De laatste jaren moeten we met pijn in het hart vaststellen dat, ondanks de gestegen welvaart, de armoede in België en Vlaanderen niet daalt. Erger nog, we gaan er zelfs op achteruit.

De laagste inkomens blijven de federale en Vlaamse besparingen betalen.

Bijna 11 procent van de Vlaamse volwassenen en bijna 12 procent van de kinderen leeft vandaag in armoede. Eén op acht stelt een bezoek aan een dokter uit om financiële redenen; een stijging met 7 procentpunt tegenover 2008. Verder bevindt één op drie eenoudergezinnen zich onder de armoedegrens - onder hen ook mensen die werk hebben.

Harde cijfers en softe politiek

In januari 2015 kondigde de federale regering aan dat armoedebestrijding één van haar 25 prioriteiten zou zijn om 'in overeenstemming met de Europa 2020-doelstellingen het aantal mensen met een armoederisico met 380.000 te laten dalen'. Van die daling is voorlopig weinig gerealiseerd.

De federale regering beloofde ook de sociale minima op te trekken tot de armoedegrens (1.085 euro voor een alleenstaande). Ondanks enkele positieve maatregelen de afgelopen twee jaar is de afstand tussen deze armoedegrens en het leefloon vandaag nog steeds 20 procent.

In april 2016 verklaarde Elke Sleurs (N-VA), federaal staatssecretaris voor armoedebestrijding, dat deze verhoging van de minima op de onderhandelingstafel van de regering zou komen. Maar tijdens de laatste begrotingsbesprekingen bleek dat er net 161 miljoen bespaard zou worden op de welvaartsvastheid van de sociale minima.

Ook de Vlaamse regering maakte in het verleden haar doelstellingen bekend. De kinderarmoede zou gehalveerd moeten worden tegen 2020: van 8,2 naar 4,1 procent. Maar we zijn in een omgekeerde wereld beland: in plaats van een halvering, leeft vandaag bijna 12 procent van de kinderen in armoede.

Sociale correcties zijn onvoldoende

Decenniumdoelen 2017 - een samenwerkingsverband van arbeidersbewegingen, welzijnsorganisaties en armoedeverenigingen - becijfert sinds 2015 de gevolgen van de besparingen op mensen met een laag inkomen.

Onze meest recente berekeningen tonen aan dat de gezinnen met de laagste inkomens in 2017 gemiddeld maandelijks ongeveer 50 euro zullen inleveren.

Besparingen treffen iedereen, maar het ene gezin harder dan het andere. Mensen met een laag inkomen beschikken ook zelden over de nodige financiële buffers om de schade te beperken.

Onze meest recente berekeningen tonen aan dat de gezinnen met de laagste inkomens in 2017 gemiddeld maandelijks ongeveer 50 euro zullen inleveren.

De verschillende regeringen beloofden deze besparingen sociaal te corrigeren. Minister-president Bourgeois bevestigde dit bijvoorbeeld in een parlementair debat over de begroting 2017: "Ja, we hebben inspanningen gevraagd. We hebben dat nooit weggestoken [...] maar we hebben telkens sociaal gecorrigeerd [...]"

De Vlaamse regering heeft inderdaad sociale correcties toegepast, onder andere wat de energieheffing en de waterfactuur betreft. Maar daarnaast werden ook de laagste inkomensgroepen belast met nieuwe besparingen in onder andere de kinderopvang en met stijgende facturen voor energie en openbaar vervoer. Het resultaat is dat, de woorden van de minister-president ten spijt, de laagste inkomens elke dag meer en meer inspanningen moeten leveren om de Vlaamse begroting op peil te houden.

Alarmbellen

Ondanks alle federale en Vlaamse intenties en beloftes blijven de gezinnen met een laag inkomen inleveren, een derde jaar op rij. Voor hen is er geen beterschap op komst, integendeel. Besparingen en hogere facturen staan opnieuw voor de deur.

Als de alarmbellen vandaag niet rinkelen, dan vrezen we het ergste voor morgen.

Wij kunnen onmogelijk aanvaarden dat 1,7 miljoen Belgen in armoede leven en ook nog extra inleveren. We verwachten van de regeringen en parlementen in dit land eenzelfde houding.

Dat veronderstelt wel een (ander) beleid met duidelijke ambities, concrete stappen, een duidelijke timing en concrete maatregelen die de armoede structureel aanpakken.

Jos Geysels en Michel Debruyne zijn respectievelijk voorzitter en coördinator van Decenniumdoelen 2017.

De laatste jaren moeten we met pijn in het hart vaststellen dat, ondanks de gestegen welvaart, de armoede in België en Vlaanderen niet daalt. Erger nog, we gaan er zelfs op achteruit.Bijna 11 procent van de Vlaamse volwassenen en bijna 12 procent van de kinderen leeft vandaag in armoede. Eén op acht stelt een bezoek aan een dokter uit om financiële redenen; een stijging met 7 procentpunt tegenover 2008. Verder bevindt één op drie eenoudergezinnen zich onder de armoedegrens - onder hen ook mensen die werk hebben.In januari 2015 kondigde de federale regering aan dat armoedebestrijding één van haar 25 prioriteiten zou zijn om 'in overeenstemming met de Europa 2020-doelstellingen het aantal mensen met een armoederisico met 380.000 te laten dalen'. Van die daling is voorlopig weinig gerealiseerd.De federale regering beloofde ook de sociale minima op te trekken tot de armoedegrens (1.085 euro voor een alleenstaande). Ondanks enkele positieve maatregelen de afgelopen twee jaar is de afstand tussen deze armoedegrens en het leefloon vandaag nog steeds 20 procent.In april 2016 verklaarde Elke Sleurs (N-VA), federaal staatssecretaris voor armoedebestrijding, dat deze verhoging van de minima op de onderhandelingstafel van de regering zou komen. Maar tijdens de laatste begrotingsbesprekingen bleek dat er net 161 miljoen bespaard zou worden op de welvaartsvastheid van de sociale minima.Ook de Vlaamse regering maakte in het verleden haar doelstellingen bekend. De kinderarmoede zou gehalveerd moeten worden tegen 2020: van 8,2 naar 4,1 procent. Maar we zijn in een omgekeerde wereld beland: in plaats van een halvering, leeft vandaag bijna 12 procent van de kinderen in armoede.Decenniumdoelen 2017 - een samenwerkingsverband van arbeidersbewegingen, welzijnsorganisaties en armoedeverenigingen - becijfert sinds 2015 de gevolgen van de besparingen op mensen met een laag inkomen.Besparingen treffen iedereen, maar het ene gezin harder dan het andere. Mensen met een laag inkomen beschikken ook zelden over de nodige financiële buffers om de schade te beperken.Onze meest recente berekeningen tonen aan dat de gezinnen met de laagste inkomens in 2017 gemiddeld maandelijks ongeveer 50 euro zullen inleveren.De verschillende regeringen beloofden deze besparingen sociaal te corrigeren. Minister-president Bourgeois bevestigde dit bijvoorbeeld in een parlementair debat over de begroting 2017: "Ja, we hebben inspanningen gevraagd. We hebben dat nooit weggestoken [...] maar we hebben telkens sociaal gecorrigeerd [...]"De Vlaamse regering heeft inderdaad sociale correcties toegepast, onder andere wat de energieheffing en de waterfactuur betreft. Maar daarnaast werden ook de laagste inkomensgroepen belast met nieuwe besparingen in onder andere de kinderopvang en met stijgende facturen voor energie en openbaar vervoer. Het resultaat is dat, de woorden van de minister-president ten spijt, de laagste inkomens elke dag meer en meer inspanningen moeten leveren om de Vlaamse begroting op peil te houden.Ondanks alle federale en Vlaamse intenties en beloftes blijven de gezinnen met een laag inkomen inleveren, een derde jaar op rij. Voor hen is er geen beterschap op komst, integendeel. Besparingen en hogere facturen staan opnieuw voor de deur.Als de alarmbellen vandaag niet rinkelen, dan vrezen we het ergste voor morgen.Wij kunnen onmogelijk aanvaarden dat 1,7 miljoen Belgen in armoede leven en ook nog extra inleveren. We verwachten van de regeringen en parlementen in dit land eenzelfde houding.Dat veronderstelt wel een (ander) beleid met duidelijke ambities, concrete stappen, een duidelijke timing en concrete maatregelen die de armoede structureel aanpakken.Jos Geysels en Michel Debruyne zijn respectievelijk voorzitter en coördinator van Decenniumdoelen 2017.