De 19 landen van de eurozone hebben sinds 2008 samen 1150 miljard euro uitgespaard aan rente op hun schulden. Het loont de moeite om dat bedrag eens voluit te schrijven, zodat de omvang ervan goed kan doordringen: 1.150.000.000.000 euro. België alleen spaarde 50 miljard uit. En dat dankzij de Europese Centrale Bank (ECB), onder leiding van Mario Draghi.
...

De 19 landen van de eurozone hebben sinds 2008 samen 1150 miljard euro uitgespaard aan rente op hun schulden. Het loont de moeite om dat bedrag eens voluit te schrijven, zodat de omvang ervan goed kan doordringen: 1.150.000.000.000 euro. België alleen spaarde 50 miljard uit. En dat dankzij de Europese Centrale Bank (ECB), onder leiding van Mario Draghi. Na de bankencrisis in 2008 voerde de ECB een extreem lagerentebeleid om de Europese economie op gang te trekken. Een lage rente zet bedrijven en consumenten aan om geld uit te geven, om te consumeren en te investeren in plaats van te sparen. Lenen werd spotgoedkoop, geld was gratis te krijgen. Dat we de financieel-economische crisis de afgelopen tien jaar zo goed hebben doorstaan, is in grote mate te danken aan dat gratisgeldbeleid. Maar onthou: there ain't no such thing as a free lunch. Alles heeft een prijs. En in dit geval is die niet gering. Wat we niet mogen vergeten, is dat de gezinnen met spaargeld in grote mate het gelag betaalden: door de combinatie van lage spaarrente en een hogere inflatie smolt hun spaargeld weg. Alleen al in 2016 ging zo in België 10 miljard in rook op, zoals we vorig jaar op deze bladzijde becijferden. Wie veel schulden heeft, kan zijn voordeel doen met het lagerentebeleid van de ECB. Duitsland, bijvoorbeeld, had erop gerekend dat het tussen 2008 en 2017 450 miljard aan rente zou moeten betalen, maar kon daarop volgens de Duitse zakenkrant Handelsblatt 162 miljard besparen, pakweg de helft van het jaarlijkse federale budget. Zonder het gratisgeldbeleid van de ECB hadden de Duitsers de afgelopen jaren nooit met een begrotingsevenwicht kunnen afsluiten. België torst vandaag 450 miljard euro aan schulden en kon ook profiteren van het lagerentebeleid van de ECB. Tussen 2008 en 2017 bespaarde onze staat iets meer dan 50 miljard aan rente-uitgaven. Zonder het lagerentebeleid had onze schuld dus nog 50 miljard hoger gelegen, tenzij onze regeringen in die periode maatregelen ter waarde van 50 miljard hadden genomen. Dat deed de hoofdeconoom van Belfius, Geert Gielens, besluiten: 'We zullen maar een kaarsje branden voor Mario Draghi.' Het gratisgeldbeleid van de ECB houdt een groot risico in, want het is een vorm van doping. Het geeft de economie vleugels zonder dat er daarom veel aan de 'conditie' is gewerkt. Dat hebben we ook in België gemerkt: we kennen een mooie economische groei, er komen jobs bij en de werkloosheid daalt - maar is dat te danken aan de ECB of aan de regering? Als we de prestaties van de Belgische economie vergelijken met die van onze buurlanden, zoals de Gentse econoom Gert Peersman een halfjaar geleden deed op vraag van Knack, blijkt dat België terrein verliest. Onze economische voorspoed is, met andere woorden, vooral voorzitter Draghi's verdienste. Draghi heeft bij herhaling gezegd dat hij doet wat hij kan om de economie te helpen, maar dat de politici hun job moeten doen en onder meer de overheidsfinanciën in orde moeten brengen. Want langzaamaan komt er een eind aan het extreme lagerentebeleid van de ECB. De rente zal opnieuw aantrekken. Landen die nog altijd met een hoge schuld kampen, zoals België, zullen weer meer rente moeten betalen. Dat is geen fijn vooruitzicht. En er is nog iets anders: als er een eind komt aan de uitzonderlijke lage rente, zal de Belgische economie verder moeten zónder doping. Zijn we daar fit genoeg voor? De voorbije jaren is vaak herhaald dat onze regering moest profiteren van de lage rente om verstandig te investeren in bijvoorbeeld onderwijs en infrastructuur, zodat onze economie competitiever werd. Of dat voldoende is gebeurd, valt te betwijfelen. De Leuvense econoom Wim Moesen zei vorige week iets verontrustends in ons zusterblad Trends 'De nettokapitaalstock - de waarde van alle wegen, overheidsgebouwen, scholen enzovoort - bedraagt in België 36 procent van het bbp. Het Europese gemiddelde is 50 procent, in Nederland is dat zelfs 60 procent.' Ofwel: ons land is uitgeleefd, en er is te weinig gemoderniseerd. Na de doping met de lage rente moeten we vrezen voor een cold turkey, een pijnlijk ontwaken in de realiteit. En dat dreigt ons veel meer te zullen kosten dan de 50 miljard die we het afgelopen decennium hebben uitgespaard.