Ik zeg het niet graag, maar ik heb een beetje te doen met Remco Campert. Op achtentachtigjarige leeftijd is hij allicht de laatste, grote schrijver van zijn generatie. Van die generatie, die getekend was door de Tweede Wereldoorlog, vond ik Campert altijd de lichtste. Dat bedoel ik complimenteus. Hij is ook de leukste: bij zijn verhalen moet ik vaak aan de tekeningen van Peter van Straaten denken. Campert verdient het ondertussen om elke dag ongegeneerd te genieten van zijn succes. Dat wordt hem ook makkelijk gemaakt: Het...

Ik zeg het niet graag, maar ik heb een beetje te doen met Remco Campert. Op achtentachtigjarige leeftijd is hij allicht de laatste, grote schrijver van zijn generatie. Van die generatie, die getekend was door de Tweede Wereldoorlog, vond ik Campert altijd de lichtste. Dat bedoel ik complimenteus. Hij is ook de leukste: bij zijn verhalen moet ik vaak aan de tekeningen van Peter van Straaten denken. Campert verdient het ondertussen om elke dag ongegeneerd te genieten van zijn succes. Dat wordt hem ook makkelijk gemaakt: Het leven is vurrukkulluk, een van zijn bekendste, werd vorige maand nog verfilmd. Alleen, Campert wil maar niet ophouden met schrijven. Nog elke zaterdag staat er in de boekenbijlage van de Volkskrant een column van hem. Ik durf ze al een hele tijd niet meer te lezen. Campert was, naast dichter en verhalenschrijver, lange tijd een van de beste columnisten van Nederland. Ik leerde hem kennen met de bundel Mijn eenmanszaak. Die columns, toch ook al uit 2010, maakten nog veel indruk: geestig, persoonlijk, slim, scherp, politiek ook, altijd opgewekt. Enkel Rudy Vandendaele - nog iemand die eigenlijk beter stilaan, enfin, laat maar - komt in Vlaanderen misschien in de buurt. Maar de laatste jaren waren de columns van Campert vooral goed om te volgen hoe hij ouder en ouder en ouder werd. Hij haalt steeds langere citaten uit vroeger en andermans werk aan, schrijft zelf minder. Het resultaat wordt armer en schraler. Is het de krant die hem elk jaar weet te overtuigen om toch weer verder te doen, of wil hijzelf van geen wijken weten? In Verloop van jaren, een geweldige documentaire over Campert uit 2016, die nog altijd online te bekijken is, geeft hij de indruk dat hij niet zou weten wat doen als hij niet meer kon schrijven. Er gaat dus ook geen jaar voorbij of er ligt weer een nieuwe titel van Campert in de winkel. Die boekjes worden steeds dunner. Open ogen, een dichtbundel van amper veertig pagina's die onlangs verscheen, moet elke echte fan van Campert pijn doen. Nu zijn leven eigenlijk al voorbij is, heeft hij er niets beters op gevonden dan over de vluchtelingencrisis en terroristische aanslagen te schrijven. Campert heeft daar misschien nog wel minder over te zeggen dan Yannick Dangre, die daar vorige herfst ook al zonder veel succes een reeks gedichten over pleegde. Het is gewoon gênant. Philip Roth gaf onlangs nog eens een interview aan The New York Times. Hij stopte in 2014 met schrijven, en hij maakt het uitstekend. Roth lijkt het niet eens te missen. Ik kan het maar meegeven.