De alternatieve canon: terwijl de regering-Jambon een Vlaamse canon voorbereidt, kijkt Knack weg van de alom bekende ankerpunten. Welke feiten en gebeurtenissen zijn onbekend maar onontbeerlijk voor wie de geschiedenis van Vlaanderen écht wil kennen?
...

Voorgesteld door: Wouter RyckboschWaarom? Met een van de eerste belastingen die de rijken meer troffen dan de armen begon een lange strijd voor meer progressieve belastingen.In 1566 werd de hertog van Alva door Filips II naar de Nederlanden gestuurd om de orde te herstellen na de Beeldenstorm. Aan het hoofd van een omvangrijk leger moest hij het probleem van het oprukkende calvinisme krachtdadig oplossen. Het zou enigszins anders uitdraaien. Alva's drieste optreden leidde tot een regelrechte opstand in de Nederlanden, met als onvoorzien resultaat de splitsing tussen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden - het latere België en Nederland.Bij zijn aankomst in Brussel richtte Alva de Raad van Beroerten op, waarvan de bijnaam 'Bloedraad' weinig aan de verbeelding overliet. Twee van de hoogste edellieden van de Nederlanden, de graven Van Egmont en Horne, werden gevangengenomen en publiekelijk onthoofd. Het was de straf voor hun eerdere verzet tegen de strenge repressie van het calvinisme. Maar tot een echte opstand werd de bevolking van de Nederlanden pas bewogen door Alva's plannen voor reeks draconische belastingen om zijn troepen te financieren. Vooral de zogeheten Tiende Penning, een heffing van 10 procent op de verkoopprijs van alle roerende goederen, werd lang gezien als het vuur aan de lont van de Opstand in de Nederlanden.Wouter Ryckbosch: 'In werkelijkheid is de Tiende Penning nooit geheven. De sociale rust is dus niet veroorzaakt door de economische weerslag ervan. Alva's belastingen zijn ook niet wegens hun onrechtvaardigheid op populaire weerstand gebotst. Integendeel, zijn plannen - van een vermogensbelasting van 1 procent tot een heffing op de winst uit transacties van roerend en onroerend goed - waren in veel opzichten rechtvaardiger dan de courantste belastingen van zijn tijd. Terwijl de stedelijke accijnzen bijvoorbeeld zwaarder wogen op het budget van armeren dan op dat van rijkeren, waren Alva's heffingen overwegend proportioneel: wie meer had, droeg meer bij.' De plannen van Alva waren vooral om één reden onverteerbaar: ze dreigden de politieke macht van de stedelijke en adellijke elites in de Nederlanden te ondergraven. Zonder zijn rechtstreekse belastingen was immers voor elke te innen belastingsom de goedkeuring van de (rijkste) stedelingen, adel en clerus vereist. Alva's nieuwe fiscaliteit dreigde vooral de politieke inspraak en privileges van die lokale elites te ondermijnen.Ryckbosch: 'Het fiscale protest was onmiskenbaar een van de oorzaken van de Opstand. Maar de gefaalde pogingen van Alva vormen ook een belangrijke stap in de fiscale geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Ze luidden het begin in van een lange geschiedenis van weerstand tegen een meer evenredige fiscaliteit. Het onvermogen om het protest van geprivilegieerde groepen daartegen te doorbreken, droeg bij tot de ongelijke verdeling van rijkdom en verminderde de financiële slagkracht van de staat in de Zuidelijke Nederlanden. Pas bij het begin van de twintigste eeuw heeft België - veel later dan de meeste andere West-Europese landen - een progressievere fiscaliteit ingevoerd. Zonder die herverdeling van de belastingdruk hadden we in de naoorlogse jaren geen sociale welvaartsstaat kunnen uitbouwen.'