Op een drukke ochtend in het treinstation van Landen probeert een bepakte student met krukken zich in evenwicht te houden op de betonnen trap. Moeizaam daalt hij af, trede na trede, straks volgt dezelfde belanceeroefening naar boven. Reizigers schieten hem voorbij en doen vooral hun best om van het gestuntel weg te kijken. Het tafereel is niet te zien in het station van een grootstad, niet in de anonimiteit van een kolkende massa, maar in een typisch Vlaams uit de kluiten gewassen dorp van 15.000 inwoners. Hoewel de trein naar Brussel nog een eind weg is, doet werkelijk niemand de moeite om de jongeman een handje te helpen. En mocht het voor iemand een verschil maken: de student was geen zwarte, Marokkaan of transgender, maar een blanke jongeman. 'Eentje van bij ons', zoals ze dat in sommige kringen zeggen.
...