Ik zag die zondag in Borgerhout één traan, misschien waren er meer. Honderden mensen droegen hun kerk ten grave, hun Peperbus. Met de gezangen van De Ster-Inyenyeri, een koor van Afrikaanse nieuwkomers. En de mooie woorden van pastoor Toon Nauwelaerts. 'Ge zijt allemaal bedankt', zei hij. 'De Kerk, dat zijn jullie. Dat is niet dit gebouw. Het gaat niet om stenen. Al die pracht en praal hebben wij niet nodig.'
...

Ik zag die zondag in Borgerhout één traan, misschien waren er meer. Honderden mensen droegen hun kerk ten grave, hun Peperbus. Met de gezangen van De Ster-Inyenyeri, een koor van Afrikaanse nieuwkomers. En de mooie woorden van pastoor Toon Nauwelaerts. 'Ge zijt allemaal bedankt', zei hij. 'De Kerk, dat zijn jullie. Dat is niet dit gebouw. Het gaat niet om stenen. Al die pracht en praal hebben wij niet nodig.' Toch blijft de kerk me fascineren. Alleen al door die naam. Niemand weet nog wie die 'peperbus' uitvond, maar iedereen weet wel waarom de kerk zo genoemd wordt. Officieel heet ze de Sint-Jan-Evangelistkerk. Het gebouw, ontworpen door de 19e-eeuwse toparchitecten Frans Baeckelmans en Hendrik Beyaert, lijkt wel een vuurtoren van het katholicisme. Al sinds 1890 domineert het de skyline van Borgerhout. Uit elke windstreek is de neoromaanse toren te zien, zelfs vanaf de Ring. De straten die naar de kerk leiden, zijn genoemd naar de vier evangelisten: Sint-Lucasstraat, Sint-Jansstraat, Sint-Marcusstraat en Sint-Mattheusstraat. 'Natuurlijk was het een moeilijke beslissing om de kerk te sluiten', zegt pastoor Toon, die er de laatste twintig jaar elke zondag de mis opdroeg. 'Zeker voor de oudere mensen van de kerkfabriek was het slikken. Zij zijn hier gedoopt, gevormd en getrouwd.' Maar geen enkele kerk kan alleen op nostalgie draaien. 'Er zat misschien nog dertig man in een kerk met plaats voor duizend man. Ook begrafenissen vonden er nog zelden plaats. Vorig jaar is er nog een honderdjarige begraven die heel zijn leven in Borgerhout gewoond had. Intussen bleven de kosten maar oplopen. We konden zelfs de ramen niet meer laten herstellen. Ik heb dan zelf tegen de kerkfabriek gezegd: laten we ermee kappen.' De Peperbus staat nu leeg. De stoelen zijn verhuisd naar een andere kerk. De acht altaarstenen gingen naar het bisdom. Alleen de klokken luiden nog. En er hangen ook nog een paar kazuifels en vlaggen uit de tijd dat er nog processies door de straten van Borgerhout trokken. 'Dat heb zelfs ik niet meer meegemaakt', zegt Toon. Hij fietst hier nochtans al sinds 1965 rond. 'Ik had mijn oversten gevraagd om pastoor te mogen worden in een volkse buurt met arbeiders. Het werd Borgerhout. Mijn moeder waarschuwde me altijd: ga daar nooit heen, het is er gevaarlijk. Maar dat viel heel goed mee. Er waren wel gasten die met hun brommerkes de pleinen onveilig maakten, maar dat is overal zo.' Borgerhout was toen nog een katholiek dorp, een rooms nest met zestien pastoors. 'Begin jaren zeventig kwamen de eerste migranten. Ze gingen wonen in de bouwvallige huizen aan het huidige Hof ter Lo. In het begin werden ze hier heel goed onthaald. Mensen haalden hun beste Frans boven om hen welkom te heten. Onder invloed van het Vlaams Blok is dat veranderd. Mensen werden tegen elkaar opgezet. "Pas op, ze nemen uw werk of uw dochter af."' Vandaag wordt er in de straten van de evangelisten rond de Peperbus vooral tot Allah gebeden. Pastoor Toon ziet de moslims alleen bij begrafenissen in de kerk. 'Maar', zegt hij, 'hoe vaak gaan wij naar de moskee? Het bisdom heeft weleens geprobeerd om een zwarte priester naar Borgerhout te sturen. Maar hij zag zichzelf als vertegenwoordiger van het volk. Zoals in Afrika. Wat hij zei, was wet. Zo werkt het vandaag niet meer.' Pastoor Toon is op zijn 79e, samen met een deeltijdse kracht, de enige overgebleven pastoor van Borgerhout. Officieel is hij met pensioen, maar hij fietst nog altijd graag door zijn straten. De Peperbus is nog niet 'aan de eredienst onttrokken', zoals dat heet, maar lang zal dat niet meer duren. En dan neemt Unizo de Peperbus over. De zelfstandigenorganisatie wil er haar hoofdzetel van maken. Er komen ook een bibliotheek en horecazaken. Handelaars in de tempel. Een grap van de geschiedenis. De man die deze kerk ontwierp, Hendrik Beyaert, prijkte jarenlang op de briefjes van honderd frank. Pastoor Toon vindt het allemaal niet erg. Hij is blij dat in zijn Borgerhout peperbussen gerecycleerd worden tot iets nieuws.