Een tentoonstelling opzetten is als een regie voeren voor een opera of theaterstuk. Er moet een kader gevonden worden waar zowel personages als decorstukken een plaats krijgen. Dat geldt voor een expositie van schilderijen of sculpturen maar ook voor het moeilijkste onderwerp, architectuur.
...

Een tentoonstelling opzetten is als een regie voeren voor een opera of theaterstuk. Er moet een kader gevonden worden waar zowel personages als decorstukken een plaats krijgen. Dat geldt voor een expositie van schilderijen of sculpturen maar ook voor het moeilijkste onderwerp, architectuur.Een prachtig voorbeeld van zo'n tentoonstelling over de kunst van het bouwen is nu te zien in De Singel in Antwerpen gerealiseerd door het Vlaams Architectuur Instituut. Ze gaat over de theorieën en de weinige realisaties van de Nederlandse Benedictijnermonnik Dom Hans Van der Laan (1904-1991), een monument in de Lage Landen. Voor hij intrad bij de Orde van Benedictus was Van der Laan begonnen met architectuurstudies aan de Hogeschool in Delft. Als monnik startte hij aanvankelijk in het naaiatelier van het klooster en ontwierp ook religieuze voorwerpen. Maar dan zette hij zich totaal in voor de architectuur met een ontwerp voor de uitbreiding van het klooster in Vaals waar hij verbleef. Daarin toonde hij al zijn vernieuwende visie op de bouwkunst die hij in 1970 verder ontplooide met de bouw van de abdij Roosenberg in Waasmunster gevolgd door zijn enige woning in Best. Op het einde van zijn leven ontwierp hij nog een klooster voor Benedictinessen in Zweden dat pas na zijn overlijden in gebruik werd genomen. Van 1945 tot 1973 gaf hij regelmatig les aan architecten en deelde met hen zijn overtuiging dat maatgeving de essentie is van de menselijke habitat. Hij pleitte voor een architecturale ruimte die zowel de geest als de menselijke lichamelijkheid in overeenstemming kon brengen. De mens, de maat van alle dingen.Dat adagio kon hij in de abdij Roosenberg optimaal realiseren. Aanvankelijk bedoeld voor een contemplatieve gemeenschap van twaalf Mariazusters van Franciscus en 25 gastenkamers moest het bouwplan later eventueel op verschillende manieren kunnen ingezet worden. Dat blijkt nu concreet uit het feit dat vandaag de abdij werd omgevormd tot een internationaal studiecentrum en residentie van de K.U Leuven. Het gebouw in Waasmunster is exemplarisch voor Van der Laans oordeel over de nieuwe bouwtechnische ontwikkelingen die de modernisten uit het interbellum voorstonden zoals het gebruik van beton, glas en staal en het realiseren van hoogbouw architectuur. Daartegenover dacht hij aan het begrip "schaal" en plaatste zijn opvattingen over een menselijke architectuur tegenover die van de modernisten die dachten in stedelijke termen en grootsheid.Vanuit die premisse opteerde hij voor horizontaliteit met dik metselwerk, klassieke kolommenreeksen, dynamische open perspectieven en een uitgesproken ritmiek. Vanuit zijn strenge principes moest een gebouw een totaalbeeld vormen waar alle elementen die bij een habitat horen eenzelfde geest ademen. Daarom creëerde hij ook in Waasmunhster meubilair en religieuze elementen die eenzelfde geestelijke attitude ademen. Eenvoud in materiaalgebruik, verhoudingen die passen als een wiskundige formule, coherentie tot in het kleinste detail, dat was zijn ultieme bezorgdheid waarin hij trouwens magistraal is geslaagd. De gebouwen die hij kon ontwerpen en laten uitvoeren worden gekenmerkt door een tijdeloosheid en sereniteit die alleen terug te vinden is in de ideale voorbeelden van de Romaanse architectuur. Niet dat hij er zich liet door inspireren maar bijvoorbeeld bij de unieke abdij van Sénanque in de Vaucluse is dezelfde geestelijke bezorgdheid terug te vinden.De tentoonstelling is geen hapklare brok voor de toevallige bezoeker. Ze vergt enige inspanning en inlevingsvermogen maar de samenstellers hebben op een zinnige manier getracht het gedachtegoed van de monnik-architect zo visueel als mogelijk in een passende omgeving te integreren. Naast plannen, maquettes en tekeningen worden ook enkele gewaden getoond, meubelstukken, de bouwtheorie wordt educatief voorgesteld en er zijn de prachtige foto's van de Duitse fotografe Friederike Von Rauch die een uitermate esthetische visie geeft op de Abdij Roosenberg in Waasmunster. Ook de indeling van de expositie, volgens de strakke verhoudingsleer van Van der Laan, werd in de scenografie gematerialiseerd.