De politieke moord is een fenomeen van alle tijden - van gisteren en vandaag, en helaas ook van morgen. Want macht doet iets met een mens: als gewone politieke middelen niet meer volstaan, wordt de strijd om de macht dan ook beslist met de loop van een geweer, of het lemmet van een mes. Deze zomer blikken we terug op de meest markante politieke moorden uit de geschiedenis.
...

Op 12 maart 1950 werden alle stemgerechtigde Belgen verplicht om deel te nemen aan een nationaal 'informatief referendum' over de vraag of Leopold III zijn grondwettelijke rechten als koning opnieuw mocht opnemen. Het antwoord kon enkel ja of neen zijn.Tijdens de Duitse inval in mei 1940 had de koning het advies van de regering niet opgevolgd om het land te verlaten. Zo kwam hij in handen van de Duitse bezetter. Er ontstond een grote vertrouwensbreuk met de regering die constateerde dat de krijgsgevangen koning zich in de onmogelijkheid bevond om te regeren en hem bijgevolg de rechten tot de uitoefening van zijn functie ontnam. Daarnaast bestond veel argwaan over Leopolds onderhoud met Hitler in november 1940 en onvrede over zijn tweede huwelijk in volle oorlogstijd met een zwangere Lilian Baels in december 1941. Ook het 'politiek testament' dat de koning voor de regering had achtergelaten toen hij in juni 1944 door de bezetter werd verplicht het land te verlaten, ontlokte veel ongenoegen in regeringskringen.Leopold werd door de Amerikanen bevrijd in het Oostenrijkse Salzburg in mei 1945. Van een onmiddellijk terugkeer naar België en een herstel van zijn koninklijke rechten was geen sprake. Daarvoor bestond geen politieke meerderheid: de christendemocraten waren voor zijn terugkeer als koning, de socialisten, liberalen en communisten waren tegen. De regering had inmiddels zijn broer Karel als regent aangesteld.Het probleem bleef aanslepen en verdeelde het land. Uiteindelijk besliste een katholiek-liberale regering onder leiding van Gaston Eyskens om de bevolking te raadplegen. Een meerderheid van 57,68 procent van de kiezers stemde voor een terugkeer van Leopold als koning. Maar het resultaat was sterk verweven met de grote politieke tegenstelling in het land. In de landelijke, vooral Vlaamse arrondissementen, waar de katholieken al van oudsher heel sterk stonden, had de koning een erg ruime meerderheid gekregen (72,0 procent). De bevolking in de geïndustrialiseerde, vooral Waalse arrondissementen, waar de socialisten veel succes kenden, stemde daarentegen overwegend neen (57,9 procent). In de hoofdstad Brussel hielden de stemmen elkaar in evenwicht, met een nipte meerderheid voor 'Neen'.In de dagen na de volksraadpleging trok een regeringsdelegatie naar Zwitserland waar Leopold met zijn gezin verbleef. Met zijn wens om zonder verder dralen terug te keren, bracht de koning de coalitieregering van christendemocraten en liberalen in een lastig parket. Na de organisatie van nieuwe verkiezingen in 1950 behaalden de christendemocraten een volstrekte meerderheid. De regering Duvieusart hakte meteen de knoop door en nodigde de koning uit om naar Brussel terug te keren.Er volgde een bewogen tijd. Vooral in het Waalse landsgedeelte deden zich vaak erg rumoerige anti-Leopoldistische betogingen voor. In de buurt van Luik opende de politie het vuur op betogers en vielen er drie doden. De raadgevers van de koning beseften dat het zo niet verder kon. Uiteindelijk liet Leopold weten dat hij bereid was om af te treden, als zijn bevoegdheden werden overgedragen op zijn minderjarige zoon Boudewijn, die dan in 1951 op zijn éénentwintigste verjaardag koning zou worden.Niet iedereen was gelukkig met deze oplossing. Bij de stemming van de bevoegdheidsoverdracht tijdens de zitting van 11 augustus 1950 onthielden acht parlementsleden zich. Maar wat zich voordeed in de namiddag was nog pijnlijker. Tijdens het afleggen van de grondwettelijke eed in het halfrond werd de kroonprins tot tweemaal toe onderbroken door de kreet 'Vive la République'. De ordeverstoorders waren de communistische volksvertegenwoordigers Julien Lahaut en Georges Glineur.Precies een week later werd er bij Lahaut thuis aangebeld. Toen de politicus opendeed, stond er een onbekende voor hem die twee pistoolschoten loste. Lahaut was op slag dood. De moord is nooit opgehelderd. Aanvankelijk dacht iedereen dat de daders fervente Leopoldisten waren, maar later bleek dat de aanslag niets te maken had met de figuur van de koning maar dat Lahaut het slachtoffer was geworden van een complot georganiseerd door een anticommunistisch actie- en inlichtingennetwerk.De Luikse socialist André Cools was drieëntwintig toen hij in 1950 deelnam aan de acties tegen de terugkeer van Leopold III. In de jaren 1970 werd hij een van de meest gezaghebbende politici in het Franstalige landsgedeelte, eerst in de nationale politiek en vanaf 1982, na de splitsing van de Belgische Socialiste Partij, in de Waalse politiek. In 1990 trok Cools zich grotendeels terug uit het publieke politieke leven, hoewel hij achter de schermen nog invloed uitoefende. Toen hij op 18 juli 1991 in Luik op straat werd doodgeschoten, verraste dat heel België.Na een lang aanslepend onderzoek bleek dat de aanslag op Cools het werk was geweest van twee Siciliaanse huurmoordenaars. De man die de fatale kogels had gelost, werd jaren na de moord tot twintig jaar celstraf veroordeeld en in 2011 vrijgelaten. Wie de opdracht tot de moord gaf en waarom blijft tot vandaag onopgehelderd.