Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) kondigde eind vorig jaar aan dat de eerste officiële imamopleiding in februari uit de startblokken zou schieten. Het ging om een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie die zich boog over de aanslagen van 22 maart 2016. Om aan de opleiding te mogen deelnemen, moeten kandidaten over een diploma van Belgisch secundair onderwijs beschikken, minstens één landstaal machtig zijn en vertrouwd zijn met de fundamentele waarden en rechtsbeginselen. De opleiding bestaat uit een beschouwend luik bij de KUL en een theologisch luik voor rekening van de vzw AFOR, die in april vorig jaar werd opgericht. De Roover maakt zich echter zorgen over de mogelijkheid dat er nog steeds buitenlandse inmenging mogelijk zal zijn in de imamopleiding. "De statuten van de vzw stellen immers dat het Academisch Comité nog steeds een buitenlands diploma als geldige titel mag erkennen voor de uitoefening van de functie van imam. Daarenboven kan de verplichte stage die een student in opleiding moet voltooien, evengoed in het buitenland worden gedaan", aldus De Roover. "Als fractie staan we nog steeds achter het idee en de aanbeveling van de onderzoekscommissie om de imamopleidingen beter te controleren en vooral te zorgen dat radicale, extremistische invloeden van het buitenland worden geweerd. Helaas moeten wij nu vaststellen dat de opleiding die minister Geens ingesteld heeft dit niet kan garanderen". In de bevoegde Kamercommissie benadrukte de minister gisteren alles in het werk te stellen om te voorkomen dat de opleiding vanuit het buitenland wordt beïnvloed. Hij gaf ook aan dat er een indirect contact is met de vzw via de Moslimexecutieve. "Het spreekt vanzelf dat wij op die manier op het regelmatige verloop van de opleiding zullen toezien", verzekerde Geens. De minister hoopt overigens dat eventueel radicale elementen zullen kunnen worden geweerd, "precies door het opleidingsluik dat aan de universiteiten wordt gegeven en dat tot doel heeft de studenten met de basis van onze rechtsstaat, met de basis van de scheiding van kerk en staat en met de rechten van de vrouw en dies meer vertrouwd te maken". (Belga)

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) kondigde eind vorig jaar aan dat de eerste officiële imamopleiding in februari uit de startblokken zou schieten. Het ging om een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie die zich boog over de aanslagen van 22 maart 2016. Om aan de opleiding te mogen deelnemen, moeten kandidaten over een diploma van Belgisch secundair onderwijs beschikken, minstens één landstaal machtig zijn en vertrouwd zijn met de fundamentele waarden en rechtsbeginselen. De opleiding bestaat uit een beschouwend luik bij de KUL en een theologisch luik voor rekening van de vzw AFOR, die in april vorig jaar werd opgericht. De Roover maakt zich echter zorgen over de mogelijkheid dat er nog steeds buitenlandse inmenging mogelijk zal zijn in de imamopleiding. "De statuten van de vzw stellen immers dat het Academisch Comité nog steeds een buitenlands diploma als geldige titel mag erkennen voor de uitoefening van de functie van imam. Daarenboven kan de verplichte stage die een student in opleiding moet voltooien, evengoed in het buitenland worden gedaan", aldus De Roover. "Als fractie staan we nog steeds achter het idee en de aanbeveling van de onderzoekscommissie om de imamopleidingen beter te controleren en vooral te zorgen dat radicale, extremistische invloeden van het buitenland worden geweerd. Helaas moeten wij nu vaststellen dat de opleiding die minister Geens ingesteld heeft dit niet kan garanderen". In de bevoegde Kamercommissie benadrukte de minister gisteren alles in het werk te stellen om te voorkomen dat de opleiding vanuit het buitenland wordt beïnvloed. Hij gaf ook aan dat er een indirect contact is met de vzw via de Moslimexecutieve. "Het spreekt vanzelf dat wij op die manier op het regelmatige verloop van de opleiding zullen toezien", verzekerde Geens. De minister hoopt overigens dat eventueel radicale elementen zullen kunnen worden geweerd, "precies door het opleidingsluik dat aan de universiteiten wordt gegeven en dat tot doel heeft de studenten met de basis van onze rechtsstaat, met de basis van de scheiding van kerk en staat en met de rechten van de vrouw en dies meer vertrouwd te maken". (Belga)