlaamse canon. Een onafhankelijke groep van negen experten werkt aan de lijst van ankerpunten uit de Vlaamse geschiedenis die het Vlaams identiteitsbesef bij de jeugd en nieuwkomers moet aanwakkeren.

Als student pedagogische wetenschappen zal ik in een werkveld terechtkomen waar de canon gebruikt zal worden. Ik wil vanuit die positie dan ook graag mee nadenken over een canon die echt kan werken en bijdraagt aan de samenleving. Vanuit pedagogisch oogpunt wil ik een diversiteitsperspectief toevoegen aan het canondebat.

Sta me allereerst toe om meteen een hiaat in het opzet van de canon bloot te leggen: historici zijn het er nagenoeg unaniem over eens dat een op geschiedkundige argumenten gebaseerde identiteit iets is dat onmogelijk te reconstrueren valt. Geschiedenis is in zijn kern iets dat we niet collectief kunnen vastleggen en vastpinnen. Geschiedenis dient bestudeerd te worden, niet gereduceerd tot een lijstje dat moet dienen als instrument in inburgeringscursussen en het onderwijs om een collectief verwantschap in het leven te roepen. Net zoals Julius Caesar het niet over de huidige 'Belg' had toen hij zich uitsprak over wie de dappersten waren, was de Guldensporenslag ook geen 'Vlaamse' overwinning. De selectie is kunstmatig en strookt niet met wat historici beschouwen als de wetenschappelijke studie van de geschiedenis.

Het lijkt erop dat de canon een politiek instrument wordt dat vooral een Vlaams-nationalistisch gevoel wil aanwakkeren, een gevoel dat zijn plaats niet kent in het onderwijs. De canon wil beroep doen op een gemeenschappelijke achtergrond en hierdoor inclusief werken, zo zegt onder andere Mia Doornaert (Terzake, 13 augustus 2019).

De Vlaamse canon zal divers zijn of niet zijn.

Heeft dit niet bij voorbaat gefaald wanneer de canon enkel focust op de Vlaamse identiteit? Immers, de klas wordt niet bevolkt door 'De Vlaming'. De canon zou dan sterk assimilerend werken, waarbij minderheden zich zouden moeten identificeren met de mainstream identiteit zonder eigen inbreng. Met de canon wordt er een selectie gemaakt die bepalend is voor wat cultureel waardig en minderwaardig is. Afgaand op de werken van Bourdieu kan een canon een ultiem middel zijn voor de elite om zich te onderscheiden door de meesterwerken op te hemelen en kritische studie en vernieuwing hierdoor in de weg te staan.

Maar goed, de canon komt er dus en om wel over een gemeenschappelijke achtergrond te kunnen spreke, die dus inclusief kan werken voor alle leerlingen in een klas, moet de canon dus ook divers zijn. Enkel wanneer aan die voorwaarde voldaan is, kan een canon slagen in zijn opzet van het verenigen.

Toegegeven, het is nog niet geheel duidelijk op welke manier deze Vlaamse canon zal ingezet worden maar het mag duidelijk zijn dat de samenstelling niet louter mag focussen op het geromantiseerde beeld van de Vlaming. De geschiedenis is divers, dus ook de canon.

Waarom kan een canon niet het Vlaanderen van vandaag weerspiegelen?

Waarom kan een canon niet het Vlaanderen van vandaag weerspiegelen? Een canon die niet teruggaat op gebeurtenissen en individuen die zich toentertijd niet eens identificeerden als Vlaming, maar wel een venster is naar de samenleving in Vlaanderen zoals die vandaag bestaat - ironisch genoeg zouden de verschillende onderdelen van de voorgestelde canon, vensters gaan heten.

Dan zal de canon een instrument zijn om nieuwe Vlamingen te verwelkomen en te laten kennismaken met Vlaanderen, in al zijn geuren en kleuren, met stoofvlees met frietjes, met de liedjes van Will Tura. In de superdiverse 21ste eeuw is een canon nooit compleet.

De excellente leerkrachten waarover we in het Vlaamse onderwijs beschikken staan dan ook centraal. Zij zullen immers sleutelfiguur zijn in het tactisch inzetten van een niet-exhaustieve canon om diversiteit en kwaliteitsvol onderwijs hand-in-hand te laten gaan. Het zou wel bijzonder naïef zijn om te geloven dat een canon an sich zal leiden tot een groter gemeenschapsgevoel.

Het zou wel bijzonder naïef zijn om te geloven dat een canon an sich zal leiden tot een groter gemeenschapsgevoel.

Professor Agirdag (KU Leuven) bespreekt in zijn recent uitgebrachte boek Onderwijs in een gekleurde samenleving verschillende manieren waarop scholen kunnen omgaan met diversiteit in de klas, met leerlingen met verschillende achtergronden. De canon kan hierbij een instrument zijn, rekening houdend met diversiteitsvoorwaarde uiteraard.

De canon kan een startpunt zijn om structurele veranderingen door te voeren in het curriculum die leerlingen vanuit verschillende perspectieven naar de werkelijkheid laten kijken. Waarom niet eens leren over de bijdrage van Marokkaanse soldaten tijdens WOII, hier in Vlaanderen? Op die manier kan een canon wel werken, door voorbij te gaan aan stereotypen en wanneer het even kan ook los te komen van een eurocentrisch wereldbeeld. Agirdag benoemt dit als een transformatieve benadering van culturele diversiteit.

Misschien kan de volgende opdracht in het derde middelbaar dan zijn om een nakomeling van een mijnwerker in Genk te interviewen in plaats van het zoveelste opstel over Daens.

Er is al veel gezegd en geschreven over de Vlaamse canon. Een onafhankelijke groep van negen experten werkt aan de lijst van ankerpunten uit de Vlaamse geschiedenis die het Vlaams identiteitsbesef bij de jeugd en nieuwkomers moet aanwakkeren. Als student pedagogische wetenschappen zal ik in een werkveld terechtkomen waar de canon gebruikt zal worden. Ik wil vanuit die positie dan ook graag mee nadenken over een canon die echt kan werken en bijdraagt aan de samenleving. Vanuit pedagogisch oogpunt wil ik een diversiteitsperspectief toevoegen aan het canondebat. Sta me allereerst toe om meteen een hiaat in het opzet van de canon bloot te leggen: historici zijn het er nagenoeg unaniem over eens dat een op geschiedkundige argumenten gebaseerde identiteit iets is dat onmogelijk te reconstrueren valt. Geschiedenis is in zijn kern iets dat we niet collectief kunnen vastleggen en vastpinnen. Geschiedenis dient bestudeerd te worden, niet gereduceerd tot een lijstje dat moet dienen als instrument in inburgeringscursussen en het onderwijs om een collectief verwantschap in het leven te roepen. Net zoals Julius Caesar het niet over de huidige 'Belg' had toen hij zich uitsprak over wie de dappersten waren, was de Guldensporenslag ook geen 'Vlaamse' overwinning. De selectie is kunstmatig en strookt niet met wat historici beschouwen als de wetenschappelijke studie van de geschiedenis. Het lijkt erop dat de canon een politiek instrument wordt dat vooral een Vlaams-nationalistisch gevoel wil aanwakkeren, een gevoel dat zijn plaats niet kent in het onderwijs. De canon wil beroep doen op een gemeenschappelijke achtergrond en hierdoor inclusief werken, zo zegt onder andere Mia Doornaert (Terzake, 13 augustus 2019). Heeft dit niet bij voorbaat gefaald wanneer de canon enkel focust op de Vlaamse identiteit? Immers, de klas wordt niet bevolkt door 'De Vlaming'. De canon zou dan sterk assimilerend werken, waarbij minderheden zich zouden moeten identificeren met de mainstream identiteit zonder eigen inbreng. Met de canon wordt er een selectie gemaakt die bepalend is voor wat cultureel waardig en minderwaardig is. Afgaand op de werken van Bourdieu kan een canon een ultiem middel zijn voor de elite om zich te onderscheiden door de meesterwerken op te hemelen en kritische studie en vernieuwing hierdoor in de weg te staan. Maar goed, de canon komt er dus en om wel over een gemeenschappelijke achtergrond te kunnen spreke, die dus inclusief kan werken voor alle leerlingen in een klas, moet de canon dus ook divers zijn. Enkel wanneer aan die voorwaarde voldaan is, kan een canon slagen in zijn opzet van het verenigen. Toegegeven, het is nog niet geheel duidelijk op welke manier deze Vlaamse canon zal ingezet worden maar het mag duidelijk zijn dat de samenstelling niet louter mag focussen op het geromantiseerde beeld van de Vlaming. De geschiedenis is divers, dus ook de canon. Waarom kan een canon niet het Vlaanderen van vandaag weerspiegelen? Een canon die niet teruggaat op gebeurtenissen en individuen die zich toentertijd niet eens identificeerden als Vlaming, maar wel een venster is naar de samenleving in Vlaanderen zoals die vandaag bestaat - ironisch genoeg zouden de verschillende onderdelen van de voorgestelde canon, vensters gaan heten. Dan zal de canon een instrument zijn om nieuwe Vlamingen te verwelkomen en te laten kennismaken met Vlaanderen, in al zijn geuren en kleuren, met stoofvlees met frietjes, met de liedjes van Will Tura. In de superdiverse 21ste eeuw is een canon nooit compleet. De excellente leerkrachten waarover we in het Vlaamse onderwijs beschikken staan dan ook centraal. Zij zullen immers sleutelfiguur zijn in het tactisch inzetten van een niet-exhaustieve canon om diversiteit en kwaliteitsvol onderwijs hand-in-hand te laten gaan. Het zou wel bijzonder naïef zijn om te geloven dat een canon an sich zal leiden tot een groter gemeenschapsgevoel. Professor Agirdag (KU Leuven) bespreekt in zijn recent uitgebrachte boek Onderwijs in een gekleurde samenleving verschillende manieren waarop scholen kunnen omgaan met diversiteit in de klas, met leerlingen met verschillende achtergronden. De canon kan hierbij een instrument zijn, rekening houdend met diversiteitsvoorwaarde uiteraard. De canon kan een startpunt zijn om structurele veranderingen door te voeren in het curriculum die leerlingen vanuit verschillende perspectieven naar de werkelijkheid laten kijken. Waarom niet eens leren over de bijdrage van Marokkaanse soldaten tijdens WOII, hier in Vlaanderen? Op die manier kan een canon wel werken, door voorbij te gaan aan stereotypen en wanneer het even kan ook los te komen van een eurocentrisch wereldbeeld. Agirdag benoemt dit als een transformatieve benadering van culturele diversiteit. Misschien kan de volgende opdracht in het derde middelbaar dan zijn om een nakomeling van een mijnwerker in Genk te interviewen in plaats van het zoveelste opstel over Daens.