25 september is het zover: dan komt de spirituele opvolger van de horrorklassieker Candyman in de bioscoop. Als zelfverklaarde cinefiel zou ik sceptisch moeten staan tegenover reboots en sequels, maar het fantoom met de haak-waar-zijn-hand-zou-moeten-zijn en de bijen in de bek is in de magische handen van schrijver Jordan Peele ( Get Out, Us) en regisseur Nia DaCosta ( Little Woods). Mijn oprechte excuses indien mijn figuurlijke saliveren uw blad verpapt tot papier-maché.
...

25 september is het zover: dan komt de spirituele opvolger van de horrorklassieker Candyman in de bioscoop. Als zelfverklaarde cinefiel zou ik sceptisch moeten staan tegenover reboots en sequels, maar het fantoom met de haak-waar-zijn-hand-zou-moeten-zijn en de bijen in de bek is in de magische handen van schrijver Jordan Peele ( Get Out, Us) en regisseur Nia DaCosta ( Little Woods). Mijn oprechte excuses indien mijn figuurlijke saliveren uw blad verpapt tot papier-maché. Waarom houd ik zo van horror, vraagt u? Waarom wil ik u aanmoedigen om deze film te gaan bekijken? Waarom zou u uw schaarse vrije momenten besteden aan een genre dat zich richt op het lelijke, het lage, het onderbuikse, het gruwelijke? Is de dagelijkse realiteit al niet angstaanjagend genoeg? Het horrorgenre heeft een kwalijke reputatie, omdat het zich richt op onze meest basale instincten: angst, agressie, lust, walging en wanhoop. Horror laat zich niet hoofdelijk begrijpen, maar lijfelijk voelen. Horror werkt direct in het hier-en-nu of het werkt niet. En toch schuilt er onder de liters bloed, de rubberen ingewanden, de horden ondoden, de gemaskerde seriemoordenaars en de final girls: een gedeeld verlangen. Van Le Manoir du Diable uit 1896 tot It uit 2019, horrorfilms delen een verlangen tot loutering. In de confrontatie met het lugubere en het angstaanjagende brengen ze ons in het reine met de duistere kant van onze eigen menselijke natuur. Een catharsis-by-proxy als het ware. Horror confronteert ons met wat we willen ontkennen of vergeten. Dit geldt zowel voor onze interne belevingswereld als voor de wereld rondom waarin we leven. Dat Candyman uit 1992 een tweede leven krijgt in 2020 lijkt wel voorbestemd: het verhaal van een zwarte man die in de negentiende eeuw gelyncht werd vanwege zijn relatie met een witte vrouw, en terugkomt als een wraakzuchtige geest in de binnenstad van Chicago. Ontkenning van een verleden dat zich wreekt in het heden. ' Candyman, op het kruispunt van wit geweld en zwarte pijn, gaat over ongewilde martelaren', vindt regisseur Nia DaCosta. 'Over de mensen die ze waren, de symbolen die we van hen maken, de monsters die ze volgens de geruchten moeten zijn geweest.' Dus laten we in september allemaal in de spiegel kijken en met beknepen adem zeggen: 'Candyman... Candyman... Candyman... Candyman... Candy...'