Het zijn woelige dagen voor iemand die opgroeide in de jeugdzorg, zoals ik. Het debat over kinderen die in dezelfde situatie terecht kwamen, werd enorm hard gevoerd. Het werd opengebroken door een interview met Conner Rousseau en opgevolgd door een snedig debat op Terzake.

Ondertussen is het hele onderwerp verengd tot een klein deel van het probleem, waardoor we het echte debat helemaal missen. Ik vind het daarom ook belangrijk om vanuit mijn eigen verhaal duidelijk te maken dat er betere oplossingen zijn dan het bestraffen van 'probleemouders' en hoop met deze opinie het debat terug te kunnen verschuiven naar het grotere plaatje.

Want laat me eerst zelf antwoorden op de vraag 'wat met het vijfde kind?' Kan dat of kan dat niet? Het antwoord is 'ja', want het niet toelaten is een mensonterend en onhaalbaar voorstel. Je mag niet zomaar ingrijpen in de integriteit van een mens. Dat geldt voor mannen en vrouwen, want dat wordt in het debat duidelijk vergeten: om kinderen te krijgen ben je meestal met twee.

Het is dus een ethisch debat over mensenrechten, waar ik zelf altijd aan de kant van dat laatste en de vrijheid van personen blijf staan. Ook na mijn eigen moeilijke jeugd, blijf ik dat zeggen.

Daarnaast bestaat er ook al een soortgelijk bestraffend systeem in Nederland en Amerika en uit deze landen blijkt dat het niet werkt. In Amerika heeft het zelfs verontrustende neveneffecten zoals verborgen zwangerschappen en extra stigmatisering. Het voorstel werkt dus letterlijk niet. Het is een vals ballonnetje, een slechte vorm van symptoombestrijding waar niemand baat bij heeft.

De harde oplossing van Conner Rousseau is een vals ballonnetje waar niemand baat bij heeft.

Jordy Sabels, co-voorzitter Jong Groen & ervaringsdeskundige jeugdzorg

Mensen die mijn vorige stukken in Knack lazen weten dit al, maar ik was een kind met een problematische opvoedingssituatie. Een moeilijke jeugd, waarin de vraag over ouderschap voor mij aanvoelt als een vraag over mijn eigen moeder. Daar heb ik het al heel de week lastig mee, want in heel het debat wordt één belangrijke kwestie vergeten: de timing van de aanpak. Wanneer precies los je een probleem op? En daaruit volgt: op welk moment heeft de maatschappij gefaald?

Op dat vlak is mijn antwoord helder: we falen bij de wortels van het probleem, want net daar schiet het huidige beleid enorm tekort. Er is veel meer aandacht nodig om jeugdzorg in de eerste plaats te voorkomen. Er bestaat amper een aanpak van de drugsproblematiek, kindermishandeling blijft nog te veel onder de radar en de politici vergeten zich al te vaak in de plaats te stellen van deze ouders en het kind.

De harde oplossing die Conner Rousseau op tafel legde, het opleggen van celstraffen, lijkt me dus helemaal geen oplossing, omdat het de kern van het probleem niet aanpakt. Wat wel kan werken, zijn betere en extra sensibiliseringscampagnes, gratis anticonceptie en meer begeleiding voor zwangere vrouwen voor de geboorte door een aanpassing van het decreet jeugdhulp. Dit zijn maar enkele humane voorstellen, maar ze zouden al heel wat verandering kunnen veroorzaken.

Deze voorstellen zijn dan ook meer vooruitstrevend dan het debat dat politici er vandaag over voeren. Ze maken er vooral een polariserende tweestrijd van. Dit is geen debat over ouder versus kind en het is ook geen ja-neen-debat, maar een maatschappelijk vraagstuk. Er is een systeemverandering nodig, een grote omwenteling, waarin we de kern van het probleem moeten aanpakken. Het grootste deel van die omwenteling zit op het Vlaamse en lokale niveau, maar het deel waar nu over gekibbeld wordt, is een kwestie van justitie - het federale niveau. Ondanks deze verdeling, zit de kern van de oplossing voor mij helemaal ergens anders, bij echte en betere hulpverlening.

Mijn moeder heeft 49 jaar afgezien en kreeg nooit de juiste hulp en psychologische ondersteuning voor haar problemen. Dat is dan ook het echte probleem: zolang we mensen niet op de juiste manier begeleiden en hen aan hun lot overlaten, zullen er altijd kinderen opgroeien in de jeugdzorg.

Laten we deze jongeren een stem geven in dit debat, zodat ze niet vergeten worden en het stigma over hun opvoedingssituatie kan verdwijnen.

Dat kan je enkel vermijden door beleid dichtbij de burger te brengen en nauw samen te werken met de lokale overheden. Door problemen zoals mishandeling, drugsproblemen en armoede beter op te sporen en structureel aan te pakken, wordt niet enkel het vijfde kind zonder problemen geboren, maar ook het eerste. Dat moet het doel zijn van een échte welvaartsstaat. In een progressief en sociaal land moeten we zorg dragen voor ieder mens en daar horen gelijke kansen voor iedereen en en ondersteuning waar nodig bij.

Om daar te geraken hebben we vooral dringend nood aan een beter beleid en een slagkrachtige Vlaamse regering waarin welzijn, jeugdzorg en armoede geen fait divers meer zijn. We hebben nood aan politici die praten met de ervaringsdeskundigen en niet over mensen. We hebben nood aan politici die de experten vertrouwen en tussen hen geen verdeeldheid zaaien. Dat doe je niet door het financiëren van de opleiding tot ervaringsdeskundige af te schaffen als Vlaams minister van onderwijs, maar ze inherent mee te nemen in meer beleidstoetsen.

Daar scoort het federale niveau net iets beter nu de regering-De Croo - althans volgens het regeerakkoord - ervaringsdeskundigen meer willen betrekken. Want over ons praten, voelt elke keer als een gemiste kans om met jongeren te praten. Laten we vooral dat kinderrecht vooropstellen en deze jongeren een stem geven in dit debat, zodat ze niet vergeten worden en het stigma over hun opvoedingssituatie kan verdwijnen.

Het zijn woelige dagen voor iemand die opgroeide in de jeugdzorg, zoals ik. Het debat over kinderen die in dezelfde situatie terecht kwamen, werd enorm hard gevoerd. Het werd opengebroken door een interview met Conner Rousseau en opgevolgd door een snedig debat op Terzake. Ondertussen is het hele onderwerp verengd tot een klein deel van het probleem, waardoor we het echte debat helemaal missen. Ik vind het daarom ook belangrijk om vanuit mijn eigen verhaal duidelijk te maken dat er betere oplossingen zijn dan het bestraffen van 'probleemouders' en hoop met deze opinie het debat terug te kunnen verschuiven naar het grotere plaatje. Want laat me eerst zelf antwoorden op de vraag 'wat met het vijfde kind?' Kan dat of kan dat niet? Het antwoord is 'ja', want het niet toelaten is een mensonterend en onhaalbaar voorstel. Je mag niet zomaar ingrijpen in de integriteit van een mens. Dat geldt voor mannen en vrouwen, want dat wordt in het debat duidelijk vergeten: om kinderen te krijgen ben je meestal met twee. Het is dus een ethisch debat over mensenrechten, waar ik zelf altijd aan de kant van dat laatste en de vrijheid van personen blijf staan. Ook na mijn eigen moeilijke jeugd, blijf ik dat zeggen. Daarnaast bestaat er ook al een soortgelijk bestraffend systeem in Nederland en Amerika en uit deze landen blijkt dat het niet werkt. In Amerika heeft het zelfs verontrustende neveneffecten zoals verborgen zwangerschappen en extra stigmatisering. Het voorstel werkt dus letterlijk niet. Het is een vals ballonnetje, een slechte vorm van symptoombestrijding waar niemand baat bij heeft. Mensen die mijn vorige stukken in Knack lazen weten dit al, maar ik was een kind met een problematische opvoedingssituatie. Een moeilijke jeugd, waarin de vraag over ouderschap voor mij aanvoelt als een vraag over mijn eigen moeder. Daar heb ik het al heel de week lastig mee, want in heel het debat wordt één belangrijke kwestie vergeten: de timing van de aanpak. Wanneer precies los je een probleem op? En daaruit volgt: op welk moment heeft de maatschappij gefaald? Op dat vlak is mijn antwoord helder: we falen bij de wortels van het probleem, want net daar schiet het huidige beleid enorm tekort. Er is veel meer aandacht nodig om jeugdzorg in de eerste plaats te voorkomen. Er bestaat amper een aanpak van de drugsproblematiek, kindermishandeling blijft nog te veel onder de radar en de politici vergeten zich al te vaak in de plaats te stellen van deze ouders en het kind. De harde oplossing die Conner Rousseau op tafel legde, het opleggen van celstraffen, lijkt me dus helemaal geen oplossing, omdat het de kern van het probleem niet aanpakt. Wat wel kan werken, zijn betere en extra sensibiliseringscampagnes, gratis anticonceptie en meer begeleiding voor zwangere vrouwen voor de geboorte door een aanpassing van het decreet jeugdhulp. Dit zijn maar enkele humane voorstellen, maar ze zouden al heel wat verandering kunnen veroorzaken.Deze voorstellen zijn dan ook meer vooruitstrevend dan het debat dat politici er vandaag over voeren. Ze maken er vooral een polariserende tweestrijd van. Dit is geen debat over ouder versus kind en het is ook geen ja-neen-debat, maar een maatschappelijk vraagstuk. Er is een systeemverandering nodig, een grote omwenteling, waarin we de kern van het probleem moeten aanpakken. Het grootste deel van die omwenteling zit op het Vlaamse en lokale niveau, maar het deel waar nu over gekibbeld wordt, is een kwestie van justitie - het federale niveau. Ondanks deze verdeling, zit de kern van de oplossing voor mij helemaal ergens anders, bij echte en betere hulpverlening.Mijn moeder heeft 49 jaar afgezien en kreeg nooit de juiste hulp en psychologische ondersteuning voor haar problemen. Dat is dan ook het echte probleem: zolang we mensen niet op de juiste manier begeleiden en hen aan hun lot overlaten, zullen er altijd kinderen opgroeien in de jeugdzorg. Dat kan je enkel vermijden door beleid dichtbij de burger te brengen en nauw samen te werken met de lokale overheden. Door problemen zoals mishandeling, drugsproblemen en armoede beter op te sporen en structureel aan te pakken, wordt niet enkel het vijfde kind zonder problemen geboren, maar ook het eerste. Dat moet het doel zijn van een échte welvaartsstaat. In een progressief en sociaal land moeten we zorg dragen voor ieder mens en daar horen gelijke kansen voor iedereen en en ondersteuning waar nodig bij.Om daar te geraken hebben we vooral dringend nood aan een beter beleid en een slagkrachtige Vlaamse regering waarin welzijn, jeugdzorg en armoede geen fait divers meer zijn. We hebben nood aan politici die praten met de ervaringsdeskundigen en niet over mensen. We hebben nood aan politici die de experten vertrouwen en tussen hen geen verdeeldheid zaaien. Dat doe je niet door het financiëren van de opleiding tot ervaringsdeskundige af te schaffen als Vlaams minister van onderwijs, maar ze inherent mee te nemen in meer beleidstoetsen. Daar scoort het federale niveau net iets beter nu de regering-De Croo - althans volgens het regeerakkoord - ervaringsdeskundigen meer willen betrekken. Want over ons praten, voelt elke keer als een gemiste kans om met jongeren te praten. Laten we vooral dat kinderrecht vooropstellen en deze jongeren een stem geven in dit debat, zodat ze niet vergeten worden en het stigma over hun opvoedingssituatie kan verdwijnen.