We zijn ondertussen een goede maand na de verkiezingen, een belangrijk moment in de carrièreplanning van elke politicus. Daarbij is het traditioneel 'uitkijken' naar de Senaat: welke politici - die klaarblijkelijk nergens anders meer terecht kunnen - worden door hun partijen naar de palliatieve afdeling van onze democratie gestuurd?

26 mei was voor velen een dag waarbij de man in de straat zijn middelvinger opstak naar het establishment, naar een oude politieke cultuur met steeds maar weer dezelfde gezichten. Een welgemeende fuck you naar het status quo.

Uit de keuzes van de traditionele partijen voor de gecoöpteerde senatoren blijkt nu dat ze zich bezondigen aan nét datgene waarvoor ze zijn afgerekend. Met Rik Daems (Open VLD), Mark Demesmaeker (N-VA), Sabine de Bethune (CD&V) en Bert Anciaux (SP.A) zien we vooral oudere politici die nog een laatste cadeau krijgen voor bewezen diensten vanwege hun partij. Geen bos bloemen, wel een brutoloon van 3500 euro per maand en een stevige onkostenvergoeding. De senaat blijkt eens te meer drukventiel te zijn om ervoor te zorgen dat de partijhoofdkwartieren niet ontploffen. De particratie overwint.

Lees ook:

Worden PVDA-politici beter betaald dan Open VLD'ers?

Jos D'Haese (PVDA): 'Mijn eerste loonbrief was om van te duizelen'

Wat drijft deze mensen om een post als gecoöpteerd senator überhaupt te willen opnemen? Een halve politieke baan, om het in de woorden van Ivan De Vadder - eigenlijk nog te eufemistisch - uit te drukken. De enige beweegreden die wij zien, is het zich vastklampen aan het politiek mandaat door gebuisde politici. Wie onvoldoende stemmen haalt om verkozen te geraken, moet het volk niet vertegenwoordigen. Dat geldt voor nieuwkomers in de politiek zoals wij, en dat geldt voor politici op retour.

Politiek is een mooie stiel, op voorwaarde dat ze creativiteit toont in haar oplossingen, moeilijke beslissingen durft te nemen en kritisch is tegenover zichzelf. Een status quo is saai en vooral inefficiënt, en de traditionele partijen blijven hardnekkig weigeren om dat te erkennen.

Politiek inspireert niet meer. Als maatschappelijk geëngageerde jongere moet je serieus goed zoeken naar een politiek rolmodel. De staatsmannen en -vrouwen van weleer zijn lang vervlogen en vervangen door beroepspolitici die volledig afhangen van hun politiek mandaat. In die mate zelfs dat ze tevreden zijn met een zo goed als nietszeggende post als gecoöpteerd senator.

Traditionele partijen lieten een uitgelezen kans schieten om te tonen dat ze het signaal van de kiezer hebben begrepen. Zelfbehoud is menselijk, net zoals het willen vermijden van conflicten of het belonen voor bewezen diensten.

Zolang er een Senaat bestaat zullen er senaat postjes te verdelen zijn. De meeste traditionele partijen blijven vaag in hun visie over de Senaat. Een korte lezing van de verkiezingsprogramma's leert ons dat Open VLD en N-VA de Senaat willen begraven, CD&V en SP.A blijven in hun bijzonder lijvige verkiezingsprogramma's op de vlakte wat de Senaat betreft.

Laat bovenstaand betoog een duidelijke oproep zijn aan alle partijen om hier eindelijk de stappen in de juiste richting te zetten: afschaffen, die handel. Een structurele besparing van 41 miljoen euro. Als politici het vertrouwen van de burger wil terugwinnen dat moeten ze uit de schaduw treden van de postjes, dan moeten ze weerstaan aan de lokroep van het pluche.

Ons advies aan de opgeviste senatoren: hef uw post en de tweede kamer op en doe voor de rest iets nuttig met uw tijd.