Ik ben 1984 van George Orwell aan het lezen. Niet eens aan het herlezen, sorry. Wat ik altijd al vermoedde, blijkt wel te kloppen: de meeste vergelijkingen tussen onze tijd en de dictatuur die Orwell in dat boek beschrijft zijn bespottelijk. Zelfs in de coronacrisis werd hier voor orwelliaanse overheden gewaarschuwd, terwijl het net chaos en amateurisme waren waar we onder leden. 1984 leest vandaag nog het meest, en soms zelfs heel indringend, als een beschrijving van hoe ik me het leven in China voorstel. Ook de m...

Ik ben 1984 van George Orwell aan het lezen. Niet eens aan het herlezen, sorry. Wat ik altijd al vermoedde, blijkt wel te kloppen: de meeste vergelijkingen tussen onze tijd en de dictatuur die Orwell in dat boek beschrijft zijn bespottelijk. Zelfs in de coronacrisis werd hier voor orwelliaanse overheden gewaarschuwd, terwijl het net chaos en amateurisme waren waar we onder leden. 1984 leest vandaag nog het meest, en soms zelfs heel indringend, als een beschrijving van hoe ik me het leven in China voorstel. Ook de manier waarop dat land de democratie in Hongkong het voorbije jaar heeft vermorzeld, had door Big Brother uitgedacht kunnen zijn. Gelukkig ligt China heel ver weg. George Orwell was de grootste journalist van de vorige eeuw. Begin 2021 verliep het copyright op zijn teksten, en het is curieus om te zien dat zo'n banaliteit daadwerkelijk zorgde voor een herdruk van een heel aantal titels. Daar zit veel tussen dat de moeite waard is, naast 1984 en Animal Farm, maar Orwell is voor mij in de eerste plaats één zinnetje. Het is een aansporing, een gebod eigenlijk, dat hij in 1946 opnam in het essay Politics and the English Language. Daarin schrijft hij over het belang van heldere taal, om op het eind een lijstje met stijlregels op te nemen. Dit is de eerste: gebruik nooit metaforen, vergelijkingen of andere gezegden als je die al vaak genoeg gedrukt hebt zien staan. De Vlaamse journalistiek hangt van zulke clichés aaneen, George. Ik zou eender welke collega van eender welke titel - enkele zeldzame uitzonderingen daargelaten - te grazen kunnen nemen door uit zijn of haar laatste vijf artikels een hele lijst met zulke versleten spreekwoorden te knippen. Ik zou het ook met mezelf kunnen doen. Vijf voor twaalf, vijf over twaalf, liefde in tijden van whatever, de rattenvanger van Hamelen, het zwaard van Damocles, David en Goliath en zowat alle oorlogsmetaforen en, helaas, seksuele toespelingen: het zijn maar de eerste voorbeelden van een eindeloze rij. Regelmatig schiet dat zinnetje van Orwell mij dus te binnen, en kan ik nog net op tijd een waarlijk belachelijk cliché vervangen door iets subtielers. Maar dat is ongetwijfeld slechts - huppekee - het topje van de ijsberg. Of het een gebrek is aan originaliteit, talent of gewoon tijd mag u zelf uitmaken. We kunnen ons wel op zijn minst proberen te houden aan de laatste regel van Orwell, hoewel ook die niet voor iedereen even gemakkelijk is: overtreed nog eerder een van de voorgaande regels dan iets barbaars te zeggen.