Lange tijd was er niemand op wie ik meer neerkeek dan mensen die uitroepingstekens gebruiken. Het heeft op mij dezelfde uitwerking als - of zo stel ik me het toch voor - iemand die in het midden van een gesprek luid 'hoera' of 'leuk, hè' brult. Het suggereert een ongepaste, kneuterige graad van enthousiasme, en het is bovendien een uiterst luie manier om dat uit te drukken. Een uitroepingsteken is zelfs banaler dan een smiley, geen kleine opgaaf. Het gaat zo ver dat ik journalisten die bij het uitschrijven v...

Lange tijd was er niemand op wie ik meer neerkeek dan mensen die uitroepingstekens gebruiken. Het heeft op mij dezelfde uitwerking als - of zo stel ik me het toch voor - iemand die in het midden van een gesprek luid 'hoera' of 'leuk, hè' brult. Het suggereert een ongepaste, kneuterige graad van enthousiasme, en het is bovendien een uiterst luie manier om dat uit te drukken. Een uitroepingsteken is zelfs banaler dan een smiley, geen kleine opgaaf. Het gaat zo ver dat ik journalisten die bij het uitschrijven van een interview iemand zo'n uitroepingsteken in de mond leggen ervan verdenk dat alleen te doen om die mensen knulliger en sulliger voor te stellen. Ik kan ze in ieder geval niet ernstig nemen, de aankondigingen of aansporingen waar zo'n streep met een punt achterstaat. Het heeft ook, en dan hou ik erover op, iets verkrampts: willen maar niet kunnen. Kortom, een uitroepingsteken kan enkel en alleen ironisch worden gebruikt. We weten nog altijd niet op welke manier corona ons leven blijvend zal veranderen, maar dit is ondertussen onontkoombaar voor mij: de pandemie heeft mij het uitroepingsteken doen omarmen. Daar is een nogal eenvoudige verklaring voor, want corona dwong ons om via WhatsApp en Messenger gesprekken te voeren die anders hardop hadden plaatsgevonden. Plots bleek zo'n uitroepingsteken gewoon ook handig en efficiënt. Maar zoals bij elk betoog waarin efficiëntie als argument wordt gebruikt, is dat natuurlijk maar de helft van het verhaal. De waarheid is dat de coronacrisis van mij, en ik ben vast niet alleen, een beetje een sul heeft gemaakt. In de eerste weken van de pandemie ging er geen dag voorbij zonder dat ik om een kleine onnozelheid tranen in mijn ogen kreeg. Ik ben veel sentimenteler geworden, en durf enthousiast te zijn op momenten waarop ik vroeger onverschilligheid had geveinsd. Er is een laagje van gereserveerde ironie verdwenen. In de eerste maanden maakte ik mezelf nog wijs dat ik het uitroepingsteken alleen ironisch gebruikte, maar dat was na een tijd niet meer vol te houden. Er was niets ironisch aan de boodschap dat ik ook héél graag nog eens een wandelingetje wilde maken! Toen ik onlangs hoorde dat ik veel vroeger dan verwacht gevaccineerd werd, ging dat bericht uiteraard naar iedereen uit mét uitroepingsteken. Op het moment dat mijn ouders hun eerste prik kregen, kwam ik er in onze Messenger-familiegroep zelfs tekort om mijn blijdschap over te brengen. De ellende is bijna voorbij, eindelijk, ik hoop dat ik een beetje een sul blijf.