Op zaterdag 28 juli nam Theodore McCarrick, lid van het Vaticaans Kardinalencollege, ontslag. Het werd door paus Francisus aanvaard. Het ontslag volgde op meervoudige zware beschuldigingen wegens seksueel misbruik op minderjarigen. Er werd ook een kerkelijk strafproces aangekondigd dat kan leiden tot de wegsturing uit de klerikale staat. De kans dat het proces tot een straf leidt is zo goed als onbestaand. Seksueel misbruik is volgens het kerkelijk recht geen misdaad maar een morele faling.

De Kerk moet het werk voortzetten dat ze begonnen is met haar voorlopig bescheiden mea culpa.

Het ontslag van McCarrick haalde de pers, vooral de Angelsaksische, maar ook elders, zelfs, zij het eerder sporadisch, in ons land. Toch kwam er geen nieuw debat op gang.

De huiveringwekkende verhalen over seksueel misdrijf in de Kerk werden al vaker onder de aandacht gebracht: in de pers, in de literatuur en in de bioscoop. Ze zijn bij manier van spreken 'oud nieuws' geworden omdat het shockeffect weg is. Dat mag geen aanleiding zijn om ze te vergeten, laat staan ze weg te moffelen. Vandaar mijn oproep tot blijvende steun voor de ontelbare slachtoffers dat zij maakten.

Theodore McCarrick werd op 7 juli 1930 in New York geboren. Hij was enig kind en groeide op in The Bronx. Zijn vader verloor hij op zeer jonge leeftijd. Als jonge knaap was hij al misdienaar.

Hij behaalde een bachelor in de filosofie en een master in theologie. Hij werd een talenknobbel die vlot vijf talen sprak. Zijn carrière in de Kerk begon hij als priester in 1958, hij werd hulpbisschop van New York, bisschop van Metuchen, aartsbisschop van Newark en later Washington D.C.

Tijdens zijn indrukwekkende kerkelijke loopbaan misbruikte hij talloze kinderen. De eerste beschuldigingen tegen McCarrick gaan terug tot de vroege jaren zeventig toen hij nog hulpbisschop was in New York City. Daar betastte hij een misdienaar. Een van zijn slachtoffers verklaart dat het seksueel misbruik twee decennia duurde. Hij was elf toen McCarrick hem voor het eerst verkrachtte. Dan zijn er ook nog de vele jongvolwassen seminaristen die McCarrick dwong hem in een strandhuis te New Jersey seksueel te bevredigen.

Beschuldigingen van seksueel misbruik tegen McCarrick werden voor het eerst geuit in 1994, en in 2000 raadde men paus Johannes Paulus II af om McCarrick aan te stellen als aartsbisschop van Washington. Evenwel met weinig resultaat, want zoals het zo vaak gaat bij de Katholieke Kerk werden dergelijke beschuldigingen in de doofpot gestopt. McCarrick werd aartsbisschop.

In juni 2018 kwamen nieuwe beschuldigingen uit zijn verleden boven water welke na onderzoek als geloofwaardig werden bestempeld. De paus adviseerde hem - net als zijn voorgangers zoals Roger Vangheluwe - een 'leven van gebed en boetedoening in 't verborgene'. Maar wanneer andere, nog grovere aantijgingen volgden waarvan het waarheidskarakter niet te ontkennen valt, hield de kardinaal 'de eer' aan zichzelf en nam hij op 28 juli ontslag.

De reden waarom McCarrick op dit moment het wereldnieuws haalt, is niet vanwege de walgelijke misdaden die hij beging - die kenden we al langer - maar omdat hij ontslagen is als kardinaal. De laatste kardinaal die ontslag nam was Louis Billot in 1927 vanwege politieke spanningen tussen hemzelf en de Heilige Stoel. Om die reden zou men kunnen stellen dat paus Franciscus' beslissing veelzeggend is. Eindelijk weerklinkt openlijk het signaal dat seksueel misbruik ook binnen de Kerk niet langer wordt getolereerd. Althans, dat zou men denken. Of is het eerder een wanhopige poging om zijn eigen reputatie een positieve boost te geven, nadat hij openlijk verkondigde talrijke misbruikte Chileense slachtoffers niet te geloven?

De intrieste verhalen omtrent seksueel misbruik in de Kerk mogen niet vergeten, laat staan weggemoffeld, worden. Des te meer omdat het verhaal niet af is.

De hoop van vele slachtoffers is in de eerste plaats gevestigd op het kerkelijk tribunaal, dat gevat wordt door de zaak McCarrick. Ik zou ervan willen uitgaan dat dit tribunaal naar behoren werkt. Ik zou er ook willen van uitgaan, dat de juridische actoren bij deze kerkelijke strafrechtbank naar behoren van hun taak zullen uitoefenen. Maar het verleden tempert mijn verwachtingen, en ik sta ongetwijfeld niet alleen met deze twijfels. Dit proces is voor mij, net zoals voor vele anderen, niets minder dan een lakmoesproef.

Ook op nationaal en supranationaal juridisch vlak is de kous nog niet af. Er lopen procedures voor de Belgische rechtbanken en voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zij worden gevoerd door deskundige advocaten. Ook hier is het uitkijken of uiteindelijk recht geschiedt.

Wat op 28 juli 2018 is gebeurd, moet het startschot zijn voor een 'aggiornamento' voor de Kerk op vlak van seksueel misbruik in haar kringen.

De kerkelijke hiërarchie mag zijn handen nooit meer wassen in onschuld. Wie het Evangelie leest, weet waartoe dit leidt. Het moet voor eens en altijd gedaan zijn met uitvluchten als 'we wisten 't niet'. Gedaan met het farizeïsch excuus van 'we hebben ze toch verplaatst' (zonder toezicht op recidive). Basta met het huichelachtig 'we probeerden toch tot een regeling te komen met de slachtoffers' (mits elke ruchtbaarheid de kop kon worden ingedrukt).

Veeleer moet de Kerk het werk voortzetten dat ze begonnen is met haar voorlopig veeleer bescheiden mea culpa: door het onverbloemd en openlijk bekennen van morele schuld en het nederig vragen van vergiffenis (toch een van hun waarmerken), door de toekenning van correcte schadevergoeding (die méér dan een afkoopaalmoes zijn; de aflaten werden destijds heel wat duurder betaald...), door het stoppen van het spelen van juridische spelletjes (de blinde strafrechtelijke verjaring mag geen alibi zijn voor het ontlopen van de verpletterende morele verantwoordelijkheid), en door het 'met de vreze des Heren' goed functioneren van haar strafrechtbank (met voldoende transparantie, en zonder aanzien des persoons). Op dit alles hebben de talrijke slachtoffers, heeft de ganse gemeenschap, inclusief de kerkelijke gemeenschap recht.

Wat op 28 juli 2018 is gebeurd, moet het startschot zijn voor een 'aggiornamento' (term van Johannes XXIII (1958-1963), die vond dat de Rooms-Katholieke Kerk zich moest vernieuwen , nvdr.) voor de Kerk op vlak van seksueel misbruik in haar kringen.

Op zaterdag 28 juli nam Theodore McCarrick, lid van het Vaticaans Kardinalencollege, ontslag. Het werd door paus Francisus aanvaard. Het ontslag volgde op meervoudige zware beschuldigingen wegens seksueel misbruik op minderjarigen. Er werd ook een kerkelijk strafproces aangekondigd dat kan leiden tot de wegsturing uit de klerikale staat. De kans dat het proces tot een straf leidt is zo goed als onbestaand. Seksueel misbruik is volgens het kerkelijk recht geen misdaad maar een morele faling.Het ontslag van McCarrick haalde de pers, vooral de Angelsaksische, maar ook elders, zelfs, zij het eerder sporadisch, in ons land. Toch kwam er geen nieuw debat op gang.De huiveringwekkende verhalen over seksueel misdrijf in de Kerk werden al vaker onder de aandacht gebracht: in de pers, in de literatuur en in de bioscoop. Ze zijn bij manier van spreken 'oud nieuws' geworden omdat het shockeffect weg is. Dat mag geen aanleiding zijn om ze te vergeten, laat staan ze weg te moffelen. Vandaar mijn oproep tot blijvende steun voor de ontelbare slachtoffers dat zij maakten.Theodore McCarrick werd op 7 juli 1930 in New York geboren. Hij was enig kind en groeide op in The Bronx. Zijn vader verloor hij op zeer jonge leeftijd. Als jonge knaap was hij al misdienaar. Hij behaalde een bachelor in de filosofie en een master in theologie. Hij werd een talenknobbel die vlot vijf talen sprak. Zijn carrière in de Kerk begon hij als priester in 1958, hij werd hulpbisschop van New York, bisschop van Metuchen, aartsbisschop van Newark en later Washington D.C.Tijdens zijn indrukwekkende kerkelijke loopbaan misbruikte hij talloze kinderen. De eerste beschuldigingen tegen McCarrick gaan terug tot de vroege jaren zeventig toen hij nog hulpbisschop was in New York City. Daar betastte hij een misdienaar. Een van zijn slachtoffers verklaart dat het seksueel misbruik twee decennia duurde. Hij was elf toen McCarrick hem voor het eerst verkrachtte. Dan zijn er ook nog de vele jongvolwassen seminaristen die McCarrick dwong hem in een strandhuis te New Jersey seksueel te bevredigen.Beschuldigingen van seksueel misbruik tegen McCarrick werden voor het eerst geuit in 1994, en in 2000 raadde men paus Johannes Paulus II af om McCarrick aan te stellen als aartsbisschop van Washington. Evenwel met weinig resultaat, want zoals het zo vaak gaat bij de Katholieke Kerk werden dergelijke beschuldigingen in de doofpot gestopt. McCarrick werd aartsbisschop. In juni 2018 kwamen nieuwe beschuldigingen uit zijn verleden boven water welke na onderzoek als geloofwaardig werden bestempeld. De paus adviseerde hem - net als zijn voorgangers zoals Roger Vangheluwe - een 'leven van gebed en boetedoening in 't verborgene'. Maar wanneer andere, nog grovere aantijgingen volgden waarvan het waarheidskarakter niet te ontkennen valt, hield de kardinaal 'de eer' aan zichzelf en nam hij op 28 juli ontslag.De reden waarom McCarrick op dit moment het wereldnieuws haalt, is niet vanwege de walgelijke misdaden die hij beging - die kenden we al langer - maar omdat hij ontslagen is als kardinaal. De laatste kardinaal die ontslag nam was Louis Billot in 1927 vanwege politieke spanningen tussen hemzelf en de Heilige Stoel. Om die reden zou men kunnen stellen dat paus Franciscus' beslissing veelzeggend is. Eindelijk weerklinkt openlijk het signaal dat seksueel misbruik ook binnen de Kerk niet langer wordt getolereerd. Althans, dat zou men denken. Of is het eerder een wanhopige poging om zijn eigen reputatie een positieve boost te geven, nadat hij openlijk verkondigde talrijke misbruikte Chileense slachtoffers niet te geloven?De intrieste verhalen omtrent seksueel misbruik in de Kerk mogen niet vergeten, laat staan weggemoffeld, worden. Des te meer omdat het verhaal niet af is.De hoop van vele slachtoffers is in de eerste plaats gevestigd op het kerkelijk tribunaal, dat gevat wordt door de zaak McCarrick. Ik zou ervan willen uitgaan dat dit tribunaal naar behoren werkt. Ik zou er ook willen van uitgaan, dat de juridische actoren bij deze kerkelijke strafrechtbank naar behoren van hun taak zullen uitoefenen. Maar het verleden tempert mijn verwachtingen, en ik sta ongetwijfeld niet alleen met deze twijfels. Dit proces is voor mij, net zoals voor vele anderen, niets minder dan een lakmoesproef.Ook op nationaal en supranationaal juridisch vlak is de kous nog niet af. Er lopen procedures voor de Belgische rechtbanken en voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zij worden gevoerd door deskundige advocaten. Ook hier is het uitkijken of uiteindelijk recht geschiedt.De kerkelijke hiërarchie mag zijn handen nooit meer wassen in onschuld. Wie het Evangelie leest, weet waartoe dit leidt. Het moet voor eens en altijd gedaan zijn met uitvluchten als 'we wisten 't niet'. Gedaan met het farizeïsch excuus van 'we hebben ze toch verplaatst' (zonder toezicht op recidive). Basta met het huichelachtig 'we probeerden toch tot een regeling te komen met de slachtoffers' (mits elke ruchtbaarheid de kop kon worden ingedrukt).Veeleer moet de Kerk het werk voortzetten dat ze begonnen is met haar voorlopig veeleer bescheiden mea culpa: door het onverbloemd en openlijk bekennen van morele schuld en het nederig vragen van vergiffenis (toch een van hun waarmerken), door de toekenning van correcte schadevergoeding (die méér dan een afkoopaalmoes zijn; de aflaten werden destijds heel wat duurder betaald...), door het stoppen van het spelen van juridische spelletjes (de blinde strafrechtelijke verjaring mag geen alibi zijn voor het ontlopen van de verpletterende morele verantwoordelijkheid), en door het 'met de vreze des Heren' goed functioneren van haar strafrechtbank (met voldoende transparantie, en zonder aanzien des persoons). Op dit alles hebben de talrijke slachtoffers, heeft de ganse gemeenschap, inclusief de kerkelijke gemeenschap recht.Wat op 28 juli 2018 is gebeurd, moet het startschot zijn voor een 'aggiornamento' (term van Johannes XXIII (1958-1963), die vond dat de Rooms-Katholieke Kerk zich moest vernieuwen , nvdr.) voor de Kerk op vlak van seksueel misbruik in haar kringen.