Wie een biografie leest van de vorige week overleden Fons Verplaetse (1930-2020) merkt op elke pagina hoe hij zich als een vis in het water bewoog tussen de economische en politieke beslissers van zijn tijd, in binnen- en buitenland. In eigen land was dat natuurlijk 'zijn' partij, de CVP (nu CD&V).
...

Wie een biografie leest van de vorige week overleden Fons Verplaetse (1930-2020) merkt op elke pagina hoe hij zich als een vis in het water bewoog tussen de economische en politieke beslissers van zijn tijd, in binnen- en buitenland. In eigen land was dat natuurlijk 'zijn' partij, de CVP (nu CD&V). Ooit waren de Vlaamse christendemocraten met voorsprong de grootste en sterkte partij van het land. In de jaren zeventig, met boegbeelden als Leo Tindemans en Wilfried Martens, behaalde de partij moeiteloos scores van meer dan 40 procent van de kiezers. Die luxe leidde vanaf de late jaren zeventig tot na-ijver en tegenwerking. Aan de ene kant stond Leo Tindemans, centrumrechts, in de Koude Oorlog een pro-Amerikaanse havik. Tindemans was zelfbewust en lichtgeraakt, was ijdel maar had ook bravoure. Tot zijn getrouwen hoorden figuren als Herman Van Rompuy. Aan de andere kant was er Wilfried Martens, (aanvankelijk) centrumlinks, de belichaming van het Belgische compromis. Dat bracht hem tussen 1979 en 1992 vrijwel onafgebroken aan het hoofd van negen regeringen-Martens, een record. Martens liet zich graag bijstaan door costauds als Jean-Luc Dehaene en Fons Verplaetse, twee technocraten met een ACW-stempel - het waren tijden dat de Vlaamse christendemocratie grossierde in uitzonderlijke talenten. Verplaetse had begin jaren tachtig al een kwarteeuw doorgebracht op de studiedienst van de Nationale Bank en begon meer en meer de smaak van de politiek te pakken te krijgen. Het begon in eigen huis: als de regenten van de Nationale Bank bijeenkwamen, durfde een van hen, ACV-voorzitter Jef Houthuys, weleens op te staan om een ferme toespraak af te steken. Soms lette Houthuys niet goed op, en stak hij een speech af over een punt dat intussen van de agenda was gehaald. Dat wekte achterdocht, en zo werd Verplaetse ontmaskerd als de adjunct-adviseur van de studiedienst van de Nationale Bank die op eigen houtje teksten schreef voor die ene regent met ACV-stempel die dan op de hoogste echelons aspect x of y van de NBB of van het economische beleid op de korrel nam. Soms tot verlegenheid van de leiding van de Nationale Bank. Jef Houthuys was een vaste medestander van Wilfried Martens, en tegelijk had hij zich al in het midden van de jaren zeventig ontpopt tot een bittere tegenstander van Leo Tindemans. Diens eerste regering had Houthuys in 1977 in een gemeenschappelijk vakbondsfront ten val gebracht met een reeks 'Vrijdagstakingen'. You win some, you lose some: het ene CVP-kamp liet zich niet pramen door de andere. Leo Tindemans besefte wel dat hij zichzelf had uitgerangeerd als premier door vanaf de Kamertribune in 1978 zijn ontslag in te dienen als eerste minister. Maar toen het er nadien ook naar uitzag dat de CVP hem onder geen beding terug wilde op een andere eersteplansrol, zelfs niet nadat hij bij de Europese verkiezingen van 1979 haast een miljoen voorkeursstemmen had behaald, regelde Tindemans de zaken op zijn manier. Tijdens een CVP-partijcongres in de Magdalenazaal in Brussel stapte hij naar de tribune, en zei ineens tot de verzamelde militanten, zonder één ander kopstuk op de hoogte te hebben gebracht: 'Als het uw wens is dat ik onze partij zou leiden doorheen de moeilijke periode die zich aankondigt, ben ik daartoe bereid.' De zaal barstte los in applaus. De Standaard-journalist Hugo De Ridder (die de zinnen van Tindemans vooraf had bedacht) wist wat er zou komen en hield in de perstribune zijn horloge in de gaten. Hij timede dat het applaus 'precies 2 minuten en 48 seconden' duurde. 'Congressisten kropen op tafels en stoelen, juichten luidkeels, riepen "Tindemans", sommigen met tranen in de ogen.' (Dat Kristof Calvo (Groen) daar eens een puntje aan zuigt in een nieuwe poging om het middenkader op te zetten tegen de partijleiding.) Jean-Luc Dehaene onderging de machtsgreep, maar fluisterde tegen een aantal ACV-vrienden, Verplaetse incluis: 'Nu begrijp ik wat er op de Neurenberger congressen van Hitler gebeurd is.' Ook toen werd kibbelpolitiek afgestraft door de kiezer. Zelfs met voorzitter Tindemans, premier (Mark) Eyskens en oud-premier Martens in de aanbieding zakte de CVP in 1981 van meer dan 40 tot 32 procent van de stemmen. Er werd naar een nieuwe verstandhouding gezocht. Vanaf 17 december 1981 was Wilfried Martens weer eerste minister. Hij nam Leo Tindemans in zijn nieuwe regering-Martens V op als minister van Buitenlandse Zaken. Tindemans' goede relaties met de Amerikanen zouden ook voor België nuttig zijn, nam men aan, en vooral: hij was de helft van de tijd in het buitenland, dus ver van Brussel. Want de oude vete was misschien bijgelegd, maar nog niet gedaan.Wanneer Tindemans in 2002, bijna twee volle decennia na de feiten, zijn Memoires schrijft, is hij op een paar figuren uit de entourage van Wilfried Martens nog altijd zó boos dat hij er ettelijke pagina's aan wijdt. Op pagina 443 begin het hoofdstukje 'Hofmeiers'. Eigenlijk moet het 'hofmeier' zijn', enkelvoud, want bijna zeven pagina's lang ventileerde Tindemans over 'een zekere Verplaetse'. Tindemans legt zijn lezers uit hoe ACW'er Verplaetse en ACV-bons Houthuys al in de Nationale Bank hadden samengewerkt om één en ander te saboteren. Op de koop toe 'kwam deze anonieme tekstverwerker (Verplaetse dus) terecht op het kabinet van premier Martens.' Inderdaad, vanaf 1981 was hij adviseur, adjunct-kabinetschef en in van 1983 tot 1987 volwaardig kabinetschef - Dehaene had het kabinet verlaten om in die regering minister van Sociale Zaken te zijn.In januari 1985 keek Tindemans uit naar wat een van de absolute hoogtepunten van zijn nochtans niet onaardige carrière moest worden: premier Wilfried Martens en hijzelf als minister van Buitenlandse Zaken zouden officieel ontvangen worden in het Witte Huis door president Ronald Reagan - die werd toen beschouwd als de feitelijke leider van het vrije Westen - en diens Secretary of State, Georg Shultz. Het zou een uiterst belangrijk en vertrouwelijk gesprek worden op het hoogste niveau, onder acht ogen (of beter: twaalf, de Belgische ambassadeur in Washington en zijn Amerikaanse collega in Brussel schoven ook aan). Op tafel lag het bijzonder belangrijke rakettendossier: zou België zoals eerder afgesproken nucleaire raketten op zijn grondgebied stationeren, of niet? Het was geen Amerikaans-Belgische zaak. De rakettenkwestie verdeelde in alle West-Europese landen de publieke opinie. Als er eentje uitstel kreeg, stonden er wel meer klaar om dat te vragen. Dat was namelijk de eis van de toen bijzonder sterke Vredesbeweging. Tindemans voelde daar niets voor: 'Voor mij stond de geloofwaardigheid van de westerse verdediging met de Atlantische alliantie op het spel.' Martens voelde meer politieke en electorale druk en ging graag naar de VS om zich ter plaatse door de Amerikaanse president te laten overtuigen.Al in de voorbereiding kreeg Tindemans het op zijn heupen. Martens had immers die vermaledijde Verplaetse meegenomen naar de VS. 'Hij begon zich al dadelijk met alles te bemoeien', noteerde Tindemans. 'Zelfs met de teksten en de diplomatieke aspecten van het bezoek. Ik had al eerder in de Wetstraat opgemerkt dat hij zich in de sociaal-economische sector gedroeg als een superminister die Martens voortdurend wat medelijdend de les spelde. Hij wilde nu dezelfde houding aannemen voor de problemen van defensie en buitenlandse politiek, sectoren waarin hij in alle opzichten een bijloper was. Het internationale leven was voor hem een gesloten boek waarin hij als politieke leek nooit had gelezen. Ik vroeg me dan ook af wat die man daar eigenlijk kwam doen. Ik kon niet geloven dat Martens zo iemand nodig had om gesprekken met Reagan en Shultz voor te bereiden.' De immer wantrouwige Tindemans vermoedde andere machinaties: 'Ik verdacht Verplaetse er wel van opdracht te hebben gekregen om vanuit Washington bepaalde groepen te informeren.' Dat ging natuurlijk over het ACW/ACV. De christelijke werknemersbeweging had toen nauwe contacten met de vredesbeweging. Het zou voor die laatste groep een ongehoorde kans zijn - en voor Tindemans de ergste nachtmerrie - dat die linkse actievoerders via Verplaetse zouden kunnen luistervinken met gesprekken met Reagan himself.Zo vertrekt het Belgische gezelschap naar het Witte Huis, Tindemans op en top voorbereid voor his finest hour. 'Op het afgesproken uur stonden we voor de deur van de wereldberoemde oval room (sic), waar de president hoge gasten ontvangt. De deur ging open, Wilfried Martens stapt binnen, samen met onze ambassadeur. Ik volgde.' En dan gebeurt het: 'Opeens glipte iemand mij voor en probeerde de premier in te halen. Het was Verplaetse. De deur ging dicht en ik stond, verlaten, voor de mooie entree.' Dat uitgerekend Tindemans dit moet overkomen: 'Een soort majordomus deed een stap in mijn richting en keek me ondervragend aan. Ik wist niet hoe ik de situatie moest verduidelijken. Mij overviel een gevoel van verontwaardiging, misschien wel van woede. De afspraken waren bijzonder duidelijk: tweemaal drie onderhandelaars, die met naam en toenaam in de documenten werden genoemd. Wat moest ik doen? Terugkeren naar het hotel? Ergens gaan wachten? Mijn frustratie gaan opvreten in de stad?' Gelukkig: 'Maar daar ging plots de deur weer open. Verplaetse werd buitengezet en mij werd gevraagd om binnen te komen. Onze gastheer (Reagan, nvdr.) had er plezier in. Ik was diep beschaamd.' Het persoonlijke affront van Verplaetse raakt Tindemans zo diep dat hij niet één letter wijdt aan het verloop of de conclusies van dat hoge onderhoud. (De Amerikanen gaven geen duimbreed toe, en de Belgen waren tevreden dat de afstraffing al bij al nog meeviel. De raketten werden naar België overgevlogen - al snel lekte uit dat de transportvliegtuigen al in de lucht hingen toen het parlementaire debat nog bezig was dat over de plaatsing van die raketten zijn fiat moest geven).Het is nooit meer (helemaal) goed gekomen tussen Tindemans en Verplaetse. Tindemans hield van stijl en voornaamheid, Verplaetse kon daarvan de negatie zijn. Een van hun laatste confrontaties was een studiedag in de jaren negentig voor de vereniging 'Christenen voor Europa' over de nakende monetaire enie. Van in de zaal hoorde Tindemans hoe Mark Eyskens 'traditiegetrouw op humoristische wijze de heer Verplaetse inleidde'. Tindemans beschrijft hoe zijn intieme vijand, 'in zoetgevooisd Oost-Vlaams begon met geringschattend te spreken over de Europese integratie: "Ik ben meer bezorgd over den biefstuk en de pint bier van onze mensen dan over de Europese eenmaking. Maar ik wil toch wel eens zien wat de Europeanen van ons verlangen." (...) De zaal bleef roerloos.'Uiteindelijk erkent Tindemans wel dat Verplaetse het belang van Europa juist inschatte. In werkelijkheid was hij België in de vroege jaren negentig achter de schermen al driftig aan het vastketenen in het Europese muntsysteem. Maar voor een publiek durfde hij wel de pose aannemen dat het hem niet zo veel kon schelen, mogelijk om anderen uit hun tent te lokken. En dat Verplaetse in de crisisjaren tachtig het ACV in de pas had helpen houden, was ook een verdienste - in zijn tijd, de geld verspillende jaren zeventig, zo herinnerde Tindemans zich, eiste ACV-voorzitter Houthuys nog 'de onmiddellijke uitbetaling van een veertiende maand kinderbijslag.' Waardoor zelfs Tindemans niet om de conclusie heen kon: 'Het is inderdaad Verplaetse geweest die Houthuys tot een meer coöperatieve houding had kunnen bewegen om een herstelbeleid mogelijk te maken.'