Stijn Tormans zocht in het diepe Vlaanderen verhalen om te koesteren.
...

Nooit zou hij nog negentien zijn. Daarom schreef hij die dag zijn naam aan de binnenzijde van de klokkenkast: 'Jos Capenberghs'. En ook de datum: '1 maart 1949'. Er raasde die dinsdag een zware storm door Europa. De pastoor had gevraagd of hij even op de klok kon letten. Even werd een eeuwigheid. Op 1 maart 2017 klom hij voor het laatst op de toren van de Sint-Catharinakerk in 's Gravenwezel. Hij was toen 87. In al die jaren heeft hij nooit een dag gespijbeld, nooit heeft hij een dag vakantie genomen. De klok moest draaien. Niet alleen voor de mensen van zijn dorp. 'In het begin kreeg ik 500 Belgische frank om een jaar lang de klok op te winden', zegt Jos. 'Dat was niet veel, maar ik vroeg opslag aan de lokale politici en gaf alles aan kinderen in Latijns-Amerika, zodat zij hun studie konden betalen.' Vijfentwintig mensen zijn nu iets belangrijks in de wereld, met dank aan het torengeld van Jos. Het werd zijn dagelijkse ritueel: om acht uur 's ochtends draaide hij aan de hendel van de klok. Daarvoor had hij al kranten bezorgd, en daarna ging hij naar zijn drukkerij: alle geboortekaartjes en overlijdensberichten van het dorp heeft hij ambachtelijk gedrukt. 'Door al die jaren met kleine letters bezig te zijn, zijn mijn ogen verslechterd. Ik kan zelfs mijn horloge niet meer lezen.' Hij hoort de wijzers van de klokken wel tikken, luider dan ooit. Een paar jaar geleden stierf de vrouw van zijn leven: Gerarda. En ook zijn dorp zag hij veranderen. 'Ik herken mijn straat niet meer', zegt hij. 'Alle oude huizen van 's Gravenwezel zijn een voor een verdwenen. De atmosfeer, ook.' Behalve de klok, die bleef altijd dezelfde. Ze is nooit geautomatiseerd, ze ziet er nog uit zoals in haar bouwjaar 1884. Niet zoals al die andere kerkklokken, waarvan alleen de buitenkant rest. Jos kwam op voor het raderwerk van zijn klok. Ooit werd het met liefde gemaakt door ambachtslui, zegt hij. Zoveel jaren later werkt het nog altijd. Bezorgt het anderen een beter leven. Soms betekent tijd ethiek. Ook daarom wilde Jos zijn klok niet afstaan. Tot zijn laatste dag zou hij ze blijven opwinden. Zo zou hij sterven, draaiend aan de tijd. Maar dit jaar moest hij toch capituleren. Hij is twee keer gevallen en kan de trap van de toren niet meer op. 'Toen ik moest stoppen met autorijden, vond ik dat verschrikkelijk: ik was mijn vrijheid kwijt. Maar de toren achterlaten, dat was duizend keer erger. Die klok is mijn levenswerk.' Jos wilde zijn kerkklok alleen verlaten als de politici beloofden dat het uurwerk nooit geautomatiseerd zou worden. Het dorp heeft Jos in oktober gehuldigd, voor de eerste keer in al die jaren. 'Mijn vader is een trage held', zegt zijn zoon Joris. 'Een held wil altijd een doel bereiken. Mijn vader is een stille man die gewoon deed wat hij wilde doen. Hij was geen tafelspringer, geen hemelbestormer.' Of misschien toch, letterlijk dan. Iemand heeft het uitgerekend: 595.680 keer heeft hij in die 68 jaar aan de hendel gedraaid, 1.588.480 trappen is hij opgestapt. Dat is twee keer naar de maan en terug. De tijd maakte van hem een held: zijn dagelijkse, trage routine werd een verzetsdaad. 'Niet alleen daarom hebben we dat feest georganiseerd', zegt zijn zoon. 'Ook om hem te tonen: "Vader, het is goed geweest."' Drie mensen zullen nu zijn taak overnemen. Maar de klok van de Sint-Catharinakerk zal altijd een beetje van Jos blijven. Zijn naam en de datum staan er nog altijd op, in onuitwisbaar krijt. Jos Capenberghs, 1 maart 1949. De dag dat het stormde en de torenwachter van 's Gravenwezel de tijd overnam.