De redenering dat in een democratie niets zo belangrijk is dat het volk er niet over mag beslissen, is erg aannemelijk. Beleid wordt immers verondersteld het volk te dienen. En wie is er beter in staat dan het volk zelf om te beslissen wat goed voor hen is?

De invoering van het circulatieplan was even opmerkelijk als bewonderenswaardig.

Toch houdt vertegenwoordiging meer in dan het simpelweg uitvoeren van het mandaat van de kiezer. Met het invoeren van het circulatieplan herinnerde het Gents stadsbestuur ons eraan dat in tijden waar participatie de norm is, democratie meer is dan het luisteren naar waar er draagvlak voor is.

Autogordel

Stel nu dat de meerderheid van de kiezer de snelheidsbeperking van 120 km/u op de autosnelweg wil opheffen. Dan zou het de plicht zijn van de verkozen politici om hier gevolg aan te geven. De vraag of het niet de plicht is van de overheid om individuele vrijheid te begrenzen om de samenleving te beschermen, is dan niet aan de orde. Als de kiezer sneller wil rijden, dan moeten vertegenwoordigers daarnaar handelen.

Ook de verplichting tot het dragen van een autogordel was erg onpopulair bij de bevolking.

Op die manier wordt eraan voorbijgegaan dat mensen die sneller willen rijden niet alleen het veiligheidsrisico nemen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Als we het van het oordeel van de kiezer lieten afhangen, dan was de verplichting tot het dragen van de autogordel - om in hetzelfde thema te blijven - er nooit gekomen.

De maatregel was immers erg onpopulair; een draagvlak was er niet. Politici voerden ze toch in, omdat men van mening was dat de samenleving daar het best mee gebaat zou zijn. Vandaag is het vastklikken in de auto een gewoonte geworden en zou een voorstel tot afschaffing juist op een gebrek aan draagvlak botsen.

Democratisch verkozen zijn geeft uiteraard niet het recht om vanuit een ivoren toren te verkondigen.

Het gegeven dat politici democratisch verkozen zijn, geeft hen uiteraard niet het recht om voor de tijd van een legislatuur vanuit een ivoren toren te verkondigen wat goed is voor het volk. In een democratie worden politici geacht burgers ook tussen de stembusgangen in een stem te geven. Maar het uitsluitend zwalkend op zoek gaan naar draagvlak, komt de samenleving als geheel bezwaarlijk ten goede. Daarom hebben verkozenen evenzeer de plicht om naar eigen goeddunken te handelen naar wat zij denken wat goed is voor ons, om draagvlak zelf te durven creëren.

In theorie schippert de meest democratische vertegenwoordiging dus tussen twee tegengestelde vormen. In de praktijk is de ene echter de regel en de andere amper voorkomend. Partijen willen macht in het parlement. Daarvoor hebben ze zoveel mogelijk kiezers nodig. Dan is het veel voor de hand liggender om te kijken voor welk discours en voor welke beslissing er draagvlak aanwezig is, dan draagvlak te moeten creëren.

Om die reden is het logisch dat partijen vandaag flexibel omgaan met ideologie en gestuurd worden door de perceptie van wat kiezers vandaag wensen. Evenzeer is het erg verstaanbaar dat geprofessionaliseerde partijen onderzoeksbureaus inschakelen om te peilen naar de populariteit van kandidaat-lijsttrekkers, alvorens de lijstvolgorde vast te leggen.

Meer dan vijf minuten politieke moed

Om diezelfde reden is de invoering van het circulatieplan door het paars-groene stadsbestuur even opmerkelijk als bewonderenswaardig. Voor het plan was er geen draagvlak. Ondernemers vreesden omzetverlies, bewoners onbereikbaarheid, randbewoners pollutie.

Een immer populaire burgemeester werd uitgefloten op de nieuwjaarsreceptie toen hij het plan aankondigde en de foto van de betrokken schepen bewerkt met een clownsneus prijkte op de deuren van Gentse horecazaken: 'niet voor gekozen, niet welkom'. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de meerderheid in de gemeenteraad het voorstel tot volksraadpleging voorafgaand aan de invoering van het plan wegstemde: het plan zou stembusgang niet overleefd hebben.

Een draagvlak creëren hoort ook bij de democratie.

Je kan zeggen over het circulatieplan wat je wilt, maar het vergde heel veel durf, koppigheid en politieke moed. In tijden waarin participatie een modewoord is en iedere partij op een burgerbeweging wil lijken, kozen bestuurders ervoor om draagvlak te creëren voor een maatregel waar zij dachten dat - vanuit hun ideologie en wereldvisie - de samenleving het meest gebaat bij is.

Ook dat hoort bij vertegenwoordiging in een democratie. En afhankelijk van in hoeverre men erin geslaagd is draagvlak te creëren, kan de kiezer bestuurders in het stemhokje afstraffen of belonen.

Nainggolan en het circulatieplan

In dat opzicht ziet het er vandaag naar uit de moed van de Gentse coalitie hen geen windeieren heeft gelegd. Met Termont en het circulatieplan is het een beetje zoals met Martinez en Nainggolan: net als de Rode Duivels kan het circulatieplan puike resultaten voorleggen en hebben beide heren gelijk gekregen.

Vandaag kan de oppositie er alleen op hopen een andere partij aan een meerderheid te helpen.

Anderhalf jaar geleden stonden de sterren van de Gentse oppositie nochtans enorm gunstig met de verwikkelingen van het stadsbestuur in de Publipart- en Optima-affaire. Met het vooruitzicht van de exit van Termont, een burgemeester wiens populariteit ideologische grenzen ver overstijgt, en vooral met de invoering van een onpopulaire, grootschalige maatregel, relatief kort voor de verkiezingen, die bovendien rechtstreeks ingreep op het dagelijks functioneren van de Gentenaar.

Vandaag kan de oppositie enkel maar hopen dat het na de verkiezingen aan boord gebracht wordt om rood-groen of blauw aan een meerderheid te helpen. En dat omdat het stadsbestuur tegen de volkswil inging.

De redenering dat in een democratie niets zo belangrijk is dat het volk er niet over mag beslissen, is erg aannemelijk. Beleid wordt immers verondersteld het volk te dienen. En wie is er beter in staat dan het volk zelf om te beslissen wat goed voor hen is? Toch houdt vertegenwoordiging meer in dan het simpelweg uitvoeren van het mandaat van de kiezer. Met het invoeren van het circulatieplan herinnerde het Gents stadsbestuur ons eraan dat in tijden waar participatie de norm is, democratie meer is dan het luisteren naar waar er draagvlak voor is. Stel nu dat de meerderheid van de kiezer de snelheidsbeperking van 120 km/u op de autosnelweg wil opheffen. Dan zou het de plicht zijn van de verkozen politici om hier gevolg aan te geven. De vraag of het niet de plicht is van de overheid om individuele vrijheid te begrenzen om de samenleving te beschermen, is dan niet aan de orde. Als de kiezer sneller wil rijden, dan moeten vertegenwoordigers daarnaar handelen. Op die manier wordt eraan voorbijgegaan dat mensen die sneller willen rijden niet alleen het veiligheidsrisico nemen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Als we het van het oordeel van de kiezer lieten afhangen, dan was de verplichting tot het dragen van de autogordel - om in hetzelfde thema te blijven - er nooit gekomen. De maatregel was immers erg onpopulair; een draagvlak was er niet. Politici voerden ze toch in, omdat men van mening was dat de samenleving daar het best mee gebaat zou zijn. Vandaag is het vastklikken in de auto een gewoonte geworden en zou een voorstel tot afschaffing juist op een gebrek aan draagvlak botsen.Het gegeven dat politici democratisch verkozen zijn, geeft hen uiteraard niet het recht om voor de tijd van een legislatuur vanuit een ivoren toren te verkondigen wat goed is voor het volk. In een democratie worden politici geacht burgers ook tussen de stembusgangen in een stem te geven. Maar het uitsluitend zwalkend op zoek gaan naar draagvlak, komt de samenleving als geheel bezwaarlijk ten goede. Daarom hebben verkozenen evenzeer de plicht om naar eigen goeddunken te handelen naar wat zij denken wat goed is voor ons, om draagvlak zelf te durven creëren. In theorie schippert de meest democratische vertegenwoordiging dus tussen twee tegengestelde vormen. In de praktijk is de ene echter de regel en de andere amper voorkomend. Partijen willen macht in het parlement. Daarvoor hebben ze zoveel mogelijk kiezers nodig. Dan is het veel voor de hand liggender om te kijken voor welk discours en voor welke beslissing er draagvlak aanwezig is, dan draagvlak te moeten creëren. Om die reden is het logisch dat partijen vandaag flexibel omgaan met ideologie en gestuurd worden door de perceptie van wat kiezers vandaag wensen. Evenzeer is het erg verstaanbaar dat geprofessionaliseerde partijen onderzoeksbureaus inschakelen om te peilen naar de populariteit van kandidaat-lijsttrekkers, alvorens de lijstvolgorde vast te leggen. Om diezelfde reden is de invoering van het circulatieplan door het paars-groene stadsbestuur even opmerkelijk als bewonderenswaardig. Voor het plan was er geen draagvlak. Ondernemers vreesden omzetverlies, bewoners onbereikbaarheid, randbewoners pollutie. Een immer populaire burgemeester werd uitgefloten op de nieuwjaarsreceptie toen hij het plan aankondigde en de foto van de betrokken schepen bewerkt met een clownsneus prijkte op de deuren van Gentse horecazaken: 'niet voor gekozen, niet welkom'. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de meerderheid in de gemeenteraad het voorstel tot volksraadpleging voorafgaand aan de invoering van het plan wegstemde: het plan zou stembusgang niet overleefd hebben. Je kan zeggen over het circulatieplan wat je wilt, maar het vergde heel veel durf, koppigheid en politieke moed. In tijden waarin participatie een modewoord is en iedere partij op een burgerbeweging wil lijken, kozen bestuurders ervoor om draagvlak te creëren voor een maatregel waar zij dachten dat - vanuit hun ideologie en wereldvisie - de samenleving het meest gebaat bij is. Ook dat hoort bij vertegenwoordiging in een democratie. En afhankelijk van in hoeverre men erin geslaagd is draagvlak te creëren, kan de kiezer bestuurders in het stemhokje afstraffen of belonen. In dat opzicht ziet het er vandaag naar uit de moed van de Gentse coalitie hen geen windeieren heeft gelegd. Met Termont en het circulatieplan is het een beetje zoals met Martinez en Nainggolan: net als de Rode Duivels kan het circulatieplan puike resultaten voorleggen en hebben beide heren gelijk gekregen. Anderhalf jaar geleden stonden de sterren van de Gentse oppositie nochtans enorm gunstig met de verwikkelingen van het stadsbestuur in de Publipart- en Optima-affaire. Met het vooruitzicht van de exit van Termont, een burgemeester wiens populariteit ideologische grenzen ver overstijgt, en vooral met de invoering van een onpopulaire, grootschalige maatregel, relatief kort voor de verkiezingen, die bovendien rechtstreeks ingreep op het dagelijks functioneren van de Gentenaar. Vandaag kan de oppositie enkel maar hopen dat het na de verkiezingen aan boord gebracht wordt om rood-groen of blauw aan een meerderheid te helpen. En dat omdat het stadsbestuur tegen de volkswil inging.