Het kerstverhaal van die weerloze baby in die vuile stal werpt een heel bijzonder licht op hoe wij als mensen ons God moeten voorstellen. Want áls er een God bestaat - en de wetenschap heeft naar mijn gevoel het tegendeel nog steeds niet bewezen - is de belangrijkste vraag wie of hoe Hij is. Zoals de onlangs overleden moraalfilosoof en atheïst Etienne Vermeersch ooit stelde in het programma 'De ketter en de kerkvorst': 'Ik ben er altijd van overtuigd geweest, en nog altijd, dat als die God bestaat, dan is Hij het enige wat belangrijk is - de rest op aarde is van secundair belang, is eigenlijk van geen belang, vergeleken daarmee.' Ook Einstein zei ooit: 'All I want to know are the thoughts of God; the rest are details.' Veel mensen die God en godsdienst naar de prullenbak hebben verwezen, hebben dat misschien om de verkeerde redenen gedaan.

Het idee van een almachtige God is heel erg beladen in deze tijd: hoe kan er dan zoveel kwaad en gebrokenheid zijn om ons heen? Is Hij dan niet rechtstreeks (of tenminste onrechtstreeks) verantwoordelijk voor ongelukken, ziekte, pijn, conflicten, oorlogen, rampen? En ten tweede: is Hij dan niet onvermijdelijk een dictator die geen enkele ruimte laat voor anderen naast zich, die onderdrukkend is, intolerant en verpletterend? Het leidt tot hersenbrekers en hoofdpijn als we ons Gods almacht concreet proberen voor te stellen. De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) bedacht ooit: 'Wil God kwaad voorkomen, maar kan hij niet? Dan is hij niet almachtig. Kan hij wel, maar wil hij niet? Dan is hij kwaadaardig. Kan hij wel en wil hij wel? Waar komt dan het kwaad vandaan? Kan hij niet en wil hij niet? Waarom noemt men hem dan God?' Het is een schijnbaar onoplosbare tegenstelling, omdat deze tegenstrijdige eigenschappen niet verzoenbaar lijken in één Persoon.

Maar wat heeft het kerstverhaal daar dan mee te maken? Wel, de essentie hiervan is: deze almachtige God kwam op aarde als mens van vlees en bloed, om ons lot te delen en ons te verlossen. Hij had dat echter op honderd manieren ánders kunnen doen: met veel engelenlegioenen en machtsvertoon, donder en bliksem, en geschal van tienduizend bazuinen, hoorbaar en zichtbaar voor miljoenen mensen tegelijk. Of Hij had zijn zoon kunnen laten geboren worden in een koningshuis, een marmeren paleis: waarom niet ineens in het paleis van de keizer te Rome? Dat zou toch veel 'efficiënter' geweest zijn als je de wereld wil veranderen? En in ieder geval comfortabeler voor de baby. Als Hij almachtig is, is dat toch een fluitje van een cent voor Hem?

Er is misschien een goéde reden waarom God het op een alternatieve manier aanpakt. Als Hij met al zijn machtsvertoon komt, worden mensen doodsbang. De Israëlieten op de berg Sinaï hadden dit al ervaren: toen Gods tegenwoordigheid met donder, bliksem, vuur en aardbeving op de berg neerdaalde, smeekten ze dat deze angstaanjagende verschijning zou stoppen, uit vrees dat ze het niet zouden overleven (Exodus 20:18-19). Het was te intimiderend. Als Jezus als een Romeinse keizerszoon zou rondgelopen hebben, zouden alle mensen uit vrees voor hem knielen, en uit angst voor zijn soldaten hem gehoorzamen. God moest dus met kerst voor een andere strategie kiezen. Zijn zoon kwam op aarde als een baby: niet-bedreigend, maar zwak, fragiel, weerloos.

Dat hij kwam afdalen gaat al in tegen elke gangbare godsvoorstelling in het heidendom: de Griekse goden blijven comfortabel op hun hoge berg, houden de mensen veilig op afstand om niet gestoord te worden in hun heilige geluk. De God van de Bijbel kan echter niet ongestoord genieten van zijn hemelse geluk zolang daar beneden nog mensen ongelukkig zijn. Hij moét afdalen, want liefde kan niet onverschillig zijn. En om helemaal 'mens met de mensen' te zijn, werd hij geboren bij een gemiddeld gezin, eerder aan de onderkant van de maatschappij: opdat mensen zich met hem zouden kunnen identificeren.

Zijn geboorteverhaal is zeer atypisch en gaat in vele opzichten in tegen 'het religieus correcte denken': de zoon van God die als een hulpeloze baby geboren wordt, in een onbetekenend dorp, in een land dat alleen maar overheersing en onderdrukking kende. Zijn moeder beviel ver van huis, tussen de koeiemest, absoluut niet veilig tegen bacteries en infecties. God heeft zijn zoon niet gepamperd in satijnen doekjes. Een paranoïde despoot probeerde zijn geboorte in bloed te smoren en richtte hiervoor een waar bloedbad aan. In zijn prille levensjaren was Jezus al politiek vluchteling, halsoverkop vluchtend voor zijn leven naar Egypte. In plaats van anderen te bedreigen, werd hij zelf bedreigd. Jezus heeft in het leven werkelijk niets cadeau gekregen. Hij kwam ook niet via de weg van de geïnstitutionaliseerde religie, de priesterklasse in Jeruzalem. Zijn geboorte werd niet aangekondigd aan de hogepriester, maar aan de ruwe en geminachte herders. Is dat geen sympathieke 'geste' voor de moderne mens die niet houdt van logge instituten en starre structuren?

Ook in zijn volwassen leven had hij geen enkele uiterlijke grandeur om indruk mee te maken. Hij werd later een timmerman en daarna een rondreizend prediker zonder salaris of vaste benoeming. Hij bezat geen diploma's, officiële aanstelling of aanbevelingsbrieven. Zijn familie steunde hem hierin niet. Hij heeft nooit een boek geschreven of enig ambt bekleed. Hij begaf zich met opzet onder gewone mensen, zelfs uitgestotenen, en was ook voor de outcasts heel benaderbaar. Hij kwam niet van bovenaf overdonderen en imponeren, maar langs onderen. Hij was niet te beroerd om zijn handen vuil te maken.

De moderne mens heeft moeite met 'almacht' omdat hij vreest dat dit onvermijdelijk moet leiden tot machtsmisbruik: we vertrouwen dat zaakje niet, want we denken daarbij aan het schrikbeeld van absolutistische en megalomane vorsten à la Louis XIV. Wanneer er ooit één wereldpresident zou komen met onbeperkte bevoegdheden, zouden alle mensen doodsbang zijn. Tenzij hij een 100% integer karakter heeft - wat bij geen enkel mens mogelijk is. Maar van machtswellust zien we absoluut niets bij Jezus: hij waste de voeten van zijn leerlingen. Dezen waren zelf gechoqueerd door zulke ongecomplexeerde dienstbaarheid. Daarmee belichaamde Jezus hoe God in zijn diepste wezen is. God heeft nog steeds alle macht, door niets of niemand beperkt. Als Hij opnieuw zin zou hebben om honderd miljard sterrenstelsels erbij te scheppen, Hij zou het met één zucht kunnen doen.

Maar Hij heeft zichzelf gigantische beperkingen opgelegd, omwille van óns, mensen: precies uit respect voor óns, voor onze vrije wil. Hij heeft aan Adam véél autoriteit gedelegeerd over de planeet, en wil sindsdien de mensheid niet overrulen of constant tussenkomen. In feite geeft Hij ons véél ruimte en vrijheid: zelfs om al zijn wetten met voeten te treden en zo onszelf, elkaar en onze planeet naar de haaien te helpen. Dat God niet te pas en te onpas tussenbeide komt, is geen teken van zwakte en beperktheid, maar van kracht en vertrouwen: net zoals een voetbalcoach zal hij zichzelf inhouden om niet op het veld te springen wanneer zijn ploeg het verknoeit.

Dat is de boodschap van Kerst: God is almachtig en tegelijk de meest dienende.

Alle macht hebben en tegelijk deze allemaal afleggen: dat is pas durven, dat is pas sterk. Al het goud van de wereld hebben, en kiezen voor een stal. God gelooft duidelijk niet in de macht van bruut geweld. Fysieke agressie is precies een teken van onmacht en zwakheid, net zoals een voetballer die 'vuil' speelt: omdat hij de bal niet kan raken, speelt hij op de man. Een geniale voetballer hoéft niet tegen iemands benen te stampen om hem voorbij te dribbelen. God hoeft niets te bewijzen, niet voor ons en niet voor Zichzelf. Zwak en weerloos durven zijn, is een teken van ware, innerlijke kracht. Het is een verademing in deze macho-wereld van nucleaire dreiging en spierballengerol. Liefde wil de ander niet forceren of onder druk zetten: dit gaat tegen haar aard in. Liefde zal zich altijd kwetsbaar opstellen, om de liefde van de ander uit te nodigen, op te wekken: mét het risico van afwijzing en verwerping. Geweld of manipulatie gaat in tegen alles wat ze gelooft. Je kan geweld alleen overwinnen door de opperste geweldloosheid.

Dit is de boodschap van Kerst: God is almachtig en tegelijk de meest dienende. Hij staat boven alles, en benadert ons langs onderen. Enkel in combinatie met volmaakte liefde is almacht 'veilig'. Kerst is ten diepste een boodschap van hoop: licht scheen en schijnt in de duisternis. Een kleine baby kan de wereldgeschiedenis ingrijpend veranderen. En het Licht zal de duisternis verdrijven met evenveel gemak als de opkomende zon de nacht verjaagt. Gods almacht is er een die niet verplettert.

Het kerstverhaal van die weerloze baby in die vuile stal werpt een heel bijzonder licht op hoe wij als mensen ons God moeten voorstellen. Want áls er een God bestaat - en de wetenschap heeft naar mijn gevoel het tegendeel nog steeds niet bewezen - is de belangrijkste vraag wie of hoe Hij is. Zoals de onlangs overleden moraalfilosoof en atheïst Etienne Vermeersch ooit stelde in het programma 'De ketter en de kerkvorst': 'Ik ben er altijd van overtuigd geweest, en nog altijd, dat als die God bestaat, dan is Hij het enige wat belangrijk is - de rest op aarde is van secundair belang, is eigenlijk van geen belang, vergeleken daarmee.' Ook Einstein zei ooit: 'All I want to know are the thoughts of God; the rest are details.' Veel mensen die God en godsdienst naar de prullenbak hebben verwezen, hebben dat misschien om de verkeerde redenen gedaan. Het idee van een almachtige God is heel erg beladen in deze tijd: hoe kan er dan zoveel kwaad en gebrokenheid zijn om ons heen? Is Hij dan niet rechtstreeks (of tenminste onrechtstreeks) verantwoordelijk voor ongelukken, ziekte, pijn, conflicten, oorlogen, rampen? En ten tweede: is Hij dan niet onvermijdelijk een dictator die geen enkele ruimte laat voor anderen naast zich, die onderdrukkend is, intolerant en verpletterend? Het leidt tot hersenbrekers en hoofdpijn als we ons Gods almacht concreet proberen voor te stellen. De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) bedacht ooit: 'Wil God kwaad voorkomen, maar kan hij niet? Dan is hij niet almachtig. Kan hij wel, maar wil hij niet? Dan is hij kwaadaardig. Kan hij wel en wil hij wel? Waar komt dan het kwaad vandaan? Kan hij niet en wil hij niet? Waarom noemt men hem dan God?' Het is een schijnbaar onoplosbare tegenstelling, omdat deze tegenstrijdige eigenschappen niet verzoenbaar lijken in één Persoon.Maar wat heeft het kerstverhaal daar dan mee te maken? Wel, de essentie hiervan is: deze almachtige God kwam op aarde als mens van vlees en bloed, om ons lot te delen en ons te verlossen. Hij had dat echter op honderd manieren ánders kunnen doen: met veel engelenlegioenen en machtsvertoon, donder en bliksem, en geschal van tienduizend bazuinen, hoorbaar en zichtbaar voor miljoenen mensen tegelijk. Of Hij had zijn zoon kunnen laten geboren worden in een koningshuis, een marmeren paleis: waarom niet ineens in het paleis van de keizer te Rome? Dat zou toch veel 'efficiënter' geweest zijn als je de wereld wil veranderen? En in ieder geval comfortabeler voor de baby. Als Hij almachtig is, is dat toch een fluitje van een cent voor Hem? Er is misschien een goéde reden waarom God het op een alternatieve manier aanpakt. Als Hij met al zijn machtsvertoon komt, worden mensen doodsbang. De Israëlieten op de berg Sinaï hadden dit al ervaren: toen Gods tegenwoordigheid met donder, bliksem, vuur en aardbeving op de berg neerdaalde, smeekten ze dat deze angstaanjagende verschijning zou stoppen, uit vrees dat ze het niet zouden overleven (Exodus 20:18-19). Het was te intimiderend. Als Jezus als een Romeinse keizerszoon zou rondgelopen hebben, zouden alle mensen uit vrees voor hem knielen, en uit angst voor zijn soldaten hem gehoorzamen. God moest dus met kerst voor een andere strategie kiezen. Zijn zoon kwam op aarde als een baby: niet-bedreigend, maar zwak, fragiel, weerloos. Dat hij kwam afdalen gaat al in tegen elke gangbare godsvoorstelling in het heidendom: de Griekse goden blijven comfortabel op hun hoge berg, houden de mensen veilig op afstand om niet gestoord te worden in hun heilige geluk. De God van de Bijbel kan echter niet ongestoord genieten van zijn hemelse geluk zolang daar beneden nog mensen ongelukkig zijn. Hij moét afdalen, want liefde kan niet onverschillig zijn. En om helemaal 'mens met de mensen' te zijn, werd hij geboren bij een gemiddeld gezin, eerder aan de onderkant van de maatschappij: opdat mensen zich met hem zouden kunnen identificeren. Zijn geboorteverhaal is zeer atypisch en gaat in vele opzichten in tegen 'het religieus correcte denken': de zoon van God die als een hulpeloze baby geboren wordt, in een onbetekenend dorp, in een land dat alleen maar overheersing en onderdrukking kende. Zijn moeder beviel ver van huis, tussen de koeiemest, absoluut niet veilig tegen bacteries en infecties. God heeft zijn zoon niet gepamperd in satijnen doekjes. Een paranoïde despoot probeerde zijn geboorte in bloed te smoren en richtte hiervoor een waar bloedbad aan. In zijn prille levensjaren was Jezus al politiek vluchteling, halsoverkop vluchtend voor zijn leven naar Egypte. In plaats van anderen te bedreigen, werd hij zelf bedreigd. Jezus heeft in het leven werkelijk niets cadeau gekregen. Hij kwam ook niet via de weg van de geïnstitutionaliseerde religie, de priesterklasse in Jeruzalem. Zijn geboorte werd niet aangekondigd aan de hogepriester, maar aan de ruwe en geminachte herders. Is dat geen sympathieke 'geste' voor de moderne mens die niet houdt van logge instituten en starre structuren? Ook in zijn volwassen leven had hij geen enkele uiterlijke grandeur om indruk mee te maken. Hij werd later een timmerman en daarna een rondreizend prediker zonder salaris of vaste benoeming. Hij bezat geen diploma's, officiële aanstelling of aanbevelingsbrieven. Zijn familie steunde hem hierin niet. Hij heeft nooit een boek geschreven of enig ambt bekleed. Hij begaf zich met opzet onder gewone mensen, zelfs uitgestotenen, en was ook voor de outcasts heel benaderbaar. Hij kwam niet van bovenaf overdonderen en imponeren, maar langs onderen. Hij was niet te beroerd om zijn handen vuil te maken. De moderne mens heeft moeite met 'almacht' omdat hij vreest dat dit onvermijdelijk moet leiden tot machtsmisbruik: we vertrouwen dat zaakje niet, want we denken daarbij aan het schrikbeeld van absolutistische en megalomane vorsten à la Louis XIV. Wanneer er ooit één wereldpresident zou komen met onbeperkte bevoegdheden, zouden alle mensen doodsbang zijn. Tenzij hij een 100% integer karakter heeft - wat bij geen enkel mens mogelijk is. Maar van machtswellust zien we absoluut niets bij Jezus: hij waste de voeten van zijn leerlingen. Dezen waren zelf gechoqueerd door zulke ongecomplexeerde dienstbaarheid. Daarmee belichaamde Jezus hoe God in zijn diepste wezen is. God heeft nog steeds alle macht, door niets of niemand beperkt. Als Hij opnieuw zin zou hebben om honderd miljard sterrenstelsels erbij te scheppen, Hij zou het met één zucht kunnen doen. Maar Hij heeft zichzelf gigantische beperkingen opgelegd, omwille van óns, mensen: precies uit respect voor óns, voor onze vrije wil. Hij heeft aan Adam véél autoriteit gedelegeerd over de planeet, en wil sindsdien de mensheid niet overrulen of constant tussenkomen. In feite geeft Hij ons véél ruimte en vrijheid: zelfs om al zijn wetten met voeten te treden en zo onszelf, elkaar en onze planeet naar de haaien te helpen. Dat God niet te pas en te onpas tussenbeide komt, is geen teken van zwakte en beperktheid, maar van kracht en vertrouwen: net zoals een voetbalcoach zal hij zichzelf inhouden om niet op het veld te springen wanneer zijn ploeg het verknoeit.Alle macht hebben en tegelijk deze allemaal afleggen: dat is pas durven, dat is pas sterk. Al het goud van de wereld hebben, en kiezen voor een stal. God gelooft duidelijk niet in de macht van bruut geweld. Fysieke agressie is precies een teken van onmacht en zwakheid, net zoals een voetballer die 'vuil' speelt: omdat hij de bal niet kan raken, speelt hij op de man. Een geniale voetballer hoéft niet tegen iemands benen te stampen om hem voorbij te dribbelen. God hoeft niets te bewijzen, niet voor ons en niet voor Zichzelf. Zwak en weerloos durven zijn, is een teken van ware, innerlijke kracht. Het is een verademing in deze macho-wereld van nucleaire dreiging en spierballengerol. Liefde wil de ander niet forceren of onder druk zetten: dit gaat tegen haar aard in. Liefde zal zich altijd kwetsbaar opstellen, om de liefde van de ander uit te nodigen, op te wekken: mét het risico van afwijzing en verwerping. Geweld of manipulatie gaat in tegen alles wat ze gelooft. Je kan geweld alleen overwinnen door de opperste geweldloosheid. Dit is de boodschap van Kerst: God is almachtig en tegelijk de meest dienende. Hij staat boven alles, en benadert ons langs onderen. Enkel in combinatie met volmaakte liefde is almacht 'veilig'. Kerst is ten diepste een boodschap van hoop: licht scheen en schijnt in de duisternis. Een kleine baby kan de wereldgeschiedenis ingrijpend veranderen. En het Licht zal de duisternis verdrijven met evenveel gemak als de opkomende zon de nacht verjaagt. Gods almacht is er een die niet verplettert.