Het gaat hard in onze samenleving. Eerst was er het fel debat over Eandis, dat aandelen wou verkopen aan een Chinees bedrijf. Dan kwam het nieuws van ING, waar een forse ontslaggolf samengaat met een hoge winstuitkering die je niet verklaart door automatisering. Beide dossiers zijn totaal verschillend, tegelijk zijn ze kinderen van onze tijd. Wat hen verbindt is het geloof dat economische globalisering, maximaal de vrije markt laten spelen heilzaam is voor de samenleving. Een partner zoeken voor ons elektriciteitsnetwerk, dat mag een bedrijf zijn van waar ook ter wereld. De bankensector, die gaan we toch niet echt democratisch reguleren, zodat systeemrisico's verdwijnen? In beide gevallen komt een grotere rol van regeringen niet ter sprake, laat staan dat er proactief gedacht is aan burgerparticipatie. Tegelijk tonen meer en meer burgers dat ze het niet meer pikken: regeringen die zich beperken tot de rol van observator van marktprocessen. En dan vallen politici van hun stoel dat er stevig verzet komt tegen de Eandis-deal, verschieten regeringsleiders dat de bankencrisis zonder afdoend politiek antwoord leidt tot toenemende populariteit van populisten.

Consument wordt weer burger

De democratie - van onderuit - is springlevend

In mijn boek Vrijheid & Zekerheid beschrijf ik deze situatie als het Tweestromenland. De hoofdstroom is duidelijk: het neoliberale project dat marktwerking en concurrentie in zoveel mogelijk sectoren in de samenleving wil introduceren. In Griekenland weten ze alles van dit opgelegd dogma, dat uiteraard in elk land een andere uitwerking krijgt. België is Engeland niet. Er is echter ook de groeiende tegenstroom van burgers die hun toekomst zelf in handen nemen. Ze richten energiecoöperaties op, starten met stadslandbouw enzovoort. Ze worden van consument terug burger. Wie dit fenomeen zuchtend in de hoek zet van de sympathieke hobbyclub, leest best verder. Wetenschappelijk onderzoek toont een forse groei van duurzame burgerinitiatieven in landen als Nederland. Ook in Vlaanderen neemt het aantal nieuwe initiatieven toe, van vijf per jaar in 2004 tot nu tien keer meer. Er zijn in onze regio honderden projecten, denk aan co-housing en voedselteams. Ze ontkrachten het geringe vertrouwen in de burger dat speelde in het Eandis-debat en ontkennen de rol die burgers al veel langer spelen in de evolutie van het energielandschap. Dat maakt een korte terugblik duidelijk.

De eerste windmolen voor groene stroom werd niet gepland door beleidsmakers, niet gebouwd door energieconcerns; het waren koppige Deense burgers die de molen eigenhandig maakten en installeerden.

Ons energielandschap werd uitgetekend vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ook toen werd zonder publiek debat een keuze gemaakt. Toen voor maar liefst 20 kerncentrales, te beginnen op de dijk van Zeebrugge. Het is enkel door burgerprotest dat die miskleun is voorkomen. Het zijn ook burgers die het alternatief ontwikkelen. De eerste windmolen voor groene stroom werd niet gepland door beleidsmakers, niet gebouwd door energieconcerns; het waren koppige Deense burgers die de molen eigenhandig maakten en installeerden. En hij draait nog altijd.

Deze eerste fase krijgt een vervolg in de jaren 1980 als Europa tijdens de start van de neoliberale periode de liberalisering van de energiesector oplegt. Elektriciteitsproductie wordt een taak van private bedrijven. De illusie van de vrije markt moet ons doen geloven dat de energieconcerns ons voorbereiden op de toekomst. In de realiteit doen ze wat ze al decennia doen: elektriciteitsproductie op basis van kernenergie en fossiele brandstoffen. Ze verzaken aan de nodige investeringen om de transformatie van de energie-infrastructuur te realiseren. Dat getuigt Noé van Hulst, de man die in deze fase als hoogste energie-ambtenaar van Nederland voorvechter is van liberalisering. In 2013 concludeert hij nuchter: energiebedrijven hebben de duurzame boot gemist en kortzichtig de actieve burgers die zelf stroom produceren onderschat, ze dachten alleen aan concurreren, concurreren en concurreren'. Voor hem moet de overheid een duidelijk regulerende rol spelen, verplichtingen qua duurzaamheid durven opleggen.

Over naar Denemarken, een land met evenveel inwoners als Vlaanderen. Daar negeerde overheden de goesting van burgers in de toekomst niet. Om investeringen in windenergie aan te moedigen, krijgen gezinnen een belastingvrijstelling voor eigen energieproductie. Dit gebeurt meestal door aandelen te kopen van windturbinecoöperaties. Ook bij windparken op zee zijn burgers mede-eigenaar. In 2004 zijn meer dan 150.000 gezinnen lid van een windcoöperatie. De actieve burgers, met in dit geval al duizenden energiecoöperaties in Europa, staan voor de actieve onderstroom. Ze veruitwendigen een nieuw tijdperk, na dat van de overheid in de naoorlogse dertig gouden jaren en de drie decennia neoliberalisme. Ze werken van onderuit aan systeemverandering, wat nooit zonder slag of stoot gaat. Gevestigde belangen - bij bedrijven en overheden- dromen van het behoud van business as usual en vegen liefst ecologische en democratische argumenten van tafel. Ze beseffen niet dat we ondertussen in de 21ste eeuw leven.

Laat van je horen

De huidige sociale strijd kent een belangrijk verschil met die van de 20ste eeuw. Toen lag de macht in handen van de eigenaars van de grote fabrieken met peperdure machines om zaken als auto's of elektriciteit te produceren. Ook kennis was in handen van een kleine groep mensen. Deze situatie is nu radicaal anders. De snelle technologische innovatie maakt het elk jaar makkelijker om decentraal energie op te wekken. Zowel de prijs van zonnepanelen als van windmolens zakt elk jaar. Dankzij het internet kunnen burgers gratis informatie uitwisselen en netwerken opzetten. Met crowdfunding kunnen burgerinitiatieven het geld voor een project makkelijk verzamelen. In 2013 brengt een energiecoöperatie voor een windmolen in het Nederlandse Culemborg op één dag 1,3 miljoen euro bij elkaar.

De kloof tussen burgers die de onderstroom opbouwen en regeringen en conservatieve partijen is nog nooit zo groot geweest.

In Turnhout haalt de kersverse coöperatie Campina Energie begin 2016 op twee weken tijd meer dan een half miljoen euro op. Voorbeelden die in schril contrast staan met het argument in het Eandis-debat dat geld ophalen bij burgers een onbegonnen zaak is.

In feite is de kloof tussen burgers die de onderstroom opbouwen en regeringen en conservatieve partijen nog nooit zo groot geweest.

Meteen kunnen we cirkel sluiten van deze bijdrage. We moeten niet alleen boos zijn op ING maar ook beseffen dat burgers steeds minder dergelijke banken nodig hebben. Niet toevallig organiseert een brede coalitie verenigingen binnenkort opnieuw de Move your Money week. Met vijf concrete tips weet je wat je te doen staat. Verhuis je spaargeld naar naar een duurzame bank of koop met dat geld aandelen van burgercoöperaties, die werken rond duurzame energie of biologische landbouw. Wil je een burgerinitiatief opstarten of ondersteunen, doe dan mee aan sociale crowdfunding. Ook de euro is niet zaligmakend. Burgers starten wereldwijd met eigen munten zoals Faircoin of experimenten met ruilvormen zonder geld zoals LETS-systemen. Last but not least als vijfde punt: laat van je horen en vraag als bewuste klant dat je bank rekening houdt met maatschappelijke thema's.

Het zou me niet verwonderen dat net als in de energiesector burgers voor de cruciale wending zorgen in het bankenverhaal. In het debat over maatschappelijke veranderingen is er terecht veel aandacht voor disruptieve technologieën. Graag voeg ik daar de constructieve innovatie bij van burgers: ze worden meer en meer ondernemers gericht op maatschappelijke meerwaarde.

Dirk Holemans is coördinator van Denktank Oikos

Recent verscheen zijn boek Vrijheid & Zekerheid. Naar een sociaalecologische samenleving (EPO)