Grote Europese ambities maken de EU tot inzet van de aanstaande Nederlandse verkiezingen. Politieke partijen geven hun visies op onze Europese toekomst. Echter, de EU is niet gebouwd op visies maar op doormodderen. Gelukkig maar.

In maart zijn in Nederland de Tweede Kamerverkiezingen. Politieke partijen presenteren deze weken hun verkiezingsprogramma's met de Europese toekomstvisies. Verkiezingsprogramma's ademen graag de sfeer van 'Change, yes we can'. De econoom Jan Pen zei eens dat het weer van vandaag de beste weersvoorspelling is voor morgen. Of dat voor het weer daadwerkelijk geldt valt te betwijfelen, maar voor de EU klopt zo'n voorspelling wel. Politieke partijen kunnen een sterker of een omvallend Europa voorspiegelen, maar in de realiteit moddert de EU simpelweg door als altijd. Kicking the can down the road; en dat is al heel wat. Zo wordt tijd gekocht om problemen pragmatisch op te lossen, worden grootschalige fouten van het Europese activisme voorkomen, en is de euro ook afgelopen jaar opnieuw niet gevallen.

De EU is niet gebouwd op visies maar op doormodderen. Gelukkig maar.

Wat in de EU doormodderen heet, noemen wij in Nederland trots 'polderen'. Veranderingen komen met kleine stapjes en ze kosten veel tijd omdat de noodzakelijk compromissen slechts onder hoge druk tot stand komen. De ketelmuziek die daarbij hoort is nodig om achterbannen te bewijzen dat hard is gevochten voor de nationale belangen.

Weinigen geloven in de kracht van het doormodderen gezien de grote ontevredenheid over de EU die wankelt van crisis naar crisis. Het Europese Parlement en de Europese Commissie willen vaart maken met integratie. Zij tuigen nu een Europa-brede discussie op om burgers in de lidstaten te betrekken bij hun grootse ambities: een gekozen President van de Europese Commissie, grootschalige vergroening, Europees minimumloon, gezondheidsunie, een overdrachtsunie met Europese belastingen, etc. Gesteund door de meeste Eurolanden willen de EU instellingen doorpakken. Verdiepte integratie heeft de wind mee door de coronacrisis, het vertrek van de Britten en de vermeende draai van Duitsland richting de Europese wensen van Frankrijk.

In deze context lopen de Nederlandse politieke partijen zich warm voor de aanstaande verkiezingen. Over de te varen Europese koers zijn de verschillen zeer groot. Aan de ene kant staan daadkrachtige politici met hun wensen om uit de EU of euro te stappen, of om de euro te splitsen in een neuro en zeuro. Dit zijn de partijen op de rechterflank, de kleine christelijke partijen en de uit het maoïsme opgekomen Socialistische Partij. Maar vergeet ook niet de grote Europese onvrede bij de christendemocraten (CDA), sociaaldemocraten (PvdA) en liberalen van premier Rutte (VVD). Daartegenover staan GroenLinks, D66 en de andere delen van de middenpartijen die kiezen voor een EU die de burger beschermt tegen economische tegenvallers, klimaatverandering en Chinese invloeden. De gespletenheid bij de christendemocraten bleek recent bij de verkiezing van de nieuwe lijsttrekker die uitliep in een nek-aan-nek race tussen de gematigde Hugo de Jonge en de meer EU-kritische Pieter Omtzigt. De liberale VVD onderstreept dat een sterke Europese Unie noodzakelijk is om onze manier van leven te beschermen maar dit gaat vooraf met de openingszin dat Nederland een soeverein land is. Middenpartijen bepleiten net zo makkelijk Europese strategische autonomie en Europese bescherming als het verdedigen van nationale belangen en het inperken van de Europese Begroting.

Geen partij bepleit doormodderen terwijl dat juist de Nederlandse lijn is. Nederland is sterk voor Europese samenwerking gezien de geopolitieke instabiliteit en om verdere chaos rond de euro te voorkomen. Maar traditioneel wil Nederland geen Europese integratie. Met ruime meerderheid zijn in de Kamermoties aangenomen om de 'Ever closer union' uit het Verdrag te schrappen en om Europese belastingen tegen te houden.

Noch exits, noch verdiepte integratie gaan het halen. Euro-pessimisten hebben de laatste 12 crisisjaren niet geleerd dat de euro veerkrachtig is en dat zoiets als Brexit niet werkt. Het bedrijfsleven wil de onrust niet en banken zullen in de problemen komen. Helemaal nu met de coronacrisis staat niemand te wachten op nog een existentiële eurocrisis. Dat Merkel meteen het grote Europese Herstelfonds van Macron steunde was geen federalistische draai. Het was doormodderen. Duitsland begreep dat soms pijnlijke compromissen nodig zijn om de boel bijeen te houden. Grote woorden over het niet accepteren van Europese steunpakken voor zwakke lidstaten geven de intenties goed weer maar als de nood hoog is tast de EU in de buidel.

Euro-optimisten verkijken zich evenzeer op de eurozone. De triljoenen aan Europese giften en hulpprogramma's die nu worden ingezet betekenen geen overdrachtsunie. Europese Presidenten lopen over van daadkracht, maar na 70 jaar is duidelijk dat lidstaten het Europese activisme steeds vakkundig torpederen. Zo blijft het bij wat Nederland altijd heeft gewild: Europese samenwerking. De EU verandert niet met grote stappen maar draait om het oplossen van problemen zonder dat de EU wezenlijk verandert.

Grote Europese stappen pakken in de praktijk kleiner uit. Er kwam een bankenunie maar zonder Europese spaargeldgaranties. Europees toezicht op economische hervormingen bleek een enorme papieren tijger. Fransen, Belgen en Nederlanders regelen namelijk uiteindelijk zelf hun pensioenen, hypotheekaftrek en gezondheidszorg. Al staan afspraken zwart op wit en kunnen boetes worden opgelegd, dan nog buigt de EU Commissie de regels zodat veel door de vingers gezien kan worden. De 750 miljard euro in het Herstelfonds gaat ook nog botsen met de logica van het doormodderen met bijbehorende vertragingen en voorwaarden.

Uit de broeinesten van belangentegenstellingen en oplopende schulden in Zuid-Europa groeien stapsgewijs oplossingen die bestaan uit tijdelijk Europees lapwerk, pijnlijke Italiaanse aanpassingen, en het inschikken van de Noordelijke lidstaten. Iedereen wint genoeg om bijeen te blijven. Fraai is het niet, maar dat is politiek zelden.

Het lijkt of Frankrijk en Duitsland de scepter zwaaien in de besluitvorming en de kleinere landen zoals Nederland hooguit wat kunnen vertragen. Premier Rutte irriteerde iedereen tijdens de crisistop afgelopen juli door nachtenlang de besluitvorming te gijzelen. Desalniettemin kwamen de noodfondsen er toch. Maar in de Europese realiteit valt niemand uit de boot. Bij belangrijke besluiten telt elke stem.

Nederland bedong dat het Herstelfonds eenmalig is en Zuidelijke landen ons belastinggeld enkel krijgen als ze hervormen. Alleen de Franse regering denkt dat het aan alle touwtjes trekt. Het is juist Nederland dat al 70 jaar de rol van Franse tegenhanger heeft. Merkel is Rutte stiekem erg dankbaar. Nederland moet als kleiner land extra scherp aan de wind zeilen en zal daarom ook harde kritiek uit Europese kringen blijven krijgen. Andere landen krijgen evenzeer de wind van voren: Duitsland is de geliefde boeman, Italië de eeuwige tegenvaller, etc. Europa poldert gewoon wat minder beleefd.

Doormodderen is het geheim van de Europese veerkracht. Ook de volgende Nederlandse regering heeft weinig keus en zal Franse plannen moeten bijsturen zoals de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Joseph Luns in de jaren 50 al streed tegen Charles De Gaulle. Partijprogramma's doen er weinig toe. Belangrijker is de vraag uit welk hout de premier en de ministers van financiën en van buitenlandse zaken zijn gesneden. Het zijn geen benijdenswaardige banen: ze moeten aardig en vervelend tegelijk zijn, en krijgen snoeiharde kritiek uit binnen- en buitenland. Ze moeten ook opt-outs aandurven want de EU is inmiddels zo pragmatisch dat niet alle landen overal aan meedoen. Partijen voorspellen mooi Europees weer of juist storm, maar houd het maar op prima weer voor het Europese polderen.

Adriaan Schout is senior onderzoeker aan instituut Clingendael en buitengewoon hoogleraar Openbaar Bestuur aan de Radboud Universiteit.

Een eerdere versie van dit stuk verscheen in dagblad Trouw.

Grote Europese ambities maken de EU tot inzet van de aanstaande Nederlandse verkiezingen. Politieke partijen geven hun visies op onze Europese toekomst. Echter, de EU is niet gebouwd op visies maar op doormodderen. Gelukkig maar. In maart zijn in Nederland de Tweede Kamerverkiezingen. Politieke partijen presenteren deze weken hun verkiezingsprogramma's met de Europese toekomstvisies. Verkiezingsprogramma's ademen graag de sfeer van 'Change, yes we can'. De econoom Jan Pen zei eens dat het weer van vandaag de beste weersvoorspelling is voor morgen. Of dat voor het weer daadwerkelijk geldt valt te betwijfelen, maar voor de EU klopt zo'n voorspelling wel. Politieke partijen kunnen een sterker of een omvallend Europa voorspiegelen, maar in de realiteit moddert de EU simpelweg door als altijd. Kicking the can down the road; en dat is al heel wat. Zo wordt tijd gekocht om problemen pragmatisch op te lossen, worden grootschalige fouten van het Europese activisme voorkomen, en is de euro ook afgelopen jaar opnieuw niet gevallen. Wat in de EU doormodderen heet, noemen wij in Nederland trots 'polderen'. Veranderingen komen met kleine stapjes en ze kosten veel tijd omdat de noodzakelijk compromissen slechts onder hoge druk tot stand komen. De ketelmuziek die daarbij hoort is nodig om achterbannen te bewijzen dat hard is gevochten voor de nationale belangen. Weinigen geloven in de kracht van het doormodderen gezien de grote ontevredenheid over de EU die wankelt van crisis naar crisis. Het Europese Parlement en de Europese Commissie willen vaart maken met integratie. Zij tuigen nu een Europa-brede discussie op om burgers in de lidstaten te betrekken bij hun grootse ambities: een gekozen President van de Europese Commissie, grootschalige vergroening, Europees minimumloon, gezondheidsunie, een overdrachtsunie met Europese belastingen, etc. Gesteund door de meeste Eurolanden willen de EU instellingen doorpakken. Verdiepte integratie heeft de wind mee door de coronacrisis, het vertrek van de Britten en de vermeende draai van Duitsland richting de Europese wensen van Frankrijk.In deze context lopen de Nederlandse politieke partijen zich warm voor de aanstaande verkiezingen. Over de te varen Europese koers zijn de verschillen zeer groot. Aan de ene kant staan daadkrachtige politici met hun wensen om uit de EU of euro te stappen, of om de euro te splitsen in een neuro en zeuro. Dit zijn de partijen op de rechterflank, de kleine christelijke partijen en de uit het maoïsme opgekomen Socialistische Partij. Maar vergeet ook niet de grote Europese onvrede bij de christendemocraten (CDA), sociaaldemocraten (PvdA) en liberalen van premier Rutte (VVD). Daartegenover staan GroenLinks, D66 en de andere delen van de middenpartijen die kiezen voor een EU die de burger beschermt tegen economische tegenvallers, klimaatverandering en Chinese invloeden. De gespletenheid bij de christendemocraten bleek recent bij de verkiezing van de nieuwe lijsttrekker die uitliep in een nek-aan-nek race tussen de gematigde Hugo de Jonge en de meer EU-kritische Pieter Omtzigt. De liberale VVD onderstreept dat een sterke Europese Unie noodzakelijk is om onze manier van leven te beschermen maar dit gaat vooraf met de openingszin dat Nederland een soeverein land is. Middenpartijen bepleiten net zo makkelijk Europese strategische autonomie en Europese bescherming als het verdedigen van nationale belangen en het inperken van de Europese Begroting.Geen partij bepleit doormodderen terwijl dat juist de Nederlandse lijn is. Nederland is sterk voor Europese samenwerking gezien de geopolitieke instabiliteit en om verdere chaos rond de euro te voorkomen. Maar traditioneel wil Nederland geen Europese integratie. Met ruime meerderheid zijn in de Kamermoties aangenomen om de 'Ever closer union' uit het Verdrag te schrappen en om Europese belastingen tegen te houden.Noch exits, noch verdiepte integratie gaan het halen. Euro-pessimisten hebben de laatste 12 crisisjaren niet geleerd dat de euro veerkrachtig is en dat zoiets als Brexit niet werkt. Het bedrijfsleven wil de onrust niet en banken zullen in de problemen komen. Helemaal nu met de coronacrisis staat niemand te wachten op nog een existentiële eurocrisis. Dat Merkel meteen het grote Europese Herstelfonds van Macron steunde was geen federalistische draai. Het was doormodderen. Duitsland begreep dat soms pijnlijke compromissen nodig zijn om de boel bijeen te houden. Grote woorden over het niet accepteren van Europese steunpakken voor zwakke lidstaten geven de intenties goed weer maar als de nood hoog is tast de EU in de buidel.Euro-optimisten verkijken zich evenzeer op de eurozone. De triljoenen aan Europese giften en hulpprogramma's die nu worden ingezet betekenen geen overdrachtsunie. Europese Presidenten lopen over van daadkracht, maar na 70 jaar is duidelijk dat lidstaten het Europese activisme steeds vakkundig torpederen. Zo blijft het bij wat Nederland altijd heeft gewild: Europese samenwerking. De EU verandert niet met grote stappen maar draait om het oplossen van problemen zonder dat de EU wezenlijk verandert.Grote Europese stappen pakken in de praktijk kleiner uit. Er kwam een bankenunie maar zonder Europese spaargeldgaranties. Europees toezicht op economische hervormingen bleek een enorme papieren tijger. Fransen, Belgen en Nederlanders regelen namelijk uiteindelijk zelf hun pensioenen, hypotheekaftrek en gezondheidszorg. Al staan afspraken zwart op wit en kunnen boetes worden opgelegd, dan nog buigt de EU Commissie de regels zodat veel door de vingers gezien kan worden. De 750 miljard euro in het Herstelfonds gaat ook nog botsen met de logica van het doormodderen met bijbehorende vertragingen en voorwaarden. Uit de broeinesten van belangentegenstellingen en oplopende schulden in Zuid-Europa groeien stapsgewijs oplossingen die bestaan uit tijdelijk Europees lapwerk, pijnlijke Italiaanse aanpassingen, en het inschikken van de Noordelijke lidstaten. Iedereen wint genoeg om bijeen te blijven. Fraai is het niet, maar dat is politiek zelden.Het lijkt of Frankrijk en Duitsland de scepter zwaaien in de besluitvorming en de kleinere landen zoals Nederland hooguit wat kunnen vertragen. Premier Rutte irriteerde iedereen tijdens de crisistop afgelopen juli door nachtenlang de besluitvorming te gijzelen. Desalniettemin kwamen de noodfondsen er toch. Maar in de Europese realiteit valt niemand uit de boot. Bij belangrijke besluiten telt elke stem. Nederland bedong dat het Herstelfonds eenmalig is en Zuidelijke landen ons belastinggeld enkel krijgen als ze hervormen. Alleen de Franse regering denkt dat het aan alle touwtjes trekt. Het is juist Nederland dat al 70 jaar de rol van Franse tegenhanger heeft. Merkel is Rutte stiekem erg dankbaar. Nederland moet als kleiner land extra scherp aan de wind zeilen en zal daarom ook harde kritiek uit Europese kringen blijven krijgen. Andere landen krijgen evenzeer de wind van voren: Duitsland is de geliefde boeman, Italië de eeuwige tegenvaller, etc. Europa poldert gewoon wat minder beleefd.Doormodderen is het geheim van de Europese veerkracht. Ook de volgende Nederlandse regering heeft weinig keus en zal Franse plannen moeten bijsturen zoals de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Joseph Luns in de jaren 50 al streed tegen Charles De Gaulle. Partijprogramma's doen er weinig toe. Belangrijker is de vraag uit welk hout de premier en de ministers van financiën en van buitenlandse zaken zijn gesneden. Het zijn geen benijdenswaardige banen: ze moeten aardig en vervelend tegelijk zijn, en krijgen snoeiharde kritiek uit binnen- en buitenland. Ze moeten ook opt-outs aandurven want de EU is inmiddels zo pragmatisch dat niet alle landen overal aan meedoen. Partijen voorspellen mooi Europees weer of juist storm, maar houd het maar op prima weer voor het Europese polderen.Adriaan Schout is senior onderzoeker aan instituut Clingendael en buitengewoon hoogleraar Openbaar Bestuur aan de Radboud Universiteit.