1. Bovenal beslis over uw eigen centen

'Ik ben een grote fan van de nieuwe erfenisregels. Ze geven veel meer vrijheid aan mensen om zelf te bepalen wat ze willen doen met hun erfenis. De nieuwe regels omtrent de wettelijke reserve zijn daarvan een mooi voorbeeld: het was toch niet meer van deze tijd dat de overheid soms voor het merendeel van de nalatenschap bepaalde wie daar recht op had', zegt advocate en successieplanner Nathalie Labeeuw (Cazimir). De wettelijke reserve is het deel van de erfenis dat is voorbehouden voor de beschermde erfgenamen, zoals de partner of de kinderen. Zij hebben altijd recht op hun deel van de erfenis, wat verklaart waarom het niet mogelijk is om de eigen kinderen te onterven.

Nieuw samengestelde gezinnen krijgen meer marge om alle kinderen een soortgelijk deel van de erfenis na te laten.

Advocate Nathalie Labeeuw

Voor de hervorming varieerde de omvang van de wettelijke reserve naargelang van het aantal kinderen. Vanaf drie kinderen konden ouders nog maar over een kwart van hun eigen nalatenschap vrij beslissen, want de kinderen hadden samen recht op driekwart. Wilden de ouders meer nalaten aan een goed doel of aan vrienden? Jammer maar helaas.

Met de nieuwe erfenisregels hebben kinderen nog altijd recht op hun deel van de erfenis, al is dat wel geslonken. De wettelijke reserve bedraagt voortaan de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen. De ouders beslissen zelf over de helft van hun eigen vermogen (al mogen ze natuurlijk ook dat deel aan de kinderen nalaten) en de kinderen moeten de andere helft onderling verdelen. Labeeuw: 'Dat is goed nieuws voor koppels uit nieuw samengestelde gezinnen. De beperking van de wettelijke reserve geeft hen wat meer marge om alle kinderen - onder wie ook de stiefkinderen - een soortgelijk deel van de erfenis na te laten.'

Neem nu het voorbeeld van een man met drie kinderen uit een eerste huwelijk, die vervolgens hertrouwt met een vrouw die ook al twee kinderen heeft. In de loop der jaren bouwt hij een sterke band op met zijn twee stiefkinderen, die hij als z'n eigen kinderen beschouwt. Die stiefkinderen zijn evenwel geen beschermde erfgenamen. Concreet: tot voor de hervorming hadden de drie eigen kinderen elk recht op een kwart van de nalatenschap, waardoor er voor de twee stiefkinderen samen nog maar een kwart overbleef. Doordat het beschikbare deel sinds vorige maand is toegenomen, kan deze vader zijn kinderen en stiefkinderen nu wel gelijk laten erven. Toch zal dat mathematisch niet altijd mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer er slechts één eigen kind is (dat recht heeft op de helft) en meerdere stiefkinderen (die de andere helft onderling moeten verdelen). De inperking van de wettelijke reserve biedt dus niet voor iedereen soelaas. Er is meer manoeuvreerruimte, maar die is niet oneindig.

2. Vergeet uw ouders niet te onterven

Ouders zijn erfgenamen: wanneer je overlijdt en geen kinderen of partner nalaat, dan gaat de erfenis naar jouw ouders. Tot voor de hervorming had elke ouder - in afwezigheid van afstammelingen - recht op een kwart van de nalatenschap. Dat is nu veranderd. Ze zijn nog altijd erfgenamen, maar ze genieten niet langer de wettelijke bescherming. Ouders kunnen dus hun kinderen niet onterven, maar omgekeerd kunnen kinderen nu wel hun ouders onterven. Daar zijn soms hele goede redenen voor. Denk maar aan feitelijke samenwoners. Dat zijn mensen die wel onder hetzelfde dak wonen, maar die hun band verder nergens officieel hebben laten registreren. Zij zijn geen wettelijke erfgenamen van elkaar. Als een van beiden sterft, gaat de erfenis naar de ouders of de broers en zussen (die wel wettelijke erfgenamen zijn). Feitelijke samenwoners kunnen zo'n scenario vermijden door een testament op te stellen en daarin elkaar als begunstigde aan te wijzen. En door op dat moment ook de eigen ouders te onterven, kunnen de ouders alvast later hun deel niet opeisen ten nadele van de partner.

Dat is ook nuttig voor wie wettelijk samenwoont (en dus het samenwonen heeft laten registreren bij de stad of gemeente). Wettelijke samenwoners genieten iets meer bescherming, maar ook voor hen blijft die toch eerder beperkt. Als een van de partners van een wettelijk samenwonend koppel sterft, dan heeft de langstlevende partner alleen maar recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. Ook wettelijk samenwonende partners moeten dus een testament opstellen (en daarin eventueel ook de ouders onterven) als ze elkaar meer willen nalaten dan enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning.

3. Over wat gegeven is geen gezeik

In het oude erfrecht was het strikt verboden om al tijdens het leven samen met de erfgenamen afspraken te maken over de verdeling van de erfenis. 'Dat verbod is er nog altijd, maar het lijstje met uitzonderingen is uitgebreid en het kader voor het opstellen van erfovereenkomsten is wettelijk vastgelegd', zegt advocaat Rinse Elsermans (Cazimir). Zo'n overeenkomst is een bindend contract tussen ouders en hun kinderen waarin ze een aantal afspraken over de latere erfenis vastleggen. Alle erfgenamen moeten akkoord gaan en zodra iedereen de overeenkomst heeft ondertekend, kan niemand er nog onderuit. Maar lang niet alles mag in zo'n overeenkomst worden opgenomen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat de kinderen al tijdens het leven van hun ouders de erfenis onderling verdelen en afspreken wie het appartement aan zee krijgt en wie de juwelencollectie van mama.

Voor wie al schenkingen aan de kinderen heeft gedaan, kan het verstandiger zijn om met een verklaring van behoud voor de oude regelgeving te kiezen.

Advocaat Rinse Elsermans

Wat mag dan wel? 'De wet biedt de mogelijkheid om in punctuele erfovereenkomsten akkoorden te sluiten over specifieke zaken, bijvoorbeeld de waardering van een schenking. Daarnaast is er ook nog de globale erfovereenkomst. Een globale erfovereenkomst trekt een streep onder alle schenkingen uit het verleden. Die worden op de weegschaal gelegd, met de bedoeling om tussen alle kinderen tot een evenwicht te komen. En dat evenwicht is heel subjectief: er kunnen ook zaken worden aangehaald die we traditioneel niet als echte schenkingen zouden beschouwen', zegt Elsermans. Zo kunnen ouders op tafel leggen dat ze aan hun ene zoon een schenking hebben gedaan omdat die in een penibele financiële situatie verkeert, maar niet hetzelfde hebben gedaan voor de andere zoon die als chirurg een riant inkomen heeft. Als de ouders voor een van de kinderen een hele dure opleiding in het buitenland hebben betaald, kunnen ze later de andere kinderen daarvoor compenseren. Hetzelfde bijvoorbeeld met ouders die jarenlang gratis op sommige kleinkinderen hebben gelet.

Door een erfovereenkomst te ondertekenen waarin al die schenkingen en voordelen zijn opgenomen, bevestigen alle kinderen eigenlijk dat ze een gelijke behandeling hebben gekregen (ook al is dat puur financieel niet het geval). Daardoor is een erfovereenkomst ook alleen maar geldig als alle kinderen akkoord gaan. Elsermans: 'Zodra een van de kinderen niet akkoord gaat met de globale erfovereenkomst, kan die niet worden afgesloten. En dat legt ook meteen de grenzen van de globale erfovereenkomst bloot: bij gebrek aan overeenstemming tussen alle partijen, kan er niets geregeld worden.'

Alleen als alle partijen op dezelfde golflengte zitten, kunnen de kinderen bij de latere verdeling van de nalatenschap geen nieuwe aanspraken maken op schenkingen en voordelen die in de erfovereenkomst zijn opgenomen. Het is dus perfect mogelijk dat een van de kinderen zo uiteindelijk minder krijgt dan waar hij volgens de wettelijke reserve recht op heeft. En dat kind kan daar dan ook geen compensatie meer voor eisen. Omdat de gevolgen zo verregaand zijn, moet er voor het opstellen van een erfovereenkomst een beroep worden gedaan op een notaris.

De bedoeling van een erfovereenkomst is om familieruzies en lang aanslepende juridische procedures te vermijden. Labeeuw: 'Er zal nog altijd heftig worden gediscussieerd, maar dat zal nu veel vroeger gebeuren. En dat is een goede zaak. Het grote voordeel is dat de ouders tenminste zelf kunnen zeggen wat hun wensen zijn. Ik heb tijdens ruzies al heel vaak moeten horen dat papa bepaalde dingen wel of niet gewild zou hebben. Maar ja, na zijn overlijden kun je het hem niet meer vragen natuurlijk.'

4. Elke schenking is gelijk

De hervormde erfregels maken ook een einde aan de scheeftrekking tussen schenkingen van roerende goederen (zoals cash, aandelen, juwelen of kunst) en onroerende goederen (een woning of bouwgrond). Met een schenking willen ouders hun kinderen nog tijdens hun leven al een financieel duwtje in de rug geven. Maar die schenking heeft ook gevolgen bij de verdeling van de latere erfenis: op dat moment worden schenkingen opnieuw in de weegschaal gelegd om te achterhalen of het ene kind niet te veel geschonken kreeg en er daardoor van de nalatenschap niet genoeg overblijft om een ander kind te geven waar het recht op heeft.

Dat principe vormt de kiem van veel familieruzies. Het hielp daarbij niet dat roerende en onroerende goederen onder de oude erfregels helemaal anders werden gewaardeerd. Voor roerende goederen was de maatstaf de waarde op de dag van de schenking, terwijl dat voor onroerende goederen de waarde was op het moment van de verdeling van de erfenis. Labeeuw: 'Dat leidde geregeld tot vreemde situaties, waarbij gelijktijdige schenkingen voor identiek dezelfde waarde uiteindelijk toch een hele verschillende waardering opleverden bij de verdeling van de nalatenschap. Nochtans was dat helemaal niet de bedoeling van de ouders op het moment dat ze die schenking deden.'

Een voorbeeld: een ouder schonk aan de ene zoon 100.000 euro cash en aan de dochter een appartement van 100.000 euro. Twintig jaar later sterven de ouders en wordt de erfenis verdeeld. Wat blijkt? Gedurende die periode is de waarde van het appartement gestegen tot 200.000 euro. Tot voor kort kreeg de schenking aan de zoon een waarde opgekleefd van 100.000 euro (want dat was de waarde op het moment van de schenking), terwijl de schenking aan de dochter werd gewaardeerd op 200.000 euro (de waarde op het moment van de verdeling van de erfenis). En dat verschil kon voor de dochter grote gevolgen hebben, waarbij de broer zelfs zijn deel nog kon opeisen. Die scheeftrekking verdwijnt nu: voor de waarde voor zowel roerende als onroerende goederen is het moment van de schenking het referentiepunt. Wel wordt er vanaf het moment van de schenking een indexering toegepast.

5. Cash is altijd goed

De nieuwe erfregels veranderen voor schenkingen niet alleen het moment van de waardering, maar ook de manier waarop ze worden verrekend wanneer blijkt dat iemand te veel geschonken kreeg. Sinds 1 september worden die schenkingen niet langer verrekend in natura, maar wel in waarde. Dat klinkt technisch, maar het is een belangrijk onderscheid. Want stel dat uw ouders een woning schonken, waar u zelf al jarenlang woont. Bij de verdeling van de nalatenschap blijkt vervolgens dat uw broer nog een compensatie moet krijgen voor die schenking. Met de nieuwe erfenisregels kan hij alleen aanspraak maken op een compensatie in cash, terwijl hij vroeger kon eisen dat de woning werd verkocht om zo zijn deel in handen te krijgen (zelfs wanneer er voldoende geld was om hem te vergoeden).

Kinderen kunnen aan de stiefouder de tegenwaarde van het vruchtgebruik betalen om zo meteen de volledige eigendom van een huis te verwerven.

Advocate Nathalie Labeeuw

6. Een nieuwe liefde hoeft geen tegoed

'Zowat vier vijfde van de juridische procedures die ik op mijn bord krijg, gaan over nalatenschappen met stiefouders. Die verlopen vaak heel stroef. Want denk je maar eens in wat er gebeurt als kinderen voor de erfenis van hun papa moeten samenzitten met de jonge vrouw voor wie hij is gescheiden van hun mama en met wie hij uiteindelijk ook is getrouwd. Vaak komen dan alle ergernissen in alle hevigheid naar boven', zegt Labeeuw. Enkele nieuwigheden zouden alvast die spanningen moeten verminderen.

Om te beginnen blijven zogenaamde voorhuwelijkse schenkingen definitief bij de kinderen. Stel bijvoorbeeld dat een vader nog voor zijn tweede huwelijk een appartement schonk aan zijn kinderen. Sinds 1 september kan de stiefmoeder na het overlijden van de vader op die schenking geen enkele aanspraak meer maken. Voor de hervorming had zij soms nog recht op het vruchtgebruik van die schenking: de kinderen hadden wel de blote eigendom, maar de stiefmoeder kon er nog wel gebruik van maken of er de vruchten van plukken (bijvoorbeeld door de huurgelden te innen). Labeeuw: 'Ik kan u verzekeren dat zoiets heel slecht valt bij de kinderen. En die problemen doken steeds vaker op nu samengestelde gezinnen geen uitzondering meer zijn.'

Nieuw is ook dat wanneer de kinderen uit het eerste huwelijk toch nog in dezelfde boot zitten met de stiefouder omdat die nog het vruchtgebruik heeft op bepaalde goederen, de kinderen dan het vruchtgebruik kunnen afkopen. 'Behalve voor de gezinswoning - want die wordt heilig beschermd - kunnen de kinderen aan de stiefouder de tegenwaarde van het vruchtgebruik betalen om zo meteen de volledige eigendom te verwerven', zegt Labeeuw. Dat moet vermijden dat kinderen en stiefouders nog lang tegen hun zin met elkaar opgescheept zitten.

7. Grootouders kunnen kleinkinderen makkelijker laten erven

Voor grootouders is het sinds de hervorming ook makkelijker om de kleinkinderen te laten erven. Vroeger kon dat ook al met de zogenaamde generatiesprong. Die houdt in dat bij het overlijden van een grootouder het kind zijn deel van de erfenis verwerpt zodat het kleinkind rechtstreeks kan erven. Er wordt bij de verdeling van de erfenis dus een generatie overgeslagen. Maar hoewel de techniek al jarenlang bestaat, is het nooit een veelgebruikt instrument geweest. Dat komt omdat het een alles-of-nietsverhaal is: het kind kan niet een deel van de erfenis verwerpen. Laat de grootouder een huis na, cash geld en een oldtimer, dan komt bij een generatiesprong meteen alles bij het kleinkind terecht. En dat is voor veel ouders toch net iets te veel van het goede.

Om dat te verhelpen bestaat er in Vlaanderen sinds 1 september een nieuw instrument: de doorgeefschenking. Daarbij erft het kind de nalatenschap van de grootouder, maar kiest het ervoor om een deel van de erfenis aan het kleinkind te schenken. Het kind betaalt erfbelasting, maar als er binnen het jaar wordt doorgeschonken hoeft het kleinkind geen schenkbelasting te betalen.

De generatiesprong en de doorgeefschenking hebben een belangrijke beperking: niet de grootouder maar wel de ouder zit aan het stuur van de erfenis. Die beslist om de erfenis te verwerpen of door te schenken. De grootouder kan dus nooit helemaal zeker zijn over het deel dat bij de kleinkinderen belandt. Grootouders die tijdens hun leven toch al willen vastleggen dat een deel van de erfenis naar de kleinkinderen moet gaan, leggen dat het best vast in het testament. En doordat het beschikbare deel sinds de hervorming groter is, kunnen grootouders ook een groter deel van het vermogen rechtstreeks aan de kleinkinderen nalaten. Tijdens hun leven kunnen ze ook schenken aan de kleinkinderen. Via een erfovereenkomst kunnen de kinderen zich daarmee akkoord verklaren, zodat de schenking aan de kleinkinderen later niet meer kan worden betwist (zelfs niet wanneer de wettelijke reserve van de kinderen zou worden overschreden).

8. Van de erfbelasting zult u niet sterven

Vlaanderen heeft de nieuwe erfregels ook aangegrepen om de tarieven van de erfbelasting (wat we vroeger de successierechten noemden) te wijzigen. De hoogste schijf van 65 procent is afgeschaft voor wie erft in de zijlijn, bijvoorbeeld van een broer of een zus. Dat geldt ook voor alle verdere bloedverwanten of vreemden. Het hoogste tarief bedraagt voortaan 55 procent. Daarnaast is er nu ook een lager tarief van 25 procent voor het bedrag tot 35.000 euro dat in de zijlijn of tussen vreemden wordt geërfd. Ook voor de langstlevende partner - de rechte lijn - is een en ander veranderd. Tot nu toe had die enkel een vrijstelling van erfbelasting voor de woning. Die vrijstelling wordt voortaan uitgebreid naar een eerste schijf van 50.000 euro aan roerende goederen.

Voor een doorsneegezin met een huis en enkele spaarcenten volstaat het vaak om gewoon de regels van het wettelijk erfrecht te laten spelen.' Advocate Nathalie Labeeuw

9. De nieuwe regels hoeft u niet te aanvaarden

Voor sommigen zijn de wijzigingen een goede zaak, anderen zijn slechter af dan voorheen. Daarom is het mogelijk om toch nog voor de oude regels te kiezen. Daarvoor moet u dan voor een notaris een verklaring van behoud afleggen. Dat is een eenvoudig documentje waarin u zegt dat voor alle schenkingen die al werden gedaan de oude regels blijven gelden. Elsermans: 'Dat is vooral nuttig voor wie in het verleden al schenkingen heeft gedaan aan de kinderen en waarbij ze niet allemaal een schenking kregen op hetzelfde moment, voor hetzelfde bedrag of van hetzelfde soort goed. In die gevallen is het toch zeker nuttig om eens te bekijken of het niet verstandiger is om voor de oude regelgeving te kiezen.'

Schenkingen worden nu immers anders gewaardeerd. Als bij het verdelen van een nalatenschap alle schenkingen moeten worden ingebracht (om te achterhalen of iedereen zijn deel krijgt en niemand al te veel geschonken kreeg), dan geldt voortaan altijd het moment van de schenking als ijkwaarde. Maar wat ook nieuw is, is dat daarop nog een indexering wordt toegepast. En die kan soms vreemde gevolgen hebben. Elsermans: 'Het is perfect mogelijk dat ouders exact hetzelfde bedrag schenken aan hun verschillende kinderen, bijvoorbeeld ter gelegenheid van het afstuderen of het huwelijk. Maar wanneer dat niet allemaal op hetzelfde moment is gebeurd en zeker wanneer er ook veel tijd tussen de schenkingen zit, zullen de kinderen door de indexering allemaal een ander bedrag moeten inbrengen bij het openvallen van de nalatenschap. En dat strookt misschien niet langer met wat de ouders wilden: alle kinderen gelijk behandelen door hen exact hetzelfde bedrag te schenken.

10. En laat vooral uw gemoed niet bezwaren

Dat de erfenisregels in een nieuw kleedje zitten, betekent niet dat u meteen in een kramp moet schieten en halsoverkop naar de notaris moet hollen. Labeeuw: 'Ik hoor geregeld dat deze hervorming een echte big bang is die alles verandert. Dat is het niet. Het wettelijk erfrecht is nog helemaal hetzelfde, dat is de paraplu die opengaat wanneer mensen zelf niets geregeld hebben voor hun erfenis. Voor hen blijft alles bij het oude. Dat gaat over heel veel mensen waarvoor in wezen niets wijzigt.'

Volgens de advocate is de grote verdienste van deze hervorming vooral dat mensen veel meer keuzevrijheid hebben, maar daar kunnen ze alleen maar van profiteren als ze daarvoor zelf het initiatief nemen. 'Ik ga nu heel even tegen mijn eigen winkel van successieplanner spreken: lang niet iedereen heeft een testament nodig of moet dringend stappen ondernemen om zijn successie te regelen. Vaak is het niet nodig om iets te regelen voor een doorsneegezin met een huis en enkele spaarcenten, waar er ook geen noemenswaardige familiale problemen zijn en waar de ouders alle kinderen gelijk willen behandelen. Dan volstaat het om gewoon de regels van het wettelijk erfrecht te laten spelen. Pas als je daarvan wilt afwijken, is het nodig om actie te ondernemen.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.