Het zal een troost geweest zijn voor de familie om de artikels te lezen waarmee de Belgische pers Leopold Lippens uitgeleide deed: 'Zo maken ze er geen meer.' 'Zijn erfenis kan moeilijk overschat worden.''Lippens verdient een standbeeld.' 'Knokke was Lippens, Lippens was Knokke.' 'Léopold Lippens, l'âme de Knokke.' 'Hij liet zich niet infecteren door yuppen en ander lawaaierig ongedierte van het snelle geld' - dat was vintage Hugo Camps in Het Laatste Nieuws. Dezelfde man heette in De Tijd 'de volksheld van de beau monde'.
...

Het zal een troost geweest zijn voor de familie om de artikels te lezen waarmee de Belgische pers Leopold Lippens uitgeleide deed: 'Zo maken ze er geen meer.' 'Zijn erfenis kan moeilijk overschat worden.''Lippens verdient een standbeeld.' 'Knokke was Lippens, Lippens was Knokke.' 'Léopold Lippens, l'âme de Knokke.' 'Hij liet zich niet infecteren door yuppen en ander lawaaierig ongedierte van het snelle geld' - dat was vintage Hugo Camps in Het Laatste Nieuws. Dezelfde man heette in De Tijd 'de volksheld van de beau monde'. Als Leopold Lippens bij leven en welzijn al eens mensen onheus had bejegend, weliswaar niet door hen weg te zetten als 'lawaaierig ongedierte' maar zeker als een minderwaardige onderklasse, dan was het toen hij in 1990 in het weekblad Panorama dagjesmensen omdoopte tot 'frigoboxtoeristen'. Dat blijft tot vandaag Lippens' hoogstpersoonlijke bijdrage aan het Algemeen Nederlands. Pas als men de hele passage herleest, valt op hoe hard en gemeen zijn woorden waren : 'Ze stoppen in een villawijk, vreten hun koelbox leeg, gooien papieren en bananenschillen op de grond. Dan gaan ze hun behoefte doen en wandelen ze als eenden na elkaar op het strand. Ze komen de mensen van kwaliteit aangapen. Het is hier geen dierentuin.' Knokse mensen van kwaliteit, de kiezers van Leopold Lippens, deden namelijk nooit enige behoefte. Merkwaardig genoeg wordt de 'frigoboxtoerist' in de herinnering aan Leopold Lippens opgevoerd als een bewijs dat de man op zijn eigen manier stout maar ook weer grappig kon zijn - kwaad bedoeld is het in onze collectieve herinnering niet meer. In Gazet van Antwerpen trok een commentator nochtans een parallel tussen Leopold Lippens en Donald Trump: 'Lak aan politieke correctheid en de dingen ongezouten zeggen, bijvoorbeeld. Maar ook de arrogantie van iemand die boven het gewoel van gewone stervelingen staat en nijdig reageert op kritiek.' En dus kreeg je uitspraken als: 'De pers is al jaren de boosdoener van onze maatschappij. Onze dagbladen vertellen leugens aan de lopende band.' Dat gaat dus over dezelfde dagbladen die hem na zijn dood schouderklopjes gaven als de aparte burgemeester van een bijzondere gemeente. Vlaamse media gedroegen zich tegenover Leopold Lippens al te vaak zoals Fox News en andere media die onverholen waardering hebben voor het type van de 'sympathieke schurk'. Boris Johnson hoort ook in dat rijtje, misschien zelfs Georges-Louis Bouchez. Lippens heeft niet zo lang geleden nog samen staan golfen met Trump. Naar verluidt hield hij nochtans niet van Trumps getwitter. Een beetje Lippens staat boven de massa. 'Gentrificatie' is een term voor een in wezen stedelijk fenomeen, waar de kansarme bevolking in armere buurten weggedrongen wordt door rijkere nieuwkomers, al dan niet als gevolg van een bewuste 'opwaarderingspolitiek' van de lokale overheid. De familie Lippens heeft Knokke opgewaardeerd en heeft rijk volk aangetrokken, maar daarvoor hoefde ze geen mensen te verjagen. Toen de eerste voorvaderen-Lippens al in 1785 - dus nog in de tijd van de Oostenrijkse Nederlanden - hun oog lieten vallen op Knokke en omstreken, ging het nog om een godverlaten uithoek aan zee. Dat is goed te zien op de beroemde Ferrariskaart uit 1777. Folioblad nummer 23 toont ten oosten van 'Heyst' een ontzaglijk groot 'niets'. Op een paar gehuchten en boerderijen en het dorpje 'Cnocke' na gaapte de leegte. De familie Lippens begon er met het opkopen van wat uiteindelijk een eigendom van meer dan duizend hectare zou worden, zogezegd waardeloze zand- en duingronden, slikken en schorren, en een paar polders. Bijna 250 jaar later is dat nog altijd, letterlijk, de ondergrond van wat vanaf 1908 de familiale 'Compagnie Immobilière du Zoute' heette, en vandaag 'Compagnie Het Zoute'. Deze privé-onderneming heeft Knokke afgeschermd van het massatoerisme. Het was een bewuste optie op de lange termijn om de gemeente exclusief te maken. Dus duur en elitair, maar ook relatief rustig - er zijn oorden waar het minder aangenaam toeven is dan in Knokke. Bij de honderdste aandeelhoudersvergadering van de Compagnie in 2008 legde broer Maurice Lippens aan de krant De Tijd de familiale visie op Knokke uit: 'Wij hebben een kwaliteitsomgeving gecreëerd om in te wonen. En wie een mooie villa bezit, heeft ook graag een mooie auto en draagt graag mooie kleren. Van het een is het ander gekomen.' Frigoboxers hebben zich er nooit echt welkom gevoeld, en kozen en kiezen dus liever voor het veel meer democratische Blankenberge - dat stuk Antwerpen-aan-Zee (en steeds meer Bruxelles-Plage), zoals Hugo Matthysen die 'wonderschone stad' ooit bezong; 'Blankenberge Blankenberge, 't was er echt enorm/ Het weer was altijd schitterend/ en Nancy was in form'. Knokke was nooit bedoeld voor Nancy's. Maar als het erop aankwam, waren mensen minder belangrijk dan grond, vastgoed en geld. Nogmaals Maurice Lippens: 'Wie vandaag Compagnie Het Zoute zegt, denkt in de eerste plaats aan kwaliteitsvol vastgoed. Compagnie Het Zoute is een merknaam die staat voor kwaliteit en klasse.' De Compagnie onderscheidt zichzelf naar eigen zeggen van andere promotoren door haar 'traditie van urbanisatie': 'Dat betekent dat we samen met de politieke gezagvoerders nadenken en de verschillende opties voor urbanisatie bestuderen. De integratie van het vastgoedproduct in een recreatieve en natuurlijke omgeving is voor ons van cruciaal belang.' Zo stond het er: 'samen met politieke gezagvoerders'. In Knokke betekende dat jarenlang dat Maurice Lippens, de voorzitter van Compagnie Het Zoute, geacht werd goed samen te werken met Leopold Lippens, burgemeester van Knokke-Heist en bestuurder bij dezelfde Compagnie. Het leidde in de loop der jaren tot een paar rechtszaken wegens belangenvermenging. In 2006 belandde Walter Georges Jacobs, de directeur-generaal van de Compagnie Het Zoute, in de cel wegens corruptie. Er was sprake van smeergeld in ruil voor positieve bouwadviezen en andere gunsten voor gemeentepersoneel. Broer Maurice Lippens ging in de pers in de tegenaanval: 'Mijn broer houdt privé- en gemeentezaken strikt gescheiden. Hij is onkreukbaar. Ik heb hem ook al eens gevraagd: "Zeg, die verkaveling sleept nu al jaren aan, kun je dat dossier niet eens boven op de stapel leggen?" Dan antwoordt hij: "Als ik dat zelfs maar één keer doe, ben ik dood! Dan ben ik niet meer geloofwaardig als burgemeester." Ons appartementenproject Finis Terrae heeft twintig jaar aangesleept. Ons project om een hotel te bouwen in de tennisclub? Geweigerd. Hoeveel vastgoed heeft de Compagnie nog in Knokke? In de beginjaren hadden we 1100 hectare, vandaag is dat 316 hectare, het Zwin niet meegerekend. Knokke is niet de familie Lippens.' Maar vorig jaar nog werd een gerechtelijk onderzoek opgestart naar belangenvermenging nadat Lippens had deelgenomen aan vergaderingen om de Tolpaert-polder om te zetten van 'agrarisch gebied' naar 'woonuitbreidingsgebied'. Familieleden, onder meer zijn eigen kinderen, hadden daar belangen in 33 percelen. Audit Vlaanderen vond dat Leopold Lippens zichzelf had moeten wraken. Hijzelf legde de verantwoordelijkheid van zijn eigen aanwezigheid bij "een onoplettendheid van de bevoegde dienst". In december 2020 seponeerde het parket de zaak. Door het uiterst activistische beleid van de Compagnie bleef de gemeente Knokke-Heist niet alleen puissant rijk, het werd ook de uitverkoren plaats voor liefhebbers van het goede buitenleven, vogelkijkers en adepten van het luxueuzere kusttoerisme. Er is een publiek dat Knokke koestert. Vandaar dat 'Knokke-specials' van Knack Weekend welhaast uitgegroeid zijn tot klassiekers. Tegelijk herinnerde het jubileumnummer voor 50 jaar Knack, twee weken geleden, uitgebreid aan de onderzoeksjournalistiek in dit blad van wijlen Frank De Moor (1948-2004). Frank De Moor, en met hem Knack, was een ongenadig criticus van het beleid van Leopold Lippens. Tot op zijn ziekbed bleef De Moor inhakken op het volgens hem respectloze beleid (niet voor de 'frigoboxers', maar voor Knokke en zijn inwoners) van de burgemeester en zijn familiale kliek. Zijn laatste artikels gingen allemaal over Knokke en droegen titels als 'Planckendael-aan-Zee', 'Broeden op het Zwin' en 'Fameuze architecten'. Dat laatste stuk verscheen in dit blad op 28 juli 2004. Frank De Moor overleed op 2 augustus. Volgens zijn collega Koen Meulenaere had De Moor 'zijn hele carrière strijd gevoerd tegen de familie Lippens. "Strijd" is een eufemisme. Totalkrieg, dat was het.'Het is de moeite waard om die laatste stukken nog eens na te lezen om te begrijpen waarom De Moor zo gebeten was op Leopold Lippens en zijn zelfverklaarde 'ik-doe-alles-voor-Knokke-aanpak'. Ze gaan over het casino, een gebouw dat de bekende modernistische architect Léon Stynen in 1925 tekende. Vanaf het einde van de roaring twenties tot ver in de jaren zeventig werden daar optredens georganiseerd van sterren als Josephine Baker, Maurice Chevalier, Edith Piaf, Jacques Brel, Frank Sinatra, Marlène Dietrich, Ella Fitzgerald, noem maar op. Pablo Picasso exposeerde er, net als Henri Matisse, Marc Chagall en Salvador Dali. René Magritte, Paul Delvaux en Keith Haring brachten er monumentale muurschilderingen aan. Wat de familie Lippens ermee te maken had? Toen niets. Het casino was het geesteskind van van vader Jozef (1880-1934) en zoon Gustave Nellens (1907-1971). Zij hebben het uitzicht van Knokke meebepaald. Naast het casino bouwden de Nellensen het beroemde maar inmiddels verdwenen luxehotel La Réserve. Nabij Duinbergen schonken ze 20 van de 220 hectare die ze daar bezaten aan de Belgische staat, op voorwaarde dat er een nieuwe dijk zou worden gebouwd. Zo ontstond het Albertstrand. Er is nog een Jozef Nellenslaan, maar dat Knokke van de jaren 1950 tot de jaren 1970 gold als een van de mondainste cultuuroorden van het continent was vooral de verdienste van deze stilaan vergeten familie. Tot de economische crisis van de jaren 1980 ongenadig toesloeg. Enter de familie Lippens, of toch de generatie van broers Maurice en Leopold, vanaf 1979 de burgemeester. In een interview vertelde hij: 'In het casino heb ik Frank Sinatra nog horen zingen. Vandaag moet je voor een optreden van zo'n wereldvedette 200.000 of 300.000 euro neertellen. Die investering kan het casino nooit terugverdienen met een zaal van amper 800 plaatsen. Je kunt de mensen toch geen 3000 euro vragen voor één ticket? Conclusie: het casino als cultuurtempel is voltooid verleden tijd.' En dus besloot Leopold Lippens het casino te 'moderniseren'. Frank De Moor legde de Knack-lezers tot in de details uit hoe burgemeester Lippens al in 2002, 'met de eigenzinnigheid en weerzin voor procedures hem eigen, besloot om het Gentse architectenbureau Paul Robbrecht en Hilde Daem te vragen meteen een nieuw casinogebouw te ontwerpen. Zomaar.' Dat ging niet door, omdat zowel 'in het college, in de gemeenteraad, in zijn omgeving als in dit blad Lippens erop gewezen werd dat, aangezien het casino stadseigendom is, de gemeente verplicht is de wetgeving op de overheidsopdrachten na te leven'. Dus besloot Leopold Lippens om volgens het boekje te werken - of toch volgens een aanpak die daar erg op leek. De gemeente Knokke-Heist schreef een 'beperkte wedstrijd' uit. Zowel voor de jury als voor de kandidaten werden 's werelds beste architecten aan- geschreven. Aan Renzo Piano en Richard Rogers, de ontwerpers van het Parijse Centre Pompidou, werd gevraagd om te komen jureren. Piano was ook de man die de Potsdamer Platz in Berlijn had hertekend, en later ontwierp hij The Shard in Londen. Helemaal om van achterover te vallen, was de lijst met toparchitecten die de gemeente Knokke-Heist vroeg om het casino te vernieuwen. Frank Gehry (de architect van onder meer het Guggenheim in Bilbao) was erbij, topdesigner Philip Starck, Norman Foster (van de glazen Rijksdagkoepel in Berlijn), Daniel Libeskind (van het Joods Museum in Berlijn), Zaha Hadid (het Antwerpse Havengebouw), Jacques Herzog en Pierre de Meuron (Tate Modern in Londen), Jean Nouvel (Institut du Monde arabe in Parijs)... Eén zin in de projectnota had de argwaan van De Moor gewekt: 'Indien een groep investeerders bij het indienen van het ontwerp zich reeds engageert om het voorgestelde ontwerp uit te voeren, zal dit een bijkomende waardering krijgen.' Tiens. Was er al discreet onderhandeld vóór de wedstrijd zijn beloop kreeg? Bovendien, zo scheef hij, beperkte het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) de nokhoogte van het casino weliswaar 'aan de zeezijde tot acht bouwlagen (38,5 meter), aan de landzijde tot zes bouwlagen (32,5 m)' - de Knack-lezer werd tot het meest specifieke detail geïnformeerd. De Moor wist ook: 'In de coulissen is te horen dat het stadsbestuur bereid is die restricties te vergeten, als de architecten "maar oog hebben voor proporties en omgeving".' Frank De Moor stierf voordat hij de uitslag van de wedstrijd kende. De winnaar waar Leopold Lippens mee pronkte, was niet een van de door De Moor opgesomde grote namen. De winnaar werd de Amerikaanse architect Steven Holl. Hij had de jury, burgemeester Lippens incluis, gecharmeerd met een ontwerp dat naar eigen zeggen gebaseerd was op een tekening van Magritte van een zeemeermin en een zeilschip. Dat als uitleg voor een ontwerp waardoor het nieuwe casino 100 meter hoog zou worden. 'Oog voor proporties en omgeving'? Toen hij het in de krant las, greep zelfs Maurice Lippens naar zijn telefoon: 'Potverdikke, wat is dat?' Holl heeft zijn plan nooit mogen realiseren, maar deze zaak illustreerde wel het postume gelijk van Frank De Moor. Het doorprikt ook de uitleg dat Knokke 'Knokke' werd dankzij de luciditeit van de vooruitziende familie Lippens. Zeker, de oude graaf Léon Lippens had er in 1952 voor gezorgd dat het Zwin een natuurreservaat werd (al was het gebied als sinds 1939 beschermd). De vraag blijft in hoeverre dat voor de familie Lippens, achteraf gezien, niet de ultieme pr-operatie was geweest: er werd een flink stuk natuur beschermd om vlakbij nog een véél grotere oppervlakte te kunnen verkavelen, tot daar 'het laatste Zwinbosje verdwenen is' (dixit Koen Meulenaere). Leopold Lippens liet zich graag fotograferen met een bolhoed à la Magritte. Er was nochtans weinig surrealistisch aan de man. De bolhoed was eerder het symbool van de eigenzinnige Britse conservative die zich geen vragen hoeft te stellen over zijn centen, behalve hoe er méér te krijgen. In die zin was Leopold Lippens a man for all seasons: op de foto's uit de jaren 1970 ziet hij er al net zo tijdloos uit als die van de eerste jaren van deze eeuw, zonder dat er echt een leeftijd op hem te plakken was. Wat hetzelfde bleef, was zijn dedain voor iedereen die niet tot de betere klasse behoort. Recent waren dat natuurlijk de vluchtelingen. Die moesten maar opgesloten worden in een Belgisch Guantanamo, vond Leopold Lippens nog in 2016: 'Maar zonder het martelen, en mét toiletten.' Ook vluchtelingen doen hun gevoeg.