De oprichting van een nieuw Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) moest tot een serieuze mindshift leiden over de manier waarop resultaten worden vrijgegeven. Binnen SONO, dat in 2016 voor vier jaar werd aangesteld, voeren wetenschappers van verschillende universiteiten, de UGent, de KU Leuven, de Universiteit Antwerpen, de VUB en de Artevelde Hogeschool, onderzoek rond thema's die relevant zijn voor de beleidskeuzes op vlak van onderzoek door de Vlaamse regering. De bedoeling is om de resultaten via rapporten en seminaries naar buiten te brengen.

De manier waarop Vlaams onderwijsonderzoek aan de ketting wordt gelegd, is ongezien.

Ondanks veelvuldige vragen van onderzoekers voor een vlottere vrijgave van de onderzoeken, blijven de rapporten veel te lang onder embargo. Zo verhindert minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V) dat deze onderzoeken direct vrijgegeven worden om als eerste de resultaten te kunnen inkijken en om als eerste de communicatie hieromtrent te kunnen voeren. Op die manier bepaalt de minister in sterke mate de teneur waarin de resultaten worden geïnterpreteerd.

Op dit moment is de afspraak tussen de minister en het steunpunt dat er een termijn is van drie maanden voor vrijgave aan het publiek. Maar nu blijven ongeveer de helft van de (34 gerealiseerde) onderzoeken een half jaar of langer liggen bij de minister. Er zijn zelfs rapporten die anderhalf tot twee jaar blijven liggen op het kabinet. Het gaat dan vaak om onderzoek over politiek gevoelige onderwerpen zoals gelijke onderwijskansen, financieringsbeleid, inschrijvingsbeleid en inclusief onderwijs.

Een snelle vrijgave van onderzoeksresultaten is cruciaal voor de onderwijspraktijk en voor het debat over hoe we ons onderwijs organiseren. Als er onderzoeksresultaten zijn, moeten andere onderzoekers daar ook op kunnen voortwerken. Dit wordt nu gefnuikt. Bovendien missen onze wetenschappers ook de kans om hun bevindingen te publiceren in vaktijdschriften wanneer rapporten nodeloos lang worden tegengehouden. De minister pleit voor een betere valorisatie van het Vlaams onderwijsonderzoek, maar ze staat dit op deze manier zelf in de weg.

Een ander probleem gaat over de manier waarop resultaten het grote publiek bereiken. De beheersovereenkomst met SONO zegt dat de minister aangeeft op welke wijze de onderzoeksresultaten bekendgemaakt en verspreid mogen worden. Wanneer onderzoekers initiatief willen nemen voor een communicatie in de pers over een reeds vrijgegeven rapport, dan moeten ze de opdrachtgever - dus de minister - hierover op voorhand inlichten. Waarom wil de minister hier zo'n strakke controle op houden? Deze regels wijzen erop dat minister Crevits van de oprichting van een nieuw steunpunt gebruik maakt om haar vrijgavebevoegdheid dermate op te rekken zodat ze de regie en de communicatie over onderzoeksresultaten strak in de hand kan houden.

Dit soort praktijken doen sterk denken aan het geval in 2016 waar Vlaams minister president Geert Bourgeois (N-VA) ook wilde bepalen wat wetenschappers in het publieke debat mochten zeggen. Wetenschappers van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid werden teruggefloten omdat ze cijfers aanbrachten die de claim van de Vlaamse Regering dat de nieuwe regeling rond kinderbijslag de kinderarmoede zou doen dalen, onderuithaalde.

Onderzoek zou los moeten staan van politieke belangen en behoort zo snel mogelijk toe aan de gemeenschap.

Uit de opgevraagde documenten blijkt ook nog eens dat onderzoeksrapporten eerst aan de andere meerderheidspartijen worden bezorgd vooraleer ze worden vrijgegeven. Ook dit kan absoluut niet voor Groen. In een parlement moeten meerderheid en oppositie het debat met gelijke wapens kunnen voeren. Onderzoek zou los moeten staan van politieke belangen en behoort zo snel mogelijk toe aan de gemeenschap. Zo kunnen ook andere wetenschappers en belanghebbenden er mee aan de slag, zodat er op z'n minst een debat rond kan ontstaan.

Maar misschien nog de meest alarmerende bevinding gaat over een recente maatregel binnen SONO. Onderwijsonderzoekers moeten zich in toekomstige publicaties onthouden over de beleidsimplicaties van hun onderzoek. Ze mogen hun aanbevelingen opsparen en meegeven in een ambtelijke werkgroep. Het hevig verzet van de onderzoekswereld mocht niet baten. De minister eist nu dat een beperkt aantal rapporten bij wijze van test volgens deze nieuwe formule voorgelegd worden.

Deze maatregel had nooit mogen gebeuren. De manier waarop onderzoekers aan de ketting worden gelegd, is ongezien. Dat de ministers onderzoekers reduceert tot iemand met een zoveelste mening naast de anderen, legitimeert hen niet langer als de wetenschappers en onderzoekers die ze zijn.

De vrije en ongebonden inbreng van onderzoekers is essentieel in het maatschappelijk debat. Wij vragen dat de minister alle drempels daartoe weghaalt in plaats van er bij te bouwen.

Beleidsgericht onderzoek bevindt zich altijd in een spanningsveld. Daarom is het belangrijk dat onderzoekers en beleidsverantwoordelijken elkaars terrein respecteren. In haar samenwerking met SONO heeft minister Crevits een aantal grenzen overschreden. Om het broze evenwicht tussen beleid en onderzoek weer in balans te brengen, vragen wij dat de minister haar beleid bijstuurt en het voorstel dat onderzoekers geen beleidsaanbevelingen meer mogen opnemen in hun rapport opbergt. Voorts stelt Groen voor om rapporten na 30 dagen automatisch vrij te geven, net zoals het gebeurde bij het vroegere steunpunt Studie- en Schoolloopbanen (SSL) - de voorganger van SONO. De vrije en ongebonden inbreng van onderzoekers is essentieel in het maatschappelijk debat. Wij vragen dat de minister alle drempels daartoe weghaalt in plaats van er bij te bouwen.

Reactie: 'Komen tot kwaliteitsvolle, onderbouwde en ook bruikbare beleidsaanbevelingen'

De stelling dat de onderzoekers van het steunpunt SONO geen beleidsaanbevelingen meer zouden mogen doen of dat de onafhankelijkheid van het onderzoek zou geschonden worden, is onwaar. In de meerjarenovereenkomst die de Vlaamse Regering heeft afgesloten met het steunpunt, is zelfs expliciet opgenomen dat de onderzoekers beleidsaanbevelingen moeten formuleren. Ook wordt er over gewaakt dat de onderzoekers maximaal onafhankelijk kunnen werken. De Vlaamse overheid bepaalt als opdrachtgever uiteraard de onderzoeksthema's, maar het zijn de onderzoekers die autonoom daaruit de onderzoeksvragen en hun volledige onderzoeksopzet kunnen bepalen. Een opvolgingsgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de administratie, de onderwijsverstrekkers, vakorganisaties en Vlaamse Onderwijsraad bewaken mee de kwaliteit, ondersteunen de onderzoekers en formuleren finaal een advies van het eindrapport tot vrijgave aan de minister. De politieke overheid is niet betrokken bij het onderzoek of bij het formuleren van beleidsaanbevelingen.

Aanleiding tot het debat over het formuleren van beleidsaanbevelingen waren een aantal rapporten waarin beleidsaanbevelingen geformuleerd werden die niet of onvoldoende onderbouwd werden op basis van het onderzoek en waar de verwachte kwaliteit niet behaald werd. Omdat beleidsaanbevelingen die niet onderbouwd zijn of onderzoeksrapporten die niet beantwoorden aan de verwachte kwaliteitsvereisten weinig bruikbaar zijn voor het beleid, werd een debat gestart binnen het steunpunt SONO over de wijze waarop beleidsaanbevelingen tot stand komen. Tijdens dit debat kwam ook naar voor dat heel wat onderzoekers worstelen met het formuleren van goede beleidsaanbevelingen.

Nooit lag er een voorstel op tafel om de onderzoekers niet langer toe te laten om beleidsaanbevelingen te formuleren of hen te muilkorven. Wel om te komen tot kwaliteitsvolle, onderbouwde en ook bruikbare beleidsaanbevelingen, wat finaal toch de doelstelling is van beleidsgericht onderzoek. Als uitkomst van het debat werd door de stuurgroep van het steunpunt SONO beslist om voor twee kleine reviewstudies naar de master in het basisonderwijs en het vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs, te experimenteren met een andere werkvorm om tot beleidsaanbevelingen te komen. Daarbij wordt vertrokken van het eindrapport met conclusies die de onderzoekers onafhankelijk opmaken, waarna een werkgroep met onderzoekers, experten uit administratie en onderwijsveld zich zouden buigen over mogelijke beleidsaanbevelingen aan de minister. Er werd beslist om deze twee experimenten te evalueren in de stuurgroep en te kijken in welke mate ze verder gezet moeten of kunnen worden. Ook binnen deze werkwijze kunnen onderzoekers nog altijd vrij hun beleidsaanbevelingen formuleren. Alleen wordt er onmiddellijk debat over gevoerd met experten uit het onderwijsveld.

De onderzoekers geven ook aan dat het lang duurt dat sommige rapporten door de minister worden vrijgegeven. Het steunpunt SONO werkt in opdracht van de minister. De minister bekijkt alle opgeleverde rapporten grondig in functie van goed onderwijsbeleid. Soms is het aangewezen om de vrijgave van rapporten te laten samen vallen met de oplevering van andere rapporten, of wordt er beslist de vrijgave te koppelen aan de organisatie van een studiedag of seminarie. Dit betekent dat de vrijgave soms langer op zich laat wachten. Finaal worden alle rapporten vrijgegeven en integraal en onveranderd gepubliceerd op de website van het ministerie van Onderwijs en het steunpunt SONO.

Jeroen Backs is afdelingshoofd Strategische Beleidsondersteuning op het Departement Onderwijs en Vorming. Hij is voorzitter van de stuurgroep van het steunpunt SONO.