1. Wat eten we?

Wat leggen we op onze borden? Eerst en vooral te weinig groenten en fruit, zo blijkt uit de cijfers van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Maar liefst 25 procent van de Belgen geeft aan niet elke dag groenten te eten. Voor fruit is de situatie nog erger: daarvan zegt 35 procent van de Belgen dat niet te doen. Onder hen vinden we vooral mannen, Franstaligen, alleenstaanden, koppels zonder kinderen en mensen uit lagere sociale groepen. Daarbij is onze keuze in het versrayon behoorlijk voorspelbaar: we zweren bij klassiekers als tomaten, wortels, courgettes, appels, bananen en sinaasappels.
...

Wat leggen we op onze borden? Eerst en vooral te weinig groenten en fruit, zo blijkt uit de cijfers van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Maar liefst 25 procent van de Belgen geeft aan niet elke dag groenten te eten. Voor fruit is de situatie nog erger: daarvan zegt 35 procent van de Belgen dat niet te doen. Onder hen vinden we vooral mannen, Franstaligen, alleenstaanden, koppels zonder kinderen en mensen uit lagere sociale groepen. Daarbij is onze keuze in het versrayon behoorlijk voorspelbaar: we zweren bij klassiekers als tomaten, wortels, courgettes, appels, bananen en sinaasappels. De Belg lijkt amper oren te hebben naar de oproep om meer groenten en fruit te eten, maar een tweede gezondheidsadvies - minder vlees eten - wordt wel vaker gevolgd. Steeds meer occasioneel vegetarisch etende vleeseters doen de Belgische vleesconsumptie al enkele jaren dalen. Daarnaast zei 15 procent van de Belgen in 2017 op een welbepaalde dag vegetarisch te eten, tegenover 10 procent in 2014. Toch blijft België tot nader order een vleesland: 58 procent van de Belgen eet elke dag vlees. We spenderen er volgens het huishoudbudgetonderzoek gemiddeld 454 euro per persoon per jaar aan. Dat is meer dan aan groenten (218 euro) en fruit (156 euro) samen. Zeven procent van de Belgen eet nooit vlees, zegt het Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA).Steeds meer Vlamingen denken niet alleen na over wat ze eten, maar ook over hoe dat geteeld werd. Al jaren groeit de 'duurzame omzet', met als belangrijkste groeiers bio en duurzame vis. Er heerst veel onduidelijkheid over wat duurzaam is en wat niet. Daarom staat driekwart van de Vlamingen achter de ontwikkeling van een uniform label. Overgewicht en obesitas zijn erg aanwezig in België: de gemiddelde body mass index (BMI) bij volwassenen tussen de 18 en de 64 jaar oud bedraagt 26, wat duidt op overgewicht. Vooral laagopgeleiden scoren hoog: hun gemiddelde BMI in dezelfde leeftijdscategorie is 27,2. Ook leeftijd speelt een rol: hoe ouder de Belg wordt, hoe vaker hij aan overgewicht of obesitas lijdt. Toch zijn de meeste Belgen tevreden met hun gewicht. 28 procent van de bevolking zegt enkele kilo's kwijt te willen, onder hen vooral vrouwen. Bijna iedereen in die groep past zijn voeding aan, maar slechts 54 procent geeft ook aan meer te bewegen. Opvallend is bovendien dat lang niet iedereen zijn streven naar een lager gewicht op een gezonde manier aanpakt. Vooral mannen zoeken hun heil in bedenkelijke tactieken als frequenter roken en maaltijden overslaan. Daarnaast geeft 19 procent van de Belgen aan een specifiek dieet te volgen omwille van hun gezondheid, levensstijl of religie.Familie blijkt een beschermende factor voor heel wat gezondheidsproblemen zoals overgewicht en eetstoornissen. Dat gaat van samen boodschappen doen over samen koken tot eten in familieverband. Toch worden kinderen lang niet bij elk aspect evenzeer betrokken. Zo hoeft een kwart van de Belgische kinderen nooit te helpen met koken. Samen eten met het gezin is wel een sterk instituut. In 2014 zei 78 procent van de Belgen dat minstens voor één maaltijd per dag te doen. 15 procent van de Belgen zit alleen tijdens het weekend samen aan tafel.Belgische maar vooral Vlaamse ouders hebben vertrouwen in de voedselkeuzes van hun kinderen: de helft van de kinderen tussen de 3 en de 9 jaar oud mag zelf beslissen wat ze eten, en 66 procent van hen ook hoeveel ze eten. 42 procent van de Belgische kinderen wordt verplicht hun bord leeg te eten. De overgrote meerderheid, 85 procent van de kinderen tussen de 3 en de 9 jaar, kan zichzelf elke dag bedienen van fruit, maar voor minder gezonde tussendoortjes gelden er andere regels: slechts 35 procent van de kinderen mag onbeperkt in de koekenkast grabbelen. Hoe hoger opgeleid de ouders zijn, hoe minder hun kinderen dat mogen. Televisie tijdens de maaltijd is geen uitzondering voor heel wat Belgische kinderen. Vooral 's ochtends staat hij op: 47 procent van de kinderen ontbijt voor de televisie. Voor het vaak in familieverband gegeten avondmaal is dat nog 41 procent. Vooral hoger opgeleide en Vlaamse ouders grijpen tijdens het eten nooit naar de afstandsbediening. De tijd die gespendeerd wordt aan de bereiding en consumptie van maaltijden wordt in verscheidene onderzoeken gelinkt aan de BMI. Zo staat vast dat naarmate de BMI stijgt ook de bereidingstijd stijgt. Een langere consumptietijd wordt dan weer gelinkt aan een lagere BMI. Uit de nationale voedselconsumptiepeiling blijkt dat Walen gemiddeld meer tijd nemen om maaltijden te bereiden dan Vlamingen, maar dat wil niet zeggen dat ze meer tijd spenderen aan hun eten in het algemeen: ze slaan namelijk ook vaker maaltijden over. Eten en drinken neemt voor een Belg elke week gemiddeld 10 uur en 41 minuten in beslag. Het koken kost ons nog enkele uren extra, al is daar - ondanks een inhaalbeweging van mannen de laatste jaren - een groot onderscheid te maken tussen de seksen. Vrouwen spendeerden in 2015 nog 4 uur en 32 minuten per week aan koken, tegenover 2 uur en 8 minuten bij mannen. Dat verschil is vooral te wijten aan hoe koken beleefd wordt: voor vrouwen is eten bereiden een routineklus, voor mannen een flexibele activiteit die leuk moet zijn. Dat attitudeverschil is ook te zien in de cijfers: 44 procent van de vrouwen kookt vijf dagen per week, bij de mannen is dat slechts 17 procent. Een derde van de mannen kookt nooit. Dat genderstereotiepe gedrag in de keuken begint al vroeg: dochters (58 procent) worden opvallend vaker betrokken bij het koken dan zonen (42 procent). Trendwatchers hebben er de mond van vol: onze eetgewoonten zouden op de helling staan. We eten vaker buitenshuis (volgens het VLAM 29 procent van alle maaltijden), aan het bureau of op de sofa. Bovendien zou het typische patroon van drie hoofdmaaltijden die telkens op een vast tijdstip gegeten worden, vervagen. Het klopt dat onze eetgewoonten evolueren, maar het tijdsbestedingsonderzoek van de Vrije Universiteit Brussel spreekt tegen dat die verandering zo hevig is als marketeers (ons doen) geloven. Vooral het avondeten is een ijzersterk instituut voor heel wat Belgen. We zijn dagelijks gemiddeld 33 minuten bezig met de bereiding ervan, en ook voor het eten ervan trekken we meer tijd (26 minuten) uit dan voor eender welke andere maaltijd. Dat staat in schril contrast met het ontbijt, dat snel gegeten en zelfs geregeld overgeslagen wordt. 70 procent van de Belgen ontbijt dagelijks. Bij de 30 procent die dat niet doet, zitten vooral mannen en jongeren. De eerder genoemde trendwatchers wijzen vaak naar drukbezette carrièremakers als ze het hebben over de tanende regelmaat in onze eetpatronen, maar dat klopt niet noodzakelijk. De nationale consumptiepeiling toont aan dat vooral laaggeschoolden een onregelmatiger eetpatroon hebben: 63 procent van hen eet minstens vijf dagen per week elke dag een ontbijt, lunch en avondmaal, tegenover 85 procent bij de hooggeschoolden.