Het Belgische brandweerkorps telt ongeveer 5000 professionals en 12.500 vrijwilligers. Het zijn vooral witte mannen. Nipt één spuitgast op de tien is een vrouw, slechts één op de honderd heeft een migratieachtergrond. Toegegeven, in de steden is een inhaalbeweging bezig, en sinds vorige maand is één van de 34 zonecommandanten een vrouw.
...

Het Belgische brandweerkorps telt ongeveer 5000 professionals en 12.500 vrijwilligers. Het zijn vooral witte mannen. Nipt één spuitgast op de tien is een vrouw, slechts één op de honderd heeft een migratieachtergrond. Toegegeven, in de steden is een inhaalbeweging bezig, en sinds vorige maand is één van de 34 zonecommandanten een vrouw. De brandweer klaart de meest onwaarschijnlijke klussen. Opa reed in het water? Een varken viel in een beerput? Last van wespen - véél wespen? Eén adres. Tot 2015 deden de 250 brandweerkazernes hun werk elk op hun eigen manier, sindsdien zijn er 34 zones gecreëerd en zijn efficiëntie en kwaliteit de ordewoorden. 'De politiek is ons al te lang vergeten', zegt Eric Labourdette van de liberale vakbond. 'De hervorming was goed, maar ze is niet af. Er is nog veel werk aan de winkel.' Knack sprak met drie zone- en sectorcommandanten.'Ongeveer één keer per maand rukken we uit om varkens te redden die door de roosters in de beerput zijn beland. Even vaak moeten koeien en paarden uit de gracht worden gehaald, en de laatste tijd zijn er zo'n acht noodkreten per jaar voor 'nieuwe gezelschapsdieren' - ontsnapte reptielen, bijvoorbeeld. Maar de allergrootste toename in diereninterventies is voor wespen: meer dan 3000 oproepen in 2018. De klimaatopwarming, inderdaad. In 1 procent van de gevallen ging het om Aziatische hoornaars, een recente, agressieve soort die bijennesten uitmoordt. 'Het gros van onze werkzaamheden zijn ambulanceritten, wel 11.000 per jaar, en het aantal blijft stijgen. Wellicht komt dat voor een stuk door de vergrijzing, maar we merken ook dat we vaak worden opgeroepen voor problemen die gewoon door een huisarts opgelost kunnen worden. 'In de voorbije 30 jaar heb ik gezien hoe het idee van vrijwilligheid is veranderd. Nu moet alles vergoed worden. Dat stoort me soms. Driekwart van het budget gaat naar personeelskosten. Daardoor moet ik noodgedwongen tweedehandsmaterieel kopen.' 'De passie voor het beroep van brandweerman wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Dat verklaart deels waarom de instroom van allochtonen bij de brandweer zo traag verloopt: zij hadden op dat vlak geen voorbeelden of traditie. 'Ik woonde vroeger in de straat van de brandweerkazerne, en ik wist al erg vroeg dat dít het zou worden in mijn leven. Op mijn zesde ging ik bij de scouts, op mijn twaalfde bij de jeugdbrandweer. Bijdragen aan een goede samenleving, daar gaat het mij om. 'Van de bijna 32.000 tussenkomsten in 2018 waren er 14.000 wespenverdelgingen. Een gigantische stijging, die niet alleen te maken heeft met zachte winters maar ook met toenemende gemakzucht. Er zijn sowieso veel onnodige meldingen. Eén centimeter water in een kelder kunnen wij niet oplossen. En ook bij storm kan een kleine voorbereiding of samenwerking met de buren al veel oplossen. In onze welvarende maatschappij kun je voor alle mogelijke klussen een beroep doen op gespecialiseerde diensten. Dat is op zich comfortabel en dus winst, maar daardoor zijn de zelfredzaamheid en de aandacht voor preventie sterk achteruit gegaan. Ik vind dat gevaarlijk: wat als er een situatie ontstaat waarin mensen zich wél moeten behelpen?' 'Toen bij de brand in de Innovation in 1967 bleek dat de waterslangen van het korps van Molenbeek niet op de pompen van die van Anderlecht pasten, kwam er zes jaar later één korps dat álle negentien Brusselse gemeenten bedient en dat rechtstreeks aan de Brusselse gewestminister rapporteert. 'Vorig jaar hadden we 80.000 interventies van ziekenwagens en 20.000 van de brandweer. Een kwart van die laatste betrof brand. De rest gaat van wilde vossen via bijna 1000 mensen die vastzaten in liften tot ongevallen, chemische rampen en gijzelingen. In noodgevallen belt men ons. Wij zijn als de kloosterlingen in rampsituaties vroeger, maar dan technologisch uitgerust. 'Maar wíj worden weleens met agressief gedrag geconfronteerd, veelal van jongeren. De straffeloosheid is frustrerend, en je kunt ook niet naast de verpletterende verantwoordelijkheid van de ouders kijken. Toch geloof ik niet dat de manschappen fundamenteel gedemotiveerd raken. Hun inzet is groot. Anderen helpen, dat is wat voor hen telt.'