Steeds meer jongeren geloven niet meer in politiek. Dat werd ook deze week pijnlijk duidelijk. Ze herkennen zich niet in het democratisch debat dat gevoerd wordt en voelen zich niet vertegenwoordigd. Hun stem wordt gesmoord. Op deze dag van de kinderrechten moeten we daar heel bezorgd over zijn. We riskeren een grote groep jongeren als samenleving op zichzelf terug te duwen. We mogen niet lijdzaam toezien. De toekomst staat op het spel. Ons democratisch bestel is niet perfect, maar wel het beste om de samenleving vorm te geven. Daarom schuiven we met Groen een aantal pistes naar voor om stappen te zetten in een politieke revival van jongeren.

De politiek laat jongeren los, en omgekeerd.

Het was een pijnlijke week voor de impact van jongeren op de politiek. Eerst hadden we de klimaattop in Glasgow waarover hele groepen geëngageerde klimaatjongeren zich de haren uit het hoofd trokken hoe het eindresultaat zo mager kon zijn. Daarna kwam de kinderrechtenscommissaris met haar jaarverslag. Onder de titel 'het wachten moe' werd pijnlijk duidelijk hoe de wachtlijsten net voor jongeren de voorbije tijd explodeerden. Jeugdhulp, psychologische hulpverlening, begeleiding door CLB's, ... onze overheid laat net zij die in volle ontwikkeling zitten het meest in de steek. En tot slot zagen we een oververhit coronadebat met een daarop volgend overlegcomité dat niet uitblinkt in het werkelijk capteren van de noden en gemoedsgesteldheid van onze jeugd. Opnieuw pijnlijk, want 18 maand geleden al ontvingen we in het Vlaams Parlement jongeren in de commissie jeugd die toen uitriepen: "wij voelen ons genegeerd".

Je kan alleen maar vaststellen dat de jeugd te weinig echte impact heeft op de beleidskeuzes. En dat ligt niet aan hun engagement. Bespaar me argumenten zoals het eeuwige 'de jeugd van tegenwoordig'. Generation Z (geboren na 2000) is minstens even getalenteerd en geëngageerd als alle vorige. Er staat een generatie mondige en onderlegde woordvoerders klaar. Denk maar aan klasbakken als Amir Bachrouri (Vlaamse Jeugdraad), Mauro Michielsen (Vlaamse Scholierenkoepel), Anuna De Wever en Lola Segers (Youth for Climate) en recent nog bijvoorbeeld Julien De Wit van de Vlaamse Vereniging van Studenten. Hun boodschap is sterk, hun stijl duidelijk en overtuigend. Ze staan voor een brede groep van jongeren, voor een breed scala aan bezorgdheden en noden, over politieke overtuigingen heen.

En toch worden ze te weinig gehoord. Je kan alleen maar vaststellen dat wij politici de mond vol hebben van participatie en betrokkenheid en dat het eindresultaat te mager is. Net deze groep die sowieso al benadeeld is in beleidsbeïnvloeding krijgt het structureel nog moeilijker. Hetzelfde geldt voor ouderen trouwens. Het is niet toevallig dat in crisissituaties net kinderrechten en ouderenrechten vaak tegelijk het snelst onder druk komen te staan. Onze politieke cultuur moet worden bijgeschaafd. De ingebouwde afstand ten opzicht van onze jeugd moet eruit. Daarvoor was bijvoorbeeld de organisatie van een eerste kinderrechtendag in het Vlaams Parlement een belangrijke eerste stap. Deze werd in 2020 door de Groene-fractie gevraagd en ging afgelopen vrijdag voor het eerst door, met dank aan de consequente steun van parlementsvoorzitter Liesbeth Homans.

Maar hier mag het niet stoppen. Dit blijft te beperkt tot een kleine groep. Er blijven te veel grendels die echte impact van onze jeugd bemoeilijken, op alle niveaus. Ik doe alvast enkele concrete voorstellen:

  • Het is hoog tijd om de stemgerechtige leeftijd op alle niveaus te verlagen tot 16 jaar. Voor de Europese verkiezingen werd die stap intussen gezet.
  • Politieke jongerenorganisaties moeten financieel onafhankelijk gemaakt worden van hun moederpartijen. Zo kunnen ze hun rol duidelijker en kritischer spelen. Waarom besparen we niet op de partijfinanciering om vervolgens een klein deel van die middelen onder de politieke jongerenorganisaties te verdelen. Tot 2016 bestond zo'n systeem, maar het werd afgevoerd, met meer particratie tot gevolg.
  • De Vlaamse regering moet zich ertoe verbinden om adviezen van jongerenorganisaties als de Vlaamse Jeugdraad ernstig en schriftelijk te beantwoorden. In deze adviezen worden steeds prangende problemen aangekaart, waarna de beleidsmakers zich er vanaf maken door in het parlement te zeggen 'we zijn er mee bezig'. Dat is geen stimulans voor engagement.

Maar ook op andere gebieden is er werk aan de winkel. Het is hoog tijd om het vak 'actief burgerschap' in het onderwijs uit te rollen. De afschaffing van de opkomstplicht bij de gemeenteraadsverkiezingen noodzaakt ook een duidelijk traject om jongeren naar de stembus te krijgen via scholen, hoger onderwijs en vrije tijd. Het komende jaar herziet minister van jeugd Benjamin Dalle het jeugdwerkdecreet. Dit is het moment om de rol van de lokale jeugdraad en de maatschappelijke impact van het oersterke Vlaamse jeugdwerk te vergroten. Dat jeugdwerk mag geen instrument van de overheid worden. Ze hebben hun eigen bestaansreden. Maar stimuleer hen om vanuit die eigenheid ten volle hun rol in de samenleving en het maatschappelijk debat te spelen.

Tot slot is er ook een grote opdracht voor steden en gemeenten. Op dit moment hebben 26 Vlaamse gemeenten het label kindvriendelijke gemeente. Dit label is geen lege doos, maar een concreet engagement om écht rekening houden met de impact van hun beslissingen op de brede leefwereld van kinderen, jongeren, hun gezinnen en verenigingen. Tegen 2024 zouden dat er rond de veertig moeten zijn volgens de ambitie van het Vlaamse beleid. Aan dat tempo duurt het nog 50 jaar voor heel Vlaanderen een echt doorgedreven kinderbeleid voert. Die ambitie is te laag. Tegen 2030 moet iedere gemeente dit label bereiken. Ook de Vlaamse overheid moet dezelfde standaarden doorstaan.

Want onze jeugd is geëngageerd. Ze hebben een stem en laten die horen. Luister er dan ook naar.

Steeds meer jongeren geloven niet meer in politiek. Dat werd ook deze week pijnlijk duidelijk. Ze herkennen zich niet in het democratisch debat dat gevoerd wordt en voelen zich niet vertegenwoordigd. Hun stem wordt gesmoord. Op deze dag van de kinderrechten moeten we daar heel bezorgd over zijn. We riskeren een grote groep jongeren als samenleving op zichzelf terug te duwen. We mogen niet lijdzaam toezien. De toekomst staat op het spel. Ons democratisch bestel is niet perfect, maar wel het beste om de samenleving vorm te geven. Daarom schuiven we met Groen een aantal pistes naar voor om stappen te zetten in een politieke revival van jongeren.Het was een pijnlijke week voor de impact van jongeren op de politiek. Eerst hadden we de klimaattop in Glasgow waarover hele groepen geëngageerde klimaatjongeren zich de haren uit het hoofd trokken hoe het eindresultaat zo mager kon zijn. Daarna kwam de kinderrechtenscommissaris met haar jaarverslag. Onder de titel 'het wachten moe' werd pijnlijk duidelijk hoe de wachtlijsten net voor jongeren de voorbije tijd explodeerden. Jeugdhulp, psychologische hulpverlening, begeleiding door CLB's, ... onze overheid laat net zij die in volle ontwikkeling zitten het meest in de steek. En tot slot zagen we een oververhit coronadebat met een daarop volgend overlegcomité dat niet uitblinkt in het werkelijk capteren van de noden en gemoedsgesteldheid van onze jeugd. Opnieuw pijnlijk, want 18 maand geleden al ontvingen we in het Vlaams Parlement jongeren in de commissie jeugd die toen uitriepen: "wij voelen ons genegeerd".Je kan alleen maar vaststellen dat de jeugd te weinig echte impact heeft op de beleidskeuzes. En dat ligt niet aan hun engagement. Bespaar me argumenten zoals het eeuwige 'de jeugd van tegenwoordig'. Generation Z (geboren na 2000) is minstens even getalenteerd en geëngageerd als alle vorige. Er staat een generatie mondige en onderlegde woordvoerders klaar. Denk maar aan klasbakken als Amir Bachrouri (Vlaamse Jeugdraad), Mauro Michielsen (Vlaamse Scholierenkoepel), Anuna De Wever en Lola Segers (Youth for Climate) en recent nog bijvoorbeeld Julien De Wit van de Vlaamse Vereniging van Studenten. Hun boodschap is sterk, hun stijl duidelijk en overtuigend. Ze staan voor een brede groep van jongeren, voor een breed scala aan bezorgdheden en noden, over politieke overtuigingen heen.En toch worden ze te weinig gehoord. Je kan alleen maar vaststellen dat wij politici de mond vol hebben van participatie en betrokkenheid en dat het eindresultaat te mager is. Net deze groep die sowieso al benadeeld is in beleidsbeïnvloeding krijgt het structureel nog moeilijker. Hetzelfde geldt voor ouderen trouwens. Het is niet toevallig dat in crisissituaties net kinderrechten en ouderenrechten vaak tegelijk het snelst onder druk komen te staan. Onze politieke cultuur moet worden bijgeschaafd. De ingebouwde afstand ten opzicht van onze jeugd moet eruit. Daarvoor was bijvoorbeeld de organisatie van een eerste kinderrechtendag in het Vlaams Parlement een belangrijke eerste stap. Deze werd in 2020 door de Groene-fractie gevraagd en ging afgelopen vrijdag voor het eerst door, met dank aan de consequente steun van parlementsvoorzitter Liesbeth Homans.Maar hier mag het niet stoppen. Dit blijft te beperkt tot een kleine groep. Er blijven te veel grendels die echte impact van onze jeugd bemoeilijken, op alle niveaus. Ik doe alvast enkele concrete voorstellen:Maar ook op andere gebieden is er werk aan de winkel. Het is hoog tijd om het vak 'actief burgerschap' in het onderwijs uit te rollen. De afschaffing van de opkomstplicht bij de gemeenteraadsverkiezingen noodzaakt ook een duidelijk traject om jongeren naar de stembus te krijgen via scholen, hoger onderwijs en vrije tijd. Het komende jaar herziet minister van jeugd Benjamin Dalle het jeugdwerkdecreet. Dit is het moment om de rol van de lokale jeugdraad en de maatschappelijke impact van het oersterke Vlaamse jeugdwerk te vergroten. Dat jeugdwerk mag geen instrument van de overheid worden. Ze hebben hun eigen bestaansreden. Maar stimuleer hen om vanuit die eigenheid ten volle hun rol in de samenleving en het maatschappelijk debat te spelen.Tot slot is er ook een grote opdracht voor steden en gemeenten. Op dit moment hebben 26 Vlaamse gemeenten het label kindvriendelijke gemeente. Dit label is geen lege doos, maar een concreet engagement om écht rekening houden met de impact van hun beslissingen op de brede leefwereld van kinderen, jongeren, hun gezinnen en verenigingen. Tegen 2024 zouden dat er rond de veertig moeten zijn volgens de ambitie van het Vlaamse beleid. Aan dat tempo duurt het nog 50 jaar voor heel Vlaanderen een echt doorgedreven kinderbeleid voert. Die ambitie is te laag. Tegen 2030 moet iedere gemeente dit label bereiken. Ook de Vlaamse overheid moet dezelfde standaarden doorstaan. Want onze jeugd is geëngageerd. Ze hebben een stem en laten die horen. Luister er dan ook naar.