Het fraaie rijhuis in de Brusselse gemeente Sint-Pieters-Woluwe dat Etienne de Callataÿ betrekt, heeft authentieke art-nouveau-elementen en is gezellig volgepropt. 'Vandaag zou het onbetaalbaar geweest zijn', zegt hij met een glimlach. 'Vijfentwintig jaar geleden kon je het nog kopen zonder de hulp van je ouders.' Koffie en chocolaatjes staan klaar op tafel, en de heer des huizes heeft aan een half woord genoeg om van wal te steken. Hoewel hij perfect tweetalig is, is hij vooral aan Franstalige kant een veelgevraagd commentator van de economische actualiteit. Hij neemt doorgaans geen blad voor de mond, legt zonder jargon economische vraagstukken helder uit, en geldt als een onafhankelijke geest.
...

Het fraaie rijhuis in de Brusselse gemeente Sint-Pieters-Woluwe dat Etienne de Callataÿ betrekt, heeft authentieke art-nouveau-elementen en is gezellig volgepropt. 'Vandaag zou het onbetaalbaar geweest zijn', zegt hij met een glimlach. 'Vijfentwintig jaar geleden kon je het nog kopen zonder de hulp van je ouders.' Koffie en chocolaatjes staan klaar op tafel, en de heer des huizes heeft aan een half woord genoeg om van wal te steken. Hoewel hij perfect tweetalig is, is hij vooral aan Franstalige kant een veelgevraagd commentator van de economische actualiteit. Hij neemt doorgaans geen blad voor de mond, legt zonder jargon economische vraagstukken helder uit, en geldt als een onafhankelijke geest. Hoe leest u de uitslag van 26 mei? Etienne De Callataÿ: Opmerkelijk is natuurlijk het succes van de PTB in Wallonië en Vlaams Belang in Vlaanderen. De verklaringen daarvoor lopen grotendeels gelijk. Bij de kiezers van beide partijen speelt een gevoel van verlies: aan koopkracht, aan toekomstperspectief, aan formele bescherming door de sociale zekerheid en informele bescherming door het gezin, aan zekerheid op de arbeidsmarkt. Gewone mensen ervaren ook een verlies van respect bij politici of hun bazen, die hen louter als pionnen in een schaakspel lijken te zien. Wie vandaag niet goed presteert, staat morgen op straat. PTB- en Vlaams Belang-stemmers vragen op de eerste plaats meer bescherming. Het is ook niet zo vreemd dat extreemrechtse en extreemlinkse kiezers dezelfde motieven hebben. In Frankrijk zijn de voormalige kiezers van de Communistische Partij massaal overgelopen naar Front National - vandaag Rassemblement National. Op basis van de uitslag van 26 mei zou ik dus niet zeggen dat België uit twee democratieën bestaat. Valt het gevoel van verlies dat u aanstipt objectief te staven? De Callataÿ: Zeker. Het gezin, bijvoorbeeld, biedt vandaag minder bescherming dan twee generaties geleden. En één baan voor het leven is niet langer de regel - op de radio horen mensen dat door robotisering en artificiële intelligentie bijna de helft van de banen zullen veranderen en veel andere zullen doen verdwijnen. Voorts zijn mensen beter geïnformeerd over internationale conflicten, en ook dat maakt hen onzeker. Of neem migratie: nog zo'n bron van onzekerheid en angst. Migratie speelde kennelijk een belangrijke rol in de Vlaamse stemhokjes. De Callataÿ: Dat zeggen ze, ja. Rond migratie is er natuurlijk veel polarisering, maar het is niet de kern van het probleem. Migratie is een randverschijnsel waar het maatschappelijke ongenoegen zich rond kristalliseert. Is de ware oorzaak van het ongenoegen dan sociaal-economisch? De Callataÿ: Nee. Ik ben een econoom, maar ik vind dat de economie en de portefeuille van de mensen te veel aandacht krijgen. Politici spreken te vaak over centen: 'Verhoog de uitkeringen, verlaag de belastingen.' Over welzijn, geluk of een toekomsthorizon gaat het nooit. Of neem Europa. Dat zou een bron van inspiratie moeten zijn, maar politici prijzen de Unie bij de burgers aan met argumenten als: 'Dankzij de EU is ons bruto binnenlands product (bnp) met 1,5 procent gestegen.' Wat betékent dat? Mensen hebben het gevoel dat het vroeger beter was, hoor, ook al is het bbp gestegen. Politici moeten hun discours aanpassen. Ze kunnen zich beter zorgen maken over de afgenomen sociale mobiliteit in onze samenleving. Dat is een écht probleem. Mensen zijn heus wel bereid om financiële inspanningen te leveren, zolang ze hun leven of dat van hun kinderen kunnen verbeteren. Maar vandaag blijkt bijvoorbeeld dat de meeste Amerikaanse kinderen - we beschikken nu eenmaal over betere statistieken uit de Verenigde Staten - het slechter zullen hebben dan hun ouders. De scheidende regering-Michel kon uitpakken met gestegen koopkracht en nieuwe banen, maar de kiezer heeft haar daar niet voor beloond. De Callataÿ: Dat verbaast me niet. Een slogan als 'Jobs, jobs, jobs' is gewoon geen goed verkoopargument. De meeste Belgen met een baan hebben daar weinig van gemerkt. En wie werk heeft gevonden, zal heus niet denken: dát heb ik aan Charles Michel (MR) te danken! En dan is er nog de discussie over hoeveel nieuwe banen er precies zijn gecreëerd. De Callataÿ: De KU Leuven zegt dit, de UCL zegt dat. En de regering-Michel heeft gewoon niet eerlijk gecommuniceerd, niet over het aantal nieuwe jobs en niet over de begroting. Dat maakt me boos. Volgens het Federaal Planbureau stevenen we af op een tekort van 10 miljard in 2020. Economen hadden gewaarschuwd dat 2019 een moeilijk jaar zou worden, onder andere omdat de taxshift niet volledig is gefinancierd - in tegenstelling tot wat de regering had beweerd - en omdat de begrotingen van 2017 en 2018 zijn verfraaid met niet-duurzame maatregelen. Maar premier Michel en minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) hebben die kritiek weggewuifd. Qua intellectuele eerlijkheid ben ik bijzonder teleurgesteld in de regering-Michel. Hoe schat u onze begrotingssituatie in? De Callataÿ: Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verslechtert het zogenoemde primaire begrotingssaldo van onze openbare financiën. Dat is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven, exclusief de rentebetalingen- die dankzij de lage rentevoeten zijn gedaald - en eenmalige begrotingsmaatregelen. Op basis daarvan besluit het IMF: het Belgische saldo oogt vandaag een stuk slechter dan vijf jaar geleden. Een saneringsregering is die van Charles Michel zeker niet geweest. Als ze bijvoorbeeld veel had geïnvesteerd, was dat niet zo erg geweest. Maar ook dat heeft ze nagelaten. Moet de volgende regering wél een echte saneringsregering zijn? De Callataÿ: Dat hangt af van de economie. Ik zou de basisrecepten van Keynes toepassen en een anticyclische begrotingspolitiek voeren: als de economie goed draait, moeten we extra inspanningen doen om de publieke financiën gezond te maken. Gaat het minder goed - en daarmee bedoel ik een groei lager dan 1 procent - moet je als overheid juist investeren. Maar met de huidige groeivoet, ergens tussen 1 en 1,5 procent, kun je niet spreken van 'slechte economische omstandigheden'. Wat moet een regering in die omstandigheden dan doen op begrotingsvlak? De Callataÿ: Niet bijzonder veel. De omstandigheden wettigen een expansief noch een restrictief begrotingsbeleid. Dat gezegd zijnde, begrijp ik dat de recepten van Keynes voor politici moeilijk in praktijk te brengen zijn. Beeld je in dat ex-minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) de afgelopen jaren had gezegd: 'Beste burger, het gaat goed met de economie, en daarom zal ik de belastingen verhogen.' Wie had er dan nog voor hem gestemd? 'De begroting verdient geen schoonheidsprijs,' zeggen de ontslagnemende federale ministers, 'maar we hebben wel belangrijke hervormingen doorgevoerd: de taxshift, de verhoging van de pensioenleeftijd.' De Callataÿ: Van een trendbreuk kun je niet spreken, ook al heeft de regering van Charles Michel meer hervormd dan die van zijn voorganger Elio Di Rupo (PS). Hun regeringen lijken trouwens best veel op elkaar, zeker vergeleken met die van Guy Verhofstadt (Open VLD). Verhofstadt was premier in de vette jaren 1999-2007 en heeft niets verwezenlijkt. Luc Coene, zijn gewezen kabinetschef en de latere gouverneur van de Nationale Bank, zei ooit in een interview: 'Op het vlak van de pensioenen en andere hervormingen hebben we een honderdste gedaan van wat we hadden moeten doen.' Als Verhofstadt ernstig had bestuurd, hadden we er nu beter voor gestaan. Hij zal door economen die het recente verleden bestuderen als een regelrechte ramp worden beschouwd: nul op begroting en nul op hervorming. Maar goed, van de taxshift van de regering-Michel ben ik wel een voorstander. De domste belasting is die op arbeid. Uw Gentse collega Gert Peersman rekende voor Knack uit dat de taxshift vooral de winst van de bedrijven heeft vergroot. De Callatay: Uiteraard. En toch bent u ervoor gewonnen? De Callataÿ: Kijk, wat we eigenlijk hebben gekregen is een taxshift en een taxcut. Van dat tweede ben ik geen voorstander. De regering had meer op een verschuiving van onze belastingen moeten inzetten, zeker als het gaat om het vrijstellen van laaggeschoolde arbeid. En ze is te genereus geweest in de vennootschapsbelasting. Misschien lag die in ons land een beetje hoog, maar een tarief van 25 procent was echt niet nodig. In Duitsland, economisch het succesvolste land in Europa, ligt ze een stuk hoger. Je kunt groeien en welvaart creëren én bedrijven aan de samenleving doen bijdragen. In plaats van fiscale cadeaus uit te delen aan de GlaxoSmithKlines en Pfizers van deze wereld, had de regering meer tegenprestaties moeten vragen, bijvoorbeeld op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Waaraan moet de volgende federale regering volgens u prioritair aandacht geven? De Callataÿ: Ze zal de bevolking het gevoel moeten geven: wij hebben het ongenoegen begrepen. En ze moet op zoek gaan naar nieuwe vormen van actieve bescherming. Dat betekent dus niet: beloven om morgen de koopkracht te verhogen. De koopkracht van de Belg zal stijgen als het goed gaat met de economie, punt uit. De regering heeft geen toverstokje om daar opeens wat aan te doen. Hoe kan de regering de actieve bescherming die u bepleit waarmaken? De Callataÿ: Door de volksgezondheid ernstig te nemen, bijvoorbeeld. Pakweg een verbod op glyfosaat en de onkruidverdelger Roundup zou niets kosten. Waarom voert de regering een beleid dat goed is voor Monsanto en een deel van de landbouwindustrie, in plaats van te zeggen: 'We beschermen de gezondheid van de Belgen'? Of neem de luchtkwaliteit. Is het aanvaardbaar dat die in Antwerpen en Brussel zo slecht is? We zijn een rijk land, maar de levensverwachting in België is veel slechter dan ze zou kunnen zijn. Als je lage-emissiezones invoert of diesel hoger belast, komen de gele hesjes meteen op straat. De Callataÿ: Oké, maar neem de oldtimers. Dat zijn de vervuilendste wagens, maar de eigenaars genieten een fiscaal voordeelregime. Hoe kun je zoiets in 2019 nog verdedigen? En hoe komt het dat onze autokeuringscentra de uitstoot van dieselauto's niet kunnen meten? Bescherming slaat voor mij dus op alles wat te maken heeft met levenskwaliteit. En nogmaals, dat hoeft niet noodzakelijk veel te kosten. Politici zouden alleen kunnen botsen met de belangen van lobbygroepen. Ach, de waarheid is: bij de meeste Belgische politici ontbreekt de wil om met name een ambitieus klimaatbeleid te voeren. De bevolking wil daar blijkbaar ook niet aan. Toen Groen-kopstuk Kristof Calvo over de salariswagens begon, was de campagne van zijn partij voorbij. De Callataÿ: Terwijl hij natuurlijk gelijk had. Duitsland, Frankrijk en Nederland zijn competitief zonder een stelsel van salariswagens. Wij kunnen dat dus perfect afschaffen. De kans is klein dat we op korte termijn een federale regering zullen hebben. Hoe problematisch is dat voor onze welvaart en onze overheidsfinanciën? De Callataÿ: Het gevaar dat uitgaat van een lange regeringsformatie is beperkt. Ik zeg dat niet graag, omdat zulke beweringen koren op de molen van populisten zijn. Onze politici kunnen wel degelijk een verschil maken, maar bijvoorbeeld niet als het gaat om economische groei. Ons bbp is afhankelijk van de economie in Duitsland, Nederland en Frankrijk. En onze huidige groeivoet biedt ons een budgettaire omgeving waarin je vooral niets groots of ingrijpends moet doen. De economische omstandigheden zijn, met andere woorden, gunstig voor een langere periode zonder federale regering. Bovendien komt een deel van ons beleid van Europa, van de gewesten en de gemeenschappen. Ook de taakverdeling binnen België helpt om het nog even vol te houden. En toch voeren de federale informateurs Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR) de druk op. Een nieuwe regering is nodig, zo wordt gezegd, om een mogelijke brexit het hoofd te bieden en een begroting op te stellen. De Callataÿ: Daar ben ik het niet mee eens. We hebben geen noodregering nodig die op korte termijn herstelmaatregelen neemt, maar een stabiele regering met een langetermijnvisie. Het is beter om daar voldoende tijd voor te nemen. Als er echt dringende maatregelen nodig zijn, wordt daarover in de Kamer wel een consensus gevonden. Hetzelfde is tijdens de 541 dagen lange regeringsformatie in 2010-2011 gebeurd. Volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever is België op 26 mei de facto onbestuurbaar geworden en kunnen alleen diepgaande institutionele hervormingen een efficiënt beleid garanderen. De Callataÿ: Dat is een rookgordijn waarmee de N-VA de echte problemen aan het zicht probeert te onttrekken. Als je alleen al kijkt naar het onderwijs in Vlaanderen of naar de ring rond Antwerpen, weet je: van de problemen rond de levenskwaliteit van Jan Modaal is onze institutionele infrastructuur niet de voornaamste oorzaak. Een zevende staatshervorming zal het dagelijkse leven van de gewone Vlaming niet veranderen. Waarmee ik niet wil zeggen dat we helemaal niets moeten doen. De versnippering van de bevoegdheden in de gezondheidszorg is naar verluidt een nachtmerrie. En ik ben voor het behoud van een sterke solidariteit, maar de financiële verantwoordelijkheid voor de werkloosheidsuitkeringen zou ik wel bij de gewesten leggen. Ik begrijp dat de gemiddelde Vlaming er met zijn hoofd niet bij kan dat een ondernemer uit Kortrijk wel arbeidskrachten vindt in Rijsel, maar niet in Doornik. De roep om confederalisme wordt ook gevoed door de slechte economische toestand van Wallonië. Wat staat de volgende Waalse regering te doen? De Callataÿ: Ook het Waalse herstel zal uiteindelijk vooral afhankelijk zijn van de economische situatie in onze buurlanden. Op de lange termijn maak ik me sowieso geen zorgen over Wallonië. Het is een wetmatigheid dat bloeiende economieën in verval raken en zwakke economieën uit het dal kruipen. Vlaanderen is een buitengewone success story, maar iets wat mij en mijn collega's opviel toen ik nog bij Bank Degroof werkte: tijdens sollicitatiegesprekken hadden jonge Vlaamse kandidaten veel vragen over de aanvullende voordelen, de verlofregeling, hun pensioen. Franstalige kandidaten vroegen alleen maar: 'Wanneer kan ik beginnen?' Er sluipt zelfgenoegzaamheid in het Vlaamse succesverhaal? De Callataÿ: Ja, en dat is gevaarlijk. Ik verwacht niet dat Vlaanderen op korte termijn in de problemen komt, maar stel dat het morgen zijn grenzen zou sluiten voor migranten: in een regio met demografische problemen zou dat economisch gezien een slecht idee zijn. Als er één zaak is waarover onder economen een brede consensus bestaat, dan wel dat migranten een positieve impact op de economie van hun landen van aankomst hebben. Ook laagopgeleide migranten - op voorwaarde, natuurlijk, dat ze worden ingeschakeld op de arbeidsmarkt. Wat we daarom dringend nodig hebben in België is een echt activeringsbeleid voor migranten. En we moeten bedrijven onder druk zetten om te zorgen voor meer diversiteit op de werkvloer. En ondertussen moeten we gewoon wachten tot Wallonië er haast vanzelf bovenop komt? De Callataÿ: Ik begrijp dat Vlaanderen daar niet op wil wachten, en Franstalige politici moeten hun best doen om dat proces te versnellen. Wat mij betreft, wordt onderwijs het belangrijkste aandachtspunt. Er is in de Franse Gemeenschap nu wel een onderwijshervorming goedgekeurd, het Pacte d'excellence, maar ik vrees dat de financiële middelen niet zullen volstaan om het goed uit te voeren. Daarnaast lijdt de Waalse economie onder overdreven overheidsbemoeienis. Waalse politici denken dat zij zelf moeten uitkiezen wat de sectoren van de toekomst zijn - denk aan de Waalse luchthavens en de luchtvaartindustrie - en pompen daar dan veel geld in. Maar het is helemaal niet aan de overheid om die winnaars aan te duiden. U was van 1996 tot 1999 adjunct-kabinetschef van CVP-premier Jean-Luc Dehaene. Je hoort weleens dat politici van zijn kaliber niet meer rondlopen in de Wetstraat. De Callataÿ:(glimlacht) Als je kijkt naar de ministers uit de ontslagnemende federale en regionale regeringen, kun je inderdaad zeggen dat de kwaliteit relatief laag was. Er zijn vandaag te weinig inspirerende figuren in de politiek. Natuurlijk zijn er uitzonderingen: Koen Geens of Paul Magnette zijn zonder enige twijfel verstandige mensen.En daar voeg ik meteen aan toe: in het bedrijfsleven geldt hetzelfde. Ceo's zijn vaak een stuk minder slim dan je zou verwachten. Bedroeven de slechte verkiezingsuitslagen van de CD&V en het CDH u als econoom van christendemocratische signatuur? De Callataÿ: Ja en nee, want niets is voor eeuwig. Politieke partijen moeten zich kunnen aanpassen. Zo zou het aan Franstalige kant goed zijn - en ik doe hiermee zelfs geen politieke uitspraak - als de PS voor tien jaar in de oppositie zou worden geduwd. Gewoon omdat die partij al te lang aan de macht is geweest. Voormalig PSC-voorzitter Charles-Ferdinand Nothomb zei ooit: 'De PSC, dat is 20 procent van de stemmen en 80 procent van de beslissingen.' Dat kán dus niet. Ook voor het CDH, de opvolger van de PSC, is een oppositiekuur een goede keuze. In Brussel en Wallonië is de tijd misschien rijp voor een herverkaveling van het politieke landschap. Ik zou graag een nieuwe centrumrechtse partij zien ontstaan met een oprecht groene inborst. Een fusie tussen DéFI en het CDH zou daaraan kunnen beantwoorden. Ecolo is mij te breed. Binnen die partij heb je zowel centrumrechtse als extreemlinkse mensen. Ik beschouw het klimaat als een topprioriteit, maar ik sta sociaal-economisch centrumrechts: op wie moet ik stemmen? Dat politieke aanbod is er niet? De Callataÿ: Nee. Het CDH en de CD&V beweren wel dat ze groen zijn, maar dat is volstrekt ongeloofwaardig. Hetzelfde geldt voor de MR en de Open VLD.Nog een probleem: ondanks zijn naamsverandering is het CDH sterk met het christelijke middenveld verbonden gebleven. Dat spoort niet meer met de huidige samenleving. Is het logisch, gezien de demografische veranderingen, dat Brusselse kinderen nog altijd zo veel verlofdagen krijgen voor christelijke feesten? Waarom geven we niet ook alle Brusselse kinderen vrijaf op belangrijke feestdagen van moslims en joden? Neem pinkstermaandag, een dag die voor christenen niet eens een echt religieuze betekenis heeft: die verlofdag kun je toch gemakkelijk vervangen door een verlofdag voor een moslimfeest? Dat zou billijk en ethisch zijn. En ik verwacht van partijen als het CDH en de CD&V dat ze zich daarvoor sterk maken.