De regeringspartijen hebben een akkoord bereikt over de betonstop. Er komt een striktere bescherming van de woonuitbreidingsgebieden. Dat is een stap vooruit. Maar daarvoor betalen we een hoge prijs, letterlijk en figuurlijk. De vergoedingen om slecht gelegen woongebieden om te zetten naar open ruimte worden veel hoger. Ondertussen spekt elke extra bebouwing de gemeentekas en de Vlaamse regering laat dat mechanisme bestaan. Dat zijn twee stappen achteruit.

De betonstop: één stap vooruit, twee stappen achteruit.

De grote lijnen van het politiek akkoord over de betonstop zijn bekend. Het wordt een pak moeilijker om de reservegebieden voor wonen te verkavelen. De regering zet een "stolp" over de woonuitbreidingsgebieden. Ze schrapt achterpoortjes om hier toch te bouwen. Enkel als de gemeenteraad na een openbaar onderzoek en een milieueffectrapport beslist om ze vrij te geven, kan een verkavelingsvergunning worden aangevraagd.

Dat is goed nieuws voor de open ruimte in Vlaanderen. Er liggen ongeveer 12.000 ha onbebouwde woonreservegebieden in Vlaanderen. Je vindt ze in elke gemeente. Het zijn meestal grotere, aaneengesloten stukken open ruimte, gemiddeld zo'n 5 tot 10 ha groot. Door een moratorium zouden zo in een pennentrek duizenden hectaren open ruimte onbebouwd blijven. Dat is pure winst voor natuur en landschap.

We hoeven die reservegebieden ook helemaal niet te bebouwen om de groei van de bevolking op te vangen. Er is nog meer dan 30.000 ha aan bouwgronden voorhanden in de echte woongebieden. Daarvan hebben we maximaal de helft nodig, gerekend aan de huidige bewoningsdichtheid. De echte uitdaging voor de bouwshift zijn de effectieve woongebieden, niet de reservezones. Want ook in de echte woongebieden liggen heel veel kavels in lintbebouwing of op afgelegen plaatsen, ver weg van openbaar vervoer, scholen of winkels. Dat soort gronden omzetten naar open ruimte wordt nu een pak duurder.

Hogere planschade voor gemeenten maakt de zaak onbetaalbaar

Het grootste minpunt van dit akkoord zijn de hogere schadevergoedingen die de gemeenten moeten betalen als bouwzones omgezet worden naar open ruimte. Vanaf nu moeten ze de marktwaarde betalen. Eerder was dat de aankoopwaarde, die eigenaars betaalden bij aankoop van de grond. Ondertussen zijn veel van die gronden sterk in waarde gestegen. Door nu de huidige marktwaarde te gebruiken als schadevergoeding, beloon je speculanten. Bovendien zal de factuur daarvoor in de miljarden lopen, waardoor een betere ruimtelijke ordening onbetaalbaar wordt. Zeker omdat de Vlaamse regering de factuur doorschuift naar de gemeenten, die daarvoor geen budgetten hebben. Als ze al minder bebouwing willen in hun gemeente, natuurlijk. Dat is lang niet overal het geval.

Fundamenten blijven onaangetast

De meeste Vlaamse gemeenten springen nog altijd heel kwistig om met open ruimte en laten de betonmolens stevig draaien. Daar is een reden voor: bijna de helft van de inkomsten van gemeenten komt van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Om hun dagelijks beleid te kunnen bekostigen, hebben ze er baat bij om meer inwoners of bedrijven aan te trekken. Meer gebouwen betekent meer geld in de gemeentekas. Aan dat mechanisme raakt de Vlaamse regering niet.

Sterker nog. De regering vraagt aan de gemeenten om hun beleid op vlak van ruimtelijke ordening bij te sturen en daar zwaar voor te betalen. Dus in plaats van inkomsten te genereren voor de gemeente door nieuwe bewoners aan te trekken, moeten ze nu geld uit de gemeentekas halen om minder inwoners aan te trekken. Zelfs een blinde ziet dat dit niet kan werken. Zolang de financiering van gemeenten niet verandert, zal een bouwshift dode letter blijven.

Wie maakt de rekening?

Toch is iedereen het erover eens dat de bouwshift echt wel nodig is. Vlaanderen telt meer dan 13.000 kilometer lintbebouwing. Dat is een rij woningen van hier tot in Zuid-Afrika. We nemen meer dan 35.000 hectare platteland in met verspreide bebouwing. Dat kost ons miljarden aan wegenonderhoud en riolering, veroorzaakt groeiende files en problemen met waterbeheer. Als het te hard regent lopen wijken onder water. Als het te lang niet regent, raken grondwatervoorraden uitgeput en verdorren onze gazons. Als we niet oppassen hebben we straks helemaal geen natuur meer over.

Alleen al om achterstallige riolering aan te leggen, moet de overheid volgens de VMM meer dan negen miljard investeren. Geld dat er niet is. Dat is zo duur omdat lintbebouwing of afgelegen woningen veel meer kilometers riolering nodig hebben. Vandaag betaalt iedereen via de waterfactuur mee aan de meerkosten voor rioleringen door onze ruimtelijke wanorde. Meer bouwen in de stads- en dorpscentra is goed voor ieders portemonnee. Anders betalen we ons gebrek aan ruimtelijke ordening cash aan riolering.

Erik Grietens is beleidsmedewerker bij Bond Beter Leefmilieu.

De regeringspartijen hebben een akkoord bereikt over de betonstop. Er komt een striktere bescherming van de woonuitbreidingsgebieden. Dat is een stap vooruit. Maar daarvoor betalen we een hoge prijs, letterlijk en figuurlijk. De vergoedingen om slecht gelegen woongebieden om te zetten naar open ruimte worden veel hoger. Ondertussen spekt elke extra bebouwing de gemeentekas en de Vlaamse regering laat dat mechanisme bestaan. Dat zijn twee stappen achteruit. De grote lijnen van het politiek akkoord over de betonstop zijn bekend. Het wordt een pak moeilijker om de reservegebieden voor wonen te verkavelen. De regering zet een "stolp" over de woonuitbreidingsgebieden. Ze schrapt achterpoortjes om hier toch te bouwen. Enkel als de gemeenteraad na een openbaar onderzoek en een milieueffectrapport beslist om ze vrij te geven, kan een verkavelingsvergunning worden aangevraagd. Dat is goed nieuws voor de open ruimte in Vlaanderen. Er liggen ongeveer 12.000 ha onbebouwde woonreservegebieden in Vlaanderen. Je vindt ze in elke gemeente. Het zijn meestal grotere, aaneengesloten stukken open ruimte, gemiddeld zo'n 5 tot 10 ha groot. Door een moratorium zouden zo in een pennentrek duizenden hectaren open ruimte onbebouwd blijven. Dat is pure winst voor natuur en landschap.We hoeven die reservegebieden ook helemaal niet te bebouwen om de groei van de bevolking op te vangen. Er is nog meer dan 30.000 ha aan bouwgronden voorhanden in de echte woongebieden. Daarvan hebben we maximaal de helft nodig, gerekend aan de huidige bewoningsdichtheid. De echte uitdaging voor de bouwshift zijn de effectieve woongebieden, niet de reservezones. Want ook in de echte woongebieden liggen heel veel kavels in lintbebouwing of op afgelegen plaatsen, ver weg van openbaar vervoer, scholen of winkels. Dat soort gronden omzetten naar open ruimte wordt nu een pak duurder. Het grootste minpunt van dit akkoord zijn de hogere schadevergoedingen die de gemeenten moeten betalen als bouwzones omgezet worden naar open ruimte. Vanaf nu moeten ze de marktwaarde betalen. Eerder was dat de aankoopwaarde, die eigenaars betaalden bij aankoop van de grond. Ondertussen zijn veel van die gronden sterk in waarde gestegen. Door nu de huidige marktwaarde te gebruiken als schadevergoeding, beloon je speculanten. Bovendien zal de factuur daarvoor in de miljarden lopen, waardoor een betere ruimtelijke ordening onbetaalbaar wordt. Zeker omdat de Vlaamse regering de factuur doorschuift naar de gemeenten, die daarvoor geen budgetten hebben. Als ze al minder bebouwing willen in hun gemeente, natuurlijk. Dat is lang niet overal het geval. De meeste Vlaamse gemeenten springen nog altijd heel kwistig om met open ruimte en laten de betonmolens stevig draaien. Daar is een reden voor: bijna de helft van de inkomsten van gemeenten komt van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Om hun dagelijks beleid te kunnen bekostigen, hebben ze er baat bij om meer inwoners of bedrijven aan te trekken. Meer gebouwen betekent meer geld in de gemeentekas. Aan dat mechanisme raakt de Vlaamse regering niet. Sterker nog. De regering vraagt aan de gemeenten om hun beleid op vlak van ruimtelijke ordening bij te sturen en daar zwaar voor te betalen. Dus in plaats van inkomsten te genereren voor de gemeente door nieuwe bewoners aan te trekken, moeten ze nu geld uit de gemeentekas halen om minder inwoners aan te trekken. Zelfs een blinde ziet dat dit niet kan werken. Zolang de financiering van gemeenten niet verandert, zal een bouwshift dode letter blijven. Toch is iedereen het erover eens dat de bouwshift echt wel nodig is. Vlaanderen telt meer dan 13.000 kilometer lintbebouwing. Dat is een rij woningen van hier tot in Zuid-Afrika. We nemen meer dan 35.000 hectare platteland in met verspreide bebouwing. Dat kost ons miljarden aan wegenonderhoud en riolering, veroorzaakt groeiende files en problemen met waterbeheer. Als het te hard regent lopen wijken onder water. Als het te lang niet regent, raken grondwatervoorraden uitgeput en verdorren onze gazons. Als we niet oppassen hebben we straks helemaal geen natuur meer over.Alleen al om achterstallige riolering aan te leggen, moet de overheid volgens de VMM meer dan negen miljard investeren. Geld dat er niet is. Dat is zo duur omdat lintbebouwing of afgelegen woningen veel meer kilometers riolering nodig hebben. Vandaag betaalt iedereen via de waterfactuur mee aan de meerkosten voor rioleringen door onze ruimtelijke wanorde. Meer bouwen in de stads- en dorpscentra is goed voor ieders portemonnee. Anders betalen we ons gebrek aan ruimtelijke ordening cash aan riolering. Erik Grietens is beleidsmedewerker bij Bond Beter Leefmilieu.