We hoeven niet op Mathias te wachten. Ik kan jullie zijn antwoorden ook wel geven', lacht Mieke Van Hecke wanneer ze ons begroet in de entree van de Gentse Post Plaza. Als lijsttrekker van oppositiepartij CD&V kent ze de strijdpunten van schepen Mathias De Clercq, de burgemeesterskandidaat van Open VLD, ondertussen uit het hoofd. Haast dertig verkiezingsdebatten hebben ze er ondertussen opzitten. 'Maar dit is ons eerste gezamenlijke interview', zegt De Clercq. 'Ik ben heel benieuwd wat het zal geven.'
...

We hoeven niet op Mathias te wachten. Ik kan jullie zijn antwoorden ook wel geven', lacht Mieke Van Hecke wanneer ze ons begroet in de entree van de Gentse Post Plaza. Als lijsttrekker van oppositiepartij CD&V kent ze de strijdpunten van schepen Mathias De Clercq, de burgemeesterskandidaat van Open VLD, ondertussen uit het hoofd. Haast dertig verkiezingsdebatten hebben ze er ondertussen opzitten. 'Maar dit is ons eerste gezamenlijke interview', zegt De Clercq. 'Ik ben heel benieuwd wat het zal geven.'Vooral veel hoffelijkheid, zo blijkt. Nochtans hangt er zowel voor De Clercq als voor Van Hecke ontzettend veel van deze verkiezingen af. Na twee termijnen als schepen onder de socialistische burgemeester Daniël Termont moet en zal de liberaal burgemeester worden. Als dat niet lukt, wil hij alleen nog in de gemeenteraad zitten en zal hij zich verder op zijn werk in het Vlaams Parlement concentreren. Mieke Van Hecke, die vooral bekend is als voormalige topvrouw van het Vlaams Katholiek Onderwijs, moet de Gentse CD&V-afdeling na dertig jaar oppositie en intern geruzie uit het slop halen. Toch is ze niet te beroerd om te benadrukken dat de meerderheid de voorbije jaren ook goed werk heeft geleverd, terwijl De Clercq sommige van haar voorstellen prijst. Zijn jullie altijd zo lief voor elkaar? Mieke Van Hecke: Aan het begin van de campagne hebben alle Gentse partijen afgesproken om het fatsoenlijk te houden. Geen persoonlijke aanvallen, alleen inhoudelijke discussies. Tot nu toe heeft iedereen zich daaraan gehouden. Mathias De Clercq: Typisch Gents. Wij hebben respect voor elkaars mening. Van Hecke: Al had de huidige meerderheid wel wat meer naar de mening van de oppositie mogen luisteren. De voorbije jaren werden we heel weinig bij het beleid betrokken. De Clercq: Dat begrijp ik, maar ik voel me niet aangesproken. Als schepen heb ik wel degelijk mijn best gedaan om met de oppositie samen te werken. Vandaar dat de fusie van onze haven met die van Zeeland unaniem door de gemeenteraad is goedgekeurd. Als ik straks burgemeester word - en dat hoop ik echt -, dan wil ik met alle partijen, of ze nu tot de meerderheid of de oppositie behoren, samenwerken. Met vereende krachten moeten we naar Brussel trekken om er de belangen van onze stad te verdedigen. Afscheidnemend burgemeester Daniël Termont beweert dat het huidige stadsbestuur heeft bewezen dat het perfect mogelijk is om samen met de burgers te besturen. Van Hecke: Daar ben ik niet van overtuigd. Bij veel verenigingen, van Voka tot allerlei adviesraden, leeft sterk het gevoel dat er wordt geluisterd zonder dat ze echt worden gehoord. Het volstaat niet om mensen te informeren en naar hun verzuchtingen te luisteren, als je achteraf geen verantwoording aflegt over wat je met die inbreng doet. Dat moet echt beter. De Clercq: Op het burgerkabinet, waarin 150 gewone Gentenaars zaten die het circulatieplan (waardoor doorgaand verkeer naar de stadsring wordt afgeleid, nvdr) mochten evalueren, kwam vergelijkbare kritiek. Sommige leden hadden het gevoel dat ze het alleen over de details mochten hebben en niet over de essentie. Daar moeten we lessen uit trekken. Wat het circulatieplan betreft, blijven we luisteren naar de Gentenaars en indien nodig bijsturingen doorvoeren. Tot we iedereen mee hebben. Van Hecke: Al kun je natuurlijk nooit voor iedereen goed doen. Als het stadsbestuur had gewacht tot elke Gentenaar achter het circulatieplan stond, dan was het er vandaag nog niet. Wel is het cruciaal dat je de tegenstanders van zo'n plan zo goed mogelijk uitlegt waarom je zo'n maatregel neemt en in de nodige randvoorwaarden voorziet. Critici vinden dat het bestuur minstens had moeten wachten met het circulatieplan tot het openbaar vervoer erop was afgestemd. Van Hecke: Het klopt dat het circulatieplan dan nog veel effectiever was geweest. Nu zijn er nog te weinig randparkings die via een bus- of tramlijn met de binnenstad zijn verbonden. Bovendien moet je vaak dwars door het centrum reizen als je met het openbaar vervoer van de ene deelgemeente naar de andere wilt. Maar het probleem is dat de stad het openbaar vervoer niet kan sturen. De Clercq: Dat is zo. Als stadsbestuur zouden we moeten kunnen beslissen over de investeringen in het openbaar vervoer in onze stad. Van Hecke: Het zou zelfs logisch zijn dat De Lijn ons een investeringsbudget ter beschikking stelt. De Clercq: Met de invoering van de zogenaamde vervoersregio's krijgt de stad nu wel veel meer inspraak in de investeringen van De Lijn, maar voor mij gaat dat niet ver genoeg. Steden moeten kunnen bepalen hoeveel bussen er waar en wanneer rijden. Bent u als liberaal eigenlijk een voorstander van de privatisering van het openbaar vervoer? De Clercq: Als sociaal liberaal vind ik dat we er belang bij hebben dat de overheid instaat voor collectief vervoer. Vooral omdat we dan ook de kwaliteit kunnen bewaken. Maar daartoe moet De Lijn wel efficiënter worden beheerd. Van Hecke: Het is ook de enige manier om te garanderen dat openbaar vervoer toegankelijk blijft voor mensen die het moeilijk hebben. Van een privébedrijf kun je niet verwachten dat het sociale tarieven aanbiedt. Nu al zijn er mensen die niet op de bus stappen omdat ze het te duur vinden. Zo laten we natuurlijk kansen liggen. Dat er in onze stad zoveel werklozen zijn terwijl bedrijven in de haven constant op zoek zijn naar personeel, heeft ook met mobiliteit te maken. Werklozen willen niet in de haven werken omdat ze dan een buskaartje moeten betalen? Van Hecke: Sterker nog: ze raken niet ter plaatse omdat er op dit moment geen rechtstreekse lijnen zijn tussen het centrum en de haven. De Clercq: Onlangs zijn we bij Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) Max Mobiel gaan promoten. Dat is een vzw die op verzoek van werkgevers pendelbussen voor het personeel inlegt. We hebben meer van die creatieve initiatieven nodig, want vandaag zijn er in Gent 14.000 werkzoekenden en 10.000 vacatures. Van Hecke: Er zijn wel meer drempels die mensen hinderen in hun zoektocht naar werk. Sommigen zijn zo kwetsbaar dat ze eerst 'arbeidsrijp' moeten worden gemaakt. Dat wil zeggen dat ze niet alleen de vaardigheden moeten leren, maar ook aan hun attitude moeten werken. Elke dag op tijd komen is bijvoorbeeld niet voor iedereen even evident. Daarom zouden zulke mensen intensief moeten worden begeleid door maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen, die hen letterlijk bij de hand nemen. Een beetje zoals de brugfiguren die schepen Rudy Coddens (SP.A) een aantal jaar geleden in het onderwijs heeft geïntroduceerd. Zij zoeken ouders thuis op, proberen hun vertrouwen te winnen en hen zo meer bij de school te betrekken. De Clercq:(roept enthousiast) We moeten hen een warme hand reiken! Daarom wil ik een Gents arbeidspact voorstellen. Daarbij zouden alle betrokken actoren, van onderwijsinstellingen en werkgeversorganisaties tot de VDAB, samen initiatieven moeten opzetten om mensen op maat te begeleiden in hun zoektocht naar werk. De Oostendse burgemeester Johan Vande Lanotte (SP.A) zei onlangs in Knack dat een stadsbestuur amper impact kan hebben op de armoedecijfers. Heeft hij een punt? De Clercq: Het is wel erg makkelijk om alle schuld in de schoenen van de Vlaamse regering te schuiven. Zulke uitspraken hoor je vooral van burgemeesters en schepenen die op Vlaams en federaal niveau in de oppositie zitten. Mij lijkt het vooral een uitvlucht om zelf niets te hoeven doen. Van Hecke: Hier in Gent had er ook wel wat meer mogen worden ingezet op de bestrijding van armoede. Pas eind vorig jaar, nadat was vastgesteld dat er in Gent gezinnen met kinderen dakloos zijn, heeft het bestuur een taskforce opgericht om dakloosheid en thuisloosheid aan te pakken. Hoe is het mogelijk dat jullie dat niet veel eerder hebben gedaan? De Clercq: Het klopt dat we nog een tand moeten bijsteken, maar we hebben op dat vlak wel degelijk inspanningen geleverd. Al bij het begin van de bestuursperiode hebben we de winteropvang uitgebreid en de bijstand voor alleenstaanden en gezinnen met kinderen met 125 euro opgetrokken. Het is dus zeker niet zo dat we onze ogen sluiten voor armoede, zoals de grootste stad van Vlaanderen doet. Klopt het dat de stijgende armoede vooral geïmporteerd is, zoals nogal wat lokale politici beweren? De Clercq:(schudt het hoofd) Ook dat is een uitvlucht om zelf geen verantwoordelijkheid op te nemen. Ik heb als vrijwilliger meegedraaid in de opvang voor daklozen, en ik kan jullie verzekeren dat daar veel geboren Gentenaars komen. Van Hecke: Wie beweert dat de nieuwe armoede geïmporteerd wordt, doet dat alleen maar om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Mathias heeft gelijk: het klopt niet. Dat heb ik ook met mijn eigen ogen gezien tijdens mijn bezoeken aan armenverenigingen. Ik ben daar trouwens tegen mijn eigen vooroordelen aangelopen. Onbewust verwachtte ik dat mensen in armoede niet netjes zouden zijn en ook niet erg slim. Haast vanzelf ging ik een beetje infantiel tegen hen praten. Helemaal fout, natuurlijk. Weet je wat hun eerste klacht was? Dat ze zo vaak respectloos worden behandeld. Daarnaast blijken ze vaak niet te weten waar ze recht op hebben. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat meer dan 40 procent van de mensen die in aanmerking komen voor een leefloon er geen krijgt. Simpelweg omdat ze niet weten wat ze daarvoor moeten doen en de drempel om hulp te vragen te hoog is. De Clercq: Daarom pleit ik voor de automatische toekenning van rechten. Op dit moment loopt er in 26 Gentse scholen een project met de bedoeling gezinnen in armoede te detecteren. Op die manier hebben we 189 gezinnen kunnen bereiken, waarvan twee derde door het OCMW kon worden geholpen. Van Hecke: Als ik dan hoor dat de OCMW-voorzitter van Antwerpen miljoenen op tafel legt om misbruik bij leefloners op te sporen, val ik steil achterover. Natuurlijk moet er worden opgetreden tegen misbruik. Maar het Antwerpse discours culpabiliseert een hele bevolkingsgroep. De Clercq: In Gent doen wij niet mee aan die culpabilisering. Wonen lijkt onderhand hét Gentse verkiezingsthema te worden. Klopt het dat de stad in een wooncrisis zit? De Clercq: Ik noem het liever een woonprobleem. Wonen is zo duur is geworden dat nogal wat mensen het zich niet meer kunnen veroorloven om hier een woning te kopen of te huren. Onder meer daardoor zijn er ook lange wachtlijsten voor sociale woningen. In het huidige bestuursakkoord werd een forse uitbreiding van het aantal sociale woningen beloofd. Waarom is daar amper iets van in huis gekomen? De Clercq: Omdat het realiseren van sociale woningen veel complexer is dan je zou denken. Al mogen we ons daar natuurlijk niet bij neerleggen: samen met de Vlaamse overheid moeten we ervoor zorgen dat er genoeg sociale woningen zijn. Van Hecke: We moeten ook realistisch zijn. We kunnen het niet aan de Stad overlaten om het ontbrekende aantal sociale woningen op korte termijn weg te werken, zoals de PVDA wil. Het zou al een hele stap vooruit zijn als de sociale woningen die vandaag leegstaan omdat ze niet aan de kwaliteitsnormen voldoen weer kunnen worden verhuurd. De Clercq: Daar ben ik het helemaal mee eens. Als we in die renovatiewerken investeren, zijn er meteen duizend nieuwe woningen voorhanden. Daarnaast zijn er ook veel sociale woningen die vandaag wel worden bewoond maar in heel slechte staat zijn. Ook dat moet worden aangepakt. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. Daar hebben de 10.000 Gentenaars die op de wachtlijst staan voor een sociale woning toch geen boodschap aan? De Clercq: Als we hen echt willen helpen, kunnen we het systeem beter hervormen. Het zou veel kostenefficiënter zijn om in mensen te investeren in plaats van in bakstenen. Mijn partij is dan ook veeleer voorstander van huursubsidies dan van sociale woningen. Dan moeten er eerst wel genoeg betaalbare woningen zijn die mensen met behulp van zo'n subsidie kunnen huren. Van Hecke: Natuurlijk. Daarbij is er een belangrijke rol weggelegd voor sociale verhuurkantoren. Zij kunnen kleine huiseigenaars over de streep trekken om te verhuren aan mensen die het niet breed hebben. Zo'n sociaal verhuurkantoor zorgt ervoor dat de verhuurder een redelijke huurprijs krijgt. Zelfs als de huurder tijdelijk zijn huur niet kan betalen omdat hij de een of andere tegenslag te verwerken krijgt. In ruil daarvoor moet de verhuurder ervoor zorgen dat de woning in goede staat is. De Clercq: We moeten inderdaad nog veel meer op sociale verhuurkantoren inzetten. Van Hecke: Daarnaast moet het stadsbestuur ervoor zorgen dat er bij elk stadsontwikkelingsproject aan een zo goed mogelijke mix wordt gewerkt. Dat wil zeggen dat projectontwikkelaars zowel woningen moeten inplannen voor alleenstaanden als betaalbare gezinswoningen en duurdere appartementen. Ook die financieel sterkere mensen hebben we nodig in onze stad. De Clercq: Daar hebben we in de voorbije bestuursperiode al zwaar op ingezet. In de Oude Dokken, waar een nieuw stadsdeel wordt ontwikkeld, komen niet alleen woningen van verschillende prijsklassen, maar ook een school, handelszaken en andere sociale voorzieningen. Niet omdat de projectontwikkelaar dat wilde, maar omdat we dat als stadsbestuur belangrijk vinden. Van Hecke: Het woonbeleid kan grote impact hebben op de sociale cohesie in een wijk. Als je er een speelplein of een andere ontmoetingsplek aanlegt, worden de bewoners uitgenodigd om elkaar te ontmoeten. De Clercq: Als we jonge gezinnen niet alleen betaalbare woningen maar bijvoorbeeld ook crèches, speelpleinen en flexwerkplekken bieden, kunnen we voorkomen dat ze Gent inruilen voor een randgemeente waar ze zich wel een huis met een grote tuin kunnen veroorloven. Van Hecke: Ja, want als die mensen uit onze stad wegtrekken... De Clercq: Doen ze dat met de grootste tegenzin! Haast iedereen wil hier blijven wonen. Ik weet wel waarom ik zo graag burgemeester wil worden. (lacht)Welk schepenambt willen jullie absoluut voor jullie partij als die straks in de meerderheid terecht zou komen? De Clercq:(snel) Onderwijs! Met Sofie Bracke, die nu schepen van Burgerzaken en Protocol is, heeft mijn partij een experte in huis. Gent heeft op dat vlak al goed werk geleverd, maar we willen nog verder gaan: de capaciteit verder uitbreiden, de leerkrachten nog meer ondersteunen, de directies beter bijstaan en op maat van de leerlingen werken. Onderwijs is nog altijd de beste manier om mensen te emanciperen. Van Hecke: Voor onderwijs zou ik dan weer passen. Niet alleen omdat ik tien jaar lang het Katholiek Onderwijs Vlaanderen heb geleid, maar omdat het voor elke burgemeester of schepen van mijn partij een heel moeilijke bevoegdheid is. Het stadsbestuur is uiteraard verantwoordelijk voor het stedelijk onderwijs in de stad, maar ook het vrije onderwijs wil zo veel mogelijk ondersteuning krijgen. Als schepen van Onderwijs zou het stedelijk onderwijs me wantrouwen, terwijl ik voor het vrije onderwijs nooit genoeg zou kunnen doen. Geen goed idee, dus. De Clercq: Welke bevoegdheid zou je dan wel willen? Van Hecke: Cultuur. Iedereen lijkt dat vergeten te zijn, maar in het Vlaams Parlement heb ik negen jaar lang met heel veel enthousiasme het cultuurbeleid gevolgd. Dat heeft niet alleen grote impact op de persoonlijke ontwikkeling van mensen, maar ook op het samenleven in een stad of wijk. Daarom moet een stadsbestuur ook evenementen in de deelgemeenten ondersteunen en ervoor zorgen dat jonge groepen, of ze nu muziek of woordkunst brengen, podia krijgen om zich te presenteren. Daarnaast moeten we ook onze grote instellingen leefbaar houden, en bekijken hoe zij ervoor kunnen zorgen dat zo veel mogelijk Gentenaars de kans krijgen om te participeren. De Clercq: Maar voor alle duidelijkheid: ík zet alles op alles om burgemeester te worden. Van Hecke: Dat weten we ondertussen, Mathias. (lacht)Na de verkiezingen neemt Daniël Termont, de populairste burgemeester van Vlaanderen, afscheid. Zal hij gemist worden? De Clercq: Een stad als Gent heeft een smoel nodig, en dat is Daniël jarenlang geweest. Hij is een fantastische burgemeester, die keihard heeft gewerkt voor zijn stad. Ik heb ontzettend veel van hem geleerd. Van Hecke: Ik apprecieer hem en ik ben blij dat hij vertrekt op een moment dat iedereen hem nog op applaus onthaalt. Het is belangrijk om op tijd afscheid te kunnen nemen. Anders krijg je op den duur het gevoel dat je alles al eens hebt gezien, en dat is natuurlijk niet goed. Bovendien riskeer je te zelfverzekerd te worden als je heel lang op dezelfde stoel zit, zeker als er macht bij komt kijken. Werpen de affaires van de voorbije jaren, zoals het Optima-dossier, geen smet op Termonts blazoen? De Clercq: Die zaak is in alle transparantie onderzocht. Uit het eindrapport van de ad-hoccommissie over Optima is gebleken dat Daniël niets verkeerds heeft gedaan. Van Hecke: Toch denk ik dat die episode hem zwaar heeft gekwetst. Voor een aantal mensen zal die zaak aan hem blijven kleven. Maar uiteindelijk zal het beeld van een sterke burgemeester met een groot hart voor Gent overheersen. Dat hoop ik toch.