Vandaag de dag woont ongeveer 55% van de wereldbevolking in steden. Over pakweg 30 jaar zal dit aantal gestegen zijn naar ongeveer 70%, en in Europa zelfs tot 80%. Niet getreurd, in België zullen we hier niet veel last van ondervinden. Ons land is nu reeds één van slechtste leerlingen van de klas, in Europa doen enkel Monaco en Gibraltar het slechter. Eigenlijk kan je het Vlaamse en Brusselse gewest best vergelijken met één grote nevelstad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die 7.5 miljoen tellende nevelstad onderhevig is aan de typische problemen en uitdagingen van stedelijke gebieden zoals: mobiliteit, luchtvervuiling, energievoorziening, huisvestiging, watertekort, wateroverlast en tot slot ondraaglijke hitte in stadscentra tijdens hittegolven. Wat doen onze beleidsmakers om deze complexe cocktail aan problemen op een structurele manier aan te pakken?

De strijd voor leven op aarde zal beslecht worden in steden.

Vier jaar onderzoek en verschillende wetenschappelijke publicaties rijker, kwam ik tot de conclusie dat er voornamelijk veel met de vinger wordt gewezen, maar dat er weinig daadkracht schuilt in de loze beloften en verkiezingspraatjes. Onder het huidige beleid:

  • Moeten we deze winter wederom rekening houden met een afschakelplan;
  • Wordt er per dag 2 hectare open ruimte méér in beslag genomen dan in 2015, ondanks/dankzij de goedkeuring van een 'betonstop tegen 2040' in 2016;
  • Is Vlaanderen recordhouder van het aantal uren file per werknemer met als resultaat een luchtkwaliteit die zo bedroevend slecht is dat de resultaten van het curieuzeneuzen onderzoek onze minister van leefmilieu prompt deed beslissen dat we dringend een minister van luchtkwaliteit nodig hebben;
  • Bevindt Vlaanderen zich nog steeds in een wooncrisis waar een tekort aan sociale woningen en de onbewoonbaarheid van het huidige arsenaal als speelbal voor de verkiezingen werd gebruikt.

Je zou denken dat de huidige legislatuur al voldoende werk heeft met de problemen waar we vandaag voorstaan. In de toekomst komen daar echter nog enkele uitdagingen bij als we niet in staat zijn om de huidige trend in klimaatverandering een halt toe te roepen. De wetenschappelijke publicaties vliegen ons rond de oren en hebben allemaal één heel duidelijke boodschap: ons klimaat zal steeds grilliger worden. Deze zomer werden we getrakteerd op abnormaal warm en droog weer, als we onze uitstoot niet drastisch verlagen zou dit weer over pakweg 70 jaar wel eens de norm kunnen zijn.

Van deze doemscenario's wordt niemand vrolijk. Het is dus tijd voor structurele oplossing in de Vlaamse/Belgische context. Aangezien ongeveer de helft van de wereldbevolking in steden leeft, zijn deze laatste globaal gezien de grootste energieverslinders; ongeveer 75% van de geproduceerde broeikasgassen zijn terug te brengen tot de stedelijke omgeving. Door onze steden structureel aan te passen aan een veranderd klimaat creëren we een opportuniteit om deze uitstoot drastisch te verlagen en kunnen we zowel de invloed van steden op het klimaat als de invloed van het klimaat op steden beperken.

Hierbij mogen we zeker het gigantische potentieel dat in de Vlaamse en Brusselse woningmarkt schuilt niet vergeten. Beide gewesten hebben te kampen met een oud woningbestand en veel van deze woningen kunnen geen antwoord bieden op de huidige vraag: meer kleine woningen voor eenoudergezinnen en het groeiende percentage aan senioren. Veel van deze woningen kunnen geen goed energierapport voorleggen en dienen dus grondig gerenoveerd te worden. Dit kost geld, veel geld. Daarbij komt nog dat de huidige stadsstructuur allesbehalve optimaal is wanneer we het hebben over temperatuur regulatie in de stad, en met dat veranderde klimaat in het achterhoofd moeten we hier nu al op inspelen.

Het omvormen van steden op wijkniveau i.p.v. huis per huis creëert een enorme kans om enerzijds energieneutraal en kleiner te bouwen maar ook om na te denken over watercaptatie en energievoorziening per wijk. Anderzijds kunnen deze energieneutrale stadswijken tegemoetkomen aan de vraag naar kleinere woonunits met behoud van groene buitenruimte waar kinderen veilig kunnen spelen en mensen kunnen genieten van gezonde(re) lucht.

Dit soort van ideeën vereist natuurlijk een langetermijnvisie en politieke wil. De visie is er en werd visueel vertaald in de documentaire Plannen voor plaats, een samenwerking van Nic Balthazar en het team van de Vlaamse bouwmeester.

Op een concrete invulling blijven we nog even wachten. Ongeduldig weliswaar. Dit bleek nogmaals op de klimaatmars van 2 december; de Belgische bevolking is niet bereid om de rekening te betalen van een falend klimaatbeleid. Daarom zou ik dus willen vragen aan de beleidsmakers van ons kleine, maar niet onbelangrijke landje: luister naar de duizenden mensen die ijveren voor politieke daadkracht, geef gevolg aan de talloze onderzoeksresultaten - nota bene vaak tot stand gekomen op vraag van beleidsmakers en gefinancierd met belastingsgeld - en verschuil u niet achter de fouten van een ander. Zorg voor een klimaatbeleid met een duidelijke focus op adaptatie en mitigatie waar wij, maar ook onze kinderen trots op kunnen zijn.

Maar daarnaast wil ik vragen aan alle lezers: kijk ook allemaal even in eigen boezen en omarm de betonstop, geef ruimte aan leefbaarheid, sta open voor alternatieve (kleinere) woonvormen en leer opnieuw om ruimte te delen. Tot slot, stem verstandig bij de volgende verkiezing, iedereen legt prioriteiten anders in het leven, maar als het om onze kinderen gaat zijn we het allemaal snel eens, laat hun belangen primeren en kies voor een leefbare toekomst.

"So, you guys are believers?" werd me enkele weken geleden gevraagd na één van mijn vurige betogen, mijn antwoord luidde als volgt: "In Europe there are no believers or non-believers, climate change is no fairy tale, it's just an inconvenient truth". Laat ons de handen in elkaar slaan en werken naar een toekomst waarin niemand ooit nog deze vraag moet beantwoorden.

Marie-Leen Verdonck heeft een doctoraat afgewerkt aan de UGent, en werkt nu bij Antea Group.

Vandaag de dag woont ongeveer 55% van de wereldbevolking in steden. Over pakweg 30 jaar zal dit aantal gestegen zijn naar ongeveer 70%, en in Europa zelfs tot 80%. Niet getreurd, in België zullen we hier niet veel last van ondervinden. Ons land is nu reeds één van slechtste leerlingen van de klas, in Europa doen enkel Monaco en Gibraltar het slechter. Eigenlijk kan je het Vlaamse en Brusselse gewest best vergelijken met één grote nevelstad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die 7.5 miljoen tellende nevelstad onderhevig is aan de typische problemen en uitdagingen van stedelijke gebieden zoals: mobiliteit, luchtvervuiling, energievoorziening, huisvestiging, watertekort, wateroverlast en tot slot ondraaglijke hitte in stadscentra tijdens hittegolven. Wat doen onze beleidsmakers om deze complexe cocktail aan problemen op een structurele manier aan te pakken? Vier jaar onderzoek en verschillende wetenschappelijke publicaties rijker, kwam ik tot de conclusie dat er voornamelijk veel met de vinger wordt gewezen, maar dat er weinig daadkracht schuilt in de loze beloften en verkiezingspraatjes. Onder het huidige beleid:Je zou denken dat de huidige legislatuur al voldoende werk heeft met de problemen waar we vandaag voorstaan. In de toekomst komen daar echter nog enkele uitdagingen bij als we niet in staat zijn om de huidige trend in klimaatverandering een halt toe te roepen. De wetenschappelijke publicaties vliegen ons rond de oren en hebben allemaal één heel duidelijke boodschap: ons klimaat zal steeds grilliger worden. Deze zomer werden we getrakteerd op abnormaal warm en droog weer, als we onze uitstoot niet drastisch verlagen zou dit weer over pakweg 70 jaar wel eens de norm kunnen zijn. Van deze doemscenario's wordt niemand vrolijk. Het is dus tijd voor structurele oplossing in de Vlaamse/Belgische context. Aangezien ongeveer de helft van de wereldbevolking in steden leeft, zijn deze laatste globaal gezien de grootste energieverslinders; ongeveer 75% van de geproduceerde broeikasgassen zijn terug te brengen tot de stedelijke omgeving. Door onze steden structureel aan te passen aan een veranderd klimaat creëren we een opportuniteit om deze uitstoot drastisch te verlagen en kunnen we zowel de invloed van steden op het klimaat als de invloed van het klimaat op steden beperken. Hierbij mogen we zeker het gigantische potentieel dat in de Vlaamse en Brusselse woningmarkt schuilt niet vergeten. Beide gewesten hebben te kampen met een oud woningbestand en veel van deze woningen kunnen geen antwoord bieden op de huidige vraag: meer kleine woningen voor eenoudergezinnen en het groeiende percentage aan senioren. Veel van deze woningen kunnen geen goed energierapport voorleggen en dienen dus grondig gerenoveerd te worden. Dit kost geld, veel geld. Daarbij komt nog dat de huidige stadsstructuur allesbehalve optimaal is wanneer we het hebben over temperatuur regulatie in de stad, en met dat veranderde klimaat in het achterhoofd moeten we hier nu al op inspelen. Het omvormen van steden op wijkniveau i.p.v. huis per huis creëert een enorme kans om enerzijds energieneutraal en kleiner te bouwen maar ook om na te denken over watercaptatie en energievoorziening per wijk. Anderzijds kunnen deze energieneutrale stadswijken tegemoetkomen aan de vraag naar kleinere woonunits met behoud van groene buitenruimte waar kinderen veilig kunnen spelen en mensen kunnen genieten van gezonde(re) lucht. Dit soort van ideeën vereist natuurlijk een langetermijnvisie en politieke wil. De visie is er en werd visueel vertaald in de documentaire Plannen voor plaats, een samenwerking van Nic Balthazar en het team van de Vlaamse bouwmeester. Op een concrete invulling blijven we nog even wachten. Ongeduldig weliswaar. Dit bleek nogmaals op de klimaatmars van 2 december; de Belgische bevolking is niet bereid om de rekening te betalen van een falend klimaatbeleid. Daarom zou ik dus willen vragen aan de beleidsmakers van ons kleine, maar niet onbelangrijke landje: luister naar de duizenden mensen die ijveren voor politieke daadkracht, geef gevolg aan de talloze onderzoeksresultaten - nota bene vaak tot stand gekomen op vraag van beleidsmakers en gefinancierd met belastingsgeld - en verschuil u niet achter de fouten van een ander. Zorg voor een klimaatbeleid met een duidelijke focus op adaptatie en mitigatie waar wij, maar ook onze kinderen trots op kunnen zijn. Maar daarnaast wil ik vragen aan alle lezers: kijk ook allemaal even in eigen boezen en omarm de betonstop, geef ruimte aan leefbaarheid, sta open voor alternatieve (kleinere) woonvormen en leer opnieuw om ruimte te delen. Tot slot, stem verstandig bij de volgende verkiezing, iedereen legt prioriteiten anders in het leven, maar als het om onze kinderen gaat zijn we het allemaal snel eens, laat hun belangen primeren en kies voor een leefbare toekomst. "So, you guys are believers?" werd me enkele weken geleden gevraagd na één van mijn vurige betogen, mijn antwoord luidde als volgt: "In Europe there are no believers or non-believers, climate change is no fairy tale, it's just an inconvenient truth". Laat ons de handen in elkaar slaan en werken naar een toekomst waarin niemand ooit nog deze vraag moet beantwoorden.Marie-Leen Verdonck heeft een doctoraat afgewerkt aan de UGent, en werkt nu bij Antea Group.