"Volk word staat, word Vlaamse staat, om als volk te leven", schreef Anton Van Wilderode voor de IJzerbedevaart van 1985. Inmiddels zijn we 34 Vlaamse feestdagen verder. En op 11 juli hing hij weer met overtuiging hoog in de mast "Hem, die ze niet zullen temmen". Want Vlaanderen feest! Ook in 2019.

Niets mis met feesten. De VVB deed zoals elk jaar opnieuw mee daar waar ze al niet zelf het voortouw nam. Zoals voor elke natie is het immers ook voor ons volk evident om op onze nationale feestdag alles uit de kast te halen en de eigen identiteit zonder enige schroom feestelijk te etaleren. Taal en cultuur, maar ook sociale verworvenheden en ons rijk verleden verdienen op zo'n dag extra aandacht. Uiteindelijk moet die eigen volksaard uitmonden in spontane samenhorigheid, solidariteit en het veilig stellen van de toekomst van Vlaanderen en de Vlaamse generaties na ons. Want daar gaat het uiteindelijk om.

De oude eis "Volk, word staat" klinkt luider dan ooit.

Er is, uiteraard, niets mis met prominente gelegenheidssprekers die jaar na jaar gespierde tot stoute uitspraken over het feestende Vlaamse voetvolk laten rollen. Zelfs al wordt de boodschap wat wollig ingepakt met een zwart-gele strik, er zal nauwelijks een onvertogen woord de feestvreugde verstoren. Wij zijn een hoffelijk volk maar in "durf" zijn we eigenlijk nooit echt sterk geweest. "Beschamende horigheid" , zoals de dichter het verwoordt, was altijd meer ons handelsmerk. Ook wanneer "zoveel slechte heren, ons om de wille van de baat averechts regeren".

De kater van 11 juli

Waar loopt het dan wél fout? Dat is op 12 juli en de daaropvolgende 363 dagen. Het mechanisme is duidelijk, de symptomen zijn keer op keer dezelfde : als door een chronische opstoot van plotse politieke amnesie verschrompelt bij té veel Vlaamse medeburgers, en zeker niet in het minst bij onze politieke mandatarissen, elke herinnering aan dit stoer woordgebruik. Met een totaal gebrek aan communautaire dadendrang tot gevolg.

Wij van de VVB zijn van mening dat het nu wel eens tijd voor verandering moet zijn. Met stoere taal alleen komen we er nooit. Resoluut trekken wij vanaf 12 juli een eerste blik Vlaamse daadkracht open. Het tricolore misverstand van 1830 heeft immers al te lang geduurd, het is ongeoorloofd om die onverantwoorde wantoestand nodeloos te rekken.

Hét momentum is aangebroken

Het momentum voor daadkracht is aangebroken. De recente verkiezingsresultaten veranderen het perspectief : V-fracties met onafhankelijkheid in hun DNA, bezetten bijna de helft van de zitjes in het Vlaams parlementair halfrond. Een ongezien resultaat dat toelaat om de staatsvorming en communautaire agenda met stip bovenaan op het menu te zetten.

Zeker omdat 'de anderen', van groen en de vroegere grote drie van toen, het, andermaal, met opnieuw nóg minder moeten doen. De partijcenakels blijven voorlopig hautain zweren bij het verder laten aanmodderen van het tricolore vaderland, enkele verlichte geesten uitgezonderd. Maar - of zij nu willen of niet - totale afstraffing wordt hun lot indien zij die attitude tegen beter weten in blijven aanhouden.

Ook ons, het partij-ongebonden Vlaamse middenveld wacht vanaf nu een belangrijke taak. Het moet ons doel zijn om door het uitdragen van onze eigenheid, waarden en normen, alle geledingen van de Vlaamse samenleving zo veel mogelijk te enthousiasmeren en te mobiliseren. Alle bewoners van onze regio te overtuigen van de noodzaak om van ons Vlaanderen een welvarende, warme staat te maken.

Op deze manier moeten de Vlaamse volksbeweging de druk op de partijpolitiek blijven zetten en verhogen, opdat die de concrete stappen zou ondernemen. Met een historische 44 procent in het Vlaams Parlement voor de V-partijen, is het duidelijk dat een Vlaamse staatsvorming onvermijdelijk is. "Volk word staat! De oude eis, nu in de felle gebiedende wijs!"

Hugo Maes, waarnemend voorzitter VVB