We worden plat geklopt met zegebulletins over de economische heropleving, maar als je achteraan bengelt in het peloton, moet je eerder een tandje bijsteken dan je armen in de lucht. Als we een ommetje maken bij onze noorderburen moeten we ons economisch tuinkabouterschap al erkennen. Onze economie groeit aan 1,7 procent. Dat is lager dan het Europees gemiddelde van 2,5 procent. De Nederlandse economie groeit op jaarbasis bijvoorbeeld met 3,3 procent. Dit levert boven de Moerdijk een begrotingsoverschot op van 4,4 miljard euro, en volgend jaar zelfs 6,9 miljard. De economische groei zorgt er voor dat er minder uitgegeven wordt aan uitkeringen en dat er meer belastingen binnen komen. De Nederlandse Staatsschuld is 423 miljard euro, amper 59,6% van het BBP. Onze handelsbalans staat nog altijd in het rood en we hebben een overheidsschuld van meer dan 100%. Het Internationaal Monetair Fonds berekende dat de overheidsschuld in werkelijkheid 200% bedraagt, als we rekening houden met onze toekomstige pensioenverplichtingen en met de uitgaven in de gezondheidszorg. Van zodra de rente stijgt wendt er een catastrofe, en dat gevaar is niet denkbeeldig. Van zodra de Europese Centrale Bank stopt met het inkopen van overheidspapier - momenteel is dit nog 30 miljard euro per maand - zou onze langetermijnrente onmiddellijk verdubbelen.

De Amerikaanse Federale Reserve is met de inkoop al gestopt in 2014 en de rente over de plas is er nu driemaal hoger dan de Europese. De Europese Centrale Bank heeft al zo veel schulden opgekocht dat de balans oploopt tot 4.500 miljard of 4,5 biljoen euro. Als de rente sterk verhoogt komen alle problemen van vroeger terug, van ongezonde overheidsfinanciën tot ongezonde banken. Als de economie aantikt moet men de geldkraan echter dichtdraaien en de rente lichtjes verhogen. Zelfs John Maynard Keynes vond dat men in economisch slechte tijden extra geld moest spenderen, maar in goede tijden extra centen moest opzij zetten, of je moet je dak herstellen als de zon schijnt. Het eerste is betwistbaar maar het tweede doen politici hier nooit.

De kaaimannen ontsnappen aan de tollenaars en de werkmieren betalen het gelag

Voor de kanker van Guy Verhofstadts Paars moeten we vandaag nog altijd aan de chemo, en de regering-Michel is op begrotingsvlak ook een maat voor niets. Een begroting in evenwicht is hier voor elke regering een valse verkiezingsbelofte en een luchtspiegeling voor de bevolking. Het begrotingsevenwicht dat beloofd werd tegen 2018 is nu al uitgesteld tot 2020, want 4,6 miljard besparen durft men aan de bevolking niet verkopen omdat men met begrotingspeptalk geen verkiezingen wint. Ons overheidsbeslag bedraagt meer dan 50% en onze overheid spendeert jaarlijks 225 miljard, toch klaagt ze dat ze nog niet genoeg centen heeft voor investeringen. Ze geeft nog altijd meer geld uit dan er binnenkomt, en als er al een overschotje gerealiseerd wordt, zoals recentelijk 100 miljoen bij de Vlaamse Regering, wordt het netjes verdeeld onder de regeringspartijen om het als snoepgoed uit te delen voor hun achterban. Er zijn verkiezingen in aantocht, nietwaar. De politieke logica wint het altijd van de economische. De lusten voor vandaag, en de lasten voor morgen.

We blijven nochtans olympisch kampioen in elke discipline van belasting betalen. Onze roerende voorheffing steeg van 15 naar 30 procent en de beurstaks verdubbelde op zes jaar tijd. Geen enkel land ter wereld hanteert een hogere transactietaks. Als particulier betaal je liefst 35 keer meer dan wat een transactie aan een professioneel kost. Na Frankrijk heft België de hoogste vermogensbelastingen van Europa. De lasten op vermogens vertegenwoordigen volgens de OESO 3,5 procent van ons bruto binnenlands product. In Duitsland is dat amper 1 procent en in Nederland 1,5. Ook qua erfbelastingen staan we aan de Europese top. En alsof het nooit genoeg is zitten we volgens diezelfde OESO bij de koplopers voor belasting op onroerend goed. Jaarlijks int onze schatkist 3,5 miljard onroerende voorheffing en 4,1 miljard euro aan registratierechten. Wie een woning verhuurt of een tweede verblijf heeft moet jaarlijks twee keer afdokken: één keer via de onroerende voorheffing en nog een keer in de personenbelasting. Niettegenstaande de valse hype rond de taxshift blijven we wereldkampioen in belastingdruk op arbeid, voor een gezin van tweeverdieners is dat 46,2%, in Nederland amper 29,7%. Voor een alleenstaande zonder kinderen is dat zelfs een onteigening van 53,7% of gelegaliseerde zweetdiefstal.

Rekenkundige voorspellingen van een wiskundig analfabeet

Accijnsverhogingen en suikertaksen worden verkocht als belastingen op een zondig leven en we slikken ze door als zoete broodjes.

Op fiscaal vlak is de taxshift een trompe-l'oeil: de belastingdruk op arbeid werd verlaagd met geld dat de overheid niet heeft en die ze dan op andere plaatsen moet gaan zoeken. Wie zei ook weer dat de taxshift zonder lagere overheidsuitgaven als een hond is die zijn eigen staart achtervolgt, met veel kwispelen maar met weinig vooruitgang ? In de discipline personenbelastingen innen, dulden onze tollenaars ook geen concurrentie, als zweetdieven storten ze zich op de vruchten van ons inkomen: 75% van de personenbelasting wordt opgehoest door de middenklasse. Omdat men het bij de superrijken niet kan of wil halen, en de grote bedrijven rulings afsluiten, worden de "controleerbaren" leeggemolken. Zolang men als financiënminister bij oude krokodillen als Albert Frère op de schoot zit, is er weinig kans op verandering. De Kaaimantaks bracht vorig jaar nauwelijks 1% of 5 miljoen euro in het laatje i.p.v. de begrootte 510 miljoen. Rekenkundige voorspellingen van een wiskundig analfabeet. "Show me the money". Elke aangekondigde belastingverlaging is in het beste geval een vestzak-broekzakoperatie. De verlaging van de vennootschapsbelasting gaat gepaard met het supprimeren van allerhande aftrekposten, het decimeren van de notionele intrest en het optrekken van de minimumwedde van de zaakvoerder tot 45.000 euro. Iets wat op zijn beurt extra belastingen en sociale bijdragen oplevert. Accijnsverhogingen en suikertaksen worden verkocht als belastingen op een zondig leven en we slikken ze door als zoete broodjes. Onze elektriciteits- en waterrekeningen zijn verdoken aanslagbiljetten enz....

Onze regenten en tollenaars raad ik de lezing aan van "For Good and Evil - The impact of Taxes on the Course of Civilization". In dit fascinerend boek beschrijft Charles Adams hoe belastingen een cruciale rol speelden in de opkomst en vooral het verval van diverse beschavingen, waaronder ook deze in onze contreien, in casu de Republiek der Zeven provinciën. Hij verhaalt hoe er een einde kwam aan de Nederlandse Gouden Eeuw door de hoge belastingdruk en de zelfverrijking door een sociale en politieke elite. Sir William Temple, een Engelse diplomaat in Holland getuigt in het boek: "Wanneer men in een taverne een visgerecht met de gebruikelijke saus eet, moeten er ongeveer dertig verschillende accijnzen worden betaald" Op het einde van de zeventiende eeuw bestond de witte kassa nochtans nog niet in de horeca. William Carr, een Engelse auteur schreef in 1691 over de Nederlandse belastingdruk: "Als wij in Engeland dezelfde belastingen zouden moeten betalen als die in Holland worden opgelegd, dan zou de ene na de andere opstand volgen." Er voltrok zich een braindrain, o.a. naar Engeland, waar er veel meer mogelijkheden waren en minder overheidsbeslag "De grote tragedie van de hoge belastingdruk was niet alleen het verlies van vrijheid, maar ook de economische neergang als gevolg van de hoge prijzen van Nederlandse goederen in de wereldhandel" vervolgde Adams.

Vierhonderd jaar later lijkt er zich een gelijkaardig scenario te herhalen. Terwijl er steeds meer concurrentie komt uit andere werelddelen en vooral van de Aziatische tijgers blijven wij kritiekloos bukken voor steeds hogere belastingen en voor andere inperkingen van onze economische vrijheid. Wie niet leert uit de fouten van het verleden, is gedoemd ze te herhalen.

We worden plat geklopt met zegebulletins over de economische heropleving, maar als je achteraan bengelt in het peloton, moet je eerder een tandje bijsteken dan je armen in de lucht. Als we een ommetje maken bij onze noorderburen moeten we ons economisch tuinkabouterschap al erkennen. Onze economie groeit aan 1,7 procent. Dat is lager dan het Europees gemiddelde van 2,5 procent. De Nederlandse economie groeit op jaarbasis bijvoorbeeld met 3,3 procent. Dit levert boven de Moerdijk een begrotingsoverschot op van 4,4 miljard euro, en volgend jaar zelfs 6,9 miljard. De economische groei zorgt er voor dat er minder uitgegeven wordt aan uitkeringen en dat er meer belastingen binnen komen. De Nederlandse Staatsschuld is 423 miljard euro, amper 59,6% van het BBP. Onze handelsbalans staat nog altijd in het rood en we hebben een overheidsschuld van meer dan 100%. Het Internationaal Monetair Fonds berekende dat de overheidsschuld in werkelijkheid 200% bedraagt, als we rekening houden met onze toekomstige pensioenverplichtingen en met de uitgaven in de gezondheidszorg. Van zodra de rente stijgt wendt er een catastrofe, en dat gevaar is niet denkbeeldig. Van zodra de Europese Centrale Bank stopt met het inkopen van overheidspapier - momenteel is dit nog 30 miljard euro per maand - zou onze langetermijnrente onmiddellijk verdubbelen. De Amerikaanse Federale Reserve is met de inkoop al gestopt in 2014 en de rente over de plas is er nu driemaal hoger dan de Europese. De Europese Centrale Bank heeft al zo veel schulden opgekocht dat de balans oploopt tot 4.500 miljard of 4,5 biljoen euro. Als de rente sterk verhoogt komen alle problemen van vroeger terug, van ongezonde overheidsfinanciën tot ongezonde banken. Als de economie aantikt moet men de geldkraan echter dichtdraaien en de rente lichtjes verhogen. Zelfs John Maynard Keynes vond dat men in economisch slechte tijden extra geld moest spenderen, maar in goede tijden extra centen moest opzij zetten, of je moet je dak herstellen als de zon schijnt. Het eerste is betwistbaar maar het tweede doen politici hier nooit. Voor de kanker van Guy Verhofstadts Paars moeten we vandaag nog altijd aan de chemo, en de regering-Michel is op begrotingsvlak ook een maat voor niets. Een begroting in evenwicht is hier voor elke regering een valse verkiezingsbelofte en een luchtspiegeling voor de bevolking. Het begrotingsevenwicht dat beloofd werd tegen 2018 is nu al uitgesteld tot 2020, want 4,6 miljard besparen durft men aan de bevolking niet verkopen omdat men met begrotingspeptalk geen verkiezingen wint. Ons overheidsbeslag bedraagt meer dan 50% en onze overheid spendeert jaarlijks 225 miljard, toch klaagt ze dat ze nog niet genoeg centen heeft voor investeringen. Ze geeft nog altijd meer geld uit dan er binnenkomt, en als er al een overschotje gerealiseerd wordt, zoals recentelijk 100 miljoen bij de Vlaamse Regering, wordt het netjes verdeeld onder de regeringspartijen om het als snoepgoed uit te delen voor hun achterban. Er zijn verkiezingen in aantocht, nietwaar. De politieke logica wint het altijd van de economische. De lusten voor vandaag, en de lasten voor morgen. We blijven nochtans olympisch kampioen in elke discipline van belasting betalen. Onze roerende voorheffing steeg van 15 naar 30 procent en de beurstaks verdubbelde op zes jaar tijd. Geen enkel land ter wereld hanteert een hogere transactietaks. Als particulier betaal je liefst 35 keer meer dan wat een transactie aan een professioneel kost. Na Frankrijk heft België de hoogste vermogensbelastingen van Europa. De lasten op vermogens vertegenwoordigen volgens de OESO 3,5 procent van ons bruto binnenlands product. In Duitsland is dat amper 1 procent en in Nederland 1,5. Ook qua erfbelastingen staan we aan de Europese top. En alsof het nooit genoeg is zitten we volgens diezelfde OESO bij de koplopers voor belasting op onroerend goed. Jaarlijks int onze schatkist 3,5 miljard onroerende voorheffing en 4,1 miljard euro aan registratierechten. Wie een woning verhuurt of een tweede verblijf heeft moet jaarlijks twee keer afdokken: één keer via de onroerende voorheffing en nog een keer in de personenbelasting. Niettegenstaande de valse hype rond de taxshift blijven we wereldkampioen in belastingdruk op arbeid, voor een gezin van tweeverdieners is dat 46,2%, in Nederland amper 29,7%. Voor een alleenstaande zonder kinderen is dat zelfs een onteigening van 53,7% of gelegaliseerde zweetdiefstal. Op fiscaal vlak is de taxshift een trompe-l'oeil: de belastingdruk op arbeid werd verlaagd met geld dat de overheid niet heeft en die ze dan op andere plaatsen moet gaan zoeken. Wie zei ook weer dat de taxshift zonder lagere overheidsuitgaven als een hond is die zijn eigen staart achtervolgt, met veel kwispelen maar met weinig vooruitgang ? In de discipline personenbelastingen innen, dulden onze tollenaars ook geen concurrentie, als zweetdieven storten ze zich op de vruchten van ons inkomen: 75% van de personenbelasting wordt opgehoest door de middenklasse. Omdat men het bij de superrijken niet kan of wil halen, en de grote bedrijven rulings afsluiten, worden de "controleerbaren" leeggemolken. Zolang men als financiënminister bij oude krokodillen als Albert Frère op de schoot zit, is er weinig kans op verandering. De Kaaimantaks bracht vorig jaar nauwelijks 1% of 5 miljoen euro in het laatje i.p.v. de begrootte 510 miljoen. Rekenkundige voorspellingen van een wiskundig analfabeet. "Show me the money". Elke aangekondigde belastingverlaging is in het beste geval een vestzak-broekzakoperatie. De verlaging van de vennootschapsbelasting gaat gepaard met het supprimeren van allerhande aftrekposten, het decimeren van de notionele intrest en het optrekken van de minimumwedde van de zaakvoerder tot 45.000 euro. Iets wat op zijn beurt extra belastingen en sociale bijdragen oplevert. Accijnsverhogingen en suikertaksen worden verkocht als belastingen op een zondig leven en we slikken ze door als zoete broodjes. Onze elektriciteits- en waterrekeningen zijn verdoken aanslagbiljetten enz....Onze regenten en tollenaars raad ik de lezing aan van "For Good and Evil - The impact of Taxes on the Course of Civilization". In dit fascinerend boek beschrijft Charles Adams hoe belastingen een cruciale rol speelden in de opkomst en vooral het verval van diverse beschavingen, waaronder ook deze in onze contreien, in casu de Republiek der Zeven provinciën. Hij verhaalt hoe er een einde kwam aan de Nederlandse Gouden Eeuw door de hoge belastingdruk en de zelfverrijking door een sociale en politieke elite. Sir William Temple, een Engelse diplomaat in Holland getuigt in het boek: "Wanneer men in een taverne een visgerecht met de gebruikelijke saus eet, moeten er ongeveer dertig verschillende accijnzen worden betaald" Op het einde van de zeventiende eeuw bestond de witte kassa nochtans nog niet in de horeca. William Carr, een Engelse auteur schreef in 1691 over de Nederlandse belastingdruk: "Als wij in Engeland dezelfde belastingen zouden moeten betalen als die in Holland worden opgelegd, dan zou de ene na de andere opstand volgen." Er voltrok zich een braindrain, o.a. naar Engeland, waar er veel meer mogelijkheden waren en minder overheidsbeslag "De grote tragedie van de hoge belastingdruk was niet alleen het verlies van vrijheid, maar ook de economische neergang als gevolg van de hoge prijzen van Nederlandse goederen in de wereldhandel" vervolgde Adams. Vierhonderd jaar later lijkt er zich een gelijkaardig scenario te herhalen. Terwijl er steeds meer concurrentie komt uit andere werelddelen en vooral van de Aziatische tijgers blijven wij kritiekloos bukken voor steeds hogere belastingen en voor andere inperkingen van onze economische vrijheid. Wie niet leert uit de fouten van het verleden, is gedoemd ze te herhalen.